De wereld van Aidan

De wereld van Aidan

De wereld van Aidan

‘Je moet slapen,’ smeekte zijn moeder hem huilend.

Aidan wilde niet slapen. Hij wilde nooit meer slapen.

Elke nacht, wanneer hij sliep, ontwaakte hij in zijn droom als de god Aisling. Hij schiep werelden en blies mensen de levensadem in.

Elke ochtend, wanneer Aidan wakker werd, stierf hij als Aisling, en met hem Aislings hele universum.

De zon doofde en de zee stopte met golven. Oogsten mislukten en het vee stierf. In blinde paniek gingen de mensen elkaar te lijf onder een duistere, koude hemel. Baby’s en peuters verdronken in het bloed dat de straten rood kleurde. De priesters die wanhopig baden tot de standbeelden van Aisling werden bedolven onder de stenen van hun instortende tempels.

‘Aidan, je moet slapen.’

Zijn psychologen zeiden hem dat ze niet echt waren, dat de mensen uit zijn dromen hersenspinsels waren. Maar als zij verzonnen waren, wat maakte Aidan dan echt? Wie bepaalde dat? God? Maar Aisling was ook een god. Hoe goddelijk was Aidan, dan?

Aidan wilde niet slapen. Hij wilde nooit meer slapen. Hij weigerde de dagelijkse apocalypsen en genocides. Geen eindes meer voor de werelden van Aisling. Nooit meer.

Een laatste einde restte hem; het einde van de wereld van Aidan.