Droombaan

Droombaan

Droombaan

Het weekend was voorbij. Een nieuwe week, een nieuwe dag op kantoor. Muffe geur en kille tl-verlichting begroetten hem bij het betreden van het pand. Jan ontmoette zijn collega’s bij de koffieautomaat. Witte overhemden. Blauwe dassen.

Hij liep de trappen op naar de kantoortuin en groette de vertrekkende medewerkers van de dagploeg. Ze waren met minder dan de nachtdienst, maar minstens zo belangrijk.

Bureaustoelen rolden klagend naar achteren en beeldschermen gingen zoemend aan. Jan kraakte zijn knokkels terwijl hij wachtte op zijn computer. Hij opende het programma Morpheus. Rijen namen verschenen in beeld, met daarachter korte achtergrondinformatie van de subjecten en hun recente ervaringen. Hoewel hij alles vluchtig doorlas, gooide hij ruim de helft van de cliënten in de randomizer. Bij uitroeptekens achter de namen nam Jan meer tijd.

Veteranen liet hij de slagvelden herleven, vrouwen zagen hun partners vreemdgaan en studenten stonden naakt voor de klas. Soms, wanneer kinderen bijvoorbeeld een ouder hadden verloren, schoof hij ze een mooie droom toe. Hij zou ervoor ontslagen kunnen worden, maar dat deerde hem niet.

Hij keek op de klok. Gaapte. Nog zeven uur werken, dan mocht hij weer naar huis.

‘Wat een droombaan,’ zuchtte Jan, en zette de volgende nachtmerrie klaar.