Speech

Speech

Speech

Langzaam liep hij naar de microfoon. Het A4’tje dat hij de afgelopen dagen bij elkaar had geschreven legde hij voor zich neer. Zijn oudste dochter ging schuin achter hem staan, terwijl hij de zaal inkeek. Familie, vrienden, buren, collega’s. Hij schraapte zijn keel.

Er kwam niets.

Zijn ogen dwaalden over de woorden die vorige week nog niet bestonden. Het is niet waar, dacht hij. Hij wilde wakker worden uit deze boze droom. De stem van zijn vrouw horen. Haar hand voelen die hem zou aanraken en wakker schudden.

Nog steeds niets.

Op zijn rug voelde hij een hand. Hij slikte een paar keer. Zijn adamsappel leek wel een stekende zee-egel. De hand ging rustig heen en weer. Twee grote tranen welden op in zijn ogen. Nu kon hij zijn speech niet eens meer lezen. Een vinger wees de eerste regel aan. ‘Toe maar,’ fluisterde ze.

Maar hij kon het niet.