Proloog

De laatste kans

Proloog

Ik was net lekker op dreef. Ik had een kerel met een poedel-baard half opgeknoopt in mijn beddengoed en een hysterische vrouw met een deegroller ontwapend voordat ze de schroeven in het hoofd van Cogsworth los kon timmeren. Natuurlijk kon ik me ook pas ergens halverwege het gevecht in de strijd mengen, maar probeer jij maar eens een trap af te dalen met een kont van twee meter breed.


Het was de moeite niet waard. De aanval was meer bluf dan ballen. Zodra de dorpsbewoners in de gaten kregen dat het kasteel inderdaad vervloekt was wisten ze niet hoe snel ze ervandoor moesten gaan. Met de adrenaline nog gierend door mijn bloed, of beter gezegd; vulling en veren, zette ik samen met een handvol lakeien - en Lumière als onze aanvoerder - de achtervolging in. Ik rende zo hard als mijn korte pootjes me dragen konden, maar evenals Mme Baignoire moest ik erkennen dat het onmogelijk was de anderen bij te houden. Ik schopte gefrustreerd tegen een kei die tegen de stenen treden onderaan de toren afketste.


Net toen ik dacht dat het onmogelijk erger kon worden brak de hemel boven ons open en begon het te plenzen. Mme Bagnoire haastte zich naar binnen wat ik een nogal overdreven reactie vond aangezien zij - in het ergste geval - alleen volloopt. Ik daarentegen ben binnen een paar seconden doorweekt. Een droog matras weegt al zwaar genoeg. Helemaal als de meester ook nog eens bovenop me klimt na een lang dag.


Ik besef me net hoe vunzig dat klonk, dus wil maar even meteen verduidelijken - mocht je het nog niet doorhebben - dat ik een bed ben. Dankjewel feeën-trut die het eerlijk vond om niet alleen mijn monsterlijke baas te straffen voor zijn wangedrag, maar meteen het hele kasteel.


Nat woog het matras wel vijf keer zo zwaar. Op zijn minst! Mijn rug voelde aan alsof ik een hele week straten heb gelegd. Moeizaam sleepte ik mezelf weer naar de enorme poorten met daarachter de belofte van een warm onthaal om onze overwinning te vieren en een warm vuur.


Een vreemd geluid deed me verstijven. Het klonk alsof iemand om hulp schreeuwde. Het ging door merg en been. In eerste instantie leek het van ver te komen, maar het kwam steeds dichterbij. En vlug ook!


De realisatie dat het geluid van boven mijn hoofd kwam was te laat. Ik hoorde een van mijn poten versplinteren met een misselijk-makend gekraak toen de ongelukkige met een harde kreet neer storte op mijn matras. De stof scheurde open een een explosie dons dwarrelde op mij neer. Even bedacht ik me dat het maar goed was dat dat dorpsmeisje de vloek niet had verbroken, want dan had ik deze collisie nooit overleefd. Nu doet het geen eens pijn. Een duidelijk teken dat de vloek op het punt staat zichzelf te voltooien.


Ach, troost ik mezelf… Het had erger kunnen zijn. Ze had me ook in een w.c. kunnen veranderen.

Vervloekt