Royston Drenthe en zijn liefde voor Rotterdam en Feyenoord

Royston Drenthe en zijn liefde voor Rotterdam en Feyenoord

Royston Drenthe en zijn liefde voor Rotterdam en Feyenoord

Na achttien jaar is het eindelijk weer zover. Feyenoord kan kampioen worden. Op zondag 7 mei 2017 moet alleen nog maar worden afgerekend met stadsgenoot Excelsior. Dat kan haast niet fout gaan, denkt eenieder met een Feyenoordhart. Ook Royston Drenthe (1987) heeft zo’n hart. Hij heeft niet voor niets al sinds zijn zestiende een grote tatoeage van het Feyenoordlogo op zijn linker bovenbeen staan. Al dagen is hij zenuwachtig. ‘Het is kinderliefde’, zegt de oud-voetballer van Feyenoord vlak voor de aftrap op een stoel in een shisha lounge in het centrum van Rotterdam. ‘Toen we in 1999 kampioen werden, speelde ik in de C1 en zat ik met mijn teamgenoten in het stadion. Daarna verplicht naar de Coolsingel. En in 2002, met de Uefa Cup, was ik er ook bij. Vrije trapjes van meneer Van Hooijdonk, hè.’ Hoewel Royston als profvoetballer de hele wereld zag, is hij nergens zo thuis als in Rotterdam. De stad waarin hij op 8 april 1987 wordt geboren in het Van Dam-ziekenhuis. Als Royston drie is wordt zijn vader Guno, die drugsdealer is, vermoord in het centrum van Rotterdam. Royston groeit op in de Mauritsstraat, samen met moeder Miriam die veel hulp krijgt van haar twee zussen. De bal heeft Royston al vroeg in zijn greep. Zodra hij kan lopen wil hij tegen alles wat rond is aanschoppen. Of het nu een voetbal is of een sinaasappel, het maakt hem niet uit. Als zijn familie hem ergens mee naartoe neemt en de bal is niet mee, wordt Royston boos. Van wie hij de liefde voor de bal heeft, is een raadsel. Misschien van oom Patrick, die ook jarenlang fanatiek heeft gevoetbald. Moeder Miriam vindt het leuk dat haar zoon een hobby heeft, maar is er minder gelukkig mee als hij weer eens een vaas of glas kapot schiet. Ook de buren zijn er niet altijd blij mee dat Royston een muur gebruikt als doel. Regelmatig komen ze bij Miriam klagen over geluidsoverlast. ‘Doe hem toch op voetbal’, krijgt Miriam van alle kanten te horen als Royston vijf is. ‘Dan kan hij zijn energie kwijt en heb jij thuis minder last van de bal.’ De keuze valt op Neptunus, omdat daar al enkele bekenden voetballen. Direct behoort hij tot de beste spelertjes. Royston is klein en heeft vaak een snotneus, maar hij is voor de duvel niet bang en gaat altijd voorop in de strijd.

Royston is het gelukkigste ventje ter wereld als hij op zijn negende bij Feyenoord mag komen voetballen. Samen met zijn moeder gaat hij voor een kennismakingsgesprek naar Varkenoord, het jeugd- en trainingscomplex van Feyenoord. Omdat hij een paar weken eerder al door de club werd benaderd, heeft hij geen last van zenuwen. Hij kan juist niet wachten om het tenue van Feyenoord aan te trekken. Moeder Miriam heeft zo haar bedenkingen over de aanstaande overstap. Wie moet haar zoon naar de trainingen brengen terwijl zij hard aan het werk is? In het gesprek op Varkenoord neemt Feyenoord die zorgen weg. De club zorgt ervoor dat Royston wordt opgehaald van school en later weer naar huis wordt gebracht. Dat de linkspoot in 1996 de overstap maakt naar Feyenoord is eigenlijk niet meer dan logisch. Royston is simpelweg te goed voor Neptunus. Op Varkenoord begint hij in de E-top, maar speelt wel al elf tegen elf op een groot veld.

