De Geboorte en de Zondvloed

De Geboorte en de Zondvloed

De Geboorte en de Zondvloed

De Geboorte en de Zondvloed

 

Het was vroeg in de zaterdagochtend 31 januari 1953, rond half zes, dat Anna Rommerswaal in haar bekken voelde dat het ging gebeuren. Eric, haar echtgenoot, lag nog geen twee uur te slapen na een helse nacht vissen, ze wilde hem niet storen, nog niet. Terwijl de wind rond de luiken floot, probeerde ze de tijd tussen de weeën te meten door tellen, ze waren erg onregelmatig.

Dit zou haar eerste kindje zijn. De Heer had haar gehoord, en ook al hing ze haar was uit op zondag, vloekte ze soms als Erik thuis kwam uit het café en deed ze geen moeite om in de gereformeerde kerkgemeenschap opgenomen te worden. Een bede was verhoord. Roddel en jaloezie waren haar vreemd; zij was van verdronken adel. Wat telde is dat God haar had gehoord, haar gebeden, om uit haar eenzaamheid verlost te worden.

Het daglicht werd vertraagd door de storm buiten en dat baarde haar wel zorgen; vrouw Assenbroek woonde dichtbij en had al heel wat kinderen op de wereld helpen zetten. Toen ze haar op de markt was tegen gekomen, had ze haar hand op haar buik gelegd en gezegd: "Mocht het nodig zijn lieverd, dan laat je me maar roepen, altijd." Ze was katholiek, Anna vreesde de minachting bij de doop. Haar dokter moest drie kwartier rijden, zonder storm. Herman van Veere had een telefoon. Misschien moest ze Eric alvast sturen om hem te bellen. De krampen kwamen nu regelmatiger en ze telde gemiddeld ongeveer 360 seconden tussen iedere kortstondige pijn. Eric sliep nu vier uur en zijn gesnurk leek nauwelijks de storm te overstemmen. Ze ging hem nog een uurtje geven.

Ondanks de herrie om haar heen, sloot ze haar ogen en probeerde zich haar ideale leven voor te stellen, met haar kind en haar man, in dit huis, koekjes en kerstmis. Ze bad om bescherming, en de weeën werden pijnlijker. Moest Eric naar de telefoon om de arts te roepen, of naar Assenbroek? Voor wat betreft denkwerk, was Eric ondergeschikt, maar in toewijding wilde ze geen andere man, geen. De volgende kramp was ineens zo pijnlijk dat ze besloot hem wakker te maken en hem te vragen de dokter bij van Veere te bellen en vrouw Assenbroek te halen. Pas na hardhandig schudden schrok hij wakker en daarna duurde het nog luttele minuten voordat hij de situatie overzag en zich van zijn taak ging kwijten. Door de stromende regen en striemende wind ploegde hij eerst naar vrouw Assenbroek, zij woonde het dichtstbij. Zodra zij open deed en Eric herkende, begreep ze zijn komst. Ze kon overigens niks verstaan van Erics relaas. Daarvoor loeide de wind te hard rond de hoeken van het huisje. Ze pakte haar spullen en trotseerde het noodweer. Ondertussen was Eric op weg naar de telefoon om de dokter te bellen. Hij werd na herhaaldelijk bonzen op de deur binnengelaten en mocht de telefoon gebruiken. Het zou een uurtje duren voordat de dokter ter plaatse zou zijn, dat was een belofte. Eric bedankte zijn tijdelijke gastheer en spoedde zich naar huis waar vrouw Assenbroek al water had gekookt en zijn vrouw kermde om het wonder dat zou gaan gebeuren. Inmiddels was het middag. Vrouw Assenbroek betastte met haar vingertoppen Anna's buik, ze dreef diepe kuilen en Eric, doorweekt, moest toezien hoe de volgende wee haar deed kronkelen van pijn, ze duwde haar achterhoofd tegen de muur om tegengas te geven en had het gevoel dat ze van binnenuit uitgehold werd. Eric wilde hier niet bij zijn, hij had nog een half kruikje jenever maar twijfelde of hij die niet beter kon bewaren.

