Sleutelgat

Sleutelgat

Sleutelgat

“Als hij dan door het sleutelgat kijkt...” Hij grinnikte. De ijsblokjes in zijn tumbler tinkelden toen hij de whisky erover liet rollen. De bar van het vrijwel uitgestorven hotel -geen tv, noch wifi- was een uitstekende plaats om die urban legend te vertellen. Gesloten deuren genoeg in de schemerige gangen.

Het neonlicht in de bar was echter fel. Ik hield mijn zonnebril op.

Wie kent het verhaal niet? Een man kan de verleiding niet weerstaan en kijkt toch door het sleutelgat van de gesloten deur. Hij ziet slechts een rode kleur daarachter. Pas de volgende ochtend hoort hij dat in die kamer ooit een meisje is gestorven aan een geheimzinnige ziekte, die haar beide ogen rood kleurde.

Ik huiverde toen ik aan dat terugloerende meisje dacht. Dit hotel, eenzaam op het platteland in een verlaten dorp - een dodelijke epidemie fluisterde men- aan een doorgaans verlaten weg, de volle maan, de kille oostenwind die de bomen liet ruisen: het was de plaats waar zoiets zou kunnen gebeuren.

Ik hield op weg naar het toilet stil bij zo’n gesloten deur. Een koperen sleutelgat. Ik boog me voorover, loerde naar binnen over mijn zonnebril heen. Mijn hart sloeg een slag over. Ik tuimelde achterover. Rood! Daarachter was een rood oog!

De ijsblokjes rinkelden toen de man aan de bar opstond. “U dacht toch niet dat het echt was? Het was slechts een verhaal.”

“Ik zag daar...” stotterde ik, wijzend op de deur.

“Dat is de oude kapsalon. Er zijn daar slechts spiegels, meneer.”