Waar ze van droomde

Perfect

Waar ze van droomde

Haar broze vingers omklemden langzaam de koperen knop boven de dof glanzende kraan. Ze voelde hoe haar verdoofde huid zich in plooien tegen het metaal aandrukte en de kou langs haar vingertoppen naar binnen drong en zich als een gebroken hart over haar hele lichaam meester maakte. Kou als deze kon ze niet beschrijven. Evenmin kon dit gevoel, deze giftige honing die in haar aderen droop, haar botten doordrenkte en haar hoofd verzwaarde, ooit gevat worden in het woord kou. Het water klotste oorverdovend en een geurige damp steeg als een wolk poedersuiker op. Parelvormige druppels ontsproten als de eerste meiklokjes aan het spiegeloppervlak en begonnen stuk voor stuk aan hun eigen lijdensweg naar beneden. Ook de spiegel huilde om de warmte die hij maar niet kon grijpen. Haar gezicht verscheen tussen de tralies van tranen. Grauw, ingevallen. De ogen glansloos in hun kassen. Ze volgden de contouren van haar tere lichaam: de knokige schouders, haar als met houtskool afgelijnde sleutelbenen, zoveel uitstekende ribben dat ze hen niet meer op haar handen kon tellen. Ze had honger en kou, onmenselijk en ondraaglijk. Maar ze had eindelijk het lichaam waar ze van droomde. Ze was perfect.