Aan het eind van de tunnel

Aan het eind van de tunnel

Aan het eind van de tunnel

'Zie je een tunnel? Met licht aan het einde?' fluister ik. 'Ga er niet naar toe! Blijf hier, kom terug. Je bent hier nodig.' Ik hou haar hand stevig vast en herhaal mijn woorden iets harder. Misschien kan ze me niet horen boven de ziekenhuisgeluiden. De monotone piepjes van de apparaten zijn tegelijkertijd rustgevend en beangstigend. Terwijl ik praat, laat ik mijn grip op haar hand verslappen. Ik concentreer me om elke kleine spierspanning te kunnen voelen, maar er gebeurt niets. Het ritme van de piepjes verandert, haar hart gaat sneller en sneller. Haar lichaam blijft bewegingsloos, maar haar hart gaat tekeer alsof ze een marathon loopt. 'Is het de tunnel? Loop je in de tunnel? Ren weg van het licht! Deze kant op!'


Ze wordt niet plotseling lachend wakker. Dat gebeurt alleen in films. Het duurt maanden, steeds iets meer bij bewustzijn. Echt lachen lukt na 4 maanden en 1 week. Ze vertelt dat ze steeds op zoek was naar een tunnel, maar die nooit kon vinden. Ze rende elke dag rond met het gevoel dat het belangrijk was de tunnel te vinden. Tot op de dag van vandaag weet ze niet hoe ze daarbij kwam.

'Oeps, sorry.'