Even

Even

Even

Het portier voelt koud aan mijn vingers. Mijn ledematen zijn nog een beetje stijf van de lange reis. Ik kraak mijn schouders. Het is maar een tussenstop. Een momentopname. Een flits, een onderbreking van een onvermijdelijk traject.

Mijn vriendin blijft zitten en glimlacht naar me. Ga maar, lijkt haar gezicht te zeggen. Ze begrijpt het. Ik loop langs de benzinepompen. De ruiten van de winkel reflecteren en geven nog niets prijs.

Ik strijk mijn lange grijze haar achter mijn oor. Voor een moment verlaat ik de weg die lijkt uitgestippeld en pardoes stap ik in een andere wereld. Eentje die in mijn hoofd nooit gestopt is te bestaan.

Een man die met zijn sporttas verveeld tegen een stelling met schandalig dure energydrink leunt. De geur van versgebakken broodjes. De snoepjes in de schappen, de jongen die gebiologeerd naar zijn telefoon kijkt terwijl hij zijn vriendin opwacht bij de deur. Benijdenswaardige alledaagsheid.

Hoi, zeg ik tegen de caissière. Ik wil graag een pakje Marlboro.

Zes euro dertig alstublieft, zegt ze.

Zes dertig. De laatste keer dat ik rookte kostte een pakje nog vier gulden.

Ik geef haar een tientje. Met gepaste desinteresse schuift ze het wisselgeld onder het ruitje door.

Dankjewel, zeg ik, en ik kijk haar nog heel even aan.

Voor heel even ben ik gewoon een vrouw. Gewoon een vrouw met lang grijs haar die sigaretten koopt op een woensdagmiddag bij een tankstation, niet een weduwe die onderweg is naar de begrafenis van haar man.