De donkere dagen voor Kerstmis

Krachten bundelen #MyPotterWorld

De donkere dagen voor Kerstmis

‘Bijna kerstvakantie. Eindelijk.’ James ging aan de tafel van Griffoendor zitten en schepte direct een grote berg aardappels op zijn bord. Door het betoverde plafond dwarrelden grote sneeuwvlokken op hen neer.
‘De volle maand rond Kerstmis komt mij alweer te dichtbij,’ zuchtte Remus.
‘Voor je het weet is het weer voorbij,’ zei Sirius nogal nonchalant, alsof de hele transformatie niets voorstelde. ‘Ik vind het in ieder geval jammer dat jullie er niet zijn met kerst. Dan hadden we tenminste nog door Zweinsveld kunnen zwerven.’
James wisselde een blik met Remus, die zijn ogen even ten hemel sloeg. Ze wisten allebei dat Sirius zo reageerde omdat hij een eenzame kerst tegemoet ging. Hij woonde niet meer thuis en ook bij de Potters was hij inmiddels weggegaan.
‘Je moet niet alleen in die kamer gaan zitten met kerst,’ vond James. ‘Mijn ouders stuurden me vorige week een brief dat je gewoon bij ons kunt komen met kerst. Mijn ouders bereiden een groot kerstdiner voor.’ Sirius stemde niet direct toe. ‘Ik accepteer geen nee Sluipvoet.’ James grijnsde en uiteindelijk brak ook een lach door op Sirius’ gezicht.
‘Wat ga jij doen met kerst Wormstaart?’ vroeg Sirius. Peter draaide zich een beetje geschrokken om. Hij had af en toe nieuwsgierig om zitten kijken naar de tafel van Zwadderich, waar een groepje Dooddoeners zich had verzameld en de koppen bij elkaar hadden gestoken. ‘Wat valt er daar te zien?’ vroeg Sirius met een hooghartige blik.  
‘N-niets. Ik vroeg me gewoon af wat ze aan het uitspoken waren,’ zei Peter snel. ‘Ik ga met kerstmis ook naar huis,’ voegde hij er vlug aan toe, alsof daarmee het gesprek was afgedaan. ‘Niets bijzonders gepland.’
‘Hmm.’
James was er ook niet helemaal bij met zijn gedachten. Zijn blik gleed af en toe naar Lily Evers, een meisje uit Griffoendor waar hij al jaren heimelijk een oogje op had. Hij scheurde zijn blik los van haar, omdat zij druk in gesprek was met haar vriendinnen, en wendde zich tot Sirius. ‘Ik ga nog even terug naar de leerlingenkamer, om mijn werkstuk voor Toverdranken af te maken.’
‘Ik heb het al af.’
‘Ik ga wel met je mee!’ zei Peter direct, die zijn tas en boeken al verzamelde. James zuchtte even lichtjes en zei zijn vrienden gedag. Op de gang passeerden ze Sneep. James, die Sneep haatte en altijd zijn uiterste best deed om hem of een dodelijke blik te geven of hem straal te negeren, koos nu voor dat laatste. De nieuwsgierige en veelbetekenende blik die Peter wierp op Sneep ontging James volledig.

