1. Een droom ter ontsnapping van een nachtmerrie, HIJ.

Hij

1. Een droom ter ontsnapping van een nachtmerrie, HIJ.

     “Ik ben er zo.”
     De deur viel in het slot. Ze sloot haar ogen en probeerde alles te vergeten. Dit was de zoveelste maal dat hij haar kamer betrad. Het arme meisje zat gevangen in een wereld die ze niet begreep.
     Snel, niet lang meer voor hij terug zou komen. Wanneer haar moeders ogen sloten, barstte de hel los.
     Voor een laatste maal greep ze naar haar lakens die achteraan het bed lagen. Zijn spelletje was uit. Haar hand zocht naar het mes dat ze eerder verstopt had.
     Met het keukenmes verstopt onder de lakens voelde ze haar hart tekeergaan.
     “Niet lang meer,” dacht ze bij zichzelf.
     Met een piepend geluid werd de deur geopend. Daar stond hij. Een brede glimlach was zichtbaar op zijn gezicht.
     Zijn zevenennegentig kilo kwam op haar lichaam terecht. Het duurde even voor ze zichzelf uit zijn houdgreep verlost had. Hij was het gewend dat ze tegen stribbelde.
     De lucht werd uit zijn longen geduwd nadat het mes deze doorboorde.

     “Je bent te laat voor school.” Haar moeder passeerde het deurgat.
     De ontsnapping uit haar nachtmerrie was een droom. Ze zat nog steeds gevangen in zijn web. Er was duidelijk geen ontsnappen aan…