"Vrouw Assenbroek, vergeef mij, ik wist niet wie anders te roepen. Ik heb pijn, veel pijn, alsjeblieft, laat het goed komen."

"Noem mij maar Tiene lieverd, en nu wil ik dat je achterover gaat liggen, alles om je heen gaat vergeten en alleen nog maar op je adem let. Diep in en lang uit en laat me weten wat je voelt."

Anna sloot haar ogen, en terwijl de wind floot, voelde ze haar kind klaar voor zijn leven diep in de kern van haar schoot, zich naar buiten wurmend om haar aan haar borst, alles te bevestigen wat haar wachten waarde gaf. Maar het deed heel veel pijn, en Tiene voelde en voelde en keek zorgelijk op naar Eric die hulpeloos zijn vrouw zag lijden.

"Het ligt verkeerd, 't arme kind." Anna hield haar ogen gesloten, deze samentrekkingen waren ondraaglijk, en nu lag het met zijn hoofd omhoog in haar baarmoeder en ze voelde dat het eruit wilde, dat het geboren wilde worden, maar ze wist niet goed wat het probleem van verkeerd liggen inhield. En de storm wakkerde aan, een jacht leek geopend.

"Eric! Ga buiten kijken waar de dokter blijft! Alsjeblieft help eens mee!" En natuurlijk ging Eric buiten, in de storm kijken wanneer de dokter zou arriveren. Wat een toestand! Zo dacht hij. De wind was net zo serieus, ze joeg alle mooie gedachtes landinwaarts, en als die dokter nog zou komen, dan moest de Heer er zijn hand wel in hebben gehad. De pijnlijke kreten van Anna, gaven hem een schuldgevoel, dat moeilijk te plaatsen was. Was die katholieke vrouw nu wel de beste oplossing? Waar was haar medisch gereedschap eigenlijk? Om de twee minuten werd alles onderbroken door een uitschreeuw van pijn en bleef Tiene haar buik betasten, en met de jankende wind buiten moest Eric zijn eigen positie in een zucht definiëren; hij was hier toekomstig vader, dit was zijn kind, zijn lief ging hem dit geven. Waar bleef die dokter?

Dokter Boesten reed met zijn Daf over de dijk en hoewel het vroeg in de namiddag was, leek hij geen hand voor ogen te zien door de regen en de wind die hem van de dijk af wilden duwen. Een bevalling dacht hij, een bevalling en dit noodweer. Hij moest regelmatig stoppen om zich opnieuw te kunnen oriënteren, aan zijn rechterkant brulde de zee en was angstig dichtbij.

In het ledikant probeerde Anna haar ademhaling onder controle te krijgen, maar soms waren de weeën zo heftig dat ze zich verslikte in haar eigen zuchten. Op het fornuis kookte water, Tiene bette het hoofd van Anna en dacht na. Het kind lag verkeerd. Ze moesten beiden zo snel mogelijk naar Zierikzee, maar de storm loeide buiten en leek niet af te nemen. "Hebben jullie geen jenever in huis of zo?" en prompt kwam Eric met zijn kruik aanzetten. Tiene nam eerst zelf een flinke slok en gaf de kruik aan Anna. Kokhalzend slokte ze een slok weg. Ze haatte jenever. En daar kwam de wee weer met zijn geknijp, zijn zeuren en zijn mangelende omhelzing met haar onderbuik. Dit keer was haar slok groter, en een hete golf voer door haar heen, het brandde in haar borst en ze voelde het gloeien en deze lichte ontspanning, tussen de pijn, dit deed haar even goed.

Het was nu in de vroege avond. Eric zat bij de kachel met zijn brood en kaas en luisterde beurtelings naar de storm buiten en naar zijn vrouw in de slaapkamer. Het leek nergens goed te gaan. Er werd hard op de deur geklopt.

