Prikklok

Prikklok

Prikklok

De tijd dat hij nog moest prikklokken bij de bollensorteerder lag al ver achter hem. Binnenkomst en vertrek werden tot op de minuut geregistreerd, waarbij hij probeerde zo vroeg mogelijk in te prikken met zijn jas nog aan en zo laat mogelijk uit te prikken, zodat dat de laatste actie van de werkdag was.

Drie keer per dag klonk op vaste tijden de doordringende pauzezoemer. Iedereen liet dan het werk zo snel mogelijk uit zijn handen vallen om naar de kantine te snellen. Hij had zich daar altijd enigszins over verbaasd, maar legde zich er snel bij neer. Voor hem was het immers een tijdelijke baan, maar voor de meeste werknemers waren de pauzes de lichtpuntjes in een verder troosteloos bestaan.

Op een middag ging het mis bij de laatste pauzebel. De lopende band bleef langzaam doordraaien. Niemand had de tijd genomen om op de stopknop te drukken. De grote muizenvanger van de kas, de dikke Oscar, sprong in het onbewaakte kwartier op de band. Hij werd ingepakt in een doos, samen met de tulpenbollen. Niemand had hem gemist. Dankzij gaatjes in de doos die bedoeld waren voor de bollen, overleefde Oscar de reis naar Vaticaanstad. Met Pasen sprak de paus de woorden: "Holland, bedankt voor de bloemen en de kater." 

Hij grinnikte als hij eraan terugdacht. Oscar was, dankzij de prikklok, ontsnapt aan zijn troosteloze bestaan en zou voortaan een vroom leven leiden en muizen vangen in de Sixtijnse Kapel.