Vallend stof

De weg van het stof

Vallend stof

Het licht vond een weg tussen de ouderwetse, vale gordijnen en viel gretig de hal binnen. In de lichtbundels werden stofdeeltjes zichtbaar, betrapt wiegden ze verder, mee met de luchtstroom. De luchtstroom was zwak en verloor de stofjes onderweg alsof hij zijn spoor wilde kunnen terugvinden.

De eerste stofjes vielen op de schoenen naast de mat. De stofdeeltjes sloten zich tot een laag stof die zich vlijde om de veters en het leer als poedersneeuw op kerstochtend, maar zonder glans.

De stofdeeltjes hadden alle tijd om de schoenen te bedekken, maar de kranten en de brieven stapelden zich haastig op. Het stof woei op bij elke opgelucht door de bus geduwde brief en vluchtte voor de massieve zaterdagkranten. In de nieuwe luchtstromen stoof het naar de planken met fotolijsten, de felgekleurde muts en de wanten, de stok.

Maar de luchtstromen verzwakten altijd, gedwee daalden de stofdeeltjes dan terug, langs de foto's, de stok, het lichaam.