Gefeliciteerd, Gil

De Grijze Jager, De Onvertelde Verhalen

Gefeliciteerd, Gil

Net voor de bocht stopte ik Sabrina en steeg, een beetje stijf na de lange rit, af. Met een luide knak strekte ik mijn rug en liep een paar passen om de stijfheid uit mijn benen te krijgen.

‘Goedemiddag, Halt,’ begroette ik mijn voormalige mentor.
‘Hoi, Carly,’ zei de man voor me.

Voor een paar seconden stonden we een beetje ongemakkelijk tegenover elkaar, maar daarna omhelsden we elkaar stevig. ‘Ik heb je gemist, Halt,’ fluisterde ik tegen zijn schouder. Halt zei niks, greep me alleen iets steviger vast.

Het was Halt die onze knuffel verbrak. ‘We moeten gaan; ik heb geen zin om te laat te komen.’
Met een uitgestreken gezicht knikte ik en liep naar mijn paard. Eenmaal met mijn rug naar Halt toe, kon ik mijn grijns niet tegenhouden. Ik had Halt en zijn stugge manier van doen heel erg gemist.

‘Als je uitgelachen bent, kunnen we misschien eindelijk vertrekken.’ Nog steeds met een grote grijns op mijn gezicht steeg ik op. Hoe chagrijnig Halt ook keek, ik wist dat hij diep vanbinnen toch blij was om me te zien.

Ik voelde Halt’s blik op me gericht en ik wist dat hij iets ging zeggen over hoe ik eruitzag. Ik hoefde niet lang te wachten: ‘Je bent afgevallen.’ Ik bedwong de neiging om met mijn ogen te rollen. Alsof ik dat zelf nog niet wist.

‘Slaap je wel genoeg?’ Ik stond op het punt een scherpe opmerking te maken, maar het spoortje bezorgdheid dat ik in zijn stem hoorde, hield me tegen.
‘Eerlijk gezegd niet. ik kan maar niet in slaap vallen en als ik eindelijk slaap, zijn mijn dromen gevuld met nachtmerries. En door alle stress kan ik geen hap door mijn keel krijgen.’ Mijn stem brak en ik keek snel weg in de hoop dat Halt de tranen niet zag die in mijn ogen waren verschenen.

‘Ik dacht dat de nachtmerries gestopt waren,’ verbrak Halt wederom de stilte.
Ik schudde mijn hoofd, mijn voormalige mentor nog steeds niet aankijkend. ‘Toen ik in Gallica achter Lysander aanzat, kreeg ik de eerste sinds lange tijd. Sindsdien zijn ze niet meer weggegaan.’

Ik voelde een warme hand op mijn arm en keek op, recht in het bebaarde gezicht van Halt. Het viel me op dat hij had er nog meer grijze haren bijgekregen sinds de laatste keer dat ik hem zag.

‘Gilan weet van niks?’ vroeg ik, snel van onderwerp veranderend.
Halt begreep de hint en schudde zijn hoofd. ‘Hij zal het vast geweldig vinden om je weer te zien; hij heeft je echt gemist.’
‘En ik hem ook.’

                                                            >>>------>                                           <------<<<

Na een halfuur rijden kwamen we op de plaats van bestemming. Tegen de tijd dat ik Sabrina aan het afdrogen was, verscheen Crowley naast me. ‘Jullie zijn laat,’ mopperde hij.
‘Jij ook hallo,’ mompelde ik terwijl Halt naast me iets mompelde over jonge mensen en laat zijn. Ik besloot voor deze keer maar niks terug te zeggen.

‘Halt en ik moeten nu gaan, denk je dat je de plek zelf kunt vinden?’
Ik knikte en leunde tegen een boom om te verhullen dat ik stond te trillen van de zenuwen.
Crowley knikte een paar keer en zei meer tegen zichzelf dan tegen ons: ‘Mooi, dat is mooi.’

Ik wachtte tot ik de mannen niet meer kon zien –wat niet zo lang duurde, aangezien beiden hun mantel omhadden- en ging toen rechtop staan. ‘Jij vermaakt je wel, hè?’ vroeg ik mijn paard.
Maak je niet druk om mij, slimpie. Ik vermaak me wel met Bles, ga jij je liefje nou maar begroeten.
‘Hij is mijn liefje niet!’
Tuurlijk, joh.

Verontwaardigd liep ik weg. Al lopend trok ik mijn kap over mijn hoofd en van schaduw naar schaduw bewegend ging ik naar de afgesproken plek.

Binnen een kwartier was ik op de afgesproken plek. Het gesprek met Halt zat me nog steeds dwars. De verantwoordelijk van mijn land en mijn volk rustte op mijn schouders. Het voelde nog steeds raar om over de Galliërs te denken als ‘mijn volk’, maar ik raakte er aan gewend.

