God zijn doet geen zeer

God zijn doet geen zeer

God zijn doet geen zeer

Guido ( ‘Elke minuut sterft een vrouw in het kraambed’, natuurlijke eliminatie, hij was er altijd al een voorstander van geweest)


Als ik mij nu tegen een boom morsdood zou rijden, sterf ik dan als een gelukkig man?
Guido mijmerde zoals steeds terwijl hij ’s nachts met zijn Jaguar moederziel alleen naar huis reed. Zijn humeur was al iets beter. Ondanks het feit dat hij het nu al zesentwintig jaar deed raakte hij de nachtelijke telefoontjes maar niet gewoon. Telkens opnieuw was zijn eerste reactie het ding te laten rinkelen, telkens opnieuw nam hij op, telkens opnieuw was hij geërgerd.

Hij had aan weinig een echte hekel –of het moest zijn aan alles-, aan gestoord worden in zijn slaap in ieder geval wel.

Nu dus ook weer, gelukkig had hij reeds sedert lang duidelijke afspraken met zijn assistenten. Ze mochten hem enkel wanneer ze honderd procent zeker waren en dan nog pas op het allerlaatste moment wekken, de stagiair had meestal alle moeite van de wereld om de persende vrouwen af te remmen en hen te overtuigen zich nog een beetje te ontspannen, er was nog niet genoeg opening, het kon nog gevaarlijk zijn om het kindje nu reeds ter wereld te laten komen...

Mensen verliezen elke vorm van ratio wanneer ze in handen van de plaatselijke medicijnman vallen, zeker in de bevallingskamer heerst enkel emotie, je kan in die beslotenheid de patiënt werkelijk alles doen geloven. Macht hebben over mensen, je moest Guido er weinig over leren.

Het was dan ook noodzakelijk dat de master zelf aanwezig was, niet alleen zouden er juridische gevolgen kunnen zijn wanneer er eventuele medische complicaties zouden opduiken, hoofdzakelijk van belang was dat hij dan zijn ereloon naar eigen goeddunken kon aanpassen tot het bedrag dat hij op dat moment nodig had. De boot moest alweer geschilderd, de auto in onderhoud, de kinderen op kot, de madam gaan shoppen, telkens opnieuw en opnieuw….

Om 3u13 stormde hij de verloskamer binnen, zijn schort nog dichtknopend en om 3u17 was het overbevolkingsprobleem op onze aardkloot alweer een beetje toegenomen, gelukkig waren er in die amper vier minuten worldwide ook alweer enkele andere jonge kinderen van honger en dorst omgekomen. Evenwicht, een onderschatte noodzaak.

Soit, het liep nu tegen vier uur aan en hij was bijna terug in zijn bed, zijn echtgenote zou hem naar goede gewoonte weer rochelend en morrend in haar slaap verwelkomen, ze was altijd al een geweldige steun geweest.
Gelukkig zou zij wel morgenochtend vroeg zijn secretaresse verwittigen dat hij later zou komen zodat er alweer een dag zou beginnen met een propvolle, stinkende en zwetende wachtkamer die hem vol ongeduld zou begroeten.
Misschien was het laten wachten van zijn patiënten een manier om wraak te nemen op zijn dwangneurotische stiptheid, uit zijn opvoeding was onder meer voortgevloeid dat hij steeds en overal minstens een kwartuur te vroeg kwam.

Het fabeltje dat er vooral goddelijke dames gehuld toplingerie op gynaecoloogbezoek gaat doet het vooral goed op café, in realiteit bederven de walmende geslachten van met overgewicht kampende en tegen de menopauze aanleunende huismoeders alles.

Het leek hem aanvankelijk nochtans het perfecte excuus om halfnaakte vrouwen te kunnen bewonderen en zijn voyeurisme maatschappelijk aanvaardbaar te bevredigen. Waar anderen als adolescent zich inschreven voor de dansles, ging hij gynaecologie studeren.
Hij zag het als zijn enige mogelijkheid om ondanks zijn opvoeding en de morele druk van zijn onmiddellijke omgeving andere vagina’s te zien te krijgen dan die waarmee hij het echtelijke bed zou moeten delen. Echt zien dan nog, belicht onder tl-lampen, volledig wijdbeens en zonder vragende blikken. Harde porno binnen handbereik, met als bonus dat hij in de regisseurstoel zat.

Het bleek een verkeerde keuze, maar dat zijn achteraf vermoedelijk alle keuzes. Hij wist toen ook nog niet dat de medische wereld gynaecologen als de kneusjes van het beroep beschouwen, ze werden niet echt als de meest verstandige gezien, enige wetenschappelijke doorbraak moest van hen niet verwacht worden, hoe kon het ook als je hoofdactiviteit er uit bestond vrouwelijke geslachten te bestuderen.

Gelukkig bleef er altijd de hoop, al was het dan meestal vermomd onder de vorm van geld.


Annick (‘De stepping-stone-theorie blijkt dan toch niet correct te zijn’, gelukkig maar, ze kon amper haar weed betalen, laat staan cocaïne of lsd)


Acht uur en negen, verdomd veel te laat, haar zoon moest allang klaar zijn om naar school te gaan, Loïc was net zes en nu dus wel schoolplichtig. Ze was gisteren alweer later gaan slapen dan voorzien, haar droomprins was langs geweest en ze hadden enkele joints teveel op.

Hij had er vermoedelijk geen flauw benul van, ze was uiterst behendig in het camoufleren van haar gevoelens, ook voor zichzelf, maar met hem zou ze wel een leven kunnen delen. Hoewel, iets delen was niet direct één van haar meest voor de hand liggende eigenschappen.
Misschien gewoon samen kunnen leven, nochtans was ook gewoon leven iets dat bij haar weinig spontaan en soepel verliep, feitelijk smachtte ze al die tijd al naar iets wat zich eindelijk zou aankondigen als haar leven.

De tijd samen doorbrengen dan maar, dat paste beter bij haar, dat was uiteindelijk ook wat ze meestal deed, de tijd verdrijven, wachtend.

‘Loic, wakker worden ventje, tijd om naar school te gaan’, ze kon niet echt luid roepen of ook haar buren zouden gewekt worden, de muren van zo’n beluikhuisje munten niet echt uit in isolatie noch kwaliteit, maar zij zelf noch haar woning streefden echt naar kwaliteit.
Er was trouwens geen enkele buur die om welke reden dan ook op dergelijk uur moest opstaan, werkzoekend zijn was hetgeen hun verbond, er was evenmin iemand die haar zou horen, zelfs al zou ze luidkeels brullen, de meesten waren voldoende verdoofd door drank, drugs of medicatie.

Zelf was ze ook onderdeel van de statistieken geworden, een nummer in een grafiek, ze kon enkel hopen dat haar curve ooit eens in stijgende lijn zou gaan, minstens dat haar bodemkoers bereikt was.

Toch riep ze, stilletjes weliswaar, ze was toch altijd een beetje verlegen als ze haar eigen stem hoorde, zoals ze steeds een beetje in elkaar kromp als ze ergens in het openbaar haar naam moest zeggen. Annick, kon het banaler?

Loïc kreunde zich uit zijn bed, hij was genetisch niet voorbestemd een ochtendmens te worden, hij was in het geheel trouwens genetisch niet echt verwend, maar opvoeding en omgeving schijnen eveneens een belangrijke invloed te kunnen hebben, je wist dus maar nooit.
Hun vaste trambestuurder had hem eens zorgelijk bekeken en gezegd dat hij de blik van een psychopaat had, hij had niet begrijpend geantwoord dat hij later als hij groot was liever werkloze zou worden, dat leek hem wel passend.

De directeur wachtte hen hoofdschuddend op, met de bestraffende blik schijnbaar archetypisch voorbehouden aan het onderwijzend personeel, de zoveelste keer dat ze te laat kwamen, hij betrapte zich moeite te hebben zijn gedachten van het lekker lijf van de mama te houden.

Er is gratis onderwijs, sociale tegemoetkomingen voor de tramreis erheen, middagmaal tegen een verminderd tarief, gratis medische controles maar nog vindt dat uitschot het de moeite niet enig respect te tonen, mocht hij zich ouderwets mogen laten gaan hij deed de teef haar rok omhoog hier midden van de speelplaats en sloeg op haar blote kont tot het blinkend rood werd.

Het zalven zou dan later kunnen gebeuren, in meer intieme kring.

‘Tja…’, Annick zocht zelfs geen uitvluchten meer, ze had haar arsenaal tijdens de vorige schooljaren zo’n beetje uitgeput, ze vroeg zich enkel af of hij de weedgeur rond haar zou kunnen opmerken, zo niet beseffend dat één van haar vele katers opnieuw haar regenjas stinkend had ondergezeikt, aldus een zo mogelijk nog penetranter geurtje verspreidend.

Loïc werd de klas binnengeleid, hij was ondertussen gevoelloos geworden voor de meewarige blikken van zijn klasgenoten, emotionaliteit was overigens niet echt iets wat in de familie zat.

Gelukkig bleef er altijd de hoop, al bleek die meestal vermomd als medelijden.


Frank (‘Sixpack is passé, het mannenbuikje is in’, gelukkig heeft gaylog.com niet altijd gelijk.)


Fris gewassen en geschoren, klaar voor een nieuwe dag in de ratrace, hij vond er zich in de spiegel telkens weer onberispelijk uitzien, als je al kritisch wou zijn een beetje te gelijkend aan die bordkartonnen figuren uit soaps, maar toch, goodlooking.
Tijdens de week leefde hij desondanks alleen, zijn ochtendmasturbatie onder de douche maakte veel goed, het maakte hem rustig, zijn natuurlijke angstremmer om de dag door te komen.

En zoals steeds zagen de volgende vierentwintig uren er meer dan gevuld uit, zijn angst voor verveling verdreef hij met sociale contacten.
Eerst wel twee dossiertjes behandelen op het justitiepaleis, dan nog een pleitzaak in een of ander provinciegat en dan snel terug naar de stad, middaglunch met zijn zus, het schaap klonk aan de telefoon alsof ze er een beetje door zat.

De rechtbank voorspelde niet veel moeilijkheden, routineuze invorderingen in twee verschillende kantons voor de grootste klant van het kantoor en dan een kort pleidooi in een bouwtechnisch dossier. Een andere belangrijke klant zette immers een industriële hangar neer waarin het blijkbaar soms binnenregent, de deskundige kwam ter plaatse en oordeelde dat er terechte klachten waren maar uiteindelijk betekenden de voorziene herstellingskosten nog steeds dat de keuze om met minderwaardige kwaliteitsproducten uit het vroegere Oostblok te werken de juiste was, de winst bleef hoger, zelfs mits wat juridische collateral damage.

Daar draait het uiteindelijk allemaal rond, rendabiliteit, zowel in het zaken- als het privéleven, de gedane inspanningen moesten opbrengen, geld, macht, lust, het was eender, resultaat moest er zijn.

Tegen het dagschoteletentje –als hij er al op tijd raakte, anders was de sfeer vooraf reeds grondig verpest, zijn zus bleek even geobsedeerd met tijd als hij, hun opvoeding waarschijnlijk, altijd beleefd blijven, mooi op tijd zijn, met twee woorden spreken- zag hij meer op, Els dreigde tegen een depressie aan te lopen.

Het perfecte gezinsleven gecombineerd met werken en hobby’s was amper vol te houden, nu pa chemotherapie moest volgen leek het fragiele glitterlaagje het te begeven. De totale instorting stond voor de deur, hij hoopte dat ze niet met hem over een echtscheiding wou praten, niet nu, niet vandaag, hij kan dat trouwens niet, hij is geen advocaat van het gevoel, hij moet het van de ratio hebben.
Bovendien heeft één van haar kinderen schijnbaar hdhd –wie niet heden ten dage- en blijkt de dochter dyslectisch, psychologen en logopedisten doen gouden zaken, kaartleggers en waarzeggers zijn passé, nieuwe wonderdoeners blijken noodzakelijk.

Mensen willen zo wanhopig graag dat hun kinderen perfect zijn, vermoedelijk ter compensatie van hun eigen tekortkomingen, dat ze open staan voor elke vorm van medicatie of therapie die het benaderen van deze perfectie belooft te bevorderen, zelfs al is het objectief pure lulkoek.

Mensen zijn verre van volmaakt, ze zijn egoïstisch, immoreel, wreed…maar het nageslacht moet dit allemaal goedmaken, zonder verpinken en de medische dan wel pseudo-medische wereld moet daarbij helpen. De industrie die ontstaan is rond kinderen is welhaast ziekelijk, van pillen over praatgroepen tot therapie en persoonlijkheidstraining, je houdt het niet voor mogelijk.

Soit, op zijn minst zijn die koters als ze groot zijn nuttig genoeg om zich zorgen te maken als je zelf aan terende kanker ligt te creperen, moet je dat sterven dan toch minder eenzaam doen, hij zag daarbij zijn pa in gedachten.

In de namiddag stond er een klassiek besluitje schrijven op de agenda, dan nog twee consultaties waarvan één waartegen hij nog meer dan anders ongelooflijk opzag.
Een vriend van hem dacht de ‘gouden’ zaak te hebben tegen zijn autodealer en hij slaagde er maar niet in hem van het onzalige idee af te brengen een procedure op te starten, het werd vast en zeker nutteloos en te veel werk maar iemand tegen de borst stoten was hem nooit afdoende aangeleerd.

Hij zou dus maar doen wat die kwal verwachtte, zijn eigen mening hield hij naar goede gewoonte diep verborgen, meestal ook voor zichzelf.

Dan naar zijn ouders, zijn pa laten zien dat hij aan hem denkt en er is voor hem, maar vooral zijn moeder steunen, pa handelt zoals met alles in zijn leven, oogkleppen op en doen alsof er niets aan de hand is.

Alles wat niet binnen pa zijn plaatje paste bestond niet, simpel en basta. Zelfs objectieve elementen die tegen zijn overtuigingen of geloof in gaan worden doodeenvoudig genegeerd, vreemd beestje het menselijke brein. Naar het schijnt doet het zelfs fysisch pijn –op microscopisch of onbewust vlak dan wel- ideeën toe te laten die de eigen fundamenten aan het twijfelen kunnen brengen, vandaar het succes van conservatisme wellicht.

Niets veranderen doet minder pijn of op zijn minst is het een pijn die we gewoon zijn en waar we hebben mee leren omgaan, een nieuwe pijn is dubbel. Hijzelf was ook eerder leeg, maar het was een vertrouwde leegte en bovendien geloofde hij graag zelf dat dit drijven niet zijn stijl was, het was slechts een momentopname, de hoge toppen kwamen er snel aan, vast wel.

Nu ja, terwijl hij daar in kommer en kwelland zou zijn kon hij wel iets mee eten zodat alweer het nuttige aan het aangename kon gekoppeld worden en zijn dagelijkse zoektocht naar voedsel opgelost was.
Soms voelde hij zich als een oermens wiens leven in teken stond van het vinden van eten, zijn doel is minder heroïsch dan een antilope koud maken, hij heeft er gewoon een heilige zaak van gemaakt zijn keuken slechts bij hoge uitzondering dan wel noodgevallen vuil te maken. Er is wel behoorlijk veel inventiviteit voor nodig gezien hij een hekel heeft om alleen op restaurant te gaan, zijn fantasieleven wordt opgeofferd door de energie die hij moet spenderen aan maaltijden versieren.

Zo rond 21 uur, maximaal een halfuurtje later werd hij dan verwacht in de fitnessclub waar zijn dagelijkse sportpartner hem zou opwachten, eerst zweten op de pijnbanken, dan verder zweten in de sauna, douchen zonder klaarkomen ditmaal–hoewel de verleidingen er voor het grijpen liggen- en dan naar huis, te voet.

Beetje surfen, mails checken en beantwoorden, sociaal netwerken, fotoboek bijwerken, krantenkoppen napluizen, dromen over alle nog te lezen boeken en als een blok in slaap vallen, verlangend naar het weekend.

Settelen zou vast wel voordelen kunnen hebben.


Mieke (‘Alleenstaanden kunnen niet geschorst worden wegens te lang werkloos zijn’, het was voor haar nog maar eens een bevestiging dat ze zich in een weinig benijdenswaardige positie bevond.)


Opstaan, tja, dat zou kunnen, maar waarom eigenlijk? Ze heeft niets te doen vandaag, ook gisteren of morgen niet trouwens. De poezen miauwen wel klagerig, het is dan ook al behoorlijk laat voor hun ontbijt, vier stuks heeft ze, al staat in het huishoudelijk reglement dat elke bewoner maximaal één huisdier mag houden.

Ze woont in een studio vijftien hoog, er zal hier wel nooit een afgevaardigde van de syndicus langskomen en dan nog, mocht het zo zijn ze doet toch nooit open als er iemand aanbelt. Enkel voor hem wel natuurlijk, ze hebben dan ook hun eigen codebelletje dat steeds weer haar hart doet overslaan.

Zou hij vandaag komen trouwens? Kon best, h ad ze toch een reden om uit bed te kruipen, eten deed ze niet ’s ochtends, enkel een kop thee. Ook de rest van de dag was eten geen prioriteit, ze deed het uit besef dat de machine gevoederd moet worden, maar zelden smaakte het haar echt. Men zegt soms dat mensen die niet graag eten niet van het leven kunnen houden, maar sommigen zeggen evengoed dat de mens door een of ander opperwezen gecreëerd werd. Ze had geleerd amper belang te hechten aan wat haar medemensen rondbazuinden.
Het was bij haar trouwens ook uit financiële noodzaak dat ze het eerder sober moest houden. Het zou haar trouwens verwonderd hebben dat het zo eenvoudig kon zijn, je at graag en je werd gelukkig, tja…

Ze had een tijdje gewerkt, administratief bediende, hoofdzakelijk kopietjes maken en klasseren. Eens ze voldoende arbeidsdagen verzameld had koos ze voor de werkloosheid, ondertussen had ze een mooie titel weten te bereiken, langdurig laaggeschoolde werkloze. Gelet op het feit dat ze alleenstaande was en al zo lang werkloos en zonder diploma bovendien werd ze getolereerd, ze mocht in de statistieken blijven. Het alternatief was natuurlijk een andere uitkering onder de vorm van een leefloon, hetgeen enkel een verschuiving betekende die sommige mensen extra werk zou bezorgen, ook hier was alles bij het oude laten zoals dikwijls de gemakkelijkste oplossing.

