Licht: Een zomeravond

Licht: Een zomeravond

Licht: Een zomeravond

De race naar de plek des onheils hebben we overleefd. De situatie is meteen duidelijk. Al dat oefenen blijkt niet zinloos te zijn geweest, want nu moet het goed gaan. Zij zijn al bezig. Het ziet er gehaast, maar kundig uit. Ze zijn de AED al aan het aansluiten.


Ik ben nu al trots op mijn vrienden.


Ik sluit aan en bied mij aan voor de volgende ronde. De massage gaat anders dan verwacht. Makkelijker, alsof een lichaam een zachte satire van een oefenpop is. “De ribben zijn waarschijnlijk al gebroken?” De jongen tegenover me kijkt me intens en gefocust aan. De buik klots op en neer, net als de golven waar de man is uitgehaald. Toch kijk ik liever daar naar toe.


Het gezicht van de man verraadt namelijk al de uitkomst van onze hulp. Je staart niet iedere dag in de ogen van iemand, wiens licht van het leven ergens in de zee drijft. De hoopvolle schijn van onze hulp wordt overspoeld met zeewater en rode wijn die vanuit de klotsende buik langs het gezicht worden geduwd.


“Die is er geweest.” Zeg ik.

“Dat denk ik ook ja.” Antwoordt de jongen.

“Neem jij zo weer over?”

“Ja, natuurlijk.”