Hartsteek

Hartsteek

Hartsteek

Mijn grip op het mes verslapt. Ze zakt voor mijn neus in elkaar en grijpt met beiden handen naar haar ribben, waar het mes uitsteekt. Het mes dat ik zo vaak gebruikt heb voor het bereiden van heerlijke gerechten. Ik hou van koken, het geeft me rust. Het mes, dat nu niet meer zo smetteloos is als normaal, ligt altijd onder handbereik in de keuken. De glanzend zwarte keuken waarin het bloed langzaam de witte marmeren vloertegels rood kleurt. Het is donkerder dan ik had verwacht, en dikker, als stroop. Ze probeert het mes uit haar borst te trekken, maar het ontbreekt haar aan kracht. Die kracht sijpelt met het bloed weg op mijn ooit zo fris ogende keukenvloer.

 

Mijn gedachten gaan alle kanten op, maar ik wil me focussen op wat ze zojuist heeft gezegd. Ik wil het eigenlijk niet weten, maar het moet. Ik moet de betekenis ervan zien te plaatsen. Is het überhaupt wel waar? Ze zei het zo emotieloos dat het me extra diep raakte. Als het echt waar is, staat mijn wereld op zijn kop. De basis die ik ooit dacht te hebben is onder me weggeveegd, zoals de vloer onder haar voeten.

Ze kreunt.

‘Hou je mond!’ roep ik. ‘Zo kan ik niet denken.’

Het kreunen stopt niet en ze probeert overeind te komen, terwijl ze haar gezicht samenknijpt in een grimas die haar rimpels dieper doet lijken. Het doet haar alleen extra pijn, ze krimpt in elkaar en blijft daarna voorzichtig hijgend liggen. Ik probeer haar ongecontroleerde ademhaling te negeren. Ik leg mijn handen over mijn oren en draai me om, zodat al mijn zintuigen haar buitensluiten. Behalve de geur. Ik wist niet dat je bloed kon ruiken. Maar ik ruik haar bekende penetrante zweetlucht met een onbekende toevoeging, die me aan roest doet denken.

 

Was het echt mijn oom? Dat kan toch niet? Dat is gewoon weerzinwekkend, zelfs voor haar. Nu pas begrijp ik waarom hun intieme begroetingen me altijd al kriebels bezorgden. Komt het dan door hem dat ik zo geworden ben? Welke sadist houdt een dergelijk geheim dertig jaar achter voor iemand van wie je zoveel houdt? Of zou moeten houden. Mijn oom. Ik word misselijk als ik denk aan zijn vieze blikken en pokdalige gezicht. Of komt het door die geur van bloed en zweet? Ik haal me allemaal dingen in mijn hoofd, dit gaat niet goed. Hier kom ik nooit overheen. Het is gewoon ziekelijk en ik ben daarvan het resultaat. Wat zegt dat over mij? Anderen zullen me vies vinden en me verwerpen als ze het zouden weten. Ik zou op straat bespot en nageroepen worden. Daar kan ik toch niet mee leven! Wie kan ik ooit nog vertrouwen?

 

Ik draai me naar haar toe. Haar gezicht is verkrampt van de pijn. Ik zit met zoveel vragen, maar ik wil ze aan haar niet stellen, ook al heeft zij de antwoorden. Ik wil haar nooit meer horen praten. Het kunnen alleen maar leugens zijn die uit haar mond komen, toch?

Ze geeft het op om zichzelf te helpen en kijkt me woedend aan. Haar ogen knijpen zich samen en spuwen vuur.

‘Kijk nou wat je gedaan hebt!’ zegt ze met het kleine beetje volume dat ze nog bezit. ‘Ik heb altijd al geweten dat ik je weg had moeten halen toen ik de kans kreeg, trut!’ Haar blik is onbeschrijfelijk, zoveel haat heb ik nog nooit gezien. Dit is niet de blik van iemand die ooit van me heeft gehouden.

Ik voel mijn hart kloppen, bloed trekt naar boven en mijn ademhaling wordt sneller. Mijn zicht wordt schimmig, net als de flarden van gedachten die door mijn hoofd gaan. Ik buig me voorover, trek het mes met een ruk uit haar en steek het met al mijn kracht een stukje hoger in haar lichaam. Ik wil haar net zo hard raken op de plek waar ze mij zojuist zo hard heeft geraakt.

De waas trekt weg. Ik zie alle kleuren weer helder. Het zwarte, het witte en vooral het rood, het rood dat zich verspreidt als een olievlek. Ik zie haar liggen. Haar mond en ogen staan wijd open van verbazing, maar ze beweegt niet meer.

‘Dag moeder’, zeg ik terwijl ik het mes in de vaatwasser leg.