Hoofdstuk 1

Wat wil je?

Hoofdstuk 1

Ik moet nu stevig in mijn schoenen staan. In plaats daarvan voelt het alsof ik elk moment weg kan zweven. Dat mag niet gebeuren. Niet nu. Ik buk en veter mijn Dr. Martens voor de twintigste keer vandaag iets vaster. Mijn benen trillen alleen maar meer als ik overeind kom. Ik voel me misselijk en probeer mezelf te rkalm6eren. Vanavond is niet typenzomaar een zondagavond. Mijn grote droom gaat uitkomen. Ik weet het zo zeker. Ik voel het. Ik ben zo dichtbij. Niemand kan het verpesten. Ik ga straks elke minuut in me opzuigen en nooit meer vergeten. Dit is het begin en het gaat steeds mooier worden. Stadscafé van der Werff is nu mijn domein en de toegangspoort tot succes. Ik sta met een microfoon in mijn handen op het tijdelijk gemaakte podium van het café. Het is klein, maar met de band passen we er allemaal op. Ik speel met de microfoon in mijn handen en wacht af.

            ‘Al die mannen staan daar voor jou Jojo,’ grapt Jeroen. Hij is klaar met het stemmen van zijn basgitaar.

            ‘Ik doe niet aan groupies,’ zeg ik. Mijn elastiekje zakt af en ik trek het uit mijn bruine haar. Dan maar los vanavond.

            ‘Nee, en ook niet aan relaties,’ plaagt hij me. ‘Maar gooi je haar maar lekker los.’

            Ik knik. Inderdaad. Relaties, mannen. Allemaal tijdverspilling. Mijn zangcarrière is veel belangrijker. Mijn benen trillen nog steeds, maar het voelt zo goed. Zo voelt echte adrenaline dus.

            ‘Wil jij ook?’ Sander, onze gitarist houdt me een chocolade muffin voor. Hoe kan hij op dit moment aan eten denken? Ik kan nu echt geen hap door mijn keel krijgen en schud mijn hoofd. Het kan elk moment beginnen.

            De barman seint naar ons dat we moeten opletten. Like a virgin van Madonna schalt uit de stereo-installatie. Ik voel me een maagd. Dit is mijn allereerste optreden. Ik kijk naar mijn publiek. Hannah steekt haar duim naar me op. Fijn dat ze naar Leiden is gekomen om erbij te kunnen zijn. Robin staat naast haar en lacht naar me. Ze roept iets wat ik niet kan verstaan, maar ik liplees: ‘Succes. Je kan het.’ Haar vriend Alex slaat zijn arm om haar heen. Ik zwaai naar mijn vrienden en grijns. De mensen die achter hen staan ken ik niet, maar het maakt me trots dat ze hier voor de band zijn. Mijn ouders heb ik ook uitgenodigd. Ze hebben me niet laten weten of ze zouden komen kijken. Mijn ogen doorzoeken de zaal. Ik kan ze niet vinden. Madonna’s stem sterft weg en het wordt stil. Iedereen kijkt naar mij.

            ‘Je kan het Jojo,’ fluister ik mezelf moed in. De drums voor Use somebody van Kings of Leon vallen in en daarna volgt de rest van de band. Ik zing de eerste tekst zachtjes en focus me op een kruisje dat met tape op de vloer is geplakt. Ik probeer mijn trillende lichaam te laten ontspannen. Ik moet indruk maken en mag niet falen. Ik moet stralen. Ik hef mijn hoofd op en kijk naar mijn vrienden. Ze knikken bemoedigend naar me. Mijn stem schalt door de speakers. Het klinkt raar, het voelt raar. Na het tweede couplet draai ik me naar Jeroen, de bassist. Hij steekt zijn duim op naar me.

            Het publiek klapt en we zetten het tweede nummer in, Just a girl van No Doubt. Dit is zo’n lekker liedje om te zingen. Ik dans mee op het intro en val krachtig in. Een vrouw die naast Robin staat begint te dansen. Robin en Hannah zingen de tekst luidkeels mee. Nog meer mensen gaan dansen. Ik juich van binnen. Dit gaat goed. Dit gaat geweldig. Ik voel me kalm worden. Er komen steeds meer cafébezoekers bij en het is volle bak. Ik zing een cover van Adèle, daarna van David Bowie. Voor me danst een vrouw. Tussen de nummers door applaudisseert het publiek en ze roepen om verzoeknummers. Een paar staan op onze afspeellijst en de aanvragers zingen vrolijk mee met Valerie en Sweet child o’ mine.

            We hebben nog een paar nummers om te spelen. Dit voelt zo geweldig. Dit is wat ik elke dag zou willen doen. Hiermee zou ik zo graag mijn geld willen verdienen.

            ‘Jullie zijn een super publiek. Genietenjullie hier ook van?’ roep ik door de microfoon.

            Het publiek joelt: ‘Yeah! We want more!’ Daarna klappen ze.

            Tim tikt drie keer met zijn drumstokjes. Ik zet de microfoon in de standaard.

