Tederheid

Tederheid #MicroSleutel

Tederheid

De automaton had een mensenhand nodig om de sleutel in zijn rug aan te draaien. Dan trad namelijk in zijn binnenste het mechaniek in werking waarmee radertjes, tandwieltjes, schroefjes, moertjes en boutjes zijn leven inbliezen. De oogleden van zijn witgeschilderde pierrot-gezichtje zouden opengaan en het poppedeintje knipperde een paar keer verdwaasd met zijn ogen als hij naar links en rechts keek. Als de blik van een pasgeborene op een nieuwe wereld. Vanonder het plateau onder zijn voetjes klonk een blikkerige versie van ‘Gymnopédie no 1’. (’tuum duum duum’) Zijn uitvinder had voor dit muziekstuk van Erik Satie gekozen omdat er door de magische verwondering een droeve noot klonk. Het riep bij de man het gevoel op dat er elke dag een wonder geschiedt omdat de dood weeral is overwonnen, maar tegelijkertijd is daar het eenzame besef dat die strijd tegen de tijd uiteindelijk alleen van onszelf is. Ondertussen zou de automaton de ganzenveer in zijn poppenhandjes dopen in een pot met onzichtbare inkt en schrijfbewegingen maken boven een perkament. De schrijfveer gleed boven het oppervlak, maar zou er nooit een woord op achterlaten. Net zolang totdat de muziek zwakker ging klinken en ook die woordeloze halen lucht hun snelheid verloren. Uiteindelijk zou de automaton in een beweging stilvallen, weer recht overeind zitten en zijn pas geopende ogen zouden nog een laatste maal knipperen voordat ze dichtvielen. Maar de uitvinder is gestorven en het mechanische wondertje wacht op die stoffige zolderkamer tot iemand zijn sleuteltje weer aandraait en hij voor even de wereld weer als nieuw kan zien.