Kerstmis bij de Potters was zoals altijd een gezellige aangelegenheid. James en Sirius zaten bij meneer en mevrouw Potter aan tafel, die op dat moment in een discussie verwikkeld waren over een artikel in de Avondprofeet waar de jongens zich op dat moment niet voor interesseerden. 
‘Dus. Ga je haar nu nog uitvragen?’ Sirius grijnsde.
‘Ik weet niet waar je het over hebt,’ zei James luchtig. Hij draaide zijn toverstok rond in zijn vingers en merkte niet dat hij een klein gaatje maakte in het nieuwe tafelkleed. ‘Voor je het weet vraagt iemand anders haar uit hoor. Ik hoorde laatst bij Kruidenkunde dat een jongen van Huffelpuf haar wilde vragen om mee te gaan naar Zweinsveld.’
Wie?’ sputterde James direct.
Sirius grijnsde. ‘Die jongen van Hepel. Blonde slungel.’
‘O, die,’ bromde James.
‘Ben je bang dat ze nee zal zeggen?’
‘Nee.’ Misschien, dacht hij. ‘Ik vraag haar na de vakantie.’
‘Mooi,’ zei Sirius tevreden. ‘Het werd ook wel eens tijd.’
Wij onderbreken deze uitzending voor een kort bericht,’ klonk plotseling de stem van Heidi de Wilde uit de kleine magische radio. De Potters luisterden met Kerstmis meestal naar de kerstmuziek op de MOS (Magische Omroep Stichting).
Heden vanavond hebben wij vernomen dat een selecte groep Dooddoeners een Dreuzelgezin in het westen van Engeland hebben vermoord. Het Duistere Teken hing boven hun huis. Of Hij Die Niet Genoemd Mag Worden hier direct betrokken bij is geweest, is onduidelijk. Het Ministerie van Toverkunst gaat echter wel uit dat het in opdracht van Hij Die Niet Genoemd Mag Worden is gebeurd.’
‘Dus nu worden er gewoon steeds voor de lol Dreuzels vermoord?’ vroeg meneer Potter met enige stemverheffing. Hun gezichten waren allemaal geschokt en vol afschuw.
‘Dat gebeurt nu al een tijdje,’ zei mevrouw Potter somber. ‘Het zal steeds erger worden, ben ik bang. De Tovenaarsoorlog laat een bloederig spoor achter.’
‘Nee, dat doet Hij ,’ zei Sirius met de grootst mogelijke minachting. ‘Mijn ouders zullen vast dolblij zijn dat er weer een Dreuzelgezin minder is.’ De ouders van Sirius waren grote voorstanders van Voldemort. Zelfs de broer van Sirius, Regulus, had zich aangesloten bij de Dooddoeners.
Niemand zei iets na die pijnlijke uitspraak.
‘We zijn blij dat je Kerstmis bij ons viert Sirius. Je bent altijd welkom,’ zei mevrouw Potter vriendelijk. ‘Het is belangrijk dat we ons als een familie blijven gedragen. Dat we onze krachten bundelen en eensgezind blijven.’
Meneer Potter zette de radio uit met een tikje van zijn toverstok. ‘Laten we nu maar naar bed gaan.’ Niemand had echt meer zin in een gezellige avond na dat vreselijke nieuws. Het was moeilijk om hoop te houden met al die vreselijke daden die Voldemort beging om aan macht te komen. Hij deinsde nergens voor terug. Toen James die avond in bed lag, was hij er dan ook zeker van dat hij Lily Evers zou uitvragen voor een afspraakje. Wat had hij immers te verliezen? Naast het feit dat ze hun krachten moesten bundelen, zoals zijn moeder had gezegd, wilde hij ook niet vergeten te leven. Hij wist zeker dat hij er spijt van zou krijgen als hij zijn kans niet greep.
Op Zweinstein gingen na de kerstvakantie gestaag de lessen door. De Zwadderaars, en met name de Dooddoeners, zagen er dreigender uit dan ooit en geen van de vrienden merkten echt op dat Wormstaart zich meer en meer begon te interesseren voor de verlokkingen van de Duistere Zijde.
Remus was gesloopt na een vermoeiende en vooral pijnlijke volle maan. Sirius zat nog steeds in over het vermoorde Dreuzelgezin en zat bovendien te mokken over zijn familie, en James, die zich ook zorgen maakte over Voldemorts toenemende kracht, was tegelijkertijd ook nerveus. Hij had zich tijdens de kerstvakantie voorgenomen om Lily uit te vragen en merkte dat hij zenuwachtiger was dan gedacht. Hij stootte tijdens de lunch zijn glas met pompoensap om en mompelde haastig Reparo, voor één van de jongens een opmerking zou maken.
Tijdens Transfiguratie kon hij gedurende de hele les zijn gedachten er niet bij houden. Af en toe keek hij stiekem om naar Lily, die druk aan het schrijven was met haar ganzenveer. Haar lange rode haar lag half over haar perkament heen en James glimlachte. Hij keek graag naar haar als ze bezig was. Toen ten langen leste eindelijk de bel ging, haastte hij zich achter haar aan. Ze was in gesprek met één van hun mede Griffoendors, Marie Munter.
‘Je hebt mooi wel twintig punten voor Griffoendor binnen gesleept net!’ hoorde James haar zeggen.
Lily glimlachte bescheiden.
‘Hé Evers,’ riep hij. Hij ging naast haar lopen. Hij hoorde Marie giechelen en rolde zijn ogen. ‘Ik moet even iets met je bespreken.’
‘Heeft het haast? Ik heb hierna aansluitend les. Ik moet mijn huiswerk voor Toverdranken ook nog inleveren.’
‘Slakhoorn pikt het toch wel als jij iets later bent,’ grijnsde James. Lily keek een beetje geërgerd, alsof ze er niet aan herinnerd wilde worden dat ze het lievelingetje was van Slakhoorn, en tikte een beetje ongeduldig met haar voet op de grond. ‘Wat wilde je vragen?’
James staarde even in die heldere, amandelvormige groene ogen en gooide zijn vraag eruit. ‘Ik vroeg me af of je een keertje met me uit wilt gaan.’
Lily leek met stomheid geslagen, al zag James haar ook lichtjes blozen. Het maakte haar nog knapper. Ze keek hem even geringschattend aan, alsof ze haar keuzes overdacht, en knikte toen. ‘Oké. Ik ga met je uit.’
‘Echt?’ vroeg James verbluft.
‘Echt. Dacht je dat ik nee zou zeggen?’ Ze keek hem geamuseerd aan.
‘Nee hoor, ik eh…’ Nu was het James die een hoofd als een boei kreeg.
‘Eerstvolgende weekend Zweinsveld, neem ik aan?’
James voelde de leeuw van Griffoendor in zijn borst brullen toen ze naar hem glimlachte. Hij wilde een lok van haar rode haar achter haar oor stoppen, maar durfde het niet. Hij knikte en grijnsde scheef.
‘Oké dan. Nou, ik zie je nog wel dan. Ik ga naar mijn les.’ Ze liep weg en draaide zich nog even één keer om, voor ze de hoek om verdween.
James kon het wel uitschreeuwen van geluk. Hij had een afspraakje met Lily Evers geregeld. Niets kon zijn dag nog verpesten. Zelfs toen hij Secretus voorbij zag lopen en hun blikken even kruisten, kon hij niets anders doen dan zelfvoldaan grijnzen.

Verzet