Hij behoort altijd tot de beste jeugdspelers. Op 15 januari 2006 mag Royston zijn debuut maken in het eerste elftal, in het uitduel met Vitesse. Een paar dagen voor de competitiewedstrijd hoort Royston dat hij met het eerste mee mag. In het stadion in Arnhem zit hij onrustig op de bank. Na rust krijgt hij een seintje van de technische staf: warmlopen. Feyenoord staat dan al met 0-1 voor dankzij een doelpunt van André Bahia, die na een klein half uur scoort. Op de tribune van het Gelredome zitten Roystons moeder Miriam en nog wat familieleden, al net zo zenuwachtig als hijzelf. Een kwartier voor tijd is het zover. Trainer Erwin Koeman roept Royston bij zich en besluit hem in te brengen. Diego Biseswar gaat naar de kant, Royston valt in als linksbuiten. Opeens staat hij daar tussen spelers als Dirk Kuijt, Patrick Paauwe en Ron Vlaar. Het Rotterdamse straatschoffie heeft het toch maar mooi geflikt. Onbevangen vliegt hij over het veld, de dreadlocks die hij inmiddels heeft dansen op de wind. Royston geniet van iedere seconde. Even lijkt hij zijn debuut te bekronen met een doelpunt, maar een afstandsschot gaat net over. Na afloop beseft hij wat er is gebeurd. Hij zoekt zijn familieleden op. Zij kunnen de grijns niet van hun gezicht krijgen, zo trots zijn ze. Het is niet zo dat op dat moment een langgekoesterde jongensdroom uitkomt. Pas een paar jaar voor zijn debuut komt bij Royston het besef dat hij het weleens tot prof zou kunnen schoppen. Eerder is hij vooral bezig met lekker voetballen, chillen op straat en niet te ver vooruitkijken. Dromen van een bestaan als profvoetballer doet hij zelden. ‘Als ik in de Mauritsstraat uit mijn raam keek, kon ik het gebouw van Nationale Nederlanden zien. Tijdens het EK 2000 stond Edgar Davids groot op dat gebouw. Ik was fan van hem. Ik keek veel voetbal op tv en Rotterdam stond op z’n kop tijdens WK’s en EK’s. Naar Davids keek ik als speler van het Nederlands elftal, niet als Ajacied. Hij was niet normaal toen. Groot op dat gebouw staan, dat leek me ook wel wat. Dat soort dromen had ik dan wel, maar niet zozeer profvoetballer zijn.’

Na zijn debuut komt Royston tijdens het seizoen 2005/2006 tot nog twee invalbeurten in de competitie. Het seizoen erop kan hij op meer en meer speeltijd rekenen. Hij bestrijkt de hele linkerkant en gaat altijd tot het uiterste, iets dat de supporters van Feyenoord erg kunnen waarderen. Hij groeit uit tot publiekslieveling. Zijn absolute hoogtepunt kent hij op 26 december 2006 als Feyenoord het in De Kuip opneemt tegen PSV. Phillip Cocu zet de bezoekers al snel op voorsprong. Op slag van rust staat Royston aan de basis van de gelijkmaker. Uit zijn vrije trap knikt Angelos Charisteas de 1-1 tegen de touwen. Royston weet van geen wijken en geeft de hele wedstrijd gas. In blessuretijd kan hij echt niet meer verder en na een zoveelste krampaanval moet hij worden gewisseld. Als hij per brancard van het veld wordt afgevoerd richting de catacomben, komt hij nog even omhoog. Hij kijkt het stadion rond, begint te lachen en klapt naar Het Legioen. Voetbalgeluk van een jonge hond met de wereld aan zijn voeten en De Kuip als speelplaats. Beter op zijn plek kan hij niet zijn. ‘Dat komt doordat je in je achtertuin voetbalt’, blikt Royston met een glimlach terug op die periode. ‘Dat is echt zo, ik zweer het. Je bent praktisch thuis. Nee, je bént thuis. De geur, de omgeving… Niets is anders bro, jeweettoch. Je bent honderd procent geliefd. Op het moment dat je de bal aanraakt, staat het publiek op. Dat was gewoon mijn ding. Als ik begon te dribbelen stond iedereen op, want ze wisten bijna zeker dat er wat leuks ging gebeuren. Dat er een akkaatje ging komen of iets anders, begrijp je? Ik dacht altijd ‘Roya, als je de bal hebt vriend en je staat één-tegen-één, dan moet je een actie maken’. Dat werd er haast van me verwacht, dus deed ik dat.’ Zoals hij in de jeugd speelde, zo gaat hij ook tekeer in het eerste. Spelen in De Kuip geeft Royston vleugels, bang om te falen is hij niet. ‘Het was genieten voor de supporters en dat gaf mij weer een enorme boost waardoor ik me eigenlijk de koning van Feyenoord voelde. Terwijl ik dat helemaal niet was, want ik was dat broekkie dat uit de jeugd kwam. Ik voelde me zo powerful dat wanneer ik honderd procent gaf, de supporters mij die extra zeventig gaven. Dan zat ik gewoon op honderdzeventig procent in die game, begrijp je? Eigenlijk is het gewoon te bizar voor woorden om dat uit te leggen, dat kun je alleen maar ervaren en ervan genieten. En dat deed ik, het was geweldig.’