Straks moest ze wel om boodschappen en naar de wasserette, verrassend drukke dag dan toch en dan hield ze nog geen rekening dat hij misschien zou binnenspringen. Zowel het wassalon als de supermarkt waren op het gelijkvloers van haar jaren tachtig Oost-Europees aandoend appartementsgebouw, zo kon ze zelfs ongewassen of met haar pantoffels aan alles doen wat van haar verwacht werd.

Ook hij had er geen bezwaar tegen dat ze niet gedoucht had of nog haar slaapkleed aan had, zelfs nog in bed lag, net zo makkelijk.

Mocht ze een gezin hebben zou het allemaal meer zin kunnen hebben, misschien toch.

Vanavond ook nog praatgroep van ouders van in het verkeer omgekomen kinderen.


Karel&Kaatje (‘Volgens sommige wetenschappers leidt een verbinding die ontstaat als vlees geroosterd wordt mogelijk tot prostaatkanker.’,eindelijk had hij een aanvaarbaar argument om van die vreselijke barbecuepartijtjes verlost te raken)


‘Schat, ik kan vandaag niet om de kinderen, ik moet langer werken, er komt iemand van de dekenij in verband met de avondmarkt’, Karel hoopte dat ze hem kon horen onder de douche.

Een design Boffi, Kaatje koos dat allemaal en het moet gezegd, ze had smaak, een beetje duur misschien maar geld was geen beletsel, nooit geweest.

‘Papa!’, Charlotte sprong enthousiast in zijn armen zoals alleen zesjarigen dat kunnen, onbezorgd en onvoorwaardelijk en zoende hem uitgebreid. Hij speelde helicoptertje met haar en ze schreeuwde het uit van de pret.

Emma keek hem van achter de tralies van haar park een beetje beteuterd aan, ze wou ook aandacht, ze wou ook vliegen, ze wou ook zoenen van haar papa, ze zette het dan ook op een krijsen zoals alleen een tweejarige dat kan. Onmiddellijk verdween haar zogenaamd huilerig zijn als ze ook kirrend door de woonkamer vloog, ook al stootte ze bijna haar hoofdje tegen de staande lamp.

‘Karel, maak die kinderen toch van ’s morgens vroeg zo zot niet, straks doen ze hen nog pijn, ze moeten trouwens dringend alle twee aan tafel als we willen dat ze nog iets te eten krijgen voor je ze naar de onthaalmoeder brengt’, Kaatje was uit de badkamer, zoveel was duidelijk.

Hij gaf ze beiden een bol ontbijtgranen en een tas melk en hielp zijn jongste toch af en toe een choco pops in haar mond te krijgen, over de opkuis hoefden ze zich alvast geen zorgen te maken, twee namiddagen in de week kwam Alisha, hun met dienstencheques betaalde slaafje, heerlijk toch, de verzorgingsstaat.

Over wat moesten ze zich eigenlijk wel zorgen maken?

‘Bolle, je moet dan eens beginnen nadenken over de barbecue dit weekend, ik wil niet weeral enkel diezelfde vrienden altijd maar, laat ons ook eens wat buren vragen en ik nodig twee collega’s uit, ze hebben kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd als ons Charlotte dus dan kunnen die elkaar wat bezig houden’, Kaatje dronk terwijl haar groene thee en veegde de rommel van haar dochters.

‘Wat is er mis met Guido en zijn madam, samen met Luc en Lieve, die hebben toch ook kinderen?’, hij trachtte enigszins hopeloos een massa event te vermijden maar wist wel beter, als Kaatje iets in haar mooie hoofdje gestoken had….

‘Zo saai, altijd hetzelfde gezever en bovendien zijn die gasten van Lieve niet honderd procent normaal, ik zeg je al van in het begin dat daar iets mis mee is, karaktergestoord of zoiets, de oudste is zelfs simpelweg knetter’, ze was nu verstoord aan het raken, het was al erg genoeg dat ze moest gaan werken en bovendien nog zelf naar de opvang moest erna, als hij haar nu ook nog een beetje zou tegenwerken voor haar barbecue.

Ze had een hekel aan die onthaalmoeder, ze had altijd het gevoel dat die haar beschuldigend bekeek omdat zij haar kinderen uitbesteedde en liever ging werken.

Ze ging nochtans niet graag werken, maar voltijds moeder zijn was ook teveel van het goede, ze wou er maar eentje, kwestie van financieel zeker te zijn en haar echtgenoot voor eens en altijd aan haar te binden en dan kwam Emma, totaal onverwacht en net in een periode dat haar leven zo al ingewikkeld genoeg was.
Soit, van een abortus kon geen sprake zijn en voor de morning after pil was ze veel te laat geweest.

Twee dochters dus, één echtgenoot en een middelgrote vrijstaande woning in een degelijke villawijk, recent opgeluisterd met een zwembad, verwarmd, ze mocht niet klagen. Toch deed ze dat ten opzichte van haar echtgenoot regelmatig, hij moest het gevoel blijven houden dat hij inspanningen moest doen voor haar, voor zijn gezin, voor hun welvaart, hun welbehagen, niets zo erg als een man van middelbare leeftijd die het gevoel krijgt dat het allemaal niet meer zo nodig hoeft.

Hij was al enkel zelfstandige omdat hij de ouderlijke zaak in de schoot geworpen had gekregen, ze kende zijn gemakzucht, hij was snel tevreden, te snel, en haar taak was mede hem ontevreden en zo aan het werk te houden.

Daarom dat ze via het internet alle basisbeginselen van boekhouding onder de knie had proberen krijgen om zo goed te weten wat allemaal onder ‘in te brengen kosten’ kon verstaan worden en wat afschrijven juist betekende. Zo kon ze shoppen ten laste van de staat en was brave Karel verplicht de bal aan het rollen te houden, hoe hoger de kosten hoe lager de belastingen maar hoe hoger het inkomen moest blijven, dat systeempje had ze alvast goed begrepen.

Ze had dan wel niet gestudeerd, hersenen had ze wel. En een mooi afgetraind lichaam met volgend jaar een extra cup, ze waren dan tien jaar getrouwd, het leek haar een passend geschenkje, het moest niet altijd louter de verpakking vermomd als lingerieset zijn, nu zou ze eindelijk voor de real thing gaan.

Karel was daar niet zo voor, dat wist ze, maar ja, als ze hem alleen alles zou laten beslissen keek ze nog steeds enkel op een vijver vol met rotkoi’s en reed ze nog altijd rond in dat kleine Mazdaatje.

Het was een goede man, laat daar geen twijfel over bestaan en ze zag hem graag en dat was wederzijds maar hij moest een beetje begeleid worden in de door haar gewenste richting, nog twee jaar en ze zou overstappen op halftijds, een logische stap naar voor altijd thuis. Tegen die tijd zou den oude patriarch uit de zaak zijn gestapt en kon ze Karel nog meer de noodzakelijk vooruitgang laten najagen, kindjes dan voltijds naar school, zij ongebonden.

‘En trouwens, geroosterd vlees is ongezond voor mannen’, Karel zei het met nog maar weinig overtuiging.

‘Leg er dan voor jou kip of vis in aluminiumfolie op’, Kaat reageerde zoals altijd snel en droog, zo leek ze trouwens geleidelijk aan ook in bed te evolueren.


Shania & Kimberley (‘Het recht van holebi’s om ook kinderen te adopteren gaat in tegen het recht van het kind op te groeien in een warme, natuurlijke omgeving’, wereldvreemde deskundigen vind je blijkbaar overal, Kimberley was er heilig van overtuigd dat gezond verstand en veel liefde ruimschoots voldoende zijn)


‘Goedemorgen lieveling’, Shania was elke ochtend terug tevreden als ze haar levensgezellin de trap zag afdalen, knap, verstandig, sexy, haar liefdesgodinnetje quoi.

‘Jij ook schat, je ziet er trouwens verrassend lekker uit deze ochtend’, Kimberley straalde terug.

‘Verrassend, verrassend, ik zie er altijd zo aantrekkelijk uit hoor, jij vergeet dat al na een nachtje slapen, foei’, Shania voelde dat ze al enkele dagen haar regels had en haar geilheid niet bevredigd werd.

‘Jaja, zeg me liever hoe jouw planning eruit ziet, wie kookt vanavond?’

‘Ik heb deze ochtend nogal een lastige jeugdrechtbank en deze namiddag zo mogelijk een nog zwaarder gesprek met kleine Kenny en zijn ouders, dus mijn hoofd zal niet geweldig op eten klaarmaken staan, als je wil doe ik wel de boodschappen hoor, maak jij een lijstje op?’.

Kimberley zuchtte, steeds meer kwamen de huishoudelijke taken op haar schouders terecht, ze was akkoord, Shania’s job als consulente bij het comité voor bijzondere jeugdzorg was uitputtender dan haar dertig uurtjes in de week als loketbediende bij de bank om de hoek, maar toch, evenwicht was cruciaal, ook al was het soms fragiel.

Zeker nu ze net verhuisd waren naar een rijhuis met achtertuintje in een randgemeente en grootse plannen hadden, ze zouden samen een kindje krijgen.

Kimberley zou de zwangere worden, ze had wel allerlei onrustwekkende wetenswaardigheden gelezen over in verwachting zijn en de onherroepelijk daarbij horende bevalling en was geobsedeerd geraakt van het zogenaamde geboortetrauma.
We komen naakt en schreeuwend op de wereld en ons ganse leven doen we wanhopig al het mogelijke om dat te vergeten en te verdringen, terwijl de kans zeer realistisch is dat we terug naakt en schreeuwend dit leven weer verlaten.

Het vreemdste is dat tussen deze twee weinig heuglijke momenten de meeste mensen nog de zin en tijd vinden om chagrijnig door het leven te gaan, zij en hun nageslacht zouden het anders doen, zeker weten.

Ze hadden dan ook een perfect plannetje uitgewerkt om dit trauma te omzeilen, Kimberley mocht immers niet op natuurlijke wijze bevallen wegens een bromfietsongeluk en bijgaande bekkenbreuk, zodus moest het via een keizersnede. De voordelen van haar zwangerschap waren dubbel, vooreerst zou Shania er niet moeten bijlopen als een levende ton maar vooral zou hun kindje niet door weeën gedreven door een te smalle vleesgang moeten geperst worden om zo gedwongen kennis te maken met de wereld.

Een keizersnede was zachter, lieflijker, natuurlijker, het kindje werd vredig uit de buik van de mama gehaald en zette het uiteraard op een wenen maar dat was puur biologisch, lucht in de longen en van die dingen. Kim’ geloofde bovendien dat veel psychologische problemen van mensen in hun latere leven veroorzaakt werden door de onbewuste angst bij de geboorte verstrikt te raken in de navelstreng, de strop dreigde al voor het leven werkelijk startte.

Kim’ was heilig overtuigd van dit principe en er zeker van dat hun babietje zo een gezonder en evenwichtiger leven zou gaan leiden, zij maakte ook geen enkel probleem om met het nog door hen te kiezen zaad eventjes het bed te moeten delen, Shania zou dan wel voor enkele weken het orale bevredigen laten voor wat het was, maar ja, een ouder moet opofferingen doen natuurlijk, dat had ze na al haar boeken wel door.

Hun gynaecoloog had het echter afgeraden, een keizersnede bleek toch nog altijd een risico en met de medische voorgeschiedenis van Kimberley waren die veel te groot, alles in haar lijf was ooit gebroken geweest, ze was voor 15% blijvend invalide verklaard en had vele malen onder volledige narcose geweest, het leek hem niet aangewezen.

Het volgende principe was dan maar dat Shania bevrucht zou worden, zo bleef het een kindje dat echt met minstens één van hun beiden een bloedband zou hebben en genetisch materiaal zou delen.

Vervolgens waren er lange avondlijke discussies geweest over wie dan wel als vader zou gekozen worden, anoniem via de zaadbank vonden ze te onpersoonlijk.

Daar waren ze uiteindelijk uitgeraakt en voor Shania was het evident dat ze het zaad geïnjecteerd zou krijgen maar Kim’ wou dat ze daadwerkelijk gemeenschap zouden hebben, het kindje zou zo op natuurlijke wijze tot stand zijn gekomen en daardoor een gezonder leven hebben. Kunstmatige inseminatie zou tot stress leiden, als je al artificieel verwekt bent hoe zou je dan ooit in harmonieus evenwicht met jezelf en de natuur kunnen leven, Kim’ las schijnbaar dan toch net iets te dikwijls van die zweverige boekjes.

Los van het feit dat hun donor getrouwd was en vader van twee kinderen en zijn echtgenote mogelijks minder happig zou zijn dat haar man in bed zou moeten duiken met een lesbienne, al was het dan voor het goede doel, had Shania een ware afkeer van al wat nog maar op penis leek.

Kimberley stelde ten einde raad voor dat ze het met zijn drieën zouden doen en met het licht uit en dat zij zich wel met het mannelijke speeltje zou bezighouden tot net voor schiettijd en zij enkel de penetratie bijna samengaand met de lozing zou moeten ontvangen.

Na nachten vol angstdromen uitmondend in een ware nachtmerrie begreep Kim’ dat het voor haar schatje fysisch onmogelijk zou zijn, zo gecreëerd moeten worden zou vermoedelijk hun kindje ook met vele onverwerkte onbewuste stress opzadelen en zo naar alle waarschijnlijkheid ook tot een problematische jeugd aanleiding geven.

En ze wilden beiden dat het perfect was, zowel hun kindje als de opvoeding.

Principes zijn er om hevig te koesteren en te verdedigen tot ze om praktische redenen moeten sneuvelen.

Adoptie dan maar, met de hulp van de gynaecoloog van het seksueel centrum in de stad zou dat vrij snel kunnen lukken, het leek uiteindelijk nadat ze daar enkele avonden over hadden doorgefilosofeerd een goede second best, een kansarm kindje een toekomst schenken was hoe dan ook mooi.

Een vaderlands kindje dan wel, er waren zo dicht bij in hun zogenaamde welvaartsstaat zovele kinderen die onder de armoedegrens geboren werden dat het zinloos was elders in de wereld iemand te moeten redden als het ook hier, bij de buren als het ware, een noodzaak was.

Bovendien zou er zich zo nooit een emotioneel ouderconflict kunnen voordoen in de puberteit omdat zij uiteindelijk niet de biologische ouders waren, de begrijpelijke woede van adolescenten op hun verwekkers dat zij hun enkel ter eigen eer en glorie op de wereld hadden gebracht en zijzelf nooit gehoord waren of ze wel zin hadden in deelname in de ratrace tijdens dit tranendal zou zich nooit tegen Shania en Kimberley richten.
Je had volgens de gespecialiseerde literatuur kinderen die ‘per ongeluk’ verwekt werden en daar hun ganse hun leven door getraumatiseerd bleven en aldus nooit echt vol in het leven durfden te staan, ze voelden zich onbewust altijd en overal ongewenst.
Zij waren echter overtuigd van het omgekeerde, diegene die zeer bewust verwekt zijn dragen een levenslange haat mee tegen hun ouders wegens het ‘geschenk’ hun op de wereld te hebben gebracht.

Bij adoptie zouden zij diegene zij die deze kinderen verlossen van hun verwekkers, hoe mooi kon het zijn.

Tevens was er evenmin een biologische weerstand tegen de moeder, in hun geval moeders, vermits hun kind niet door hun vagina zou geperst geweest zijn, in acute ademnood. De wetenschappelijke term alleen zegt voldoende, ‘uitdrijving’, de moeder wil de ongeborene kwijt en die wordt met verstikkingsverschijnselen naar de uitgang gedrukt, willen of niet.
Ons eerste gevecht op leven en dood, nog voor we effectief op de wereld waren, dat beloofde alvast voor de rest.

Natuurlijk was er wel het psychologische conflict van een adoptiekind dat de ouders hun eerst wel verwekken –tegen de zin van het kind- maar dan verstoten en bij het groot huisvuil zetten via de weg van de adoptie, de maatschappelijk aanvaardbare versie van de eenzame hond aan de boom in het bos bij het begin van de grote vakantie.
Die woede, die afkeer is terecht maar zou evenmin tegen hen gericht kunnen worden, zij hadden immers nergens schuld aan, integendeel, zij zouden de reddertjes zijn.
Kim’ verwachtte aldus dat hun relatie met de baby, peuter, puber, jong volwassene… er één zou zijn van wederzijds respect en dankbaarheid en heimelijk hoopte ze ook wel dat door hun evenwichtige opvoeding en de wederkerige sereniteit de potentiële kwaadheid gekanaliseerd kon worden en zo een motor werd tot creativiteit en zelfontplooiing, trauma’s hoeven niet perse kwalijke gevolgen te hebben.

Shania vond adopteren ook wel gewoon hip, zo hoorden ze thuis in het rijtje beroemdheden die hun voorgingen.

Tevens werd aldus het zo noodzakelijke evenwicht tussen hen bewaard, Shania had altijd schrik gehad dat Kim’ zich een beetje buitengesloten zou voelen als zij alleen zwanger zou geweest zijn van hun dochter, nu zouden ze weer gelijk zijn, alle twee evenveel moeder, alle twee evenveel in verwachting maar beiden niet zwanger.