Dokter Boesten hing zijn natte jas aan een haak bij de kachel en volgde Eric die hem voorging naar de bevalling. Zodra de dokter de eenvoudige slaapkamer binnentrad, week Tiene Assenbroek achteruit en snakte Anna net naar adem in de pijngolf die vanuit haar schoot haar volledig leek te verlammen. "Goedenavond vrouw Rommerswaal ... en goedenavond vrouw Assenbroek..." Dat laatste was niet van harte. Dr. Boesten zette zijn tas neer, ontblootte de buik van Anna en begon voorzichtig te voelen.

"Het ligt verkeerd, ze moeten naar Zierikzee dokter, zo snel mogelijk."

"Dat wil ik liever zelf vaststellen, vrouw Assenbroek." Hij bewoog zijn handen over de buik.

"Vrouw Rommerswaal, ik zal u van binnen moeten onderzoeken." Dr. Boesten stroopte zijn mouw op en sloeg de deken weg. De kou deed haar huiveren en ze riep naar Eric om wat kolen in de kachel te doen.

"Moet u niet eerst uw handen wassen? U bent Dr. Lehmann toch niet!" Vrouw Assenbroek viel uit terwijl net de kerkklokken hun noodkreet uitzonden. De storm groeide, net als de noodzaak van het kind om geboren te worden. Gepikeerd waste dokter Boesten zijn handen in de bokaal en stelde Eric hiermee niet gerust.

Met zijn vingers mat hij eerst de opening van de baarmoeder, die schatte hij op 7 centimeter, en duwde met zijn knokkels tegen de gevoelige opening om te voelen of het hoofdje aan het zakken was. Maar er was geen druk achter die uitgang; het kind leek wel zijn benen uiteen te houden en zorgde ervoor dat alle pijnlijke weeën tevergeefs waren. Terwijl hij zijn handen weer waste, dacht de dokter na over wat moest gebeuren. Die katholieke bemoeial had gelijk; dit was een kwestie van het hoofd koel houden. Ze moesten naar Zierikzee, maar haar opening was te groot en ze zou het risico lopen om in de auto onderweg te bevallen. De storm buiten leek deze optie uit te schakelen. Hier was het vuur en de kachel, haar man en een hulp. Anna kreunde en vroeg om meer jenever.

Opeens vloog de voordeur open, Eric schrok op uit zijn sluimer en hoorde Kees, de slagerszoon roepen: "De dijken gaan het begeven! Het springtij zal ons halen!" Anna leek haar bewustzijn te verliezen, haar koortszweet droppelde in haar kussen. Ze kreeg deze tijding nauwelijks mee. Tiene bette haar voorhoofd en keek de dokter verwijtend aan.

"Ze zou onderweg kunnen bevallen, in deze storm is dat een gevaar voor moeder en kind. Namens de raad van geneesheren der lage landen, neem ik dit besluit. Mevrouw gaat hier bevallen. Moge de Heer ons bijstaan." Vrouw Assenbroek sloeg een kruis.

Eric werd rusteloos, hij durfde niet de slaapkamer binnen te gaan maar hield post in de overloop, zijn hoofd bijeen proberen te krijgen. Zijn vrouw had nu 17 uur pijn en buiten ging het ook niet goed. Als de dijken het begaven waren ze allemaal van de zee. Hoe dan ook, iedereen moest weg hier, bevalling of niet. Hij had nog niet aan de deurring getrokken of Anna schreeuwde het uit. Tiene Assenbroek voelde haar uitpuilende buik en schrok van de paniek die ze onder haar huid voelde. Dit kind moest nu geboren worden, of sterven, met of zonder mama. 

Aan het voeteneind spreidde dokter Boesten zijn instrumenten uit, terwijl hij naar Tiene keek, wreef hij zijn geboortetang schoon. Buiten gierde de wind door het Zeeuwse land en haalde de Noordzee zijn klauwen uit over haar akkers. De kerkklokken luidden onophoudelijk nu. De storm was een monster geworden.