            ‘Wij zijn Serieus Act. We gaan nu Radio Gaga van Queen spelen. Doen jullie mee?’ Ik houd mijn handen in de lucht en klap mee met Tims ritme. Ze doen mee. Dit klinkt zo gaaf. Zo vet. Jeroen valt met zijn basloopje in, maar het gitaargeluid blijft weg. Ik kijk naar Sander. In plaats van invallen op zijn gitaar gaat hij ook klappen. Het maakt me in de war. Ik vergeet te zingen. De anderen spelen een maat extra en Sander heeft door dat hij gitaar moet spelen. Ik val ook alsnog in. Het publiek heeft onze misser niet opgemerkt, ze klappen enthousiast mee. Sander speelt de solo, maar houdt zich niet aan het ritme dat Tim en het publiek aanhouden. Het hele nummer blijft rommelig. Sander zet daarna een intro van White Stripes in met zijn gitaar. Vorige week hebben we besproken dat de bas dit nummer zou beginnen en de rest na vier maten zou invallen. De drums en bas spelen na vier maten mee en ik ga zingen, maar er klopt iets niet. Mijn stem klinkt vals. Sander speelt in de verkeerde toonsoort. De sukkel. Hij weet dat het te laag is voor mijn stem en ik hierdoor geen kracht kan zetten. Jeroen is met hem meegegaan.

            Ik begin opnieuw met klappen en iedereen doet mee. Ze joelen met het ritme van het basloopje mee. Mijn vriendinnen steken hun duimen naar me op. Ze moesten eens weten dat we hier staan te prutsen. Ik probeer opnieuw mee te zingen. Mijn stem zoekt naar de toonhoogte, maar hij klinkt vals en gematigd. Het publiek wordt rustiger. Ze stoppen met dansen. Ik richt mijn microfoon naar het publiek.

            ‘Deze is voor jullie! Zingen jullie?’ roep ik. Mijn vriendinnen schreeuwen de tekst mee op de muziek. Anderen in het publiek volgen hun voorbeeld. Ik ga naast Sander staan.

            ‘Alles goed?’ vraag ik. Hij doet een stap naar achteren en struikelt over zijn gitaarstandaard.

            De muziek is stil. Sander zit op de grond en kijkt wazig om zich heen. Dan begint hij te grinniken.

            ‘Je bent toch niet weer stoned! Wat zat er in die muffins van jou?’ roept Jeroen.

            ‘Spacecake!’ giechelt Sander. Hij krabbelt overeind. En begint het laatste nummer rommelig te spelen.

            Ik focus me op het publiek en hoop dat ze Sanders opmerking niet hebben gehoord. Ik kan hem wel vermoorden. En dat ga ik na dit optreden doen ook. ‘Sorry voor het vorige nummer!’ roep ik door het intro heen. ‘Maar dit is mijn lievelingsliedje. London rain van Heather Nova. Kennen jullie het? Ik weet zeker dat dit straks ook jullie lievelingsliedje is.’ Ik zing het begin en zie dat het publiek het herkent. Het juiste ritme. Geen valse noten. Ik sluit mijn ogen. Met ieder woord dat ik zing voel ik me dichter bij dit nummer staan. Halverwege open ik mijn ogen. Sander zet zijn solo in. Ploink. Er komt een vals geluid uit zijn gitaar en hij valt stil.

            Nee hè.

            Het publiek joelt. ‘Boeh. Niet stoppen!’

            De band stopt met spelen.

            ‘Sorry, snaar gesprongen!’ roept Sander.

            ‘Sorry, we moeten even iets herstellen om ons laatste nummer te kunnen spelen.’ Ik stop de microfoon in de standaard en kijk naar Jeroen en Tim. Tim laat zijn drumstokjes rusten op de hihat en schudt zijn hoofd. Sander gaat naast me staan en kotst op mijn schoenen.

            ‘Sukkel!” snauw ik.

           Sander neemt een aanloop. Ik kan hem nog net op tijd tegenhouden.

            'Wat wil je doen?' Snauw ik.

            Hij antwoord niet maar duwt me weg en springt het publiek in. Iedereen schrikt opzij. Ik zie en hoor glazen kapot vallen. Hij belandt op de grond. Langzaam komt hij overeind en staart suf voor zich uit. Jeroen en Tim gaan naast hem zitten. Back to black van Amy Winehouse schalt door de speakers. Het café loopt leeg.

            Onze band Serieus Act kan het na vanavond wel vergeten. Dit was dé test en we zijn gezakt. Iedereen zal me voor eeuwig uitlachen. Ik loop van het podium af en trek me terug in het minikeukentje dat als onze kleedkamer fungeert. Ik leun met mijn rug tegen de betonnen muur en laat me door mijn benen zakken.

            Gatverdamme! Ik voel nattigheid op mijn kont en zie dat ik in een plas koffie ben gaan zitten. Ook dat nog, een vieze vlek op mijn Zara jurkje. Ik stink naar koffie en kots. Ik wil naar huis. Ik wil douchen. Ik wil vanavond vergeten. Wegvagen!

            ‘Maak je niet druk over jullie optreden. Jij was geweldig vanavond,’ zegt Hannah. Ze is me blijkbaar gevolgd en gaat naast me zitten. Ze merkt niet eens dat de vloer nat is.

            ‘Heb je onze fouten niet gehoord? Het was één grote afgang.’ Ik sluit mijn ogen.

            ‘Ik vond jou geweldig vanavond,’ antwoordt ze. 'Het komt allemaal goed'.

            Yeah right.

Ten slotte