Dubbelgeluk

Dubbelgeluk

Dubbelgeluk

Mijn monsterboek geeft aan dat, ik op 25 mei 1965 als 4e stuurman werd overgeplaatst van de “Maasdam” naar de “Rotterdam”. Daar ontmoette ik mijn nieuwe hutgenoot Hans van Biljouw. (ook 4e stuurman) Deze kennismaking was het begin van een nieuw hoofdstuk in ons leven.

Onze hut bevond zich op het brugdek tussen de hut van de scheepspolitie en de Kapitein, Commodore Auke de Jong.

Dit had een groot voordeel, aangezien recht tegenover onze hut de pantry van de kapitein was, van waaruit tijdens de “Captains Cocktails” de lekkerste snacks werden klaargemaakt en wij konden genieten van de “left-overs”.

Dit bleek later een belangrijke factor de “eigen gasten” in onze hut, te verwennen. Hierover later meer!

Na een aantal reizen op de Noord: Rotterdam, Le Havre, Southampton, New York, visa versa, volgden een paar Cruises vanuit New York naar de Caribbean. (San Juan, St Maarten, St Thomas, Curacao, Trinidad, Martinique, Saint Vincent, Caracas etc.)

 

Als stuurman was je verantwoordelijk voor de verdeling van de passagiers over de reddingsloepen en tevens ook schipper op één van die boten. Op de Noord Atlantic reizen waren uiteraard de sloepen voor de passagiers met een kleine beurs (studentes) het meest in trek, aangezien je op “natuurlijke” wijze tijdens de sloepenrol, kon kennismaken met deze “doelgroep” , waarna uitnodigingen volgden om een borrel te drinken in onze hut. De route beschrijving was simpel: neem de lift naar het Radio Station en ga sla links af.

Na een aantal geslaagde uitnodigingen werden de marconisten wakker, vingen de dames op met de mededeling: “Here is the Party”,  waarbij de route op de laatste 20 meter werd gewijzigd.

Tijdens de Caribbean Cruises werden veel uren gemaakt.  Wanneer je bijvoorbeeld de vier-acht wacht draaide werd een volgend eiland aangelopen en geankerd, daarna tot 12.00 uur wacht bij de gangway, waar vandaan de passagiers met de Tenders naar de wal werden gebracht. Elke passagier kreeg te horen : “ Watch your Head, Mind your Step”

Op het eiland St Thomas werd door de passagiers massaal belastingvrije whisky besteld en één uur voor vertrek aangeleverd aan de kade bij de Tenders. Het verzoek deze dozen mee te nemen naar het Schip was het startschot voor lucratieve onderhandeling die tot resultaat had, (gratis) whisky voor de bemanning, waar we onze cocktail feestjes mee organiseerden.

 

Slechts de hogere officiersrangen hadden toestemming zich in de passagiersruimte te begeven.

Uitgezonderd de bioscoop, waar ook de lagere rangen welkom waren.

Ergens eind 1965 zagen we daar de James Bond film: Goldfinger. Voordat de film begon, namen er twee dames, in de rij voor, ons plaats en toen we voorstelde naast de dames te gaan zitten, klonk geen bezwaar. Het bleken collega’s te zijn, die we natuurlijk al wel eerder gezien hadden, want op een schip met 900 bemanningsleden, waarvan ongeveer 30 vrouwen, was het jachtseizoen 12 maanden per jaar geopend. De dames José Westerman en Margreet Smit werkten respectievelijk in The Shop en de Kapsalon en hadden hun hut in het “Harem” (A-dek achteruit)

 

Ook werd er hard gewerkt aan boord, naast twee maal 4 uur wacht per etmaal op de brug, werden veel overuren gemaakt voor de controle van de brandblusmiddelen, onderhoud aan de reddingsmiddelen, tenderservice en gangwaysecurity.

Maar na hard werken en de overuren kregen we in de havens die we aandeden, toch de gelegenheid om tijd vrij te maken om de wal op te gaan, om zo de wereld te verkennen.

 

Toen in januari 1966 de “Eighty days around the World” Cruise vanuit New York de reis begon, hadden we inmiddels meerdere “kennismakings-ontmoetingen” achter de rug en zagen we overal vlinders om ons heen. De gratis Whisky en Left-overs (Gamba’s etc.) uit de Captains Pantry, met daarbij muziek van de nieuwste Beatlesplaat “Rubber Soul” (met onder andere Michelle, Norwegian Woods) zorgden voor een perfecte sfeer in onze hut.