Ook fysisch vond ze dat geen slechte zaak, ze kon niet tegen pijn en vond bovendien zo’n opgeblazen buik dito navel een absoluut esthetisch dieptepunt, ze hechtte belang aan schoonheid en wou liefst zelf zolang als mogelijk lichamelijk gaaf blijven.

Ook zou de seks na de bevalling waarschijnlijk nooit meer hetzelfde zijn geweest eens haar vagina zou gediend hebben als vluchtweg voor een levend wezen, zijzelf zou nooit nog tot de liefdesdaad kunnen overgaan met een moeder, het zou aanvoelen alsof ze haar eigen ma zou beffen, bah.


Karel&Kaatje, alsook Guido (‘Gezellig samenzijn’, tja, elk zijn definitie van hoe de zondagnamiddag door te brengen natuurlijk.)


Eindelijk was alle toespijs klaar, niet dat het zoveel werk was, het meeste kwam klaargemaakt van de traiteur, maar toch. Het was een beetje een traditie voor Kaat geworden, ze trachtte elke zondag tijdens de zomervakantie een barbecue te organiseren, voor vrienden, familie, collega’s of buren, het deed er eigenlijk niet zoveel toe, als er maar mensen waren.

Een zondag heeft immers de neiging eeuwig te duren, zeker met alle winkels dicht en je kan ook niet elk weekend richting zee rijden natuurlijk.

Zij dekte de tafel, zij zorgde voor het eten, het dessert, speelde de perfecte gastvrouw, ze genoot van het zicht van bezoek in haar minutieus aangelegde tuin met de juiste planten, stijlvolle versiering, discrete tuinverlichting en als pronkstuk uiteraard het zwembad. Karel moest enkel voor het vlees zorgen, daarbij meestal geholpen door enkele andere verveelde mannen en het obligate bier, uit flesjes of blik.

Dikwijls was er voldoende ambiance, niet in het minst omdat er steeds ook wel wat kinderen aanwezig waren en die minstens voor het nodige kabaal zorgden. Dat gepaard met drank à volonté zorgde meestal voor de door haar gewenste stemming.

Ze genoot vooral van haar dochter Charlotte die zich tussen al het volk als een vis in het water voelde, in tegenstelling tot Emma die op zo’n dagen enkel tot rust kwam als ze in de buurt van Karel in haar stoeltje mocht zitten, gewoon kijken was voldoende, van bij haar geboorte was ze een onvoorstelbaar papa’s kindje. Maar goed ook, Kaatje had genoeg aan hun oudste.

Karel stond al een tijdje aan de barbecue wanneer de eerste gasten arriveerden, hij gebruikte altijd overdadig veel kolen en liet de boel eerst bijna de ganse tuin in de fik zetten alvorens alles een beetje begon te bedaren. Na ongeveer een uurtje lag er een geweldig grote hoeveelheid smeulende kolen die in functie van de noden zelfs nog aangewakkerd konden worden wanneer een beetje vlam nodig zou zijn.
Hij mocht er dan wel een hekel aan hebben maar het moet gezegd, hij was er goed in.
Hij droomde destijds als puber van andere verwezenlijkingen, maar kom, het was alleszins beter dan niets, troost is des mensen. Het was trouwens sterker dan hemzelf, als hij iets deed moest het goed zijn, hij had een ingebakken plichtsbesef en schuldgevoel, een kind van middenstandsouders…

Ondertussen voelde hij zich ongeveer smelten voor dat vuur, één van de warmste dagen van de zomer en dan gaan volwassen, zogenaamd geciviliseerde mensen uit vrije keuze kampvuurtje spelen, het zou er nog van komen dat één van die geschifte collega’s van Kaat een gitaar uit zijn auto zou slepen en een paar folkklassiekers zou verkrachten, vermoedelijk tenenkrullend bijgestaan door een paar dronken genodigden.

Dat viel hem immers ook telkens op, mensen drinken veel en dan bedoelde hij niet water of frisdrank, ze zijn schijnbaar allemaal zo gelukkig maar als ze er de kans toe kregen kozen ze toch voor een tijdelijke verdoving van hun bestaan.

Kaatje was binnen voor het dessert, de meeste gasten waren ondertussen in het zwembad, de al te dronken mannen hingen nog aan de tafel wat restjes wijn naar binnen te kappen, in afwachting van de pousse cafés, de Vermeulens hadden de reputatie gul te zijn, zowel met eten als met drank, het mocht altijd wel wat kosten en daar konden ze maar wel bij varen, ‘Kaatje, laat de cognac maar komen’, riep collega Hans, de sfeer begon er weer goed in te komen.
Chocoladetaart, fruitsalade, gemengde sorbet en enkele flessen alcohol, iedereen zat snel weer aan tafel.

‘En U, wat doet U juist voor werk’, Hans was niet wat men noemt een vlotte jongen maar eens de alcohol het een beetje had overgenomen durfde hij al wat meer, zoals nu het gesprek proberen op gang te houden met die wat oudere man aan de overzijde van de tafel.

Guido lachte wat krampachtig, hij had er een hekel aan zijn beroep te moeten zeggen, meestal volgden dan wat schunnige opmerkingen en gore grappen en werden anekdotes van hem verwacht. Hij verstopte zich dan steevast achter zijn medisch beroepsgeheim en trachtte het gesprek op een ander onderwerp te krijgen, wat hem doorgaans goed lukte, hij wist zowel een beetje hoe zijn medemens aan te pakken en hoe ze op stang te jagen dan wel te sussen.

‘U mag je zeggen hoor, eens je het met je handen eten van vette kippenbouten alsook het morsen van tartaar op je hemd hebt gedeeld vind ik persoonlijk dat de beleefdheidsfase voorbij is. Ik zit in de medische sector, en U?’, Guido zei het op de hem gebruikelijke ironisch afstandelijke toon.

‘Zo bescheiden niet Guido, je doet net alsof je medische secretaresse bent of zo’, zei Kaatje, ‘zonder hem vrienden, waren mijn twee pareltjes van kinderen er niet, hij zette ze op de wereld en is bovendien naast Karel de enige hier aan tafel die mijn evakostuum kent, van veel te dichtbij dan nog’.

De meeste genodigden lachten, Karel zelf was nooit zo opgetogen als hij aan de geboorte van zijn dochters werd herinnerd, de mooiste momenten in je leven, het zal…hij kon alleen maar hopen dat men voor hem nog iets mooiers in gedachten had.

Hij herinnerde het zich als was het gisteren, Guido die zijn enkele seconden oude dochter omgekeerd in de lucht liet bengelen, het deed hem enkel denken aan een kip net voor de slachting.

Andere vreugdevolle en memorabele gedachten die toen door zijn blijkbaar ietwat zieke geest spookten betroffen de vuilniszakken die nodig buiten gezet moesten en de hond die nog op eten wachtte.
Ook moest de familie gebeld worden om het bijzondere nieuws zich te laten verspreiden, de wereld werd nog een stukje meer overbevolkt, de Vermeulens spreidden zich uit.

Nochtans leek de voortplanting in eerste instantie geslaagd, er werden het juiste aantal ledematen geteld en tevens bleek het hoofdje eerder normale proporties te hebben, laat de champagne aanrukken!, maar vooral diende hij praktisch te blijven, geboortekaartjes, doopsuiker, het werk organiseren …

Zo was hij toen, realist, pragmaticus, niet uit het lood te slaan door voorspelbare gebeurtenissen, en natuurlijk voelde hij ook blijdschap, hoofdzakelijk voor het feit dat zijn angstdromen en nachtmerries over waterhoofden en mongolen enkel tot nut hadden gehad enkele welverdiende nachtrusten te stelen maar niet de voorbodes waren van een geruïneerd leven.

Later zou blijken dat dit laatste niet helemaal correct bleek.

‘Hey Karel, geef ons nog een pintje jong, van die cognac krijgt een mens alleen maar meer dorst’, hilarische toestanden in zijn tuin, ondertussen viel één van de buurmeisjes krijsend naast de trampoline, nog enkele weken en minder goed weer zou zich aandienen, er zijn gelukkig nog zekerheden in het leven, het zou ooit weer voorbij die mooie zomer worden.

Ondertussen had Guido de aandacht van de tafel goed te pakken, vooral de vrouwen luisterden belangstellend, inside information van een gynaecoloog, ze kregen niet alle dagen de kans die zowel intimiderende als angstaanjagende maar ook erotische figuur waar ze jaarlijks tegen wil en dank hun meest intieme delen mee deelden aan de tand te voelen.

‘Echt waar, als je al je vijftiende halfnaakte madam van de dag ziet ga je echt niet meer letten op welke bh ze aan heeft, noch op welke venuscoupe ze zichzelf geschoren heeft, je denkt aan wat er op televisie is die avond en wanneer je zou kunnen eten, banaal maar waar.’ declameerde Guido alsof hij een college aan het geven was.
Na verloop van tijd leek het wel op een vragenuurtje, de dames bleven maar geïnteresseerd, enkele van de echtgenoten voelden al enige jaloezie opborrelen.
Zo werd geleidelijk de toon ongemerkt grimmiger, de drank eiste sluipend zijn tol, de hitte ook, stilaan sloeg ook de vermoeidheid toe en voor iemand er erg in had woedde een hevige ethische discussie rond genetische manipulatie bij embryo’s.

Guido was daar altijd al een groot voorstander van geweest. Welke ouderwetse gedachtegang dat we overal ter wereld tot bloedens toe laten vechten voor vrijheid van keuze maar over zoiets belangrijk als ons nageslacht enkel het lot zouden moeten laten beslissen, volgens de katholieken de Goddelijke hand, gewoon belachelijk.

Hij ging zelfs nog een stapje verder, ‘Ik zou het verplicht maken, genetische manipulatie, minstens het basispakket waardoor gehandicapten tot een absoluut minimum zouden beperkt blijven, enkel nog werkelijke biologische uitschuivers.’

‘Dat is puur fascisme’, snauwde Robby.

‘Ik heb nooit begrepen wat er zo democratisch is aan het op de wereld zetten van mindervaliden. Het helpt de wereld niet vooruit, het helpt de ouders niet, het helpt zeker de pasgeborene niet, voor wie en waarom moet dit dan zogenaamd kunnen?’ antwoordde Guido, steeds meer onder stoom rakend.

Als hij in die toestand raakte merkte hij nooit op hoe zijn echtgenote hem met plaatsvervangende schaamte aankeek, ze was van opleiding psychologe en handelde daar meestal ook naar, op de achtergrond zonder grote uitspraken haar soortgenoten observeren. Ze lette vooral op de reactie van de anderen en zag hun weifelende blikken en hun groeiend ongemak, zijzelf dronk nooit iets en voelde zich op dergelijke momenten nog meer een buitenstaander dan anders tijdens haar huwelijk.

‘Niemand zou nog zomaar kinderen mogen ter wereld brengen, de embryo’s zouden moeten onderzocht worden en gemanipuleerd kunnen worden, zelfs na verwekking. Voor de conceptie is natuurlijk eenvoudiger maar moeilijker globaal realiseerbaar, proefbuisbaby’s zijn nu eenmaal duur.
Wie niet mee wenst te werken valt wat dat kind betreft buiten de sociale zekerheid, geen medische tussenkomsten ten laste van de mutualiteit, geen kinderbijslag, een paria’, Guido genoot bijna van de verbouwereerde blikken van de toehoorders.

De meeste aanwezige ware brave blanke burgers, auto, werk, kindjes, hypotheekje en allemaal zo politically correct als de pest, schrik van elke afwijkende mening.

Gedreven ging hij verder, ‘Een gifgroene of helblauwe Toyota, voetbal of tennis, vegetarisch of macrobiotisch, biologische appelen of ingevoerde rotzooi, één, twee of zes kinderen, appartement of villa, naar de bioscoop of dvd-tje huren, allemaal goed en wel, maar vooraf kunnen bepalen of je een zoon of dochter wil en welke kleur van ogen het moet hebben is immoreel, ik vind dat bullshit.’

‘Het is en blijft onaanvaardbaar, als ouder ben je gelukkig met je kind, hoe dan ook, ouderliefde is onvoorwaardelijk.’, opperde Lieve, lerares aardrijkskunde in het katholieke net.

‘Breek mij de bek niet open over ouderliefde’, murmelde buurman Lucien ietwat onduidelijk, op plat water overschakelen leek voor hem aangewezen, gelukkig voor hem bleek niemand geïnteresseerd in zijn ongetwijfeld getroubleerde kindertijd.

‘Die brave man heeft gelijk, als we over onvoorwaardelijke liefde gaan beginnen kunnen we hier beter de ganse nacht blijven’, zei Guido, ‘het is vele malen onaanvaardbaarder dat we dagelijks bewust veel te goedkope kledij of elektrotoestellen kopen in de hoofdwinkelstraten van elk Europese stad terwijl we allemaal zeer goed beseffen dat ze geproduceerd zijn door ’s nachts werkende kinderen die amper genoeg verdienen om van die aalmoes te kunnen overleven, laat staan gezond te kunnen eten.

Maar daar kunnen we niets aan veranderen hé, we staan te geïsoleerd, wat zou dat nu voor verschil maken als ik als individu nog enkel in de wereldwinkel kocht, ik alleen zal de wereld niet kunnen veranderen…. gemeenplaatsen genoeg als het op het beschermen van het eigen leefwereldje aankomt, zo goedkoop mogelijke dingen willen we allemaal wel, dan is ethiek minder belangrijk.

Maar oei, de outlaw die invloed wil uitoefenen op het ongeboren kind, die is volstrekt onnatuurlijk bezig, ik ben van oordeel dat…’, Guido werd abrupt onderbroken door Karel, zoals steeds behoeder van de vrede, verdringer van ongemakkelijke gevoelens, ‘Ja jongens, de vaste klanten kennen onze tradities en gewoontes, om zes uur is het feest hier telkens onherroepelijk afgelopen, iedereen verzamelen, alle brol samenrapen en de auto’s in, zo rap als menselijk mogelijk van mijn erf of ik schiet!’, ze konden niet beseffen hoe gemeend zijn gespeeld cynisme was, mocht hij kunnen hij schopte ze allemaal daadwerkelijk en onmiddellijk uit zijn tuin.
Straks kindjes in bad, nog beetje charcuterie en broodjes knabbelen terwijl hij mocht zappen van voetbalprogramma naar wielrennen over autokoers, het was zondagavond, hij kreeg dan carte blanche over de zapper, Kaatje belde dan altijd minstens een uur met haar moeder en dan nog net zolang met haar zus.

Irritante gewoonte, maar hij zag er gelukkig -zoals in het meeste- de positieve kant van in.


Mieke (’50 redenen waarom vrouwen seks hebben volgens Flair’, haar reden - gewoon om in leven te blijven- stond niet in de lijst.)


Hij was niet geweest gisteren.

Ze had dan maar een wildvreemde uitgekozen. Verwonderlijk hoe miserie schijnbaar erotiseert, haar hobby zorgde dus niet enkel voor een zekere structuur in haar leven en de bevestiging dat het altijd nog erger kon, maar bovenal loste het desgewenst haar zeldzame gevoel van eenzaamheid op.

Mensen in praatgroepen blijken een zeer gewillige prooi te zijn en grijpen zich vast aan elke strohalm levensvreugde, niet dat zij dat enigszins uitstraalde maar ja, in het land der blinden zeker?

Gisteren was het de avond van de ouders van drugverslaafden, het was haar derde aanwezigheid dus ze kon nog wel eventjes onopvallend anoniem zijn. Eén man was haar telkens weer opgevallen, volstrekt verbitterd, een tegen de rand van agressie aanschurkende loser die duidelijk enkel meekwam om zijn echtgenote te plezieren, zulks vermoedelijk op aanraden van de relatietherapeut.
Zelf had hij duidelijk alle hoop verloren dat er aan het zinkende zoontjesschip nog iets te redden viel, hij zou allang opgelucht zijn als hij niet mee de dieperik zou worden ingezogen.

Na de eerste praatronde verliet de man steeds de zaal, nu ook weer en ging dan in het aangrenzende café jackpotten tot zijn madam een halfuurtje later hem met rood doorbloede betraande ogen meesleurde, terug naar huis, terug naar de hel.

Ze volgde hem, vroeg hem of hij haar niet iets te drinken wou aanbieden, het mocht behoorlijk straf zijn, als alleenstaande moeder met dat uitschot van een zoon die elke euro die hij maar kon bemachtigen door zijn aders spoot kon ze dat wel gebruiken.

Het verbaasde haar uiteraard niet dat ze onmiddellijk zijn volste aandacht genoot.

Tien minuten lang spuide hij zijn gal, vooral op zijn vrouw, haar verwijtend veel te laks te zijn geweest met de opvoeding van dat rotjoch en altijd te hebben willen tegemoetkomen aan zijn grillen, als compensatie voor haar schuldgevoel omdat ze teveel moesten werken, ze hadden samen een volkscafé in de rand van de stad.

Ze had het nooit het juiste milieu gevonden voor hem, alsof iedereen die in een café opgroeit voorbestemd is om junk te worden, erger nog, alsof het deels ook hun schuld was dat hun nageslacht aan de spuit zat. Hij was als beroepsmilitair een simpele code gewoon, men beveelt of vraagt iets en je voert dat uit, punt. Zo had hij ook geprobeerd zijn zoon groot te brengen, simpele regels waarvan weliswaar niet kon afgeweken worden.

Het zoontje had het anders begrepen en telkens als hij slaag dreigde te krijgen weende hij om zijn moeder, de lafaard, en zij liep daar natuurlijk met open ogen in, moederliefde noemde ze het zelf, hij had het altijd domme blindheid gevonden.