‘Carly? Ben jij het echt?’ Het duurde even voordat ik doorhad dat de persoon het tegen mij had, maar zodra ik zag wie er voor mij stond voelde ik me gelijk beter.
‘Jonathan!’ riep ik blij uit en omhelsde hem. ‘Hoe gaat het met je?’
Hij knuffelde mij net zo stevig terug. ‘Goed, sinds een paar jaar heb ik mijn eigen leen.’ Hoewel hij dat nonchalant zei, kon ik aan zijn gezicht zien dat hij eigenlijk best trots was. Nu viel mij zijn zilveren eikenblad dat hij om zijn nek droeg pas op. Jonathan merkte dat ik ernaar keek en glimlachte naar me. ‘Ben je hier voor Gilan? Ik zag hem net, hij zag eruit alsof hij elk moment kon overgeven van de zenuwen.’
Zachtjes lachend zei ik: ‘Dat kan ik me wel voorstellen. En Halt helpt hem vast ook niet om van zijn zenuwen af te komen.’
‘Nee die maakt ze vast alleen erger.’ Tegelijk schoten we in de lach.

‘Ik denk dat het zo gaat beginnen,’ zei Jonathan zodra we uitgelachen waren.
Samen liepen we naar de rand van de open plek waar zich al een grote groep Jagers had verzameld. Aangezien ik geen zin had om vele vragen te beantwoorden, bleef ik een beetje achteraan staan.

‘Ze komen eraan!’ waarschuwde een Jager ons die aan kwam rennen. Het viel gelijk stil en iedereen trok zijn mantel strakker om zich heen.

Niet veel later liepen Halt, Crowley en Gilan de open plek op. Mijn hart maakte salto’s in mijn keel zodra ik Gilan zag. Hij zag er zelfs nog knapper uit dan ik me herinnerde, maar ook uitgeput en erg zenuwachtig.

Crowley begon te praten, zijn stem klonk luid door het voor de rest stille bos. Ik kreeg niet veel mee van wat de Commandant van de Grijze Jagers allemaal zei, ik had het veel te druk met doorademen.

‘En dan heet ik je nu hartelijk welkom tot het korps Grijze Jagers,’ sloot Crowley zijn speech af. Hij schudde de hand van de zeer verbaasde Gilan. Uit mijn ooghoeken zag ik dat meerdere Jagers moeite hadden met het inhouden van hun lachen.

‘Halt, ik ben toch niets vergeten?’ vroeg Crowley gespeeld verbaasd. Hij begon verwoed door zijn papieren te bladeren en mompelde ondertussen in zichzelf.

Plotseling knipte Crowley hard met zijn vingers wat ons allemaal deed opschrikken. ‘Dat is het! Jij wilt dat dingetje! Halt, die heb jij toch?’ Crowley keek bezorgd naar zijn vriend. Ik zag één van de Jagers hard op zijn vuist bijten om niet hardop te lachen.

Halt liep langzaam naar voren, ik durfde te wedden dat hij dit moment zo lang mogelijk wilde rekken. Halt hing het insigne dat hij in zijn hand had om de nek van zijn nu ex-leerling en tegelijkertijd gooiden alle Jagers hun mantels tegelijk naar achteren. ‘Gefeliciteerd, Gilan!’ schalde het door het bos.

Ik leunde tegen een boom terwijl alle Jagers om Gilan heen dromden om hem te feliciteren. Ik wist niet waarom ik niet naar voren was gelopen, ik droomde al meer dan twee jaar lang van dit moment, maar toen het moment daar was, kon ik het niet.

Ik voelde iemand naar me kijken en keek recht in de ogen van Halt. Hij gaf een enkel knikje en ik maakte een beslissing.

Ik schoof mijn kap naar achteren, schudde mijn haren uit en liep naar voren. Ik zag Halt Gilan aanstoten en iets tegen hem zeggen. Gilan draaide zich om en keek me geschokt aan.

Gelijk bleef ik staan en staarde hem aan. ‘Kom op, Carly, hier droom je al jaren van. Doe het gewoon! En je ziet hem hierna waarschijnlijk toch nooit meer, dus zo erg zou het ook niet zijn als hij niet wil,’ sprak ik mezelf moed in.

Ik begon te rennen. Gilan staarde me nog steeds aan. Een paar passen voor hem bleef ik staan. ‘Hoi. Gefeliciteerd, Gil’ Mijn stem klonk veel hoger dan normaal en ik wist zeker dat mijn hoofd helemaal rood was.
‘Dankjewel,’ glimlachte Gilan terug. Zijn gezicht was al net zo rood als het mijne en de topjes van zijn oren waren ook super schattig rood.

Dit keer was het Crowley die me een knikje gaf. Ik overbrugde de laatste paar meters tussen mij en Gilan met twee grote passen en zoende hem.

Gilan verstijfde even, maar na een paar seconden legde hij een hand in mijn nek en zoende me terug. Ik sloeg mijn armen om zijn nek en hij trok mijn lichaam dichter tegen het zijne aan.

Een luid gejuich was opeens overal om ons heen te horen. Gilan trok zijn hoofd een paar centimeter terug en keek me aan. ‘Ik dacht dat jij in Gallica was.’
‘Dat was ik ook,’ antwoordde ik met een glimlach en zoende hem weer.

De enige die ik wil