Dat alles in het grootste geheim, aangezien het niet echt werd gewaardeerd wanneer de jongere officieren privé ontvangsten hielden in de eigen hut. Dit maakte het natuurlijk extra spannend.

Intussen voeren we via Madeira naar de Middellandse Zee en na Villefrance kwamen we in Napels. Daar huurden we met z’n vieren een auto waarmee we via Pompei, Amalfi en Salerno de dag afsloten in een intiem restaurant met uitzicht op zee, daar vierden we mijn 21e verjaardag . Onderweg door bergachtig gebied roken we een brandlucht en wat bleek, we hadden al enkele kilometers met aangetrokken handrem gereden! Een garage in de buurt bracht uitkomst.

Door via Piraeus naar Cairo, waar een excursie naar de piramides en een ritje op kamelen onze relatie met José en Margreet, ernstige vormen begon aan te nemen.

Via het Suezkanaal en Aden naar Bombay in de periode dat er in Nederland een geldinzameling tegen de hongersnood in India aan de gang was (Eten voor India).

Ook werd er geld opgehaald onder de bemanning waarvoor in Aden melkpoeder voor een kindertehuis in Bombay werd ingekocht.

Vooranker in baai van Bombay lagen ook talloze vrachtschepen met voedsel aan boord.

Wij waren stomverbaasd dat deze niet gelost werden om de hongersnood enigszins op te lossen.

Toen wij bij de douane te horen kregen dat we ook voor de melkpoeder 100% invoerrechten moesten betalen, bleek de hongersnood kunstmatig gecreëerd en de overheid behoorlijk corrupt.

Verder via Ceylon (Sri Lanka), Kuala Lumpur, Singapore en Bali naar Hong Kong. Kennismaking met Azië was een bijzondere ervaring en maakte vooral duidelijk wat de invloed was van de Nederlandse invloed eeuwen daarvoor.

In Japan (Kobe en Yokohama) waren we tijdens het Lentefeest en ook daar leek het of de tijd had stil gestaan. Nog veel mensen in traditionele kledij en iedereen had een foto camera.

De “Rotterdam” en iedereen die van boord kwam was het fotograferen waard.

Daarna door naar Hawaii waar natuurlijk op die rare lange planken geprobeerd werd met een brandingsgolf terug te varen (surfen) naar het strand. Iets wat in Nederland totaal onbekend was.

San Francisco was zo’n beetje terug naar de normale wereld, daar genoten (nog steeds met z’n vieren) van de Cablecar en verse kreeft bij de “Fisherman’s Wharf”. De Kreeften gingen levend in een pan met kokend water en maakte daarbij veel lawaai. Wij vonden dat zielig, maar de verkopers vertelden ons dat het geluid veroorzaakt werd door ontsnappende lucht uit de schalen van het arme dier.

Door via Mexico (Acapulco) en het Panamakanaal naar Miami en uiteindelijk afgemeerd aan Pier 40 in New York. Een geweldige ervaring rijker en met veel verhalen een week later weer thuis.

Natuurlijk was er erg veel te vertellen maar het nieuws dat ik het meisje van mijn dromen had ontmoet, maakte dat deze reis met de Rotterdam voor altijd een droomreis zal blijven.

In augustus van hetzelfde jaar (1966) zijn we getrouwd. Bijzonder was dat en maand na ons (Wim en José) Hans en Margreet ook elkaar het ja-woord gaven. Hans heeft zijn loopbaan vervolgd bij de HAL en ook nog als 2e en 1e stuurman op de Rotterdam mogen varen, om in 2007 als Kapitein van de Zuiddam met pensioen te gaan.

Ik nam ontslag en via de Luchtmacht (Meteo-officier) een carrière opgebouwd in de tentoonstellings- en congreswereld en in 2006, na 20 jaar lid van de directie van Amsterdam RAI eveneens met pensioen.

 

Nu meer dan 50 jaar later nog steeds getrouwd met de zelfde dames en nog steeds goed bevriend. Minimaal één maal per jaar bijpraten, over kinderen en kleinkinderen, met een weekend schaken, paardrijden, tennissen en om uiteindelijk ons plezier te vinden op de golfbaan.

 

Wim van der Loo