Hoofdstuk II

Exthreaven SQUAD 1: Hemelse Missie

Hoofdstuk II

“351 euro? Voor vijf boeken? Bent u daar zeker van?”

Bij de cursusdienst werd mijn stemming er niet bepaald beter op: de studieboeken die ik besteld had bleken opeens bijna vijftig euro duurder dan ik had uitgerekend.

“351,74 euro om precies te zijn”, antwoordde de medewerkster – een oudere vrouw met een donkere huid en een glimlach vol medelijden toen ze zei: “Staat er niet genoeg geld op je rekening, liefje?”

“Nou jawel hoor, ten minste, dat denk ik …”

Ik haalde in een ondoordacht automatisme mijn iPhone uit mijn broekzak om op mijn bank-app te kijken wat er nog overbleef van mijn studiebeurs na al dat peperdure studiemateriaal. Ik bedoel, serieus, konden ze die boeken niet gewoon online smijten aan de prijs van een ebook, of zo?

Maar toen besefte ik natuurlijk dat mijn mobieltje betere tijden had gekend.

Mijn scherm bleef spottend zwart. Hopelijk geen voorteken van zwarte sneeuw wat de stand van mijn bankrekening betreft, dacht ik met een oogrol.

“Probeer nu maar gewoon, liefje. Als het niet werkt, leggen we voorlopig een boek aan de kant voor je. Klinkt dat goed?”

Ik knikte. De medewerkster van de cursusdienst duwde het pinautomaatje naar me toe en bijtend op mijn lip stak ik mijn bankkaart erin.

Morituri te salutant, schoot een zinnetje uit mijn middelbareschool-Latijn me te binnen. Zij die gaan sterven, groeten u.

PIEP PIEP PIEP.

 

Ik rekende de boeken af die ik wél kon betalen (drie van de vijf) en bedacht me dat ik Ewout zonder mijn mobieltje natuurlijk helemaal niet kon contacteren over mijn verpieterde iPhone. Net toen zag ik Ewout’s klasgenoot en studieverenigingskameraad Ben door de hal slenteren met allemaal opgerolde posters onder zijn arm.

“Hé, heb jij Ewout gezien?”

“Die is op het pleintje aan het posteren voor de Oktoberfest-cantus. Check de Zuil.”

“Thanks!” riep ik hem na, maar hij was al weg.

Op een drafje rende ik naar buiten. Het binnenpleintje van de Hogeschool Vrijsdene leek in het grijze herfstweer wel een filmset die de Sovjet-Unie moest voorstellen, allemaal grijs beton en bewakingscamera’s.

Toen ik hier op de bezoekdag was aan het begin van de zomer, leek het een magische, volwassen, vrije plek waar ik heimelijk hoopte een hele vriendengroep te hebben om allemaal intelligente discussies mee te voeren en tijdens springuren in het studentencafé rond te hangen. Maar nu ik hier was …

Tja, meer Sovjet-Unie, minder Central Perk uit ‘Friends’.

Als je ietsje verder liep kwam je wel op een graspleintje met enkele bomen dat recenter was aangelegd. Ik spotte Ewout zoals beloofd aan de Zuil; een betonnen pilaar waar iedereen van de campus posters en zoekertjes op mocht hangen.

“Ewout!”

Hij smeet een klodder behangerslijm over de Oktoberfest-poster en smeerde die goed uit alvorens zich naar me om te draaien.

“Ah, Cleo! Daar ben je dan. Had je gisteren niet gezien.”

Hij leek oprecht blij om me te zien, maar natuurlijk wist ik dat dat vooral zo was omdat mijn tante hem gevraagd had een oogje in het zeil te houden gedurende mijn eerste maand op de hogeschool. Want euh, misschien is dit het goede moment om te bekennen dat Ewout geen coole, oudere vriend van me is.

Hij is mijn neef.

Al was hij tegelijkertijd ook best wel een coole, oudere vriend, hoor. We waren altijd vrij close geweest, gezien mijn moeder en haar zus dat ook zijn.

Hij studeerde Sociaal-Agogisch Werk en was ondervoorzitter van zijn studievereniging, maar verder was hij ook een half genie met alles wat met technologie te maken had. Vandaar dat ik hoopte dat hij mijn iPhone zou kunnen redden van een vroegtijdig watergraf …

“Ewout, mijn mobieltje is in het water gevallen”, bekende ik met een pruillip. Ik stak het toestel naar hem uit en hij nam het aan, bekeek het vluchtig.

“En met water bedoel je … een vijver? De zee? Een oceaan?”

“Uhm, de wilde wateren van de wc op de tweede verdieping?”

Hij grijnsde: “Nice.”

Tot mijn verbazing gaf hij m’n iPhone meteen weer terug.

