Invasie

Invasie (#microdeur)

Invasie

Zodra Mark arriveerde, begreep hij waarom Ellis erop had gestaan dat hij kwam kijken in plaats van hem een foto te appen. Het zag er gefotoshopt uit. Alsof een uit de folder van Gamma geknipte afbeelding boven een landschap was geplakt. Hij zou haar niet hebben geloofd, maar het landschap was toch echt het weiland achter hun woning en ongeveer vijf meter daarboven hing een glanzend gelakte voordeur in de lucht, compleet met knop en brievenklep. Alle buren stonden buiten en keken ernaar. Sommigen maakten wel foto’s. Anderen filmden.

Ellis haastte zich naar hem toe.
“Wat is dat?”
“Een deur,” antwoordde hij. “Althans, de illusie daarvan.”
Hij raapte een kluit aarde op en wierp met kracht, in de verwachting niets te treffen. In plaats daarvan spatte de kluit tegen de lak uiteen. Ellis schrok. Er gebeurde niets.

Er gebeurde zo lang niets, dat de buren langzaam afdropen. Het werd tenslotte al donker.
“Zijn jullie gek!? Er zweeft daar een deur! We moeten iets doen,” riep Ellis.
“Hij zweeft niet, hij hangt gewoon.”
“Waaraan dan!? Er is niks!”
“Weet ik veel. Moet je de kunstenaar vragen.”
Ellis keek hulpzoekend naar Mark, maar Mark was het eigenlijk wel met deze buurman eens. De zwevende deur was een geslaagd artistiek project. Het filmpje van zijn kluit ging inmiddels viraal.
“Mark…”
“Slaap lekker, buurman.”
Ze bleven met zijn tweeën achter.

“Wat als dit het einde van de wereld is,” vroeg Ellis.
Mark hield haar vast.
“Zo eindigen werelden niet.”
Toen ging de deur open.