Hij wou nu zo toegeeflijk zijn als die wereldvreemde sociale assistentes steeds weer van hem vroegen, maar een deel, zelfs maar een klein deel van de verantwoordelijkheid op hem nemen omdat dat kalf een drugsverslaafde is, nooit.
Hij schoot zich liever een kogel door het hoofd, gestorven op het slagveld van het leven, zoals zovelen voor hem.

Vijf minuten later werd ze tegen de muur van het vrouwentoilet hardhandig en gevoelloos gepenetreerd, hij beukte razend hard, jaren van onverwerkte agressie werden omgezet in spermatozoïden, ze genoot, desondanks.

’s Avonds thuis kwam hij alsnog, hij had een late bevalling gehad, bekeek haar angstaanjagend kil en nog in haar hall, met de gangdeur open stak hij onder haar rok zijn vingers in haar, ruw trachtte hij haar te bevredigen, hij moet de restanten van het militaire zaad vast gevoeld hebben.
Zonder woorden en amper twee minuten later vertrok hij alweer, een cocktail van prostaatvocht in haar achterlatend, hij gaf haar wel een vluchtige zoen op haar kaak.

Dichter bij het leven zou ze nooit kunnen raken.


Shania & Kimberley (‘Binnen de veiligheid van de eigen huiskamer is het relatief eenvoudig morele principes te verkondigen, maar wat als het eigen belang plots in gevaar komt?, Kim’ vond het van een zekere nederigheid getuigen je eigen principes opzij te kunnen schuiven)


Het voelde een beetje aan als in van die romantische tienerkomedies waarin aanstaande koppeltjes samen hun appartementje in orde stellen en schilderen en dat allemaal in een opperbest humeur, ondertussen gelukzalig verliefd naar elkaar glimlachend, swingende soundtrack op de achtergrond.

Ze hadden ondanks hun nog jeugdige leeftijd –mogelijk hun grootste hinderpaal tot een snelle adoptie- voldoende levenswijsheid om te beseffen dat de realiteit meestal anders is, harder. Ze hadden elk afzonderlijk al in een vorig leven een studio terug leefbaar gemaakt en trouwens ook al samen hun vorig nestje opgeknapt en dat was meestal geëindigd in onenigheid.

Nu was het anders, ze hadden bewust hun plekje in het centrum opgegeven voor een rijwoning buiten de stad, een rustige buurt, een klein tuintje, niet langer op wandelafstand van het werk maar met de fiets zou toch moeten kunnen.

Bij echt hondenweer was er zelfs een redelijke busverbinding, ze zouden het onverantwoord gevonden hebben dagelijks de auto te moeten nemen om zo de ozonlaag nog meer te vernietigen, één keer per week om boodschappen nadat ze ervan profiteerden eerst ergens in de natuur te gaan wandelen, meer vervuiling trachtten ze te vermijden.

Daarbij waren ze bereid zoveel als mogelijk ethisch te shoppen, zelfs al betekende dat een meer dan behoorlijk geldoffer terwijl ze het nu niet zo breed meer hadden, maar je kan de wereld niet verbeteren als je niet bij jezelf begint. Hun ecologische voetafdruk vonden ze niet zomaar een hip begrip, ze wilden die effectief zo beperkt mogelijk houden.

Kim’ had boeken verslonden over de inrichting van de kinderkamer, niet enkel wat het esthetische aspect betrof doch minstens evenveel over kleurentherapie, aardstralen, energievelden, kortom over het wel en wee van hun toekomstige kindje werd behoorlijk nagedacht, tot de plaats van de wieg dan wel bedje toe, afhankelijk van de leeftijd van het kleintje waar ze zo naar verlangden.

En zo was het dat ze samen én gelukkig aan het verven waren, meezingend met de laptop die op shuffle stond, Shania regelmatig één of andere dancemove makend, zonder al te veel verfspatten in het rond te laten vliegen, ze bruisten van energie, morgen hadden ze verlof genomen, ze gingen naar het adoptiecentrum, de administratieve stappen in orde brengen, de procedure effectief opstarten.

Shania wist door haar werk op de jeugdrechtbank grotendeels hoe het systeem in elkaar stak en daardoor waren ze voorbereid op een lange moeizame procedure, maar mede door haar connecties binnen de diverse diensten hoopten ze toch een beetje voorrang te krijgen, daarenboven waren ze beiden meer dan honderd procent gemotiveerd, zowel naar het kindje toe als naar hun rol als ouder.
Ze waren zelf trouwens ook van oordeel dat er toch wel ongeveer een jaar nodig zou zijn om jezelf ten volle klaar te stomen voor het ouderschap, zowel emotioneel, praktisch als financieel.

Vandaar nu reeds hun verhuis, vandaar het uitpluizen van alle boeken rond kinderen, vandaar het decoreren van de kinderkamer, niemand zou zo positief en tijdig voorbereid zijn als zij tweeën. Ze gaven er nu al hun jeugdige stadsleven voor op, nachtwinkels om de hoek, de uitgangsbuurt op wandelafstand, eethuisjes bij de vleet, verveling kenden ze niet, maar ze vonden dat ze er genoeg van geprofiteerd hadden en dat ze nu hun levenslust konden doorgeven aan een weerloos en kansarmer kindje.

Nog geen vierentwintig uren later was hun euforische stemming totaal omgeslagen, de medewerkster van het adoptiecentrum had hun zo goed als alle hoop ontnomen, sec en emotieloos zoals alleen ambtenaren dat zo goed kunnen.
Shania had een belangrijk element over het hoofd gezien, ze kende wel de meeste regels en voorschriften maar had onvoldoende rekening gehouden met de enggeestigheid van haar medemens. Zij stond open en onbevangen in de wereld en beschouwde iedereen als haar gelijke en ging in haar jeugdige naïviteit uit van de wederkerigheid van die ingesteldheid.

Je zou toch oogsten wat je zaaide?

De dame had hen afdoende duidelijk gemaakt, bijna met een sarcastisch genoegen, dat ze als lesbisch koppeltje, dat pas de vereiste wettelijke minimumleeftijd bereikt had en amper twee jaar samen was, bovendien net verhuisd naar een huurwoning, geen schijn van kans maakten.

Het bleek in de praktijk immers zo dat de biologische afstandsouders veel inspraak krijgen in de keuze van het type gezin waarin hun kindje geplaatst gaat worden, binnenlandse adopties zijn immers grote uitzonderingen en de ‘echte’ ouders zijn steeds gekend en werken bewust mee.

De anonieme vondelingschuif wordt immers nooit gebruikt en de verlaten baby in de drijvende mand op het water is beperkt tot geromantiseerde familiefilmpjes op zondagnamiddag, de dagdagelijkse realiteit is dat de burger conservatief is en denkt en dus zijn bloedje liefst toevertrouwt aan een klassiek gezin met een mama en een papa, bij voorkeur van een gegoede familie en financieel op het droge, reeds jaren gehuwd, een eigen huis, kortom… niet aan hen.

Zij voldeden immers aan geen enkele van deze objectieve criteria, ze mochten uiteraard meedoen aan de procedure maar vermoedelijk zouden ze eerder de grootouderleeftijd bereikt hebben dan dat er een kindje aan hun zou worden toegewezen.

Kim’ moest terugdenken aan het voorstel van hun gynaecoloog bij het centrum, iets wat ze toen verwerpelijk vonden maar haar nu eensklaps heel wat aantrekkelijker leek.

Hij beweerde wel wat mensen op de juiste plaats te kennen en zo via-via de vele achterpoortjes in de nieuwe complexe adoptiewetgeving enigszins creatief open te krijgen. Hij had zelfs toegang tot een soort adoptiedatabase van potentiële baby’s die op een Westers gezinnetje wachtten, wel waren het dan buitenlandse kindjes uiteraard, maar zeker en vast ook kansarm.

‘Een beetje cynicus zou het vergelijken met een menukaart in de afhaalchinees waar een nummertje nu stond voor jonger dan 6 maanden, mannelijk, Chinees of ander Oosters land, ziekte antecedenten ontbreken…. in plaats van voor loempia, chop soy special of babi pangang’ had hij nog plagend gezegd, ‘maar ook je adoptiekindje moet je kunnen kiezen in functie van je eigen wensen. Wil je zwart, bruin of geel, jongen of meisje, baby of peuter, ik kan het jullie bezorgen.’

Ze hadden weinig gereageerd maar waren behoorlijk verbolgen, ze vonden dergelijk systeem immoreel, je kiest niet welk kindje je wil ‘redden’ want dat is te confronterend met al die andere die je niet kan of wil in huis nemen, het leek hun teveel op gGd spelen.

Op weg naar huis besloten ze nu echter vrij snel dat een pragmatische oplossing beter was dan geen oplossing, ze waren uiteraard kinderen van hun tijd en beseften het gebrek aan ethiek van dergelijk systeem maar wereldvreemd kon je ze dan ook weer niet noemen.

Uiteindelijk zou hun basisprincipe overeind blijven, aan hun kinderwens zou voldaan worden en gelijkertijd wisten ze dat ergens ter wereld een kindje zou geboren zijn wiens lotsbestemming dankzij hen zou worden omgebogen van potentiële hongerpatiënt naar welvaartsmensje.
Ze waren oprecht begaan met het wereldleed in het algemeen en de ongelijkheid in het bijzonder en konden leven met de nieuwe door hun gekozen weg, een Indisch meisje van ongeveer één jaar zou het worden.

Enkel idioten veranderen nooit van mening.


Frank (‘Advocaten moeten vooral goed toneel kunnen spelen’, hij had dat acteren echter hoofdzakelijk nodig in zijn privéleven.)


Zelden had hij zo gemakkelijk gewonnen van Guido, hun wekelijks tennispartijtje was meestal behoorlijk spannend, nu dus niet. Hij was jonger, energieker en vlugger maar toch verloor hij meestal, Guido had de touch, de vista en kon de ballen als het ware sturen in de richting die hij wilde, hij zelf was te onstuimig, te ongecontroleerd en dat betaal je, niet enkel in de sport. Nochtans was in zijn dagelijkse leven controle uitermate belangrijk.

‘Sorry maat, mijn hoofd stond er niet helemaal naar’, Guido zuchtte ontgoocheld, hij verloor niet graag.

‘Wat scheelt er, toch geen problemen thuis’ vroeg Frank.

‘Gelukkig niet, maar heb nog eens een klacht aan mijn been, gisteren is de hoofdinspecteur langs geweest voor een verhoor, het zou dus best kunnen dat ik je diensten binnenkort weer eens zal nodig hebben.’

Nu was het aan Frank om te zuchten, hij tenniste liever met Guido dan dat hij zijn advocaat moest spelen, de man had zo zijn eigen theorietjes over gerechtigheid en Vrouwe Justitia en nam het niet te nauw met de normale spelregels, toch zeker niet als zijn eigen hachje in gevaar dreigde te komen.

Frank volgde liever het boekje.

Guido ging verder, ‘één of ander dwaas wijf dat denkt de kip met de gouden eieren gevonden te hebben en mij verwijt een zogenaamd ‘ernstige’ beroepsfout te hebben gemaakt, altijd hetzelfde met de mensen tegenwoordig, als er iets fout gaat in hun leven moet een ander er voor boeten.’

‘Wat is er juist gebeurd?’

‘Tja, ik beoordeelde de toestand van een patiënte verkeerd, het was een gewone routinecontrole en het mens klaagde van pijntjes, wie niet natuurlijk, ik nam een uitstrijkje en bleek dat ze een blaasontsteking had, hetgeen de last verklaarde uiteraard.
Bleek achteraf dat ze ook nog eens buitenbaarmoederlijk zwanger was, dat heeft in het begin dezelfde symptomen als een blaasontsteking, dus de ontsteking die ze had camoufleerde de zwangerschap, geloof mij, ik ken geen enkele collega die niet in dezelfde val zou zijn gelopen, een vergissing, een spijtige, maar perfect verklaarbaar, dokters zijn ook maar mensen hé, al denken sommigen daar duidelijk anders over’.

‘En hoe liep het af?’

‘Nachtelijke bloeding, paniek, opname in de spoed, uit mijn bed gebeld, niets te vroeg geopereerd, buik dreigde vol bloed te komen hetgeen meestal een redelijk onmiddellijke dood tot gevolg heeft, uiteindelijk goede afloop, of ze in de toekomst nog op natuurlijke wijze zwanger zal kunnen raken valt af te wachten, tja, er bestaat ook nog adoptie natuurlijk’, Guido vertelde het emotieloos en verveeld.

‘Ik lig er op zich niet wakker van, er lijkt mij geen sprake van een medische fout, maar gelet op mijn verleden zie ik liever mijn naam niet terug in de krant staan, mijn commerce moet natuurlijk wel blijven draaien.’ zei Guido ‘Ik zal dus in mijn club de procureur moeten aanspreken en er via die weg voor trachten te zorgen dat het dossiertje geklasseerd raakt. Uitermate vervelend natuurlijk, dergelijke netwerken berusten op wederkerigheid, op geven en nemen en dit verzoek verstoort het evenwicht in mijn relatie met die kerel, ik moest hem nog een gunst en nu dit weer, het is uiterst onaangenaam.’, het viel Frank op dat Guido er toch behoorlijk verontrust door was.

De laatste keer dat hij hem zo zag was een kleine drie jaar terug, Guido kwam in zak en as bij Frank thuis aanbellen, hij had een zeer ernstig probleem, één van zijn patiënten beschuldigde hem van seksueel misbruik.

Normaal deed Frank geen strafzaken noch zou hij een cliënt toelaten hem te storen buiten zijn werkuren, maar Guido was een oude familievriend, een studiegenoot van zijn vader, zijn tennispartner, dus…

Hij bezwoer hem dat er niets van waar was maar waar rook hangt is vuur dus Guido wou er alles aan doen dat die klacht zo snel als mogelijk verdween en daarvoor had hij Frank nodig, die moest het dossier als zijn raadsman gaan inkijken, maar vooral meenemen. Er was op ‘broeder’niveau één en ander geregeld met diezelfde procureur maar het dossier moest natuurlijk wel op zo natuurlijk mogelijke weg, zonder sporen dus, bij Guido raken.

Frank ging dus het dossier doornemen op de griffie op een moment dat hij wist dat het er overdruk was. Gelukkig was het nog eerder dun en zou het niet al te veel opvallen als hij het tussen zijn mappen liet glijden en zo het geheel in zijn aktetas stopte. Hij vond het moreel onaanvaardbaar maar Guido was een vriend en dreigde zijn reputatie en goede naam kwijt te raken door een mevrouw die schijnbaar een beetje de pedalen aan het verliezen was. Hij wist welke opofferingen Guido zich getrooste om van zijn kabinet een succes te maken en hoe hij steeds in de weer was –vierentwintig op vierentwintig als dat moest- zijn patiënten te helpen. Bovendien was de man nog via allerlei sociale organisaties verbonden aan zeer benijdenswaardige projecten zoals het seksueel gezondheidscentrum, bemiddelde hij bij buitenlandse adoptie en werkte ijverig mee aan diverse acties ten voordele van minderbedeelden of mensen die in een tijdelijke behartenswaardige situatie verzeild waren geraakt.

En dat allemaal pro deo, met zijn drukke agenda, faut le faire, het was alsof zijn dagen uit dubbel zoveel uren bestonden als die van hem.

De klaagster was volgens Guido een psychologisch onevenwichtig geval die uit was op aandacht of geld, later bleek ze na een overdosis trouwens in de psychiatrie te zijn beland, Guido had het dus bij het rechte eind gehad, de klacht miste elke grond.

Frank was achteraf opgelucht dat hij had kunnen helpen maar voelde naast angst en ongemak zich toch vooral bevrijd omdat hij daags nadien het dossier ongemerkt terug op de griffie had gekregen, hij had nooit willen weten wat Guido er mee had uitgespookt en had het dan ook niet ingekeken maar het was blijkbaar afdoende om de betreffende procureur de mogelijkheid te geven de zaak onopvallend te kunnen klasseren.

Het verleden scheen zich nu dus te herhalen, Frank had trouwens altijd al dat gevoel, alles is al eens gezegd of gedaan, we kopiëren gewoon wat anderen al deden en herhalen eindeloos elke dag, enkel de datum verandert.

Hij was dan ook blij zich ’s avonds op de fitnesstoestellen uit te kunnen leven, de stress vloeide dan van hem af, het was dinsdagavond en traditiegetrouw was dat het vrouwen-onder-elkaar-avondje in zijn club, was hij anders ingesteld geweest hij zou vast wel gemerkt hebben hoe de meesten hem behoorlijk opgewonden aankeken, week na week. Hij was relatief jong maar niet te, hij was behoorlijk knap maar ook weer niet te, hij had de juiste kledij, de juiste auto, de juiste status en job, kortom, op de vrijgezellenmarkt een begeerd object.

Ook als minnaar zou hij hoog scoren bedacht Kaatje, de meeste van haar vriendinnen waren in een ernstige relatie dus moesten toch een beetje in bedekte termen geilen op de jonge sportende kerels, gelukkig waren er enkele vrijgezellen dan wel gescheiden dames tussen en konden de anderen hun gevoelens projecteren als raad aan die alleenstaanden, zo viel minder op dat in de eerste plaats zijzelf geïnteresseerd waren.

Kaatje besefte dat het wat haar betrof eerder plaisir des yeux was, een affaire met dergelijke glitterboy kon ze missen als de pest. Ze had nochtans –of net daarom- al regelmatig met hem een praatje gemaakt, een sympathieke gast.

Konden zij trouwens weten dat Frank andere voorkeuren had, hij zag er zo helemaal niet uit, liet dat nu net zijn bedoeling zijn natuurlijk.

