#microlicht

Mee

#microlicht

Ze zegt: “Nou, ik ga!”

Ik kijk haar niets vermoedend aan. Het was net zo leuk, ik wil niet dat ze gaat, maar ze lijkt vastbesloten.

“Ga ik mee?” kan ik nog met een piepstem uitbrengen.

“Dat lijkt me niet, je hebt niet eens je spullen gepakt. Of wel?” Het lijkt een snauw, maar ze lacht erbij. Waar gaat ze heen? En misschien nog belangrijker: kan ik in de komende seconden of minuten de spullen, die ik blijkbaar nodig heb om mee te gaan, bij elkaar krijgen?

“Heb ik een jas nodig?”

“Ja.”

Ik ren naar de kapstok en gris mijn jas van het haakje. Het lusje gaat kapot, maar dat is niet erg. Lusjes aan jassen zijn een zorg voor later. De achterdeur valt met een klap dicht. Waarom wacht ze nou niet even?

“Anna! Wacht!”

Ze luistert niet. Haar fietssleutel is weg. Ik pak mijn fiets en loop snel achter haar aan. De deur is zwaar, zeker met de fiets aan de hand.

“Hans, je kan niet mee. Het is donker en je hebt geen licht op je fiets.”

Huilend druip ik af. Over tien nachtjes word ik vier, dan mag ik vast mee.