Bibi

Bibi

Bibi

Het lachende gezicht van Bibi staart me vanaf de voorpagina aan. Er gaat een rilling door me heen. Ze is nu al bijna een week verdwenen en de politie lijkt nog geen enkel spoor te hebben.

Owen ziet me kijken.

‘Gaat het, lieverd?’

Ik knik. Hij is niet overtuigd.

‘Ik zie dat je je zorgen maakt.’

‘Natuurlijk,’ reageer ik een beetje geprikkeld. ‘Het is niet niks als zoiets gebeurt, zeker niet als je diegene kent.’

Ik heb Bibi een paar jaar geleden ontmoet op het schoolplein, tijdens het brengen en halen van onze dochtertjes, en we gaan naar dezelfde sportschool. We lopen de deur niet bij elkaar plat, maar in de loop der jaren ben ik haar toch als een vriendin gaan beschouwen.

Ik zie dat Owen nog iets wil zeggen, maar daar heb ik geen zin in. Ik pak mijn sporttas van de keukentafel, druk hem een kus op zijn wang en loop de deur uit.

 

Ook in de kleedkamer is Bibi het gesprek van de dag. Dat is ze al een paar dagen, maar Tara heeft een nieuwe theorie. Op samenzweerderige toon pakt ze me bij mijn arm en wijst ze naar een paar lockers waar sinds vandaag papiertjes op geplakt zijn.

‘Dit zit me niet lekker, Vic.’

Ik hou er niet van als ze me ‘Vic’ noemt, want zo close zijn we niet, maar ik slik mijn eerste reactie weg en kies voor de beleefde.

‘Wat niet?’

‘Die briefjes.’

‘Waar zijn die voor dan?’

Ze trekt me er dichter naartoe en leest voor: ‘Het is niet toegestaan om lockers langere tijd in gebruik te houden. Na zeven dagen zullen deze dan ook door ons personeel worden geopend en ontruimd.’

Ik vraag me af hoe ze zoiets bijhouden, want hoe weet je of een locker die avonden achtereen dichtzit, niet tussendoor open is geweest? Dit kunnen ze toch niet maken? Schichtig zoek ik om me heen naar camera’s. Dat zullen ze toch niet doen in een kleedkamer? Dat is toch in strijd met onze privacy? Wat als …

Mijn gedachten worden onderbroken door Tara.

‘Vind jij dat niet eng?’

Bijna knik ik, maar net op tijd weet ik me te beheersen.

‘Hoezo?’ vraag ik. ‘Als je gewoon op tijd je spullen eruit haalt, zit er niemand aan.’

‘Nee, dat bedoel ik niet. Ik bedoel vanwege Bibi.’

En we zijn weer terug bij Bibi.

‘Je weet toch maar nooit wat mensen hier bewaren,’ gaat Tara verder.

‘Wat heeft dat met Bibi te maken?’

‘Mensen doen gekke dingen, Vic. Dat zie je nu maar weer. En dan kun je het spul beter hier hebben liggen dan thuis.’

‘Het spúl?’

‘Ja, je weet wel… Drugs, wapens, dat soort dingen.’

Ik krijg het benauwd. Ik wil dit gesprek niet meer. Tara maakt me bang, maar dat hoeft ze niet te weten. Ik strik snel mijn veters, mompel dat ik een druk schema heb en loop de kleedkamer uit.

 

Ik kan me niet concentreren op het sporten, omdat ik alleen nog maar kan denken aan de briefjes op de lockers. Het is natuurlijk belachelijk wat Tara zei over drugs en wapens, maar ze heeft me wel stof tot nadenken gegeven.

 

Tijdens de cooling down ben ik drukker met het ordenen van mijn gedachten dan met mijn lichaam.

Ik denk aan Bibi’s lachende gezicht.

Op de voorpagina.

Maar ook daarvoor, op het schoolplein, kletsend over onze kinderen.

In de sportschool, bezweet maar tevreden met haar strakke lijf.

Op de bank, met een kop koffie.

In de kroeg, met een glas wijn.

Vlak bij Owen’s gezicht, voordat ze hem zoent.

 

Ik moet een andere plek voor haar spullen zoeken.