Ogen van de naald

Ogen van de naald

Ogen van de naald

Haar vader was triest, die dag dat hij haar naar de vrouw met de naald bracht. Hij had het Lenora uit proberen te leggen, maar ze begreep het niet. Ze moest het doen voor de familie, zei hij, anders zouden ze sterven van de honger.

Een aantal munten valt in haar hand. Ze dankt iemand die ze niet gezien heeft, en luistert naar het wegsterven van zijn voetstappen op de straatkeien.

Ze weet nog hoe de naald bijna onzichtbaar leek, zoals hij boven haar hing. Ze herinnert zich het gevoel van druk op haar oogbal, en had zich verwonderd over het gebrek aan leed, toen de naald penetreerde. Pas toen de vrouw de naald ruw op en neer bewoog overspoelde pijn haar als een vloedgolf. Lenora schreeuwde, beet en krabde, maar haar vaders grip was te sterk. Toen de naald druipend uit haar linkeroogkas kwam en naar haar rechteroog werd verplaatst kon ze enkel nog snikken. De vrouw wreef zachtjes over haar wang toen ze Lenora het licht ontnam.

Ze telt haar schillings in het duister, tast met haar handen naar de vorm en grootte van de munten. Twaalf schillings. Haar vader had gelijk. Mensen geven meer aan blinde kinderen.