Hij had het vanzelfsprekend wel geprobeerd, het zou alles zoveel gemakkelijker gemaakt hebben en het paste beter bij zijn persoonlijkheid, zijn opvoeding, zijn normbesef maar het ging gewoon niet. Zijn lid bleef er altijd halfstok bij hangen, amper hard genoeg om vaginaal te kunnen binnendringen, zijn weinige bedpartners beleefden er schijnbaar wel plezier aan, hij kon namelijk behoorlijk lang liggen beuken, zo’n slijmerige baarmoederingang spant immers onvoldoende, als je de real anal thing had leren kennen bleek dat toch maar te zwakke ersatz.
Enkel oraal en anaal zorgden ervoor dat hij kon klaarkomen in vrouwelijk gezelschap, hij leerde pas later via de populaire wachtkamerpers dat ze niet zo graag plakkerig spul slikken noch hun darmen lenen voor iets anders dan restafval.

Dat hij zich meestal restafval voelde, kon hun al evenmin overtuigen.

Als hij niet voor de rest van zijn leven van fysisch menselijk contact gespeend wou blijven moest hij de feiten onder ogen zien, hij was een homoseksueel en zou daar nooit blij om zijn.

Laat staan zijn onwetende familie en collega’s.


Annick ( ‘het is pedagogisch niet langer verantwoord kinderen bewust voor te liegen over figuren als Sinterklaas en de Paashaas’, zij heeft Loïc dan ook snel uitgelegd dat de Sint al die cadeautjes niet zelf koopt maar dat een en ander moet gebeuren met centjes uit mama’s al te dikwijls lege portemonnee)

Het was aanvankelijk tegen al haar principes in geweest, ze had haar trots en zou zich nooit toelaten zo laag te zinken. Het onderwerp moeten worden van menslievendheid van die opgeblazen kereltjes en vrouwtjes met blikken vol medelijden die op zondag van hun serviceclub eens onder het gewone volk moesten komen, bah.

Ze hadden echter eens voor de ganse steeg een Sinterklaasfeest georganiseerd en ze kon het niet over haar hart krijgen Loïc niet te laten meedoen. Dat hart was overigens gesmolten ’s avonds door zijn gelukzalige blik en ook wel wat gebroken door het besef dat zij hem zelf nooit zo’n mooie dag kon geven, het ventje was door het dolle heen geweest. Ambiance, een echte Sint mét Zwarte Piet, chocolademelk, taart, snoep en zelfs geschenken, hij kreeg een auto op afstandsbediening en een kleine draagbare spelcomputer, zoveel moois had hij nog nooit samen gezien en het lag nu naast zijn bedje, hij had het mogen houden, het was echt van hem.
Sinds dat moment kende ze geen fierheid meer, nochtans één van de weinige dingen die echt van haar waren, zij en haar ijdelheid, ook dat dus niet meer. De paashaas, de kerstman, voedingspakketten voor alleenstaande moeders, waardebonnen voor energieleveranciers, als het gesponsord bleek was ze er vanaf nu bij.

Ze was ondertussen vrienden -hoewel dat allicht een veel te groot woord is, het klasseverschil blijft altijd bestaan, de kaste sluit zich op een bepaald moment hoe dan ook - met de meeste gulle gevers geworden, voor één van hen had ze zelfs voor haar doen verregaande gevoelens.

Net als met haar andere droomprins vermoedde ook deze aanbedene niets.

Via één van de leden was ze trouwens ook in contact gekomen met het seksuele gezondheidscentrum waar ze voor een symbolische bijdrage onderzocht kon worden. Daar durfde ze ook voor het eerst spreken over haar geheime en maatschappelijk weinig aanvaarde wens : ze wou gesteriliseerd worden.

Ze was nog zeer jong en ze had slechts één kindje, dus niemand nam haar ooit ernstig maar deze gynaecoloog wel, hij begreep haar, meer nog, hij steunde haar, ook al voldeed ze aan geen enkel van de objectieve criteria.

Guido voelde haar perfect aan, ze wou geen kinderen meer, zo eenvoudig kon het zijn, ze had altijd geweten dat ze niet als moeder in de wieg gelegd was en had jammer genoeg aan de lijve moeten ondervinden dat haar intuïtie correct was, ze was niet graag mama.

Ze was trouwens ook geen goede moeder.

Ze had ronduit een hekel gehad aan zwanger zijn, dat olifantenlichaam, dat constante gevoel van naar de wc te moeten, die ochtendmisselijkheid, de hormonenschommelingen die je tot een schim van jezelf maken, en dan moest de bevalling nog komen, pure horror.

Een niet te harden pijn, alsof iemand je buik van binnenuit wil openscheuren, gevolgd door nog meer pijn, alsof iemand –hetgeen ze dan achteraf je eigen vlees en bloed noemen- je effectief openscheurt, zichzelf een weg banend naar de buitenwereld.

Daarna, ze lag nog half in de coma, nauwelijks beseffend door welke hel ze was gegaan vond één van de stagiairs het nodig haar de zogenaamde nageboorte van heel dichtbij te tonen, ‘kijk, de moederkoek, een waar mirakel van de natuur’, ze had meteen de volledige verloskamer ondergekotst, haar zoon zelf was ondertussen al afgevoerd naar de prenatale afdeling, vijf weken te vroeg, nauwgezette opvolging was nodig.

Die week op de materniteit was het enige lichtpunt, alles werd voor haar gedaan, op tijd driemaal per dag eten, ze vond het zelfs lekker, als enige van de afdeling, ook een vieruurtje en allerlei verpleegsters die er duidelijk plezier in hadden Loïc te wassen, te verversen, de fles te geven, kortom moedertje te spelen. Uiteraard had ze nooit borstvoeding overwogen, stel je voor, een mens, zij het dan uiterst klein, die aan je tepels zuigt tot het pijn doet en er een soort vocht uitkomt, moedermelk, dichter bij de beesten kun je niet zinken.

Thuis gebeurde alles nogal op automatische piloot, ze verving luiers, ze gaf eten, soms douchte ze Loïc, de luxe van een bad hadden ze immers niet, geregeld ontbrak er zelfs warm water.

Ze ging vooral veel met hem wandelen door de stad, hij was altijd heerlijk kalm in zijn buggy.

Bovendien kreeg ze zo abnormaal veel aandacht in de winkels, iedereen was vertederd, zo’n schoon ventje en nog zo’n jonge mama, mooi, iedereen vond hen een vertederend stel. Het streelde haar ego en het gaf haar voorts het perfecte alibi om een gewoonte die ze sedert haar pubertijd een beetje over het hoofd had gezien terug nieuw leven in te blazen, de winkeldiefstal. Ongelooflijk hoe eenvoudig je de kinderwieg ongemerkt kon volstouwen met allerlei spulletjes, niemand die op haar lette, niemand die haar verdacht, ze waren allemaal betoverd door kleine Loïc, zo zorgde hij al van jongs af aan al voor zijn eigen bijdrage in het gezinsbudget.

Een papa was er uiteraard niet, eens die van de zwangerschap had gehoord kon hij enkel het woord abortus uitkramen, ze had niet echt een dolenthousiast proficiat verwacht, maar toch… en neen, het was geen optie meer, ze was al veel te ver, kon zij het weten, ze nam de pil bijna altijd, was gratenmager en dacht dat ze eindelijk een beetje aankwam, bijna elke dag frituur in combinatie met alcohol en weed, je zou voor minder. Ook haar cyclus was altijd al onregelmatig geweest en als ze eerlijk was, ze had er niet echt op gelet, soms is ze ongesteld, soms ook niet, die dingen gingen zo.

Ze was al drie maanden ver als ze plots in paniek sloeg, haar regels waren nu wel echt lang geleden, haar borsten voelden gespannen… vliegensvlug naar de apotheek voor een test –ze moest hem pas later betalen, als ze haar uitkering zou ontvangen hebben.
De rest van de avond wenend als een kind, oh ironie, in haar bed, zij en een joint om U tegen te zeggen. Haar grootste nachtmerrie was bewaarheid, een kind op komst, dan nog met een vent waar ze niets voor voelde maar die wel een al te gemakkelijke toegang tot allerlei hennepproducten had en daarbij niet slecht in bed was, een beetje ruw misschien, maar ze kwam één keer op twee, een gemiddelde waar ze haar meer dan goed bij voelde.

En zo was de baby zonder ongelukken peuter geworden en mocht hij naar de voorschoolse opvang, daarna zonder al te veel kleerscheuren kleuter en naar de echte school, de factuur van de opvang had ze nooit betaald, maar ze moest de eerste crèche nog zien die een alleenstaande moeder voor de rechtbank zou durven dagen.

Ze had nog steeds geen moedergevoelens maar voelde soms wel genegenheid voor haar zoon, het was een braaf ventje, dat moest gezegd. Soms had hij zelfs nut en zorgde hij voor leven, verdreef de stilte, de eenzaamheid. De meeste tijd belemmerde hij haar leven, maakte hij een hels kabaal en was hij de oorzaak van haar eenzaamheid, welke gast wilde nu een lief waar al een klein kind aanhangt?

Toch zag ze hem graag, maar mocht ze kunnen herbeginnen….


Frank (‘Schone schijn‘, hij moest altijd verschrikkelijk lachen met die televisiereeks, enige zelfrelativering was hem in de beslotenheid van zijn woonkamer niet vreemd)


Hij had al een behoorlijk tijdje een naar zijn doen ernstige en uiteraard geheime relatie met een andere man, Ronny van de fitnessclub. Ze leefden clandestien samen, enkel in het weekend, tijdens de week beperkten ze zich tot samen sporten.

Hij achtte zich daar een meester in, het camoufleren van zijn eigen leven.
Het was een levenswijze geworden en gewoontes zijn noodzakelijk zoals regels en afspraken onontbeerlijk zijn. Hij was grootgebracht in huichelarij en kon dus niet veronderstellen dat mensen zijn onoprechtheid door konden hebben. Hij had geen besef dat je door de keuze van jouw maskers uiteindelijk toch je ziel onvoorwaardelijk bloot geeft.

Zijn leven bestond grotendeels uit alibi’s verzamelen voor zijn seksuele avontuurtjes, zo had zijn beste vriendin jarenlang zijn stand-in lief geweest, tot op het ogenblik dat ze zelf echt verkering kreeg.
Aan haar had hij het wel moeten opbiechten, ze was destijds smoorverliefd op hem en ging zover als haar eerbaarheid haar toestond maar nooit hapte hij toe.

Haar zus insinueerde dat het misschien aan hem lag en natuurlijk was het dat, hoe had ze zo stom kunnen zijn, hij kickte op mannen. Ze confronteerde hem, hij huilde, één van de vele clichés die hij beheerste. Hij gaf toe het altijd verdrongen te hebben omdat het niet paste in zijn zelfbeeld maar ten opzichte van haar, zijn boezemvriendin, kon hij voor het eerst zijn ware gelaat tonen, het luchtte hem op, eindelijk.

Na hun zogenaamde breuk bazuinde hij rond dat hij de vrouwen meer dan moe was, hij ging ervan profiteren nu, uitgaan, vrijheid-blijheid, ze zouden hem niet meer aan banden leggen, nu was het aan hem, samen met wat vrijgezellen maten zou hij de stad op stelten zetten.

Hij had zo een plausibele uitleg gevonden om voor jaren safe te zitten, in het uitgangsmilieu met andere mannen was doodgewoon een stapje zetten onder vrienden, voor de buitenwereld waren ze op vrouwenjacht, meestal eindigde de nacht bij gebrek aan verovering met één van die maten onder de lakens. Best friends with benefits.

Nu was het tot zijn eigen ontstentenis anders, het ging het niet louter om plezier en seks, hij wou zoveel als mogelijk met Ronny samen zijn.

Seksuele spanning ventileren in sauna’s, dancings of diep in de nacht in één of ander vreemd bed, daarmee kon hij omgaan, niemand had daar zaken mee, hij leefde al jaren zo zonder enige argwaan op te wekken.
Een echte relatie met iemand, mogelijks samenleven, daar zou hij nooit ongezien mee weg kunnen komen. Op kantoor vonden ze het nu al verdacht, hij ging met Ronny sporten, op weekend naar de Ardennen, een oldtimer kopen in Duitsland, dansen… zijn nieuwste collega Bart, een opvallend irritant en bijdehand ventje, geloofde er ostentatief geen bal van.

De man had een soort van voelsprieten voor homo’s en twijfelde amper, Frank was er één. Het enige waarover hij aarzelde was of Frank het zelf wel wist en of hij dus naast zijn vrienden, familie en collega’s ook zichzelf bedroog.

Schijnbaar is het in een bepaald milieu nog niet zo ‘bon ton’ om niet hetero te zijn, vreemd. De advocatuur is nu natuurlijk niet direct gekend als de meest vooruitstrevende kaste van onze samenleving, maar seksuele uitspattingen kennen ze daar wel als geen ander, dus wat zouden ze moeilijk doen over wie het met wie en met welk geslacht doet, zolang het maar gedaan werd.

Frank zelf dacht daar duidelijk meer behouden over, hij vreesde voor zijn carrière, hij had immers de ambitie zo snel als mogelijk rechter te worden en als ontmaskerde homo gaf hij geen cent voor zijn kansen, een modaal onschuldig gezinnetje daarentegen…

Hij had zelfs één keer ontiegelijk vroeg op zondagochtend bij de buurtbakker Bart tegen het lijf gelopen, Ronny wachtte buiten met de hond. Voor een zeldzame keer hield zijn collega zijn wisecracks voor zich, hij lachte enkel veelbetekenend en wenste hem een opperbeste goedemorgen en smakelijk.

Zijn façade was doorprikt, zijn leven op kantoor zou een hel worden, zijn confraters zouden hem bespotten, laat staan wat zijn ouders zouden denken, zijn vader was al dodelijk ziek, nu dit nog.
Thuis was uiterlijke schijn alles geweest, hun zoon een flikker, zijn pa zou vermoedelijk nog de voorkeur geven aan zijn kanker.

Hij kon ook Ronny dumpen natuurlijk. Schijn of zijn, dat werd zijn vraag.


Annick (‘Geluk moet je afdwingen’, jammer dat ze niet zo doortastend was)

Een kustdorpje dat het best omschreven kon worden als ‘vergane glorie’, daar woonde ze destijds samen met de vader van haar kind.

Hij wou geen kind, zij evenmin dus bleven ze aanvankelijk bij elkaar, naast de verslaving een nieuw punt van verbondenheid.

Afgebladderde verf, licht beschimmelde tegels in de badkamer, te schelle dan wel halfwerkende tl verlichting, een vergeelde poster aan de muur en een muf geurende keuken, hun liefdesnestje zonder liefde.

Er was regelmatig lust en er waren altijd drugs, het was hun enige manier om een plaats in onze samenleving te vinden, het gaf hun zowel financiële ruimte als een dagelijkse noodzakelijke vluchtweg uit de realiteit.

Loïc werd als baby trouwens rustig van de weedwalmen.

Nadat een ontevreden klant het venster uit hun deur had geslagen, maar vooral nadat haar levensgezel haar een bloedneus en blauw oog had gemept besefte ze dat het moment gekomen was verder te trekken, een andere provincie, een echte stad, misschien wachtte daar het geluk.

Zes jaar later bleef haar relationele leven nog steeds gekenmerkt door liefdesloosheid, de driften bleven, de joints evenzeer, ook Loïc was gebleven. Feitelijk was er weinig veranderd, nu was het livingvenster gebroken maar wel door een ongelukje en haar gelaat werd nog zelden mismeesterd, heimelijk hunkerde ze wel naar lichamelijk genot, het mocht als het niet anders kon zelfs een beetje gewelddadig zijn.

Contact op zich zou trouwens ook welkom zijn, enkel met een zesjarige of louter virtueel via allerlei sociale netwerken op het net bleek na verloop van jaren toch onvoldoende bevredigend.

Mannen kwamen maar vooral gingen, geen enkele scheen iets de moeite te vinden om lang genoeg voor te blijven, van geen enkel vertrek had ze trouwens ook maar iets van spijt gevoeld.

Een kind kon je ook al niet echt een afrodisiacum noemen, samen met de bordkartonnen muren had ze noodgedwongen geleerd uiterst stil seks te hebben en zo nog amper klaar te komen, te weinig kwantiteit, te weinig kwaliteit.

Nu leek alles anders te worden, ze had maar liefst twee droomprinsen op het oog, een ruwe diamant, objectief een loser eerste klas, maar ze hadden een connectie, ongetwijfeld en hij was razend knap. De ander was highclass met centen, ook goodlooking maar er was nog geen klik tussen hen.

Ze hadden elkaar dan ook nog nauwelijks gesproken.

Annick was van oordeel dat dit soms ook niet hoefde, zonder woorden kon je de liefde beter voelen. Vooral kon je als je zweeg niet de verkeerde dingen zeggen, één van haat zeldzame gaves…
Ze voelde trouwens zelden iets, laat staan liefde, maar ze was ervan overtuigd dat hij er op een dag zou staan, op zijn witte paard, haar meeschakend richting een beter leven.

Het was een kwestie van volharding, van geduld.

In afwachting oefende ze met haar zoon, tegen hem vertelde ze wel de dingen die ze nooit tegen een kandidaat partner over haar lippen kreeg, ze gaf zichzelf helemaal bloot, opende haar hart, durfde te voelen en werd nooit tegengesproken, Loïc bekeek haar begripvol. Hij begreep dan misschien de impact van haar woorden niet helemaal maar voelde zijn moeder perfect aan, haar melancholie, haar wanhoop, haar heimwee naar de tijd dat ze nog veelbelovend was.

Nu was ze nog enkel wachtend.


Shania & Kimberley (‘Spoiled rotten’, het stond op haar eerste sleutelhanger, een mooie oneliner maar er was jammer genoeg niets van aan)


Het was in de studentenbuurt geweest, op een klassieke donderdagavond, ze waren jong, hitsig, mooi en opgefokt. Het was druk, meezingers schalden veel te luid, op de meeste tafels werd gedanst, er waren jeneverbars tot op de dansvloer, overal werd gedronken, geroepen, gezoend in de hoop op meer.