"Anna, ik kom met mijn tang naar binnen en probeer het kindje vast te krijgen. Dit is niet aangenaam, maar we hebben geen keuze."

Eric viel de kamer binnen en schreeuwde: "We moeten weg hier, nu! Allemaal! Dokter, we nemen uw auto! De zee komt!"

Dokter Boesten liet zijn tang zakken, Tiene Assenbroek schoof onwennig heen en weer. Ze wist dat zij nu overbodig was, dat ze haar eigen leven nu ook op het spel zette, maar waar anders te gaan?

"Meneer! Uw vrouw gaat zo bevallen, ze kan nergens heen want er zijn complicaties, maakt u alstublieft geen paniek en kook water of zo." Toen de tang in Anna verdween, hapte ze naar lucht en probeerde ze haar bewustzijn te houden. Hier kwamen de persweeën, hier kwam haar kind en geen storm ging dat stoppen. De pijn van de rond wroetende tang overtrof die van haar weeën, ze voelde de warme zachtheid van lopend bloed en ondanks de hel buiten, ondanks die tang verbeet ze zich omwille van haar zo gewilde kind.

Toen in de voorkamer de eerste voorruiten sneuvelden door de gesel, duwde Tiene de dokter weg van Anna, Eric probeerde tussenbeide te komen maar meer ruiten sneuvelden en hij stoof naar beneden. Tiene stak haar hand in de vulva van Anna, drong diep door tot in haar baarmoeder en greep, terwijl Anna het uitkrijste van de pijn, beide voetjes van het kind bijeen en trok het uit haar alsof een vis van zijn ingewanden werd ontdaan. Het was een jongetje. Anna was buiten bewustzijn.

Vlug knipte de dokter de navelstreng door, Tiene zorgde voor de placenta die makkelijk volgde. Het kind werd in voorgewarmde doeken gewikkeld. Toen Tiene het jongetje aan Eric wilde geven hoorde ze Anna die was bijgekomen roepen: "Nee! Geef hem eerst aan mij! ik wil hem vasthouden voordat ik sterf."

Het kind werd aan haar borst gelegd. De koude stormwind woei nu door de voorkamer maar voor een kort eerbiedig moment waren allen stil door het kleine wonder.

"Felix zul je heten, Felix."

En toen kwam de zee, ze brak door de voordeur en brulde om mensenlevens. Binnen seconden dreef het ledikant met moeder en pasgeboren kind in de donkere slaapkamer. De dokter, Tiene waadden naar beneden maar beseften dat ze dit niet gingen overleven. Een golf zoog hen in de zoute buik van de woeste zee.

Eric greep de reddingsboei van de muur uit de waskeuken en moest bijna zwemmen om het naar Anna te brengen. Hij klemde de boei in haar zwakke armen en legde Felix er bovenop. "Zorg voor hem, zorg dat je leeft!" De muren van het huis begaven het en het instortende dak nam Eric's leven. Alles was overgeleverd aan de brullende zee. De kolkende massa dreef het ledikant onder Anna weg. Terwijl ze Felix boven probeerde te houden en zelf aan langs de boei dreef voelde ze hoe zwak ze was, Felix huilde en dit geluid bracht kracht in haar bloed. Zolang hij leefde zou ze alles doen. Toen sloeg een golf het kleine kind uit haar greep, ze kon hem niet meer houden en hij werd meegesleurd door de onverbiddelijke stroom. De kreet die Anna sloeg, werd gesmoord door een slok zeewater.

Anna Rommerswaal werd op het strand van Schouwen Duiveland gevonden, op maandag 2 februari, meer dood dan levend. Onderkoeld en uitgeput. Haar overleven werd als een wonder beschouwd; ze was de enige overlevende van haar familie.

De reddingsboei heeft de resterende 48 jaar aan haar muur gehangen, in de hal, in haar stille huis van verdriet.