Spandoek van de verffabriek

Spandoek van de verffabriek

Spandoek van de verffabriek

 Al van kindsbeen af hoor ik graag zeemansliedjes. Eerst via de 78 toeren platen op de grammofoon van mijn vader. Later kregen we een kastje van de radiodistributie en op een dag hoorde ik:

Op de kade stond een juffrouw met een knotje in d’r haar

In haar armen hing een zeeman en ze zei alleen nog maar

Janus, Janus  - - - - -

En toen zette mijn moeder vlug de radio uit, want pak me nog een keer was toch niks voor kinderen. Helaas voor haar maakte deze handeling mij nieuwsgierig en hoorde ik de rest van het lied elders toch. Jammer genoeg begreep ik niet wat de zeeman nu moest pakken. Ook niet na een uiterst verhullend verhaal van mijn vader, dat eindigde met de opdracht: “Ga jij maar een stukje fietsen.”

Later reed ik op de Simplex van Delft langs de Schie naar Rotterdam, om op de hoek Westerkade/Veerhaven naar de schepen van de Lijn te kijken. Een rustig plekje, met goed zicht op schepen als bijvoorbeeld de Maasdam, Rijndam, Statendam of de Nieuw Amsterdam. De Rotterdam, die nog in aanbouw was, daar was ik weleens dichterbij geweest. Mocht ik meerijden met een kleine vrachtauto van de Fabriek van Compositieverven (FCV), die bussen met verf voor de Rotterdam af moest leveren bij de RDM op Heijplaat. Voor de slagboom bij de ingang van de werf zei de chauffeur Koos: “Ga maar gauw op de grond zitten”. Later mocht ik tevoorschijn komen, om te helpen de bussen in een werkbak te zetten, die hoog in de lucht boven de Rotterdam verdween.

Alle verf voor de Rotterdam was door mijn vader op kleur gemaakt. Dan gebruikte hij een staalkaart, waar hij ter vergelijking een beetje van de  gemaakte verf op smeerde. Na wat toevoegingen van sub-kleuren knikte  hij dan tevreden en was de verf klaar voor levering. Wegens dit aandeel in de verffabricage mocht mijn vader mee met een proefvaart van de Rotterdam. Het was op zaterdag 11 juli 1959. Van te voren had hij een groot spandoek gemaakt.

 Met wat anderen van de fabriek reden we in een Fiat Multipla naar Hoek van Holland. Langs de Nieuwe Waterweg hielden wij, bij de nadering van de Rotterdam, het doek hoog. De boodschap op het doek ben ik helaas vergeten. Wel weet ik nog, dat mijn vader volgens afspraak, een goede zaklantaarn bij zich had. Hij zou deze aan knippen als hij het spandoek zag. En jawel, daar zagen wij ergens boven de reling een lichtje  schitteren. Van de vele toeschouwers langs de Waterweg waren wij van de verffabriek de enigen, die wisten dat het lichtje van mijn vader was.