Hoofdstuk 1

Gevoelige snaren

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 1

 

Linn

Vermoeid tilt Linn de zware bijl nog een keer boven haar hoofd. Dit is het laatste blok, dan is het genoeg om de kachel weer voor een avond te stoken. Veel hout is er niet meer en de blokken die er liggen zijn helaas te groot om zo in de kachel te duwen. Over een paar dagen wordt hopelijk de verwarming gemaakt. Dan hoeft ze het huis niet meer met het houtkacheltje warm te stoken. Na de laatste slag valt de bijl bijna uit haar krachteloze armen. Buiten adem gaat ze op het hakblok zitten en steunt op de steel van de bijl. Ze laat haar hoofd op haar armen rusten tot het draaierige gevoel minder wordt.

Het laatste jaar was er werkelijk niets gemakkelijk gegaan. Nadat Johan was omgekomen, was het erg moeilijk geweest om alleen in het appartement in Stockholm te wonen. Ze had keihard gewerkt om in de muziekwereld aan de top te komen en het verlies te verwerken.

Linn veegt haar bezwete voorhoofd af en bekijkt vervolgens haar handen. In korte tijd hadden zich daar al enkele blaren gevormd door het ongewone werk. Trillend op haar benen raapt ze de houtblokken op en loopt met de hele stapel in haar armen langzaam over het paadje richting haar voordeur. Gelukkig hadden haar ouders via vrienden kunnen regelen dat ze in dit huisje kon trekken. Ze had weg gewild uit het appartement in Stockholm dat ze met Johan had gedeeld. Weg van de herinneringen, het hectische drukke leven en vooral van Marcel. De koude rillingen lopen langs haar rug, niet alleen omdat ze zich slap voelt door de griep waarvan ze net hersteld is, maar vooral door de angst die ze weer voelt opkomen als ze aan hem denkt.

Voorzichtig, om de houtblokken niet te laten vallen in het laatste restje sneeuw dat er nog ligt, beklimt ze de drie treden naar het kleine terras voor haar huisdeur. Ze draait zich half om en probeert met haar elleboog de klink van de deur naar beneden te duwen. Net als ze een tweede poging onderneemt, hoort ze achter zich zware voetstappen. Met een ruk draait ze zich om, waarbij de stapel houtblokken uit haar handen glijdt en met veel lawaai op het terras klettert. Ze krimpt ineen als het hout een flink aantal splinters achterlaat in haar handen. Vlak achter haar blokkeert een forse man het kleine trappetje. In een flits ziet ze Marcels grimmige gezicht. Ze snakt naar adem van schrik en doet een stap achteruit waardoor ze struikelt over de houtblokken die over het hele terras verspreid liggen. De man steekt razendsnel zijn arm uit en behoedt haar voor een val door haar naar zich toe te trekken. Linn wankelt en knalt pijnlijk met haar hoofd tegen zijn borstkas. Met haar vuisten duwt ze zich van hem af en zoekt steun bij de muur. Haar hart bonkt in haar keel. Ze staart hem naar adem happend aan. Het is Marcel niet. Het is een onbekende die haar geschrokken aankijkt. Hij maakt een afwerend gebaar met zijn handen. ‘Sorry,’ zegt hij, ‘dat ik je zo laat schikken. Ik wilde je helpen met het openen van je deur.’

Met moeite perst Linn er een antwoord uit. ‘Geeft niet.’ Haar stem klinkt iel en pieperig. Ze schraapt haar keel en bukt om de houtblokken weer op te rapen. Vanuit haar ooghoeken houdt ze de man nauwlettend in de gaten.

Ze verstijft als hij snel naast haar knielt en zijn hand uitsteekt naar het hout dat ze net opgeraapt heeft.

‘Geef maar hier,’ zegt hij terwijl hij haar de blokken uit handen neemt, ‘het is tenslotte mijn schuld dat je ze hebt laten vallen.

Linn komt overeind en doet een stap naar achter. Op deze veilige afstand probeert ze haar oppervlakkige ademhaling onder controle te krijgen. Ze kijkt hoe de man alle blokken in één van zijn sterke armen opstapelt. Dan staat hij op en opent met zijn lege hand de deur. ‘Waar wil je ze hebben?’ vraagt hij over zijn schouder.

Linn aarzelt, ze wil de man niet binnenlaten, maar hij loopt al haar keuken in. Vanuit het halletje wijst ze naar een houten kist naast de kachel. ‘Daar’, zegt ze.