Ze keken elkaar in de ogen, voor het eerst, Shania op weg naar het toilet, Kim’ totaal uit haar dak gaande op één of ander disconummer en wisten het beiden onmiddellijk, naast die ga ik morgenvroeg wakker worden.

Vier jaar later deden ze dat nog steeds elke dag, elke ochtend begon met een zoen en de vraag of de ander goed geslapen had, meestal gevolgd met ‘van mij gedroomd?’.

Ze woonden binnen de twee maanden samen op kot en beleefden zo alsnog een schitterende studententijd.

Dan naar een kleine studio in het midden van de oude stad, elke dag konden ze een terrasje doen, een hapje uit eten en tussen de mensen zijn, dat deden ze dan ook gretig, ze hadden alle twee snel werk gevonden en konden tegen een financieel stootje.

Het waren jaren van verliefdheid en genot, op alle gebied, alles was nieuw en voor het eerst, samen ontdekten ze het leven.

Japans eten, een vliegreis, naar de sauna, een vijfdaagse New York, seksspeeltjes, solliciteren, eerste ervaringen delen schepte een band voor het leven en dat was wat zij hadden, een innig verbond, zij tegen de rest van de wereld. Ingrijpende dingen die je voor het eerst doet blijven voor eeuwig in je gedachten, samen met diegene met wie je dat deelde.

Dat is één van de redenen waarom mannen zo kicken op in het bed te mogen duiken met een maagd. Naast het feit dat hun ego dan nog niet moet afrekenen met vergelijkingen met vorige ongetwijfeld betere bedpartners is het zo dat je voor de eeuwigheid een herinnering in haar geheugen grift. Ze bestaan voor altijd, ongeacht de kwaliteit, het is bovendien een unieke kans om als man sex te hebben zonder zich te moeten bekommeren over de bedprestatie, heerlijk toch?
Iedereen heeft schrik banaal gevonden te worden en ontmaagden is een heel gemakkelijke weg om voor iemand een beetje onsterfelijk te zijn.
Een cynicus zou ongetwijfeld opmerken dat er geen beter voorbehoedsmiddel bestaat tegen seksueel overdraagbare ziektes dan neuken met een maagd, de romanticus zal eerder focussen op de eer die hem werd gegund de allereerste te zijn, de realist heeft zekerheid dat ze nog niet in verwachting is en dat een latere eventuele zwangerschap alleen door zijn zaad kan zijn veroorzaakt.

Kimberley en Shania hadden dergelijke kopzorgen nooit gehad, ze kenden het gevoel niet dat je lul in een gebruikte kut steken je geestelijk te dicht bij de vorige mannen brengt. Lesbiennes blijven voor altijd maagd, ze zijn ongeschonden, vandaar ongetwijfeld de klassieke trio fantasie van elke man met een lesbokoppeltje.

Eindelijk konden ze fier zijn op zichzelf, ze hadden geaccepteerd wie en wat ze waren en zaten goed in hun vel, zowel alleen als samen, los van de rest van de wereld.
De volgende stap leek hen dan ook zo logisch, hun wederzijdse genegenheid was bijna te groot voor slechts één persoon, ze konden best nog wat delen en wat zou een mooiere bekroning voor hun liefde zijn dan een kindje?

Ze waren bereid hun stekje midden het energieke stadsgedruis op te geven voor een huisje met tuintje in de rand, het leek hen een meer geschikte omgeving voor een kind.
ze hadden geen twijfels, niet wanneer ze bij elkaar waren en bleven, er was trouwens geen haar op hun lijf dat daar ooit aan dacht, uit elkaar gaan, ze waren voor elkaar gemaakt, het fabeltje dat homo’s of lesbiennes promiscue zijn ging in ieder geval bij hen niet op, ze zouden moeders worden en later grootmoeders. Iedereen heeft ergens één liefde van zijn leven, zij hadden de hunne gevonden. Alles mag dan nog gewoonte worden, echte liefde blijft uniek, daar waren ze beide van overtuigd.

Kim’ herinnerde het zich nog elke dag, dat magische moment waarop Shania voor het eerst gemeend zei dat ze haar graag zag, niet zomaar terloops als doekje voor het bloeden of als een soort aflaat, maar echt. Dat ene stomme zinnetje betekende voor haar enorm veel, voor het eerst in haar leven voelde ze zich echt door iemand geliefd. Haar reactie was een huilbui van enkele uren waarin ze al haar jeugdtrauma’s toeliet naar boven te komen en waardoor ze zich weerloos en kwetsbaar overgaf aan haar grote liefde.

Het vergt moed om graag te zien maar nog meer om graag gezien te worden, je moet je open durven stellen en ook je minder mooie kanten aan de andere tonen, toch zeker als je kiest om voor langere termijn samen te zijn.

Vele koppels vieren nochtans hun gouden samenzijn na een leven van bedrog en huichelarij, één en al maskerade en toch gelukkig, of toch minstens de illusie van geluk, hetgeen uiteindelijk dezelfde waarde heeft.

Of moet iets echt zijn om het te kunnen koesteren?

En als je zelf niet voelt dat het fake is mag het dan toch tellen als echt?

Ze had nochtans uit haar opvoeding niet veel mee gekregen inzake het blootgeven van gevoelens en het tonen van één of andere emotionaliteit. Haar ouders waren eerder van het koele type en zagen kinderen grootbrengen duidelijk als een onderdeel van hun voor het overige al zware dagtaak als kleine zelfstandigen.

Ze waren correct, er werd mishandeld noch misbruikt, er waren regels en normen, er was genoeg eten en drinken, ze kwamen niets tekort. Er was te weinig liefde maar dat zouden haar ouders tot op de dag van vandaag een luxeprobleem noemen, ze relativeerden elk probleem met betrekking tot hun kinderen in vergelijking met de toestand in de derde wereld, zo kon nooit iets echt erg of belangrijk gevonden worden.

Ze haalden allen hun diploma, ze leken alle drie normaal maar met geen enkele van hun volwassen kinderen waren haar ouders er in geslaagd een ietwat normale relatie op te bouwen, elk leefde zijn leven, hetgeen feitelijk ook al het geval was toen ze nog effectief kind waren.
Nu was echter iedereen op een leeftijd gekomen waarin de ouder/kindrelatie niet langer mag bestaan, allemaal volwassenen onder elkaar, zonder hiërarchie, elkaars gelijken, geen machtsspel meer, haar ouders waren echter niet geïnteresseerd in dergelijke omgang.
Het is zoals met jeugdtrauma’s, eens voorbij de dertig moeten die verwerkt of minstens verbannen zijn naar het onbewuste, diezelfde leeftijdsgrens lijkt aanvaardbaar om niet langer bevelen van uw verwekkers te moeten aanhoren.

Ouderliefde, een zwaar overschat begrip maar Kim’ zou het tegendeel bewijzen, hun dubbele moederliefde zou hun toekomstige kleintje overdreven vertroetelen, ze was er van overtuigd dat je je kroost nooit teveel kan verwennen, noem het gerust overcompensatie, het zal haar aan haar reet roesten.


Guido (‘Availability is everything’, een holle reclameslogan die de kern van zijn seksleven perfect samenvatte.)


Hij had altijd al een redelijk problematische verhouding gehad met het andere geslacht. Niet dat hij geen aandacht kreeg, wel eerder de verkeerde. Het waren telkens weer serieuze meisjes die vooral uit waren op een toekomst, het lange termijn denken, het verstand eerder dan de passie.
Zelf zocht hij steevast begeerte, liefst in een zo rauw mogelijk vorm, maar het behoorde aanvankelijk enkel tot zijn fantasie. Voor de universiteit bleef het beperkt tot wat puberale vrijpartijtjes die niemand veel voldoening schonken, eens student geneeskunde trok hij vooral ideale schoondochters aan, de bedavonturen bleven mager en voorspelbaar. Hij was zelden dronken, nam geen drugs en kon zichzelf enkel verliezen in seks, maar dan nog enkel wanneer het verliep volgens zijn keuze, anders verkrampte hij en was het verlangen ver te zoeken, zijn controledwang was ook in bed zeer aanwezig, hetgeen zelden voor positieve impulsen zorgde.

Tot hij haar ontmoette, studente medisch secretariaat, blond, behoorlijk goed voorzien van lijf en leden, verstandig, grappig, wulps en levendig, eigenzinnig. In tegenstelling tot dit alles en tot Guido’s grote tevredenheid was ze in bed volstrekt onderdanig, slaafs bijna. Niet dat hij voor rollenspel of sm te vinden was, gewoon volgens zijn regels en zijn ritme was al ruim voldoende. In zijn verbeelding was hij een soort seksgod die maar met de vingers moest knippen of zijn minnares plooide zich in de door hem gewenste bochten, het ongelooflijke was dat zij dat ook effectief deed. Eender wanneer, eender hoe, ze was altijd beschikbaar, ze hadden dan ook wat hem betrof een redelijk uniek lichaamssap-uitwissellend-leven.

Zijzelf scheen ook tevreden te zijn, als hij al bij hoge uitzondering iets vroeg over haar wensen of verwachtingen antwoordde ze enkel dat ze te allen tijde van hem wilde zijn. Het was meer dan waar hij ooit op hoopte.

Uiteraard bleek zij ondanks de uiterlijke schijn ook haar verborgen agenda te hebben, een verrassend clichévolle dan nog, ze wou een definitieve band met hem, ze wou trouwen en vooral kinderen, haar grote levensdroom, al brandend aanwezig sinds haar eigen kindertijd. Zij was ondertussen afgestudeerd en verdiende haar eerste loon, ze was klaar voor de volgende stap. Guido niet, en of hij er ooit klaar voor zou zijn was hem verre van duidelijk, maar dat hoefde zij uiteraard nog niet te weten. Gelukkig was ze nogal vatbaar voor rede en besefte ze dat ook hij eerst zijn diploma moest halen alvorens er verdere grote stappen geconcretiseerd mochten worden. Zijn ouders konden immers geen enkel risico lopen, het was voor hen op zich reeds een al te zware investering geweest om hun zoon toe te laten naar de universiteit te gaan, laat staan medicijnen met specialisatie gynaecologie, vele jaren het zoontje subsidiëren om hem een betere toekomst te gunnen, het woog.

‘Geduld schat, onze tijd komt nog wel’, hoeveel keer hij dat melige zinnetje zonder het te menen uit zijn bek had gekregen, hij walgde er soms nog van. Soit, ze was blij met de kruimels, met het kluitje in het riet en ze bleef disponibel, niets aan de hand dus, geleidelijk aan verschoof haar onderworpenheid vanuit het bed sluipend ook naar haar dagdagelijkse leven.

Uiteindelijk trouwde hij wel, met Nathalie, een dochter uit de hogere bourgeoisie die bereid waren behoorlijk wat centen neer te tellen om een gynaecoloog aan de familietafel te hebben, een zeer redelijke businessdeal. Haar ouders hadden een adresboekje om jaloers op te zijn, met die connecties zou zijn carrière onmiddellijk als een trein kunnen starten, het was nu niet dat hij de enige dokter in de verloskunde was die België rijk zou zijn natuurlijk. Van zijn familiale voorgeschiedenis zou het alvast niet komen, gezinshelpster en arbeider bij een telecombedrijf, wonende in het diepste achterland, hobby’s als vissen en lid van de plaatselijke vrouwenbond, ledenaantal veertien, dankzij zijn aanstaande bruid kon hij ze direct zijn studiegeld in één keer terug betalen en moest hij zich achteraf minder schuldig voelen als hij met die mensen nog zo weinig mogelijk te maken wilde hebben. Ze hadden geen kwaad in zich, maar ze waren simpel, te simpel.

Zij bleek hem redelijk graag te zien, ze kwam niet direct uit een nest waar passie en lust hoog in het vaandel stonden, zekerheid, evenwicht, een toekomst, dat waren de sleutels tot een goed en gelukkig leven en dat scheen hij te kunnen bieden.

Hij was in de slaapkamer wel terug naar af, opnieuw boekhoudersneuken, voorzichtig zijn, de vraag ‘deed het geen pijn?’ kwam eerder in hem op dan ‘was het hard en lekker?’, aanvankelijk haalden ze nog net de gemiddelde nationale statistieken, dat bleek voldoende voor nageslacht, een jongen en een meisje, een echte koningswens, voor Guido niets meer of minder dan het logische vervolg van zijn mariage de raison.

Achteraf, als de diepste wonden geheeld waren mocht hij nog steeds bij zijn vroegere liefde langs, bij zijn Mieke om zichzelf te verliezen, eventjes van de wereld te zijn, te ontladen, nog altijd op elk willekeurig moment van de dag, ze hadden een eeuwig verbond en daar had hij kunnen voor zorgen, ze had zich voorgoed ten zijnen dienste gesteld, ze had zelf moeten vaststellen dat dit vooruitzicht het enige was dat haar nog restte.

Later ontdekte ze een nieuw levensdoel, ook geweven rond hem, maar toch anders, hij zou daar niet meer zo disponibel in kunnen zijn, zij zou er haar vrijheid mee terug verdienen, misschien niet letterlijk, maar toch….


Karel en Kaatje (‘Vrouwen zouden beter dan mannen in staat zijn de wereld te runnen’, ze had geen idee, ze wist enkel dat haar wereldje door haar inderdaad behoorlijk goed werd gemanaged)

Haar grote liefde was op alle gebieden reusachtig, zeker naast haar, klein, breekbaar bijna, maar dat was slechts schijn. Ze hadden een al te intense relatie die uiteindelijk op alle gebied zo stormachtig werd dat ze niet anders kon dan een ander te zoeken, het werd voor haar gewoon teveel, ze kreeg stilletjes de leeftijd toekomstperspectieven belangrijker te vinden dan hartstocht.

Haar oorspronkelijke held gleed zoals zij tijdig aanvoelde verder af in het plaatselijke uitgangsleven en verdiende op de dag van vandaag zijn dagelijkse brood als kinderanimator en cliniclown. Alleen al door zijn abnormale gestalte in combinatie met zijn ietwat wilde blik oogst hij veel bijval, maar ze prees zichzelf gelukkig dat ze thuis niet moest wachten met het avondeten tot haar echtgenoot ontschminkt was, ook al miste ze diep in haar hart hun vroegere chaos en passie.

Het lot was haar gunstig gezind, in dezelfde vriendenkring diende zich snel een buitenkansje aan, Karel. Hij startte pas zijn studie en zij begon net een tweede leven, het was iets gemeenschappelijks, hoe futiel ook. Ze had bovendien snel door dat hij gemakkelijk beïnvloedbaar was, een beetje een watje eigenlijk, maar zonder een greintje slechtheid in zich, ook dat was nieuw voor haar en op zich ook wel aantrekkelijk.

Twee weken later hadden ze seks, ze haalde al direct de eerste keer alles uit de kast, zonder schroom, Karel wist niet wat hem overkwam maar het benaderde zeer sterk zijn dromen, zelfs diegene waar hij nog niet aan toe was gekomen. Vanaf dan hadden ze alle dagen een vrijpartij, behoorlijk wild zelfs, voor hem een soort walhalla, voor haar de opstap naar betere vooruitzichten.

Ze had zich ondertussen immers een beetje geïnformeerd en ontdekt dat hij een behoorlijk familie-imperium had over te nemen, als hij haar dan ook nog de eerste keer aan het werk kwam ophalen in een blits rood sportkarretje wist ze het wel zeker, dit zou de toekomstige vader van haar kind worden.

Ze was vrouwelijk geraffineerd genoeg om Karels noden voldoende aan te voelen en hem op korte tijd rond haar vinger te winden. Zij verdiende geld, zij woonde alleen, zij had een schijnbaar onstilbare seksuele honger, je moest al wel een heel sterk in je schoenen staande student zijn om daar te kunnen aan weerstaan.. Ze verwende hem dan ook op alle gebied en gaf hem de plaats en de cadeaus nodig om zijn hobby te kunnen uitoefenen, iets waar de oude patriarch altijd was tegen geweest.
Een kleine zelfstandige heeft volgens zijn levensvisie genoeg aan zijn werk als hobby, de rest van de tijd is om te slapen en te eten. Het leven blijkt dan toch simpel te kunnen zijn.

Voor hij het besefte leefden ze als een oud getrouwd koppel en was hij in zo’n afhankelijke positie gewrongen dat hij nooit nog zou durven breken met haar, ook al had hij daar op dat ogenblik nog niet de behoefte aan. Later wel maar dan maakten zijn plichtsbesef en misplaatste dankbaarheid het zijn hoofd onmogelijk Kaat te laten voor wat ze was, bovendien bekten hun namen zo goed samen, dat moest vast een teken zijn.

Ze bleven dus samen, Kaatje had zijn waardebesef correct ingeschat, nu nog een kind en het was voor eeuwig. Trouwens, wat ze hadden mocht zeker en vast liefde genoemd worden, gekochte liefde misschien, maar daarom niet minder echt.

Voor hem was het zo dat het gewoon allemaal gebeurde, hij dacht er niet dieper bij na, het overdonderde hem wel een beetje maar uiteindelijk voelde hij er zich wel goed bij, of dat nam hij toch aan. Hij had niet de gewoonte geweldig zelfreflectief bezig te zijn, het leven werd geleefd en dat was voor hem voldoende. Als men hem vroeg naar zijn hobby antwoordde hij soms gewoon ‘leven’, zelfvoldaan grijnzend om deze in zijn ogen dan toch spitsvondige trouvaille.


