Jouw licht

Jouw licht

Jouw licht

Ik had moeten blijven. Ik had met je moeten praten, je dingen moeten vragen. Had ik het kunnen merken? Heb ik de signalen genegeerd of simpelweg niet opgemerkt? Had ik maar kunnen helpen. Had ik je pijn maar kunnen wegnemen.

Wij zagen pracht wanneer de wereld sliep. We hadden alles. De wereld lag aan onze voeten.

Maar er zijn dingen die we kunnen hebben maar niet voor eeuwig kunnen houden. Het is niet eerlijk. Maar het is niet omdat je het niet kan zien, dat het er niet meer is.

Elke herinnering doet de grond even van onder onze voeten verdwijnen. De pijn wanneer je die stoel te veel aan tafel ziet.

Je wordt boos. Terecht. Wanneer ze zeggen dat het niet uitmaakt als er één licht meer uitgaat. Eén licht aan de sterrenhemel.

Je wordt boos. Terecht. Wanneer ze het niet kan schelen dat iemand zijn tijd op is. Omdat we maar een moment zijn. Een fractie van een groter geheel.

Je hebt voor altijd een plaats in mijn hart gekregen. Want mij kan het wel schelen. Jij was niet zomaar een licht, niet zomaar iemand. Ik mis je…