Waar ben ik?

Waar ben ik?

Waar ben ik?

‘’Waar ben ik?’’

Het is donker. De duisternis hult zich om haar heen. Ze ziet niks. Hoort niks. Ze is niet bang, nee. Ze is kalm. Voelt zich rustig.

‘’Anna’’

Het is een stem. Haar moeder. Het komt van overal. Honderden, duizenden, miljoenen kleine lichtjes fonkelen in het duister. Ze hoort veel stemmen. Bekende en onbekende. Ze roepen haar. Er leid een pad van felle lichtjes ver de duisternis in. Waarnaartoe? Weet ze niet. Ze volgt de lichtjes.

‘’Anna’’ klinkt de stem van haar vader die haar altijd overal mee bijstond.

‘’Anna’’ klinkt de stem van haar jongere broer de deugniet maar grappige en lieve jongen.

‘’Anna’’ klinkt de stem van haar oudere succesvolle zus. Haar grote voorbeeld.

‘’Anna’’ klinkt de stem van haar beste vriendin die haar bijstond in alle tijden. Goed en kwaad.

‘’Anna’’ klinkt de stem van haar moeder. De persoon bij wie ze altijd terecht kon.

Ze liep verder het pad op.

Haar eerste fiets. Die grote verjaardagstaart. Eerste crush. Danslessen. Eerste straftaak op school. Eerste kus.  Alles vliegt haar voorbij terwijl ze het pad volgt. Dieper de duisternis in. En in de duisternis? Licht. Een groot en fel licht maar tegelijk  zacht.

Waar is ze?