Hoofdstuk 1 - Een ijskoude kerst

Het serpent en de adelaar (Winnaar My Potter World (NL))

Hoofdstuk 1 - Een ijskoude kerst

De kamer waarin hij zich bevond was groot en aangekleed met zilveren vazen, Oudgriekse standbeelden, middeleeuwse wandtapijten en een kristallen kroonluchter zo groot als een Hippogrief. De gotische ramen, die van de vloer tot aan het plafond reikten, gingen verscholen achter gitzwarte fluwelen gordijnen. Voor één raam waren de gordijnen net niet helemaal gesloten en door een kier zo dun als de kling van een zwaard sijpelde het maanlicht als een zilveren mist naar binnen. De kamer baadde in schimmen. Er liep een rilling over Draco’s rug. Hij was bang dat zijn hartslag door de ruimte zou galmen.

Zijn vader schraapte zijn keel; hij had al te lang gezwegen.

‘Slechts drie keer Uitmuntend.’ Zijn stem was kil.

‘Ja.’ Draco kromp ineen en knikte schuchter. Hij vond zelf dat hij er niet zo héél slecht voorstond. Korzel en Kwast hadden meer onvoldoendes dan voldoendes en de hoogste voldoende die ze wel hadden, was slechts een Acceptabel.

‘Ja, vader,’ verbeterde zijn vader hem.

‘Ja, vader,’ herhaalde hij.

Lucius Malfidus zat in de drakenleren fauteuil bij de open haard. De warmte van het vuur ging verloren in de grootte van de kamer. Op zijn gezicht kon Draco de gloed voelen. Zijn rug daarentegen was in kille schaduwen gehuld. Naast zijn vaders fauteuil stond een bijzettafeltje met daarop een glas rode wijn. Superieur Rood, zo heette het merk. Draco hield niet van wijn. Volgens zijn vader zou hij de wrange smaak ooit leren waarderen als hij zich realiseerde dat de wereld niet zo romig zoet als Boterbier was.

‘Vier keer een Boven Verwachting en twee Acceptabels,’ voer Lucius Malfidus voort. Zijn toon was lijzig. Draco zweeg bij gebrek aan woorden.

Lucius gebaarde met zijn vingers dat Draco dichterbij moest komen. Draco gehoorzaamde. Zijn vader rolde het gelige stuk perkament op en gaf het terug aan Draco, die de rol snel achter zijn rug verstopte alsof hij op die manier zijn belabberde tussentijdse cijferlijst ongedaan kon maken.

‘Wat zegt je moeder van je cijfers?’

Draco aarzelde. ‘Moeder is trots,’ zei hij ten slotte, nauwelijks verstaanbaar door de onzichtbare hand die zijn keel leek dicht te knijpen.

‘Je moeder is te zachtaardig voor je,’ besloot zijn vader, voordat hij van zijn wijn nipte. ‘Enfin. Ik verwacht dat je die Acceptabels wegwerkt. Hoe groot is je achterstand op het Modderbloedje?’

‘Geen idee, vader. Groot, vermoed ik.’ Hij onderdrukte de neiging zijn schouders op te halen. Nonchalance was ongeoorloofd.

‘Mijn eigen zoon vernederd door een Modderbloedje.’ Zijn vader nam nog een slok wijn – een grotere deze keer, alsof hij hoopte dat hij zijn woorden ermee kon wegspoelen en daarmee de werkelijkheid kon verbloemen. ‘Als je minder dan vijf keer Uitmuntend haalt, zwaait er wat. En waag het niet met minder dan een Boven Verwachting voor Verweer tegen de Zwarte Kunsten terug te komen. Mijn zoon hoort een uitstekende duellist te worden als hij ooit de Heer van het Duister wenst te dienen, zoals het een waardig volbloedtovenaar en een echte Malfidus betaamt.’

‘Ja, vader.’

‘Je kunt gaan, Draco.’

Dat liet hij zich geen twee keer zeggen. Zo snel als zijn benen hem dragen konden, verliet hij de kamer. Als zijn vader een slecht humeur had, was de enige veilige optie hem te mijden. Draco wist dat zijn tussentijdse cijfers heel wat te wensen overlieten, en hoewel het zijn vaders woorden waren die aan hem knaagden, waren het vooral zijn met teleurstelling doordrenkte stiltes die een gat in Draco’s borstkas sloegen.

Morgen was het Kerstmis. Het was vakantie. In de tuinen van Villa Malfidus lag een maagdelijk laagje sneeuw waar de witte pauwen met geheven hoofd en getooide veren doorheen paradeerden.

Het was al laat en Draco was moe. Het had hem een hele dag aan moed gekost om zijn vader zijn cijferlijst te tonen.

Er restte Draco niets anders dan de hele vakantie met zijn neus in de boeken te zitten en de leerstof van het vorige semester te herhalen. Begreep niemand dan dat hij het druk had op Zweinstein? Hij was Zoeker van het Zwerkbalteam, hij had zijn verplichtingen als klassenoudste en zijn vriendin Patty eiste voortdurend zijn aandacht op. Gelukkig gaf professor Omber hem goede cijfers en beloonde ze hem regelmatig met afdelingspunten.

De SLIJMBAL-examens waren pas in juni. Tot die tijd zou hij er alles aan doen om het Modderbloedje voor eens en voor altijd te verslaan.

Hoofdstuk 2 - De afspraak