De man legt de blokken in de kist en slaat daarna de houtsplinters van zijn handen en de mouw van zijn jas en draait zich naar haar om. ‘Ik zal me even voorstellen. Ik ben Lars, je buurman. Ik woon met mijn vrouw in het huis dat jij nog net tussen de kale bomen door kunt zien.’ Hij wijst door haar keukenraam naar buiten en steekt dan zijn grote hand uit.

‘Ik ben Linn Gustafsson’, antwoordt ze en steekt aarzelend haar hand uit. Lars omvat haar hand in een warme stevige handdruk, waardoor ze meteen weer weet dat haar handen onder de blaren en vol splinters zitten. Haar gezicht vertrekt van pijn.

‘Sorry, ik wilde je geen pijn doen. Lars greep wordt losser en hij draait haar hand met de palm naar boven om hem te bekijken. ‘Dat ziet er lelijk uit. Die splinters moeten eruit anders gaan de wondjes ontsteken.’

 Linn loopt de keuken in en zoekt steun bij de keukentafel.  Ze knikt ‘Ja, eerst even uitrusten en dan zal ik er wat aan doen.’ Er valt een ongemakkelijke stilte, waarin Linn bijna lijfelijk voelt hoe de man haar van top tot teen in zich opneemt. Hij schraapt ongemakkelijk zijn keel en haalt zijn neus op.

‘Ik kwam langs om te kijken of alles in orde is’, zegt hij dan schouderophalend. ‘We wisten dat er iemand in dit huis getrokken was, maar de laatste dagen zagen we niemand meer. Hij doet een stap in haar richting en kijkt haar onderzoekend aan. Linns maag schiet direct weer in een strakke knoop.

‘Gaat het wel goed met je?  Om eerlijk te zijn zie je eruit of je elk moment kunt omvallen.’

Linn slikt, haar mond is zo droog dat haar tong bijna vastgeplakt zit aan haar verhemelte.

‘Ik had griep. De afgelopen week heb ik amper wat gegeten’, zegt Linn. Haar stem klinkt schor. Ze schuift wat bij hem vandaan en gaat rechtop staan. Laat niet merken dat je je onprettig voelt. Rustig ademhalen. Het is geen Marcel, maar gewoon een vriendelijke buurman. ‘Maar nu gaat het wel weer en dat komt goed uit’, praat ze zo rustig mogelijk verder, ‘want het wordt hoog tijd om inkopen te doen. Ik heb bijna niks meer in huis.’

‘Woon je hier dan alleen? Heeft niemand boodschappen voor je gedaan of voor je gezorgd toen je ziek was?’ vraagt hij verbaasd.

Linn strijkt een lok haar uit haar gezicht en schudt haar hoofd. ‘Ik ken hier niemand en kon dus ook aan niemand laten weten dat ik ziek was, of dat ik iets nodig had.’ Langzaam voelt ze hoe haar hartslag weer normaal wordt.

Lars wrijft met zijn hand in zijn nek. ‘Sorry, normaal was ik al veel eerder langsgekomen, maar mijn vrouw is twee weken geleden bevallen van ons dochtertje. We hadden onze handen vol.’ Dan grijnst hij ineens. ‘Kom vanavond bij ons eten. Dat ben ik je wel verschuldigd nu ik je zo heb laten schrikken.’

Linn schudt haar hoofd. ‘Nee, dat kan ik niet aannemen, jullie hebben het te druk met jullie eigen gezinnetje en…’

‘Natuurlijk wel. Het loopt nu weer veel rustiger thuis. Mijn zusje is komen helpen en mijn vrouw voelt zich prima.’ Lars haalt zijn mobieltje uit zijn broekzak. ‘Dus knap je een beetje op, dan bel ik even naar huis dat ze rekening moeten houden met een extra eter.’

Linn aarzelt en haalt dan haar schouders op. ‘Goed, dankjewel.’ Eigenlijk wel fijn om even uit huis te kunnen, denkt ze, en mensen te leren kennen. Bovendien klinkt een warme maaltijd heel aantrekkelijk.

