Losgelaten

Losgelaten

Losgelaten

De reling. Lijkt één seconde naar me toe te vallen. Wanneer mijn hand zich uitstrekt. Mijn vingers grijpend. Smekend.

Ik vertel ze om het niet te doen. Om me mijn laatste beetje waardigheid niet te ontnemen. Ik vertel ze dat het niet lang meer zal duren. Voor ze weer bij elkaar kunnen zijn. Ik weet dat ze elkaar niet te lang kunnen missen. Maar hun vingers zullen zich verstrengelen. En plechtig voor mijn hart bewijzen. Dat ze elkaar nooit meer los zullen laten.

Hij heeft mijn vingers losgelaten. Hij kon me niet eens in de ogen kijken. Kon me niet eens vertellen waarom. Hij kon alleen maar duwen. Zijn arm koud en hard tegen mijn lichaam. Onverbiddelijk.

De wolken dirigeren een lied in mijn hoofd. Onhoorbaar. Maar mijn lichaam kan het ritme voelen. Een choreografie van maaiende ledematen. Zoekend naar enige houvast. Maar de reling is verder nu. Te ver. Het balkon iets uit een vorig leven. Zou ik nog een volgend leven krijgen? Ik hoop van wel. Ik hoop van niet. Niet als het zoals dit leven wordt. Niet als ik altijd alleen dans. Terwijl hij toekijkt. Zoals nu. Vol minachting. Mijn spiegelbeeld.