Mieke (‘Freud zag vrouwen met een gebrek aan onderdanigheid als psychiatrisch geval’, zij alvast zou nooit als hysterisch omschreven worden)


Ze had een behoorlijk wilde relatie geprobeerd met een Rotterdamse echte Hollander, het typevoorbeeld van de arrogante branieschopper.

Het was haar slecht bevallen, ze was minder vrijgevochten dan ze hoopte en bleek meer behoefte te hebben aan zekerheid dan ze zelf verwachtte.

Na Ruud kwam Bob, de saaiheid zelve, inspecteur bij de gerechtelijke politie, nog inwonend bij zijn moeder, ging altijd grijsgekleed en wou enkel op vakantie waar ze Nederlands praten en biefstuk-friet serveerden.

Ook niet op vakantie ging hij enkel eten waar hij uit eigen ervaring wist dat het goed was en het meest revolutionaire tussen zijn eetadresjes was zowaar een echte Chinees, in de andere waren de menukaarten even voorspelbaar als zijn leven. Net dat had de man nodig, de platgetreden paden waren zijn wegen, stabiliteit, orde, regels, een strakke agenda, dat waren zijn credo’s.

Daarnaast dronk Bob veel te veel, anoniem uiteraard, was partnergeweld hem niet helemaal vreemd en ontpopte hij in bed de weinig benijdenswaardige combinatie egoïsme en sadisme, als hij klaar kwam was het al goed genoeg geweest, als hij haar daarbij een klein beetje pijn had kunnen doen en een beetje had weten te vernederen sprak hij van topseks.

Gelukkig voor Mieke duurde het nooit lang, de controlefreak had blijkbaar één ding minder in de hand.

Achteraf begreep ze zelf niet waarom ze zolang bij hem was gebleven, maar op haar sterfbed zouden er vermoedelijk wel meer keuzes overblijven die haar dan onbegrijpelijk zouden overkomen, ze had nooit echt de gave van de juiste weg te volgen goed beheerst.

Schijnbaar dacht ze toen dat alles beter was dan alleen zijn, nu wist ze dat het anders was maar ja, nu was alles te laat, de reddende engel zou vast niet meer komen, haar prinsessenallures behoorden allang tot een te ver verleden. Bovendien had ze schrik om hem al te abrupt te dumpen, tenslotte was hij altijd gewapend en had hij een zeer licht geraakt ego, dat in combinatie met alcohol scheen Mieke behoorlijk gevaarlijk, ze had weinig ambitie om te eindigen als een krantenartikel over een uitgebluste politieman die dronken zichzelf en zijn bijzit met de kogel om het leven bracht.
Ze liet de relatie dan ook uitermate langzaam leegbloeden, jaren deed ze er over om hem uit haar leven weg te kunnen kerven, uiteindelijk heeft ze er nog zelf voor moeten zorgen dat hij gevoelens kreeg voor een ander, een vroegere buurvrouw die hopeloos op zoek was naar een man. Ze speelde haar zijn agenda door –na al die jaren samen wist ze perfect op welke dag op welk uur hij waar zou zijn om wat te doen- en was zo even koppelaarster, een fractie van een seconde had ze medelijden met de vrouw en haar toekomstige relatie, maar dat zou teveel lijken op zelfmedelijden en daar was ze niet meer aan toe.

Overbodig worden en zijn, het went maar vergt tijd.

Het enige voordeel van hun samenzijn was dat de man zo paranoïde en zo dwangneurotisch was dat hij nooit bij haar bleef slapen, het verstoorde zijn dagdagelijkse routine.
Enkel op vakantie stonden ze samen op, dat was anders, hij was op verlof, zijn neuroses waren dan ook aan een zekere rustperiode toe. Even zelden en om dezelfde redenen at hij bij haar of keken ze gewoon samen televisie.
Hun relationele leven draaide enkel rond restaurant- en familiebezoek of rond seks, andere punten van gemeenschap waren er niet.

Zo kon ze geleidelijk aan haar vroegere routines terug oppakken en inpassen, onder meer hem weer toelaten in haar leven, mogelijks haar grote liefde. Uiteindelijk besefte ze dat hij haar verslaving was, zelfs ondanks wat hij haar had aangedaan. Ze had er nochtans zo op gehoopt, trouwen, samen kindjes krijgen, een gezellig huis met tuin, misschien een zwembad, zij zorgend voor het nageslacht en het huishouden, hij voor het brood op de plank.

Tot de dag dat hij totaal onverwacht zijn verloving aankondigde, hij was net luidruchtig in haar gekomen als hij nahijgend meedeelde dat zijn keuze genomen was, zijn besluit stond vast, hij ging zijn verstand volgen en trouwen met Nathalie, dochter van.

Terwijl hij zich opkuiste en aankleedde beweerde hij zonder scrupules dat zij en zij alleen zijn ware liefde was en dat wat zij hadden echt en voor eeuwig was maar dat liefde tegen een stootje kan, zelfs een huwelijk met iemand anders, hun verbond bleef, ongeacht. In ons hart zijn we voor altijd samen, kleffer kon moeilijk.
Dat zijn woordenstroom haar ter plaatse deed sterven, merkte hij zelfs niet op, hij moest er snel vandoor, er moest dringend gewerkt worden, met de ironische kwinkslag ‘iemand moet het tenslotte doen’ liet hij haar achter, eenzamer dan ooit.

Tot kort voor zijn huwelijk bleef ze beschikbaar, ze dacht hem nog wel te kunnen overtuigen. Nadat ook die hoop ijdel was gebleken gleed ze in een diepe depressie en belandde in de psychiatrie, ondertussen was zijn trouwfeest er eentje met de nodige pracht en praal, er was zelfs soep gedecoreerd met echte goudschilfers, de toekomst leek in zich te hebben wat hem was beloofd, financiële onafhankelijkheid.

Ondanks neukten ze nu nog steeds op regelmatige basis, zij slaafs wachtend op haar moment.


Frank (‘Historisch gezien is het huwelijk een rationeel verbond tussen twee partijen’, de zogenaamde romantiek vond het nodig daar liefde en gevoelens in te mengen en daar stond hij dan nu…)


Hij was teneinde raad, na vele contactadvertenties en datingsites had hij nog steeds geen geschikte partner gevonden, geen enkele vrouw was bereid enkel als etalagepop gebruikt te worden, allemaal wilden ze meer.

Hij vond zijn voorstel nochtans één uit de duizend, financiële zekerheid, modern huisje met tuin, vrijheid. Enkel af en toe op zijn verzoek een acte de présence, bij familieaangelegenheden, professionele samenkomsten met partner en andere eerder zeldzame momenten. Geen seks. Wel moest er een kind zijn, bij voorkeur reeds voor hem verwekt, als het niet anders kon zouden ze samen een kind maken, dan eiste hij wel een medisch attest om te zien dat ze effectief vruchtbaar was.

Hij hield er meerdere verontwaardigde blikken, zelfs gekrijs aan over, hysterische toestanden soms, tot zelfs een glas witte wijn over zich uitgestort. Dit omdat hij reeds bij de tweede afspraak zijn ware bedoelingen uit de doeken deed, blijkbaar dachten de meeste potentiële partners dat ze het gouden kalf gevonden hadden, een knappe en eenzame advocaat die wou settelen.
De ontgoocheling dat het enkel om een pure businessdeal ging was groot, het afgrijzen evenredig, hij begreep er niets van, maar hij was dan ook allerminst een groot kenner van de vrouwelijke psyche.

Goed, hij zou het anders moeten aanpakken als hij snel over een echtgenote en een nageslacht wou beschikken en zich zo kandidaat kon stellen voor een postje als magistraat, hoe was hem op dit moment nog onduidelijk, maar hij hoopte op een hem gunstig gezind zijnd lot. In ieder geval, de toneelregie van zijn leven moest overtuigender, professioneler, zoveel was duidelijk.

De scenarist moest dringend een gezin in het verhaal krijgen, het mocht dan misschien een al te bruuske plotwending lijken, als het met voldoende overtuiging wordt gebracht is slikt het publiek alles, vast ook zijn publiek.


Annick (‘Is het lot beïnvloedbaar?’ Feitelijk geloofde ze niet in het lot maar het was minder vermoeiend dan zelf keuzes te moeten maken)


Ze kon niet meer, duizend visjes had ze al gesmeten, voor haar doen zeer duidelijk en verregaand maar haar uitverkorene hapte niet toe, ze voelde zich uitermate misbegrepen.

Hij kwam wel bijna elke dag langs en dat deed haar financiële situatie weinig deugd, hij was immers ook haar weedleverancier en hoe meer hij kwam hoe meer ze kocht en hoe verslaafder ze werd en hoe langer het einde van de maand op zich liet wachten.

Ze hadden kort geleden eens een voor hun doen diepgaand gesprek gehad en daaruit was tot haar schrik zeer duidelijk gebleken dat hij het helemaal niet voor kinderen had en al zeker niet voor Loïc. Het kind was ondanks alles toch altijd een beetje een blok aan haar been geweest en nu scheen hij ook nog tussen haar en haar prince charmant te komen, het leven was unfair.

Ze dreigde in een catch 22 terecht te komen, als ze ooit enig vooruitzicht op geluk wou hebben moest ze hem binnen halen maar hij zou nooit te overtuigen zijn met haar zoon in de buurt. Ze had ooit gedacht dat ze ongelukkig zou zijn als ze haar zoon niet bij haar zou houden en nu is ze ongelukkig met hem, meer nog, weerhoudt hij haar ervan gelukkig te worden.
Of anders gesteld, is het leven de moeite waard als er niets is dat je de moeite vindt om voor te leven? En waarom moet moeder zijn op zich reeds voldoende zijn? Ze vond het eerder een hinderpaal, voor haar sociaal leven, voor haar vrijheid, voor haar centen.

Ze zou dus een inventieve oplossing moeten vinden, wat te doen met Loic?

Of moest ze al haar centen inzetten op haar reserveredding, de charmante perfecte schoonzoon uit het liefdadigheidsclubje, één van haar wilde weldoeners?

Beiden kon, ze zou het lot laten beslissen, wachten was toch één van dingen die haar de dag hielpen doorbrengen, nog wat langer zou vast geen kwaad kunnen, doen was vaak zo lastig en zo confronterend, ze zag het wel…
Een in haar ogen soms ideale oplossing zou zijn dat Loïc sterft, liefst aan een meelijwekkende ziekte zodat ze zich voor de rest van haar leven in verdriet kon wentelen. Het zou haar het perfecte alibi opleveren om depressief te mogen zijn en blijven, niemand zou ooit nog iets van haar verwachten, het leek haar heerlijk.
Zijn dood zou haar kunnen bevrijden, het had bijna iets mythisch, zij zou gered worden, hij zou uit de modder boven zichzelf uitgroeien tot een symbool. Zo zouden ze beiden gerespecteerd raken, eindelijk zou ze de anonimiteit kunnen inruilen en ook iemand worden, die vrouw wiens zoontje van amper zes….

Ze zou bovendien bij wie ze maar wenste troost kunnen zoeken en vooral vinden, een overaanbod aan troost, zalig, de gedachte alleen hield haar recht in moeilijke dagen.


Guido (‘Hoe kan je creatief zijn in het opvoeden van je kind?’, door afwezig te zijn bijvoorbeeld…)


Slechts zeer af en toe, als het ook zijn echtgenote eens echt teveel werd en ook zij door een gevoel van moedeloosheid werd overvallen, werd hij ingeschakeld in het opvoedingsproces van zijn kinderen, pubers van twaalf en veertien. Zijn madam belde hem dan redelijk overstuur op, ratelde alle gebreken van zijn nageslacht op en wreef hem met zijn neus in hun laatste debacles, meestal iets rond nota’s op school, slechte punten of rommel in huis.

Van hem werd dan verwacht dat hij hun streng toesprak en de woorden van zijn echtgenote trachtte over te brengen, dreigend met straf. Hij hield niet van dergelijke hem opgedragen nummertjes, maar het was meer uitzondering dan regel dus liet hij het over hem heengaan, zijn vrouw deed naar alle waarschijnlijkheid een behoorlijke job als moeder. Opmerkingen daarover maken dreigden als een boemerang in zijn gezicht te keren, plots zou hij meer betrokken moeten zijn en zou hij ouderverantwoordelijkheid in zijn schoenen geschoven krijgen, dat was nooit de afspraak geweest. Voor hij het goed en wel besefte zou hij ze naar hun lief of sportclub moeten voeren en ze ’s nachts opwachten aan één of ander duister danskot. Dan liever zo, buikspreekpop van de mama omdat om onbegrijpelijke redenen zijn woorden meer indruk leken te maken, misschien omdat ze zeldzamer waren, alles waarvan er een teveel is wordt maar onvoldoende geapprecieerd, ook opvoeding lijdt aan dat zeer. Als je meerdere keren per dag het onheil aankondigt boet je ernstig in aan geloofwaardigheid en zal niemand voorbereid zijn op dag van de echte rampspoed, nochtans de kerntaak van opvoeden.

Beter dan dat duidelijk afgebakend beperkt rollenpatroon kon hij trouwens niet bieden, hij was altijd een buitenstaander geweest, ook bij de opvoeding van hun kinderen. Hij had ze destijds voldoende bewust gemaakt, omdat het zo hoorde in zijn huwelijk en omdat het zijn link was met zowel de kennissenkring van zijn schoonfamilie als met hun kruik vol dukaten, maar enig vadergevoel was hem volstrekt vreemd.

Zijn therapeute zou het vast weer allemaal kaderen in zijn controleproblematiek. Als ze baby zijn huilen ze of zijn ze ziek zonder dat je er iets kan aan doen, zeker als vader. Iets ouder praten of lopen ze vroeger of erger, later dan hun leeftijdsgenootjes, ongeacht wat jij zou willen. Vervolgens willen ze niet eten of slapen en voelen ze perfect aan dat ze jou daarmee voor de volle 100% in hun macht hebben, daarna willen ze niet uit bed of niet gekleed voor school, dan willen ze niet naar school en uiteindelijk willen ze niet naar huis, om tot slot nog enkel op hotel te komen om zich op te maken om uit te gaan en geld op te vorderen, jong zijn is duur hoor pa….

In welke ontwikkelingsfase ze zich ook bevinden, meer dan machteloos staan roepen langs de zijlijn zit er niet in, je bent ook als ouder enkel toeschouwer, zo goed als zonder invloed. Het wanhopige gevoel van de voetbaltrainer die tijdens de wedstrijd nutteloos aan de kant staat te brullen naar zijn manschappen, de theoretische bespreking vooraf zag er nochtans perfect uit, de analyse achteraf was ook correct, maar op de feiten zelf heb je geen vat, die gebeuren gewoon, altijd anders dan je verwacht had.

Kinderen zijn te onvoorspelbare buitenbeentjes om te matchen met Guido’s persoonlijkheid, zelfs zijn eigen vlees en bloed passen niet in zijn georchestreerde leventje, gelukkig had hij daarvoor zijn echtgenote.

In een onbewaakt moment fantaseerde hij wel eens over het winnen van één of andere superlotto, hetgeen hij voor iedereen verborgen zou houden terwijl hij zijn nieuwe leven in alle stilte voorbereidde, een nieuwe identiteit, een ander leven op een andere plaats, met andere mensen.

Het bezorgde hem soms een sadistisch genoegen zich zijn echtgenote voor te stellen wanneer ze na twee dagen onverklaarbare afwezigheid een brief van hem zou ontvangen waarin hij haar meedeelde dat hij een zeer belangrijke geldsom had gewonnen en er daardoor met onmiddellijke ingang een einde aan hun verbond kwam en of ze de groetjes wilde doen aan de kids, see you all never again.

Ze verdiende dat waarschijnlijk niet, maar ze stond nu eenmaal symbool voor de gevangenschap waarin hij verzeild was als gevolg van zijn medemens, zijn opvoeding, het verwachtingspatroon, het leven, zijn leven. Hij bleek te zwak om zich daarvan op eigen kracht los te rukken.

Of was ook dat maar schijn?


Shania&Kimberley (‘Leegte, de afwezigheid van al het andere’, voor hen momenteel de afwezigheid van een relationeel leven, samen.)


Het moest nu snel gaan, een kind, liever vandaag dan morgen. Ze waren door hun voorraad boeken, voorbereidende cursussen, therapieën …heen, ze waren klaar en onrust begon zich stilaan meester van hen te maken, wachten was voor geen van beiden een vanzelfsprekendheid, geduld evenmin.

Ze hadden dan ook elk moreel bezwaar opzij geschoven en groen licht gegeven aan hun gynaecoloog, alles was goed zolang het maar vooruit ging. Guido was opgetogen, het mocht een buitenlands kindje zijn, via de minder officiële weg, tegen flinke betaling, Hij had hen verwittigd dat het zelfs via zijn achterpoortjes tot een jaar kon aanslepen, er mocht dan ook geen tijd meer verloren gaan. Het vacuüm waarin ze zich in tussentijd bevonden was immers niet hun natuurlijke habitat, normaal gleden ze van gek plan naar absurd idee, maar deze keuze was zo fundamenteel en definitief dat het al hun gedachten opslorpte, constant en er zo al te weinig ruimte overbleef voor andere dingen, ook voor elkaar. Ook dat was nieuw, hun wereldje draaide tot dan enkel rond elkaar, ze gaven en kregen elkaars one to one aandacht en genoten met volle teugen. Nu zouden ze moeten delen en tot dat ogenblik wisten ze zich met zichzelf niet goed blijf, het leek verdacht veel op de onzekerheid van zwangere koppels.

Zijn we geliefden en zullen we seks hebben of zijn we ouders en zal dat gebeuk het kindje beschadigen? De evolutie van partner naar ouder is werkelijk de relatiedooddoener bij uitstek, alleen wil niemand het geweten hebben.

