De diagnose

De diagnose

De diagnose

  ‘Doevendans, aangenaam,’ zegt de man van middelbare leeftijd, terwijl hij zijn hand uitsteekt en half over het bureau reikt.

  ‘Maria van Gemert,’ antwoordt de jonge vrouw en ze schudt de uitgestoken hand.

  ‘Neemt u plaats.’

  ‘Dank u dokter.’

Maria schuift een eenvoudige stoel naar achteren en parkeert haar zitvlak tegenover dokter Doevendans.

  ‘Zo zo,’ zegt hij met een schuin oog op de opgeslagen ordner.

  ‘Uw vorige huisarts was dokter Wieringa in Hoogeveen. Wat brengt u hier?’

  ‘Jeuk.’

  ‘Uitslag?’

  ‘Een tegen twee in het voordeel van Utrecht.’

Doevendans knippert met zijn ogen.

  ‘Pardon?’

  ‘Het pardon. Zelfstandig naamwoord. Afkomstig van het Franse werkwoord pardonner. Eerste treffer dateert uit 1858: pardonnez. Betekent: vergeef mij. Spijt of berouw tonen. ’

Langzaam leunt Doevendans naar achteren en een lachje doet zijn lippen krullen. Hij werpt voor de zekerheid een blik op de kalender aan de muur en leest: 1 april 2069. Met zijn wijsvinger tikt hij op een display en het grijnzende gezicht van zijn assistente verschijnt.

  ‘Hoe luidt de diagnose Willem?’ vraagt ze plagerig. ‘Draadje los? Heeft ze een update nodig of is het een kwestie van gewoon de olie verversen?’