Bloed

Fred

Bloed

Een smaragdgroene flits verlichtte de kamer en het dodelijke aura infecteerde de lucht. Fred dook en voelde hoe de krachtige golf de topjes van zijn rode haar achterover blies. Even erna kwamen ze weer brutaal rechtop te staan, net als hij. Hij stak zijn toverstok vooruit. “Expelliarmus!”


De spreuk mistte zijn doel en Fred moest weer bukken voor de volgende vervloeking.


Percy ging het niet veel beter af, merkte hij. Over zijn wang liep een bloedige snee en hij was buiten adem door het afwenden van de vele spreuken die de gemaskerde dooddoener op hem afvuurde. Als dit nog veel langer doorging, dan zou hij ondanks al de slagen die hij wel met succes had afgewend, alsnog getroffen worden. Hij bedacht zich hoe vreemd en oneerlijk dat was. Dat één fout, één moment van traagheid of onoplettendheid, één impulsieve gedachte die je precisie onderuithaalt, alle eerdere zegens betekenisloos maakt.


“Avada kedavra!”


Hij bukte weer, deinsde achteruit. De zolen van zijn schoenen gleden over de met bloed bedekte stenen. Zijn hart ging onnatuurlijk snel.


Plotseling schoten er drie lichtstralen over zijn hoofd. De dooddoener die Percy belaagd had, schrok en trok zich terug, als gedragen door de vleugels van zijn eigen doodsangst. Zijn donkere kap gleed van zijn hoofd en onthulde de afgeleefde gelaatstrekken van Dikkers.


“Hallo minister!” schreeuwde Percy en hij vuurde genadeloos een vervloeking af. “Had ik al gezegd dat ik ontslag neem?” De minister viel met een gekwelde uitdrukking op zijn gezicht voorover en hij had de grond nog niet geraakt of er schoten kleine stekeltjes uit zijn poriën die hem in luttele seconden omtoverden tot de eerste succesvolle cactus-mens-hybride.


Fred keek Percy in de ogen en zag een enorme ontlading in die lichtbruine irissen, verscholen achter zijn dikke brilglazen. Ondertussen werd de andere dooddoener geraakt door de lamstralen van Ron, Hermelien en Harry. Hij grijnsde naar zijn broer. “Dat was echt een grap, Perce… Volgens mij heb ik je geen grap meer horen maken sinds-“


Ontploffing. Chaos. Rook. Vuur. Bloed.


Fred voelde hoe de kracht van de ontploffing hem optilde en tegen de grond aan smeet.


Zwart.


Zwart als het roet op zijn voor eeuwig grijnzende lippen.


 


Langzaam deed hij zijn ogen open. Hij was er. Boven zijn hoofd wiegde een koperen hanglamp op het eerste herfstbriesje. Een paar draadjes spinrag raakten zo los van het plafond en vielen als kinderharen naar beneden. Hij zuchtte, het geluid vulde de kamer, die vanaf dat moment nooit meer leeg zou zijn. Fred draaide zich om in zijn zachte dekens en duwde ze van zich af.


Hij stond op en hij was er en het was alsof hij er altijd al was geweest.

Thee