Nu zit Royston op een stoel in zijn favoriete shisha lounge in het centrum van Rotterdam. Te hopen dat Feyenoord kampioen wordt. Na avonturen in Spanje, Engeland, Rusland, Turkije en de Verenigde Arabische Emiraten is hij nu weer gewoon in Rotterdam, bij zijn vrienden. Grote tv’s aan de muur, rode en groene lichtsnoeren zorgen voor kleur. Zo’n dertig jongens zijn klaar voor de wedstrijd, vooral twintigers met petjes en een baardje. Ze dragen Feyenoordtrainingspakken, liggen languit op de banken, drinken blikjes Red Bull en Fernandes en roken waterpijp. Ook Royston krijgt een waterpijp voorgeschoteld. Met de smaak blueberry, één van zijn favorieten. Een dag voor de wedstrijd loopt hij al met fakkels door de binnenstad, omdat er vast een clip wordt geschoten voor een kampioensrap die hij onder zijn artiestennaam Roya2Faces gaat uitbrengen als Feyenoord kampioen wordt. ‘Liever te vroeg juichen dan te laat’, zegt Royston, terwijl hij de waterpijp naar zijn mond brengt en een diepe hijs neemt. Hij blaast de rook uit, om hem heen doen anderen hetzelfde. ‘Je hebt het niet in eigen hand, daarom ben ik zo zenuwachtig.’ Het gaat mis, Feyenoord verliest met 3-0 van Excelsior. Een week later een nieuwe kans tegen Heracles Almelo. Royston zit weer in de shisha lounge en is opnieuw ontzettend zenuwachtig. Voor de zekerheid heeft hij een shirt van Feyenoord meegenomen waarin hij ooit in het eerste speelde. Daar kan hij straks goed mee over straat als het feest losbarst. Als Kuijt binnen veertig seconden de 1-0 tegen de touwen schiet, veert Royston op. ‘Lekker Dirk!’, roept hij. ‘Kampioenen!’ In de tweede helft wordt duidelijk dat Feyenoord kampioen gaat worden. Royston verlaat de bar en gaat de straat op. Hij wil zijn geluk delen met de supporters. Al snel stromen de straten van Rotterdam vol en wordt Royston herkend. Tientallen Feyenoorders omhelzen hem en willen met hem op de foto. ‘Royston is een Feyenoorder!’, zingen ze al springend. Royston springt mee. Voor eenieder die met hem op de foto wil, maakt hij tijd. ‘Wanneer kom jij weer bij Feyenoord spelen?’, is de meest gestelde vraag die Royston krijgt. Hij lacht zijn gouden hoektanden bloot, iedere keer weer. ‘Ik weet het niet, bro. Het is niet aan mij. Mijn tijd is geweest.’

Een dag later staan Royston en zoontje Desley van zes midden op de Coolsingel, pal voor het stadhuis. Daar staat Dirk Kuijt. Het moet iets magisch hebben. Op het bordes van het Rotterdamse stadhuis de kampioensschaal boven je hoofd tillen. Na achttien jaar wachten en verlangen, is het op 15 mei 2017 Feyenoordaanvoerder Dirk Kuijt die deze droom ziet uitkomen. Een dag eerder wordt hij een levende legende door drie keer te scoren in het kampioensduel met Heracles Almelo (3-1). Voor hem staan nu zo’n 150.000 mensen, uitzinnig van vreugde. Volwassen mannen huilen tranen van geluk als Kuijt de schaal aan de menigte laat zien. Royston tilt zijn zoontje op een bushokje. De kleine Drenthe - over zijn schouders een blauw uitshirt van Feyenoord met op zijn rug het nummer 10 en zijn voornaam - kan het festijn zo goed aanschouwen. Wie weet hoelang het duurt voordat dit nogmaals gebeurt. Vader en zoon zingen uit volle borst mee met het Hand in Hand. Allebei een zwarte zonnebril voor hun ogen, hetzelfde petje achterstevoren op hun hoofd. FRFC staat er in grote, witte letters op. Fanatic Support Rotterdam valt eronder te lezen. Feyenoord en Rotterdam, voor altijd in het hart.

Vond je dit een mooi verhaal? Like, volg en deel het dan met je vrienden en familie.
We zijn ontzettend benieuwd naar jouw eigen verhaal over Rotterdam! Doe je ook mee met de RotterdamSchrijft schrijfwedstrijd? Je kunt toffe prijzenpakketten winnen. Meer informatie www.rotterdamschrijft.nl