Ook Shania en Kimberley worstelden met diezelfde gevoelens, ze werden beide moeder, dat zou vast ook nog voor onderlinge jaloezie en een zekere machtstrijd zorgen, er kan er tenslotte maar één de echte mama zijn, of is een adoptiemoeder nooit voor echt?

Ze hadden teveel tijd, of minstens teveel ruimte in hun hoofd om te denken en bij gebrek aan concrete plannen –hun toekomstige gezinsuitbreiding was al zovele malen helemaal uitgedacht- dreven hun gedachten naar uithoeken waar ze beter wegbleven, zo werd er enkel twijfel gezaaid en dat konden ze nu missen als de pest. Opvoeden doe je het best met een air van zekerheid om je heen, kinderen voelen het sneller aan dan het licht als je zelf niet gelooft waarvan je hen tracht te overtuigen.
Je moet nooit iets beloven wat je hart niet kan geloven, dat ruiken ze.

Dit grote nietsdoen in afwachting van het ultieme moment was dan ook een eerste test van hun liefde, samen bang afwachten hoe andere mensen, het lot zelfs, over hun toekomst beslisten, toekijken zonder nog invloed te kunnen hebben, stilstaan als het ware om dan hopelijk met één fikse sprong fel vooruit te gaan, niets van dat alles behoorde tot hun leefwereld, zeker niet samen en nu bestonden hun dagen uit niets anders.

Die praktische en emotionele leegte kon enkel verdreven worden door hun toekomstig kleintje, geel, zwart of blank, het deed er volstrekt niet meer toe.


Karel & Kaatje (‘In de droom leven’, in Amerikaanse televisieseries klonk en zag deze uitspraak er alvast veelbelovender uit)

Elke zaterdagochtend ging hij met Emma naar het kleuterzwemmen, watergewenning noemde dat eigenlijk, hij tussen allemaal moeders in een zwembad waarvan de bodem naar omhoog kon en dat die ochtend extra verwarmd werd. De kinderen hadden het inderdaad niet koud, hij daarentegen, tot amper aan zijn onderbillen in het water…
Eens dat uurtje voorbij kwam Kaatje zwemmen met Charlotte, ze vonden zich zo slim, het zwembad was dan immers nog lekker aangenaam van temperatuur en ook het water was nog vele graden warmer dan gewoonlijk, Kaatje trok baantjes –altijd goed voor de strakke billen-, Charlotte speelde in het kinderbad, ondertussen vocht Karel om Emma droog en aangekleed te krijgen. Daarna ging hij in de buurt om de grote wekelijkse boodschappen en eens dat gedaan was de timing meestal perfect om zijn echtgenote en oudste dochter terug op te halen. Dan richting fastfood met ballenbad en vervolgens de stad in, winkelen, wafeltje eten, klaargemaakt lekkers meenemen van bij de traiteur en op de terugweg naar huis dvd’tje huren. De volgende ochtend sex, stilletjes in haar klaarkomen, de kindjes sliepen dan immers nog. Hij hoopte vroeger altijd over hun bedactiviteiten haar ziel en lijf te hebben gesoigneerd maar had er zich in der loop der tijd bij neergelegd dat het meestal eindigde met de vaststelling dat hij gewoon heel dicht bij haar had gemasturbeerd, voor hem nog net goed genoeg. De tijden veranderen inderdaad, zeker binnen een vaste relatie.

Eén week op twee was er een andere routine, dan kwamen er mensen eten, vrienden, familie, kennissen, collega’s of enkele van die categorieën door elkaar. Karel kookte dan wat Kaatje de avond tevoren had gekozen uit hun kookboekencollectie, zijzelf zorgde tijdens de week voor voeding onder de vorm van inspiratieloze overlevingspakketten, wanneer het wat minder banaal mocht zijn stond Karel in de keuken. Hijzelf was tevreden met die rolverdeling, zo kon hij zich de ganse avond verstoppen in hun keuken, ook al was dat gelet op de tijdsgeest gemodelleerd door interieurbladen uiteraard een open geval, zodat je minder van je gezelschap gescheiden zou zijn wanneer je het eten stond klaar te maken. Net wat hij wou natuurlijk, een beetje op zijn gemak zijn, nu was er altijd wel één van de gasten die zich eveneens doodverveelde of de ene ongemakkelijke conversatie eens wilde inruilen voor een ander nutteloos koetjes en kalfjes gesprek. Onvermijdelijk ging het dan over eten en hoe zij de dingen bereiden en in welke winkel je best wat kan kopen en of je dat al eens geprobeerd had en je zeker eens dat ingrediënt moest gebruiken en… kortom, na ongeveer twintig seconden ging het nog louter over henzelf en was zijn aandacht al helemaal verdwenen. Toch bleef hij minzaam glimlachend op tijd en stond instemmend reageren of verwonderd kijken, een goed gastheer zijn was ingebakken materie bij middenstandskinderen, deel van de basisopvoeding.

Een bijkomend negatief gevolg –naast het niet kunnen kijken naar een dvd, zelf moeten koken, het slagveld van een vieze keuken achteraf en geen Aisha op zondag, lang aanslepende vervelende gesprekken over alledaagsheden, dronken mensen in zijn living, etc….- was dat de zondagochtendsperma geloosd moest worden onder de douche, zijn eega was dan te vermoeid en sliep langer dan de kinderen, meestal was Emma de eerste om op hun bed te komen springen. Hij zou daar de charme of gezelligheid van kunnen inzien hebben ware het niet dat Kaat altijd zo chagrijnig reageerde en krijste dat ze de ganse dag migraine ging overhouden aan de verwarring tussen een trampoline en haar gezinsbed.

Soit, het ging tenslotte maar om één keer in de maand, het andere niet dvd-weekend waren zij namelijk op hun beurt geïnviteerd om krek dezelfde avond te hebben als de vorige zaterdag bij hen of de volgende zaterdag bij een ander koppel, enkel het eten en de locatie verschilde, jammer genoeg was Kaatje ook dan op zondagochtend te moe.

Het was wel een behoorlijk vernuftig systeem, wie bij wie uitgenodigd werd, hoeveel keer, welke cadeaus er dienden meegezeuld te worden, Kaatje hield daar een behoorlijk secure boekhouding over bij, wie twee keer bij hen was komen souperen zonder hen terug te vragen kwam op de zwarte lijst. Dergelijke schande had zijzelf nog nooit aan de lijve ondervonden, evenmin als twee keer hetzelfde geschenk meebrengen of tiramisu als dessert maken terwijl je weet dat één van je gasten daar allergisch voor is, lijstjes, het belang ervan was niet te onderschatten.

Hij bracht hoe dan ook elk weekend Charlotte naar de jongerenbeweging om elf uur en ging vervolgens met Emma langs bij zijn ouders, voor het aperitief. Kaatje maakte zich ondertussen op, schoof de grootste troep gewoon langs de kant, de poetsvrouw moest op maandag immers weten wat gedaan niet?
Zo zorgde ze dat ze klaar was voor de stereotiepe zondagnamiddag familie uitstap, genre dierentuin, pretpark, circus, bioscoop, speeltuin, ... nadat ze eerst met zijn allen gesmuld hadden van de heerlijk geurende gebraden kip van het kiekenskot aan de kerk, wie van hun twee dochters achteraf het meest onder het druipende vet hing was telkens weer een verrassing, soms was het zelfs de papa, tot groot jolijt van kleine Emma.

Ook sleur heeft zijn charme, Karel hield wel van die voorgeprogrammeerde vrije dagen, voorspelbaar maar vertrouwd.

’s Avonds met zijn allen samen in bad of onder de douche en vroeg naar bed, na een beetje sportzappen wachtte de werkweek alweer.

Eén week op twee, wanneer het ochtendlijke kwakje haar niet had bevuiligd bestond de kans dat er avondlijke compensatie kwam, Karel deed dan ook op die zondagen zeer hard zijn best het zijn vrouwtje zo aangenaam mogelijk te maken zodat ze niet te moe was en zeker geen hoofdpijn kreeg, penetratie en contact met een ander lichaam genoot toch nog altijd ruimschoots zijn voorkeur boven de zelfbevlekking, al was ook dat door de douche rein en clean geworden, precies zoals de mensen heden ten dage graag leven, net, ordelijk, in regel.

Hij zelf ook, hij hield niet van buitensporigheden.


Mieke (‘Abortus = vrijheid van keuze’, juist niet voor haar noch haar baby dacht ze droef)


Ze was in de wolken geweest, nauwelijks enkele maanden vooraleer Guido effectief in het huwelijk zou treden met die bourgeoisietrut liet de test geen millimeter ruimte voor twijfel, ze was zwanger!

Dit was het toppunt van haar bestaan, het besef dat er leven in haar groeide, haar kind, haar leven. Ze was er eveneens rotsvast van overtuigd dat ze Guido alsnog zou kunnen overhalen bij haar te blijven en samen het gezinnetje op te starten waar ze al sinds haar puberteit van droomde, eerst een zoon, dan een dochter en dan nog een verrassing, ze glunderde.

Hij kwam zeker die avond, hij had reeds een berichtje gestuurd en ze had haar studio omgetoverd tot één romantisch kaarslicht, de juiste muziek speelde, het bed was verleidelijk opgemaakt, dit werd een avond om later aan de kleinkinderen te vertellen.

Zijn reactie was alvast ook een verrassing, kort en kordaat deelde hij haar ogenblikkelijk en ijskoud mee dat er geen kind kwam dat mee zijn genetisch materiaal zou dragen en waarvan met een eenvoudige test hun bloedband zou kunnen bewezen worden. Hij stond aan het begin van een veelbelovende lucratieve carrière met een eerder conservatief klantenbestand, de betere doch bekakte klasse met geld en connecties. Een buitenechtelijke liefdesbaby was dus niet enkel door hem ongewenst, zijn toekomstige schoonfamilie en clientèle zou hem vast ook niet langer met open armen opnemen.

Mieke had haar nut als uitlaatklep maar uiteraard niet als moeder, niet van zijn nakomelingen dan toch. Levenslange alimentatie, maar vooral het idee dat ze aldus macht over hem zou kunnen hebben leken hem ondraaglijk, het moest weg en wel onmiddellijk.

Hij maande haar koel aan gepaste kledij aan te trekken, ze had gedacht dat het wel leuk zou geweest zijn hem die avond te ontvangen alleen gehuld in sexy bloedrode lingerie, het zou het heuglijke nieuws alleen maar onvergetelijker maken, ze dacht verkeerd…

Hij trok haar met harde hand mee door de gang, naar zijn wagen, recht naar zijn kabinet, ze zwegen en die stilte klonk bedreigend. Hij dwong haar in zijn werkstoel, hij spreidde haar benen, op dezelfde routineuze manier als wanneer hij bij haar thuis langskwam. Zelf was ze als verdoofd, niets in haar kon reageren, op geen enkele manier. Ze kon niet gillen, zich niet verzetten, zelfs niet praten, het was alsof ze ergens tegen het plafond zweefde en naar een film keek met haar dubbelgangster in de hoofdrol, jaren later begreep ze nog steeds niet wat haar die avond zo weerloos had gemaakt.

Het duurde amper enkele minuten, hij ging met allerlei apparaten in haar en plots leek het gedurende korte tijd of ze van binnenuit gestofzuigd werd, ze voelde heftige krampen samen met tranen over haar wangen maar bleef nog steeds bewegingsloos, ze besefte nochtans perfect wat er gebeurde maar het voelde allemaal aan als een droom, al was het dan een nachtmerrie, het bleef enkel wachten op het wakker schrikken.

Hij ruimde gewoontegetrouw netjes alle instrumenten op, klus geklaard, ze merkte dat hij ondertussen regelmatig recht in haar kruis keek, nooit eerder was haar de vreemde mix in zijn blik van lust en afkeer opgevallen, toch voelde ze zich niet bekeken, werd ze geen vernedering gewaar, ze verroerde emotioneel geen vin, levend dood leek ze wel.
Het was achteraf geanalyseerd het best te vergelijken met levend begraven worden, het besef dat er niets meer is wat je kan doen, de kist is dicht, enkele meters aarde boven en rond, zo onmenselijk donker en stil als de dood zelf, al is het dan nog maar het voorgeborchte. Net voldoende zuurstof om je afdoende te realiseren wat er gaande is en vooral de onherroepelijkheid ervan te beseffen. Je hebt enkele mogelijkheden, woest en wanhopig schreeuwend het onmogelijke trachten om te keren of rustig je leven nog eens overlopen en de onvermijdelijke dood verwelkomen, als de ongenode gast op een veel te kort feestje. Blijkbaar was er dus ook de weg van het emotieloze beleven, het passief ondergaan en uiteindelijk roemloos stikken, zonder diepgaande gedachten, zonder woede uitbarsting, heengaan als een soort mimespeler.

Zo lag ze nog steeds, opengesperd, als hij haar terug benaderde en met een lange naald iets dwars door haar buik leek te spuiten, een scherp branderig gevoel trok door haar ingewanden, het was alsof er een stroomstoot op haar baarmoeder werd gezet. Zijn eerste woorden sedert ze haar studio verlieten, ‘ik dien je een sterk antibiotica toe zodat er geen ontstekingen of complicaties kunnen optreden’, het was alsof hij het tegen een onbekende met de griep had, hij klonk trouwens ook zelf nog weinig vertrouwd.

Op amper één avond waren ze twee vreemden voor elkaar geworden.



Karel & Kaatje (‘Jonge kinderen beseffen geen gevaar’, ouders daarentegen zien enkel potentiële rampen, een moeilijk evenwicht)

Het was onverwacht mooi weer die zondagnamiddag en ze besloten hun dochters te plezieren met een bezoekje aan de grootste speeltuin uit de omgeving, pret van 2 tot 12 jaar verzekerd.

Al op de parking was duidelijk dat zij niet de enige waren die uitgebreid wilden profiteren van die heerlijke herfstdag, ze deden dan ook zelden ongewone dingen, de speeltuin bestond uit één bende krioelende kinderen maar was gelukkig ook groot en gevarieerd genoeg. Emma en Charlotte sprongen zonder aarzelen tussen de menigte, ze deden niets liever dan klauteren en spelen.

Al snel moest Emma naar het toilet, Karel sleurde zichzelf zuchtend van zijn zonovergoten bankje met perfect uitzicht over zijn joelende dochters richting cafetaria. Behoorlijk aanschuiven, stinkend toilet, uiteraard geen papier, geroep en getier, elke ouder herkent die taferelen wel. In het naar buiten gaan wou zijn jongste uiteraard iets te drinken en ook wat snoep, hij kon ze sussen met de bekende ‘straks als je braaf bent’ dooddoener.

Even enthousiast als daarnet rende Emma zo snel haar minibeentjes het toestonden richting zandbak en wiebeltuigen. Dan kreeg Charlotte dorst, samen met Kaat keken ze hem met dermate hondsdroeve ogen aan dat hij niet anders kon dan toegeven, -jij let dan wel ondertussen goed op ons Emma hé- terug naar de rij, geduldig wachten om een te duur drankje nors toegesmeten te krijgen van een onderbetaalde zondagskracht. Soit, weeral een dochter en een echtgenote tevreden, het leven kan simpel zijn.

Emma vocht als één van de kleinsten voor wat ze waard was om ook op de als eend vermomde schommelstoel te raken, Charlotte trachtte haar hoogtevrees en ingebouwde angsten te overwinnen door in het spinnenweb zo hoog mogelijk te klimmen. Hij bleef zich afvragen hoe het mogelijk was dat er op zo’n dagje speelpleinen niet tientallen kinderen ernstig verwond raakten, alles ziet er gevaarlijk uit, zeker door de ogen van een plus dertiger die eigen bloed op die moordtuigen heeft zitten. Het ouderschap, nooit een moment van verveling, dat is zeker.
Hij dacht het nog maar of Kaatje vond het tijd voor het vieruurtje, kinderen verzamelen en terug in de file, de consumptiemaatschappij op een vrije zondag, zalig.

Zijn hart sloeg over en bleef stilstaan op hetzelfde moment, enkele ogenblikken van onachtzaamheid door met Kaat te praten en hij zag Emma nergens meer, onmiddellijk maakte paniek zich van hem meester, een mierennest van door elkaar lopende kinderen en daartussen moest hij zijn tweejarige vinden, shit, dat wordt stressen, stel je het ergste voor zeg, zijn leven zou geruïneerd zijn … alvorens verdere doemgedachten hem konden overmeesteren kwam ze zijn richting uitgehuppeld, een stralende lach op haar gezichtje, ‘Papa, duwen, papa mij duwen?’

‘Nee schatteke, we gaan eerst een ijsje eten of vind je dat geen goed idee?’, Karel haalde opgelucht adem, het was zijn ergste nachtmerrie, ergens in een grote massa zijn oogappel kwijt raken, door zijn schuld dan nog.

‘Ja, frisco, joepie!’ en ze holde al richting winkeltje, het was duidelijk dat ze hier nog al geweest was, Charlotte stond ondertussen al ongeduldig in de rij met de mama.

Op nauwelijks een kwartiertje waren zijn kinderen getransformeerd in plakkerige koters, de één al meer op een clown lijkend dan de ander, Emma was werkelijk van kop tot teen besmeurd. Hen zelf een kleurrijk waterijsje laten eten bleek nog steeds geen goed idee, de poetsvrouw zou een extra stevig wasje mogen doen, zoveel was zeker.

‘Oké, kids, nog een halfuurtje ravotten en dan gaan we naar huis’ en daar gingen ze weer, Kaatje besefte vertederd dat ze van die gezinsmomenten ten volle moesten genieten nu ze nog konden, voor je het wist voelde hun kroost zich ‘te oud’ om zich nog zo vol overgave te kunnen storten op een klimrek of glijbaan. Ze ging naast haar man zitten en gaf hem een liefdevolle kus, ze leken gelukkig.

‘Mama kijk, hoe hoog’, