How the hell did this happen!?

Lost in Harry Potter

How the hell did this happen!?

Ik bekeek mezelf even in de spiegel voor me. 

Ravenzwarte haren die nooit mee wilden werken zag ik. En twee blauwe ogen die me strak aankeken.   

Ik droom. Hield ik mezelf voor. Dit kan niet. Dit is onmogelijk. Ik ben doorgeslagen in mijn fantasie dat kan niet anders.   

 Heel voorzichtig keek ik om het hoekje van de toiletdeur. Maar daar zat hij toch echt, warrige haren, grijns van oor tot oor om zijn toch redelijk jonge gezicht.

Opnieuw zakt mijn mond open, Sirius Zwarts ziet er echt net zo uit als in mijn verbeelding!  

Een lekker ding...   Schiet het door mijn hoofd. 

Die gedachte schud ik snel van me af. 

'Voel je je al wat beter?' vraagt Sirius droogjes aan me. 'Dan kun je ons haarfijn vertellen wie je bent. En...hoe het komt dat jij uit de kast van Knijster kwam gekropen.' 

Ik knipper met mijn ogen, ja, hoe wás ik daar beland? Als ik het antwoord wist zou ik het hem met alle liefde vertellen. 'Wat je allemaal niet kan met magie?' zei ik voorzichtig. 

Ik was in het huis aan Grimboudplein 12. Het huis van Sirius Zwarts. Ik was binnengevallen op het moment dat iedereen aan tafel met eten wilde beginnen. Hoe was dat gebeurd? Het enige dat ik wist was dat ik in Harry Potter deel vijf zat te lezen toen ik in een van mijn eigen keukenkastjes geluiden had gehoord. Ik dacht aan muizen, maar ik kwam terecht bij het diner van De Orde van de Feniks. Het kruipen door mijn keukenkastje voelde echter meer of ik in Narnia terecht zou gaan komen.

'Magie kan veel, maar ik heb nog nooit iemand zo zien verschijnselen, met dat soort kleding.' Sirius wees van boven naar onder en weer terug op me. 

Ik bekeek mezelf even, gewoon een lekkere trui en een joggingbroek. Kende ze dat nog niet in die tijd? Jawel toch... 'Wat is er vreemd aan?' vroeg ik. 

Hij greep naar mijn oren en trok een van de oordopjes die naar mijn iPod leidde uit mijn oren. 

'Au! Dat doet pijn weet je!' Vlug stak ik mijn hand in mijn broekzak zodat hij mijn iPod er niet uit zou trekken. 

Maar slimme Sirius had door waar ik het voor gebruikte en drukte het oortje tegen zijn oor. 'Komt die muziek uit een bandje of wat?' 

'Ja!' zei ik vlug. 

Hij boog zich naar me toe en keek me met zijn donkere ogen veel te diep naar mijn zin aan, 'waar is die cassetterecorder dan?'   

 Ja hoor Joanne Rowling. Creëer me een man met hersens. Dacht ik gepikeerd. In het boek was hij mijn favoriete personage, in mijn hoofd ook de knapste...niet dat dat er nu toe deed. Aangezien ik wist hoe het met hem af zou lopen in dit deel van het verhaal. Een weggegooid personage, alsof hij er niks toe had gedaan. Taak zit erop, weg ermee. Zo had het gevoeld toen ik las over zijn dood.

'Die eh...' stamelde ik. 

Zijn grijns werd breder, zijn hand schoot vliegensvlug uit en trok mijn iPod uit mijn zak. 'Wat is dit?'   

Eindelijk iets wat hij niet weet. 'Dat is een eh...een...ander, soort, muziekspeler.' zei ik. God je moest je woorden goed kiezen. Ik mocht mezelf niet verraden. Straks dachten ze nog dat ik een of andere spion was ofzo. 

'Waar kom je vandaan?' vroeg Sirius met een opgetrokken wenkbrauw.

'Ik...uit Nederland. Holland.' zei ik vlug. 

'Hoe heet je?' 

Daar was de langverwachte vraag dan.

 'Robin Montange.'

'Klinkt Frans.'

'Franse vader.' ketste ik terug.

'Sirius? Schiet het een beetje op met dat meisje? Weet je al wat meer van haar?' riep een vrouwenstem vanuit de keuken. 

Dat moest Molly Wemel zijn, dat kon niet anders... 

'Ja! We komen eraan!' brulde Sirius terug. Hij keek mij aan, 'kom gewoon en beantwoord hun vragen. We moeten zeker weten dat je niet bij...'

'De dooddoeners en Voldemort hoor?' floepte ik eruit. Zodra ik het had gezegd sloeg ik mijn handen voor mijn mond, 'oeps.' grijnsde ik met een schuldbewust gezicht. 

Sirius leek me toch te vertrouwen en moest me bijna naar de keuken sleuren. Ik wilde die mensen niet zien, en beseffen dat ik waarschijnlijk gewoon een zenuwinzinking had. Alle personages uit een van mijn favoriete boeken bij elkaar aan de keukentafel terwijl ik in grote lijnen nog wel wist wat er allemaal zou gaan gebeuren. Dat was gewoon niet te bevatten.

'Goedenavond.' zei ik zachtjes.

'Lieve kind, eet eerst iets.' zei mevrouw Wemel vriendelijk terwijl ze me een kom soep in mijn handen duwde. Ik vermeed wijselijk het oog van Dwaaloog Dolleman en nam een voorzichtige slok. De heerlijke soep verwarmde mijn verkleumde ledematen. Ik wist dat Dolleman de meeste vragen zou gaan stellen, als ervaren schouwer. 

'Wie ben je?' vroeg hij bars. 

'Robin Montange uit Nederland.' zei ik nog een slok soep nemend. Voorzichtig keek ik alle nieuwsgierige gezichten aan. Harry, Ron en Hermelien natuurlijk. Ginny, de tweeling Fred en George. Lupos. Tops. Meneer Wemel en mevrouw Wemel. Bill Charlie Wemel. Romeo Wolkenveldt. Dolleman.

'Dragen ze in Nederland wel vaker dat soort kleding?' Dolleman wees ook naar mijn joggingbroek. Echt, kende ze die nog niet? Of hadden ze die zelf nooit gedragen? Ik dacht na, zouden ze hier alleen nog maar het joggingpak kennen? Die was van een andere stof dan mijn joggingbroek...

'Ja, dat dragen ze vaker ja.'

'En die schoenen?'

'Ook. Gaan we het nu gezellig hebben over de kleren die ik aanheb?' ik keek hem met een opgetrokken wenkbrauw aan. Vanuit mijn ooghoek zag ik verschillende mensen hun lachen inhouden.

 'Hoe oud ben je?'

'Twintig.'

Nu werd ik verwonderd aangekeken. 

'Echt waar?' vroeg Dolleman wantrouwig. 

'Ja, zie ik er ouder uit dan?' zei ik droogjes. 

'Jonger.' Dolleman boog zich naar me toe, 'wisseldrank.' Hoorde ik hem mompelen. 

'Aha, natuurlijk. En wie kennen jullie nog met de naam Robin Montange?' vroeg ik terwijl ik naar achteren leunde. 

Sirius lachte, 'kom op Alastor, niet zo wantrouwig. Ze was zelf helemaal in shock over hoe ze hier kwam, dat heb je toch gezien?' 

'Ze wist anders wel perfect de weg naar het toilet te vinden, in stilte.' Dolleman kijkt Sirius even veelbetekenend aan. Ik kijk van de een naar de ander. Zal ik zeggen dat ik weet van het schilderij?

Ik vrees dat ik wel moet, want na Dollemans opmerking kijkt Sirius me uiterst nieuwsgierig aan. 

'Ik weet dat je moeder achter een gordijn hangt, gaat gillen als er lawaai is en dan moeilijk tot niet meer tot bedaren te krijgen is.' dreun ik op.

 'AHA!' roept Dolleman dusdanig hard, dat iedereen inclusief ikzelf zich helemaal kapot schrikt.

'Wat nou "aha"?' murmel ik zacht. 

'Hoe weet jij van dat schilderij? Dat kan je alleen weten als je hier eerder bent geweest!' 

Hoe ga ik dit nou weer uitleggen? 'Er bestaat toch ook zoiets als voorspellen? Een zesde zintuig hebben? Ik weet wel meer dingen die jullie nog niet weten. Die weet ik gewoon. Dat is mijn magie.' zeg ik, bijna triomfantelijk.

'Je kunt in de toekomst kijken?' vraagt Dolleman.' Ik knik.

'Voorspel iets dan. Zullen er mensen sterven? Zo ja, wanneer?' 

En bedankt Dolleman. Dit wil echt niemand weten hoor.

'Ik ga niet vertellen wie er dood zullen gaan. Dat...is voor mij te pijnlijk.' zeg ik zacht. 

'Kom op Alastor! Ga niet vragen of ze weet wie er dood gaan! Dat is niet eerlijk voor haar!' zegt mevrouw Wemel. Ze staat op en loopt naar me toe. 'Wil je nog iets te eten liefje?' vraagt ze met een glimlach. Altijd goedlachse en lieve mevrouw Wemel. 

'Graag, mevrouw Wemel.' zeg ik met een kleine glimlach. Ze blijft staan, met mijn kommetje in haar handen, 'hoe kun je mijn naam weten? Ik had me nog niet voorgesteld.'

'Heb je meteen je bewijs dat ze echt in de toekomst kan kijken.' zegt Sirius wijselijk tegen Alastor Dolleman.

'Ahum.'

Iedereen kijkt nu naar de jongen die zijn keel schraapte, de jongen om wie het verhaal draait. Harry Potter. Met zijn groene ogen, warrige zwarte haar en bliksemvormige litteken. Ik kijk hem met een scheef hoofd aan, 'ja?'

'Kun je ook zien...nouja. Of ik Voldemort zal verslaan?'

Even valt iedereen stil. En ook ik ben uit het veld geslagen. Natuurlijk had ik de vraag wel aan zien komen, maar toch. Hem eenmaal horen... 

'Je moet vertrouwen op je vrienden. Niet iedereen is wie hij lijkt te zijn.' Shit, dat klinkt echt nergens naar. Maar ik moet hem op de een of andere manier duidelijk maken dat een van de mensen die hij niet mag juist alles doet om hem te beschermen. 

Ik bedoel natuurlijk Severus Sneep. Een van mijn andere favoriete personages. Ik bal mijn vuisten, als ik ze dan moet helpen draai ik Voldemort graag eigenhandig zijn nek om voor wat hij met hem doet. Maar dat kan natuurlijk niet...Harry moet het doen.

'Potter, ik was haar de vragen aan het stellen!' zegt Dolleman streng. 

Ik kijk hem aan, 'was je nog niet klaar dan?' 

'Je hebt nog steeds geen normale verklaring gegeven voor het feit dat je in het kastje van de huiself zat. Plus het feit dat jij alles over ons schijnt te weten en wij niks over jou.' hij buigt zich opnieuw naar me toe, en opnieuw buig ik wat naar achter. 

'Dus...noem tenminste èèn iemand die zal sterven. Maakt niet uit wanneer.' 

Ik kijk hem aan, voor het eerst recht. Hij kijkt me met beide ogen recht aan. 

Ik zucht en knik, 'goed, prima, maar wat al vaststaat kan je niet veranderen. Alastor Dolleman.' zeg ik naar mijn soep starend. 

Even is het doodstil in de keuken, zit iedereen te wachten tot ik een naam noem. Maar Lupos is de eerste die doorheeft dat ik de naam al genoemd heb. 

Hij kijkt me aan, 'bedoel je dat Alastor dood zal gaan?' vraagt hij verbijsterd. 

Ik kijk hem aan, zijn ogen staan vriendelijk, niet afkeurend of boos. 'Ja.' zeg ik vastgeketend in zijn blik. Waarom zijn in mijn hoofd alle personages mooi? Dat had ik niet moeten doen...

Opnieuw valt er een diepe stilte. Dan gromt Dolleman even schraapt hij zijn keel en vervolgt zijn kruisverhoor, 'dat verklaart nog niet hoe je in Knijsters keukenkast terecht kwam.' 

Ik kijk hem aan, 'heb jij je nooit vergist tijdens het verschijnselen? Toen je nog jong was?' vraagt ik. 

Sirius zucht, 'kom op Alastor! Dit is wel genoeg geweest denk je niet. We moeten bedenken hoe ze zich nuttig kan maken.'

'Ik nuttig? Hè wat?' stamel ik. Hij grijnst naar me, 'je lijkt capabel genoeg om ons te helpen. Je vooruitziende blik en je talent je uit benarde situaties te kletsen kunnen van pas komen.' zegt hij simpel.   

 Heb ik me uit een benarde situatie gekletst dan? Ik heb te vaak pirates of the Caribbean gekeken, of eigenlijk, naar Jack Sparrow. Denk ik vaagjes, afgeleid door zijn ogen. 

'Eh, wat hadden jullie in gedachten?Ik staar weer naar mijn bord.

'Misschien kun je naar Zweinstein! We zouden Perkamentus op de hoogte kunnen brengen van je komst en vragen of je op Zweinstein iets nuttigs zou kunnen doen.' zegt Meneer Wemel die het met Sirius eens is. 'En terwijl wij dat doen, moeten onze kinderen je het huis maar even laten zien. 

'Eh...dat ken ik al.' zeg ik blozend. 'Trouwens, moesten jullie het niet met Harry hebben over het "geheime" wapen van Voldemort?' 

Dolleman springt op, 'zie je wel dat je teveel weet!' brult hij. Alweer schrikt iedereen van zijn onverwachte woede. 

Ik kijk hem aan, 'daar had ik geloof ik al een verklaring voor gegeven. Of je hebt een gehoorapparaat nodig?'

'Wat is dat?' vraagt hij terwijl zijn goede oog niet meer dan een streepje is, zo wantrouwig kijkt hij. 

'Eh...lopen we zo voor in Nederland dat je niet weet wat dat is?' lach ik zenuwachtig. 'Dat is een ding voor in je oor, zodat je kunt horen. Voor dove mensen?' 

'Het zal wel, ik houd jou in de gaten jongedame.'

Sirius legt een hand op mijn schouder, 'maak je niet te druk om Alastor, Robin. Hij ziet in alle mensen dooddoeners.' Hij kijkt Dolleman even waarschuwend aan. 

Ik knik, 'zal ik onthouden.' mompel ik. Pfff dit had ik niet aan zien komen, ik kom uiteraard uit een tijd met veel nieuwe techniek die ze in deze tijd nog helemaal niet kennen. Ik zak onderuit in mijn stoel, dit gaat moeilijker worden dan ik dacht.

Misschien dat als ik Perkamentus alleen zou kunnen spreken...maar hoe groot is de kans dat hij me zou geloven? Miniem mag ik aannemen. Hij ziet me al aankomen, "Ja, ik zat gewoon in Harry Potter te lezen toen ik achter mijn keukenkastje ineens veel herrie dacht. Ik kijken kom ik uit in de keuken van Sirius Zwarts en blijk ik in Harry Potter te zitten." Ikzelf zou het al niet geloven als ik het zou horen. 

Kom op. Ik sta op en loop weer naar de kast van Knijster. Doe het deurtje open en kijk naar binnen. 

'Wat doet ze nou weer?' ik meen de stem van Fred of George te herkennen. 

Ik klop op de achterkant van de kast. Hout. Keihard hout. Niks geen weg meer terug. 

Even kijk ik achterom, recht in heel veel nieuwsgierige gezichten die zich afvragen wat ik aan het doen ben. 

Dan begin ik keihard tegen de achterkant te timmeren, 'IK WIL TERUG NAAR HUIS! KOM OP IK WIL TERUG!' brul ik gefrustreerd terwijl ik dieper de kast inkruip en het hout er aan de achterkant uit probeer de duwen en slaan. 

'Eh...voel je je wel lekker?' het gezicht van Sirius verschijnt voor het kastje. Maar ik wil hem niet zien, ik wil niemand uit dit verhaal zien! 

Ik trekt het deurtje dicht en blijf in het donker zitten hopen dat ik weer naar mijn eigen keuken kan. Dat ik weer gewoon in mijn eigen tijd terecht kom. Wat heb ik in de wereld van de beroemde Harry Potter te zoeken? Helemaal niks!

Comfortabel is het niet in die krappe ruimte waar ik nu zit, maar ik heb geen zin in de "waarheid" van het feit dat ik echt in een Harry Potter verhaal terecht ben gekomen. 

En voor hoelang eigenlijk? Nog een keer duw ik tegen het hout van de kast, maar het weigert mee te geven en blijft gewoon hout. 

Ik schrik me helemaal kapot als er vriendelijk op de deur geklopt wordt. 

'Wat?' roep ik boos.

'Ehm, was...was je van plan daar nog lang te blijven zitten?' ik hoor hoe Ron moeite moet doen zijn lachen in te houden. 

Boos gooi ik het deurtje open, 'oh ja lach maar! Hoe zou jij het vinden als je per ongeluk ergens terecht komt waarvan het in de eerste plaats niet eens de bedoeling was dat je er kwam? En dan ook nog eens onderworpen wordt aan een kruisverhoor door een doordrammerige ex-schouwer die weigert gewoon aan te nemen wat je vertelt, en dan ook nog probeert terug te gaan naar waar je vandaan kwam zonder resultaat?' Ik sta voor Ron, ik ben dan wel kleiner dan hij, maar ik zie aan zijn gezicht dat hij deze uitbarsting niet aan had zien komen. 

'Eh...' stamelt hij alleen maar. 

'Ja! Dat dacht ik ook ja!' ik sla mijn armen over elkaar en kijk hem brutaal aan, 'ja, dat dacht ik ook!'

'O-kee, haal even diep adem Robin. En ga zitten!' zegt Sirius bijna streng terwijl hij me op een stoel duwt.

 'Het is begrijpelijk dat je je niet helemaal op je plek voelt hier, aangezien het in jouw land blijkbaar anders is dan hier allemaal. Maar die ondervraging was echt nodig. We moesten toch zeker weten dat je te vertrouwen bent.' 

'Volgens mij wisten jullie allemaal al dat ik te vertrouwen was, behalve hij!' ik wijs gefrustreerd naar Dolleman. 

Sirius moet duidelijk moeite doen om zijn lachen in te houden en ik kijk hem waarschuwend aan. 

Hij schraapt zijn keel, 'iemand een idee hoe we haar rustig krijgen?' 

'Slaapdrank?' oppert een van de tweelingbroers. 

Die opmerking bezorgd hem een zachte tik tegen zijn achterhoofd van zijn moeder, 'Fred!' 

'Ja nou, dan is ze tenminste rustig. Of je moet willen dat we haar met een zwaar voorwerp slaan. Dan houdt ze voorlopig haar mond ook wel.' zegt George. 

Ik trek me er niks van aan, die opmerkingen ben ik min of meer wel gewend. 

'Ik ben rustig.' grom ik. Nu schieten verschillende mensen in de lach. 

Opnieuw is het Dolleman die gromt: 'als je zo graag naar huis wilt, verdwijnsel je toch gewoon?' 

Ik staar hem aan, niet in staat enige reactie te geven. Hoe zou ik ook kunnen? Ik kan helemaal niks geen magie. Niet met een toverstok en al helemaal niet verdwijnselen of verschijnselen.

Nu wordt ik weer door iedereen aangekeken. 'Ik eh...dat lukt me niet, of dacht je dat ik niet heb geprobeerd toen ik in die kast terecht kwam?' zeg ik snel. Niet een waterdichte smoes, maar wat moet ik dan? 'Ben je eigenlijk wel een heks?' vraagt Tops nieuwsgierig.

'Geef me een toverstaf en ik zal zien wat ik kan.' zeg ik nuchter. 

Weifelend geeft Tops me die van haar. 

Ik knijp mijn ogen samen, ' Expelliarmus! ' ik wijs naar Dolleman, zijn toverstok vliegt uit zijn binnenzak en ik vang hem op.

'Goed genoeg?' ik bied Dolleman zijn toverstaf weer aan en met een chagrijnig gezicht pakt hij hem aan. 'Ik had hem alleen niet bij me toen ik verdwijnselde, dus ik heb vrees ik een nieuwe nodig. En nee, ik heb geen geld om er een te kopen.' gooi ik eruit.

'Dan ga je maar gewoon met ons mee naar de Wegisweg liefje.' zegt mevrouw Wemel. 'Maar dat is pas over een paar dagen, eerst heeft Harry zijn...'

'Hoorzitting. Dat weet ik. Omdat er ineens Dementors op kwamen dagen bij jullie toch?' ik kijk Harry aan. 

'Ik ga er niet aan wennen dat jij alles al weet.' zegt Sirius een beetje van zijn stuk gebracht. 

'Ga ik winnen?' vraagt Harry voorzichtig. 

Ik lach, 'ja hoor, uiteraard. Je bent niet voor niks Harry Potter.' 

Een klein glimlachje breekt door op zijn gezicht. Hij voelt zich niet begrepen, door niemand. Dromen teisteren zijn nachtrust en Voldemort lijkt meer in hem te zitten dan hij van te voren had kunnen bedenken... 

'Nogmaals, je moet daarbij wel je vrienden dicht bij je houden. Alleen dan zal het je lukken. Maar...je hebt nog een hele lange weg te gaan Harry.' voeg ik eraan toe. 

Hij gromt wat en neemt een slok van zijn drinken. 

Ik kijk Sirius aan, 'ik ben eigenlijk wel nieuwsgierig naar Scheurbek.' zeg ik met een kleine glimlach. 

Zat Sirius eerst nog onderuitgezakt. Nu beginnen zijn ogen te twinkelen en hij schiet overeind, 'jij weet echt alles!' roept hij, waardoor iedereen hem aankijkt. 'Kom mee dan stel ik jullie aan elkaar voor.' 

Hij staat op en loopt de keuken uit. 

Ik sta ook op draai me nog even om, 'eh...bedankt, voor alles.' zeg ik een beetje verlegen.

'Geen dank hoor lieverd.' glimlacht mevrouw Wemel. Ze is zo vriendelijk...dat wist ik wel, maar zó vriendelijk had zelfs ik niet verwacht.

'Kom je?' Sirius steekt zijn hoofd even om de hoek van de deur. 

Ik kijk hem grijnzend aan, 'ja hoor, ongeduld.' Ik loop achter hem aan.

Zou ik hier kunnen gaan wennen? Met al deze mensen? Met Sirius sowieso wel...maar dat is eigenlijk niet goed, helemaal niet goed. En ik kan de loop van een vaststaand verhaal natuurlijk niet zomaar veranderen. Dat zou alles verpesten...