Proloog - Augustus 2006

DERTIEN

Proloog - Augustus 2006

‘Kom op meiden!’


Ik kijk de kring rond en iedereen kijkt me gespannen aan.


‘We hebben nog twee minuten om terug te komen. We kunnen ze hebben, ik voel het!’


Onze handen zijn bij elkaar gestoken en ze trillen allemaal van de vermoeidheid en van de spanning. Nog heel even, nog een laatste krachtsinspanning en dan is het afgelopen. We zijn zo dichtbij.

‘Op drie. Eén, twee, drie!’ zeg ik met harde stem.

‘TEAM!’ roept iedereen in koor. Vier van mijn teamgenoten en ik lopen terug het basketbalveld op. We staan met acht punten achter en deze wedstrijd verliezen is geen optie.


Ik moet deze wedstrijd winnen.


We spelen hier in Italië de finale van het Europees Kampioenschap onder de zestien jaar en de winnaar mag volgend jaar naar het Wereld Kampioenschap in de Verenigde Staten. En dat is al zo lang ik me kan herinneren mijn ultieme droom. Er is niets op de wereld dat ik liever zou willen dan basketballen in Amerika.


Tot aan de halve finales ging het toernooi heel soepel. Het kostte ons weinig moeite om wedstrijden te winnen. We hebben de afgelopen maanden veel met elkaar getraind en dat was te merken. We speelden heel goed samen en wonnen alle wedstrijden met dikke cijfers. In de halve finale speelden we tegen het team van Denemarken. Het ging de hele wedstrijd gelijk op, maar in de laatste vijf minuten wisten we voor te komen en de voorsprong vast te houden. Het harde werken werd beloond met een plaats in de finale.


Maar vandaag, tegen de grote Spaanse meiden, is het aanpoten.


Wij mogen de bal innemen en zoals altijd krijg ik hem meteen. Ik dribbel de bal rustig naar voren, op zoek naar een teamgenoot waar ik de bal naar toe kan passen of een beetje ruimte in de verdediging zodat ik zelf richting de basket kan. Ik voel de druk van de acht punten die we nog moeten scoren om deze wedstrijd te winnen, maar ik heb er geen last van. Het motiveert me alleen maar. Nergens voel ik me zo thuis als op het basketbalveld. Ik hou van het vrije gevoel dat het me geeft. In basketbal ben ik goed. Hier hoef ik me niet anders voor te doen dan ik ben. Hier vinden mensen het fijn als je hard werkt en als je beter bent dan de rest. Hier kan ik volledig mezelf zijn.


Zo anders dan in mijn normale leven.


Ik voel dat de Spaanse meiden denken dat ze al hebben gewonnen. De hele wedstrijd word ik stevig verdedigd, maar nu laat mijn verdedigster wat ruimte voor me vrij.  Dus dribbel ik rustig richting de driepuntlijn en neem een schot.


Woosj. De bal gaat in één keer in het net.


Nog maar vijf punten.


Ik laat mezelf terugzakken en zet wat extra druk op de guard die ik verdedig. Ze wordt er een beetje nerveus van en het lukt haar niet om een goede aanval op te zetten. Het schot dat haar teamgenoot vervolgens maakt gaat dan ook mis. Ik krijg de bal en dribbel rustig naar de driepuntlijn, en weer geven ze me veel te veel ruimte.


Woosj, de tweede driepunter.


Nog maar twee punten.


Ik laat me naar achteren zakken en zet nog een keer druk op de guard. Ik voel mijn hartslag versnellen. Nog maar twee punten en we staan gelijk! En nog drie en dan zijn we Europees Kampioen, zegt een klein stemmetje in mijn hoofd. Ik druk het snel weg. Ik moet me concentreren op het hier en nu en me niet laten afleiden door wat ik zou kunnen bereiken.  


Het lukt Spanje ook dit keer niet om te scoren en de bal wordt naar mij gepasst. Ik dribbel de bal naar voren. De coach van de tegenpartij begint te schreeuwen en te schelden. Althans, zo klinkt het in het Spaans.  


‘Numero trece!’ schreeuwt hij gefrustreerd.


Mijn mondhoeken gaan omhoog. Nummer 13. Dat ben ik.


En deze wedstrijd gaan we winnen!


Het meisje dat mij verdedigt doet wat meer haar best en volgt me ineens alsof ze mijn schaduw is. Dan tikt ze onverwacht tegen de bal die ik dribbel en gaat hij via mijn been over de zijlijn.


Shit.


Nog dertig seconden te spelen en ik ben de bal kwijtgeraakt.


Mijn hart klopt inmiddels in mijn keel. ‘Press!’ roept onze coach en het lijkt mijn hersenen in super focus modus te zetten. Al het lawaai verdwijnt naar de achtergrond en ik heb alleen maar oog voor één ding.


Een oranje bal.


Als een geoliede machine gaan we om de tegenpartij heen staan. Samen met Marleen kruip ik op de guard die de bal moet op dribbelen. Snel passt de Spaanse guard naar haar teamgenoot, maar Marleen en ik duiken met zijn tweeën bovenop de andere speelster. In een ultieme poging probeert de Spaanse speelster de bal weer terug te passen. Ik steek mijn hand uit en grijp de bal uit de lucht. Er is nog maar weinig tijd en ik dribbel als een gek naar de basket. In mijn ooghoeken zie ik verdedigers op mij afkomen, groter en sterker dan ik, maar de drang om te scoren, om deze wedstrijd te winnen, wint het. Ik maak een lay-up, doe nog snel een fake en gooi met mijn linkerhand de bal richting de basket.

Een keiharde dreun slaat de lucht uit mijn longen. Ik beland op de vloer en draai nog net op tijd op mijn rug om de bal door het net te zien gaan. De scheidsrechter blaast op het fluitje wat betekent dat ik nog één extra vrije worp mag nemen.


Het staat gelijk. Als ik deze vrije worp raak schiet, zijn we Europees Kampioen!


Ik word omhoog getrokken door mijn teamgenoten die mij juichend in de armen vallen. ‘Kom op, Tess, je kan dit’, zegt Marleen met een stralende glimlach. ‘Nog één puntje, neem je tijd.’


Ik loop richting de vrije worplijn en haal een paar keer diep adem. Ik doe heel even mijn ogen dicht en uit het niets is hij ineens bij me.


Daan.


Ik zie zijn stralende gezicht voor me met zijn altijd twinkelende ogen. In mijn hoofd hoor ik zijn stem. ‘Kom op, Tess. Je kan dit. Ik geloof in je.’

Ik weet dat dit slechts mijn fantasie is. Daan is helemaal niet hier in Italië, Daan is met zijn familie op vakantie in Ghana. Maar omdat hij eigenlijk altijd bij mijn wedstrijden is, voelt zijn aanwezigheid heel vertrouwd. Het geeft me extra kracht om te doen alsof hij mij nu kan zien.


Ik ga op de vrije worplijn staan en haal nog een keer diep adem. Ik sluit nog een keer kort mijn ogen dicht en denk aan al die duizenden vrije worpen die ik mijn leven heb genomen. Weer voel ik die onzichtbare band met Daan en ik glimlach.


Dan schakel ik alle gedachten uit, behalve één.


Deze bal gaat erin.


Ik dribbel een paar keer snel op de grond, draai de bal twee keer rond in mijn handen en schiet.

Hoofdstuk 1