Terwijl Lars belt, duikt Linn de kleine badkamer in. Daar wast ze voorzichtig haar pijnlijke handen en haar gezicht. Ze bekijkt zichzelf in de spiegel. ‘Jezus wat zie je er uit’, moppert ze zacht. ‘Lijkbleek, wallen en mager.’ Haar donkergrijze ogen lijken te groot voor haar gezicht en haar mond te breed. Ze knijpt in haar wangen om er wat kleur op te krijgen en doet een beetje mascara en lippenstift op. Dan haalt een borstel door haar roodblonde haar. Gelukkig had ze dat vanmorgen gewassen, waardoor het nu als een waterval glanzend tot op haar schouders valt. Verkleden hoeft niet, ze heeft een nieuwe spijkerbroek en een zachte warme trui aan, dat is netjes genoeg. Met een diepe zucht laat ze het laatste restje spanning van zich afglijden.

Lars bergt net zijn telefoon op als Linn de keuken weer binnenkomt. Hij draait zich om als hij haar hoort aankomen. ‘Mijn vrouw wil heel graag kennis met je maken, je bent van harte welkom’, zegt hij. ‘Kom, dan gaan we.’

Linn loopt achter hem aan naar de voordeur en pakt in het voorbijgaan haar jas van de kapstok. Bij het houthakken had ze het warm genoeg gehad, maar nu is het te fris. Ze sluit de deur af en loopt samen met Lars over het smalle besneeuwde grindpad naar zijn huis.

Voor de deur van zijn huis stampt Lars zijn laarzen schoon en trekt ze daarna op de mat in het halletje uit. Linn volgt zijn voorbeeld en hangt haar jas op. Nog voordat Lars de tussendeur naar de grote woonkeuken kan openen, zwaait die al open en rent een peuter lachend op zijn vader af. Lars tilt hem hoog op en knuffelt het ventje. ‘Dit is Michel, mijn jongste zoon.’ Michel kijkt verlegen in haar richting.

‘Hallo Michel’, zegt Linn zacht. Het jongetje stopt zijn gezicht weg in de hals van zijn vader, maar gluurt vanaf die veilige plek nieuwsgierig naar haar. Met Michel op zijn arm loopt Lars de keuken binnen. Linn volgt hem.

Aan de keukentafel zit een blonde vrouw met een baby op haar arm. Naast haar zit een eveneens blonde jongen van een jaar of negen. Achter het fornuis staat een donkerharige vrouw het eten voor te bereiden. Ze kijken allemaal op als Lars, gevolgd door Linn binnenkomt. Lars zet zijn zoontje neer en loopt naar de vrouw achter het fornuis en geeft haar een kus waarna hij iedereen voorstelt. ‘Linn dit is mijn vrouw Enya. Aan tafel zit mijn zusje Tindra met mijn dochtertje Lisa en mijn zoon Aaron.’ Linn knikt vriendelijk naar iedereen. ‘Hallo.’

Aaron kijkt haar ronduit nieuwsgierig aan. Tindra glimlacht vriendelijk.

‘Jullie kunnen Linn beter geen hand geven,’ vervolgt Lars, ‘haar handen zitten namelijk vol blaren en splinters van het houthakken. Dat herinnert mij eraan dat daar nog naar gekeken moet worden.’

Enigszins verlegen met de situatie zegt Linn: ‘Ja, dat doe ik vanavond thuis wel.’ Lars schudt zijn hoofd. ‘Volgens mij kunnen we dat beter direct regelen.’

‘Ik kijk er wel even naar’. zegt Tindra zacht. ‘Als jij de baby even wilt overnemen…’

Lars loopt naar zijn zus toe en pakt de baby van haar aan.

Aaron glijdt van zijn stoel. ‘Mag ik de splinters zien?’ vraagt hij aan Linn.

Linn laat hem haar handen zien. ‘Zo hé, dat is een grote!’ wijst hij. ‘Dat doet straks vast hartstikke zeer als Tindra hem er uithaalt.’

‘Echt waar?’ vraagt Linn. ‘Dan denk ik dat ik ‘m maar laat zitten.’ Ze stopt haar handen achter haar rug. Met grote ogen kijkt Aaron haar aan. ‘Dat kan niet hoor,’ zegt hij met een serieus gezicht, ‘dan gaat het ontsteken en dat doet nog veel meer pijn. Tindra kan het echt heel goed hoor.’

Linn bijt op haar onderlip. ‘Echt?’

Aaron knikt bevestigend. ‘Ja, Tindra heeft bij een dokter gewerkt.’

‘Oké, dan moet het maar’, geeft Linn met een glimlach naar Tindra toe.

 


 

Hoofdstuk 2