“Niets mee doen, gewoon een nacht op een warme, droge plek leggen en 24 uur laten liggen waar ‘ie ligt. Niet bewegen, niet in een rijstpot stoppen, gewoon laten liggen. En een schietgebedje zeggen”, voegde hij er met een lach aan toe. “Hé, nu je hier toch bent, hou dat hoekje even vast, wil je?”

Ik hielp hem met de laatste poster toen ik vlak daarnaast een advertentie spotte die duidelijk al enkele dagen in weer en wind op de Zuil kleefde.

Het witte A4-papier was helemaal gegolfd van de regen en de tekst was iets uitgelopen, maar nog goed leesbaar:

 

STUDENTENJOB VOLLEDIGE HERFSTVAKANTIE*
Minimumloon/dag + € 2000 bonus.

18+, m/v, ervaring niet vereist.

Aanmelden bij Dr. Giamotto t.e.m. 13/10.

Sollicitatietest 14/10, 8 u. – 16 u., D202.

(*incl. weekends)

 

Wow!

Tweeduizend euro? Daarmee kwam ik het academiejaar wel door! Het zou zo’n opluchting zijn voor mama als ik dat geld zou kunnen verdienen en ze niet meer moest inzitten met de hoge kosten van mijn studie ...

Misschien kon er dan zelfs nog wel een nieuw mobieltje af!

Blijkbaar was ik niet de enige HV-student die er zo over dacht, want van de afscheurstrookjes met contactgegevens erop was er nog maar eentje over.

Net toen ik ernaar reikte, deed een andere hand dat ook. Ik keek opzij in de blauwgrijze ogen van een jongen die verbaasd zijn hand terugtrok – het afscheurstrookje achterlatend, wapperend in de oktoberwind.

“Sorry, wilde jij ‘m?” vroeg de blauwogige, bruinharige jongen.

“Oh, euh, ja. Maar jij … Jij was eerst, denk ik.”

“Ladies first”, gebaarde hij met een ironische galantie naar het strookje.

“Nee echt, neem maar! Ik zou die job waarschijnlijk toch niet krijgen, ik ben nog maar z…”

We maakten oogcontact en moesten allebei een beetje glimlachen. Aan hoe overdreven beleefd we ons gedroegen, zou je bijna denken dat we Brits waren.

Toen scheurde de jongen het strookje eraf, keek er een seconde naar, en overhandigde het aan mij.

“Heb je dat zo snel onthouden dan?” vroeg ik ietwat sceptisch.

De jongen haalde zijn schouders op. “Goed geheugen.”

“Waarom wilde je het strookje dan überhaupt?”

Nog een schouderophaling, gevolgd door een non-antwoord: “Succes met de sollicitatieprocedure. Klinkt intens.”

“Ja, best wel”, moest ik toegeven.

Fronsend doorlas ik de advertentie nog eens. Achttien plus … Om wat voor job ging dit eigenlijk?

Zelf werd ik pas achttien aan het einde van de maand, vlak voor de start van de herfstvakantie. Hopelijk was dat geen probleem voor die Dr. Giamotto.

“Nou, jij ook succes”, zei ik zonder het te menen. Ik had dat baantje echt, écht nodig. “Maar dat heb je met dat goede geheugen van je vast niet nodig.”

Grappend tikte ik op mijn eigen blonde hoofd, me opeens erg bewust van de manier waarop de wind mijn krullerige bob op een baal hooi had doen lijken.

Hij keek me recht aan, zijn blauwe ogen sprankelend van ondeugd: “Een meisje met een klodder lijm op haar gezicht vergeet je alleszins niet snel. Je hebt iets, precies daar …”

Hij veegde illustratief langs zijn eigen mond om te indiceren waar de lijm zich bevond. Gehaast haalde ik mijn mouw over mijn gezicht. Bah, lijm!

Hier zat ik me druk te maken om mijn kapsel, terwijl ik … Gewoon, bah.

Met één opgetrokken wenkbrauw, maar zonder verder nog iets te zeggen, draaide de jongen zich om en verdween hij doorheen de wervelwind van dorre bladeren.  

“Flirt alert”, zei Ewout in een zangerig, vrouwelijk stemmetje zodra de jongen buiten gehoorsafstand was.

Ik rolde met mijn ogen.

“Ja hoor, strijden om dezelfde vakantiejob, megaromantisch. Ken jij die dokter Giamotto trouwens?” veranderde ik het onderwerp snel. “Is dat een lector, denk je?”

“Giamotti, Giamotto … Is dat niet die rare kwiet van Wereldreligie? Bril, sikje, nogal euh, rond van verschijning?”

“Die man in dat beige kostuum die op een Laaglandse versie van Pavarotti lijkt?”

“Ja, die! Geloof ik toch.”

Nou, een lector Wereldreligie klonk alleszins nog wel vrij onschuldig, ondanks de eis voor meerderjarigheid. En tweeduizend euro … Ik had dat geld nodig.

Ik moest die vakantiejob hebben, koste wat kost.

Hoofdstuk III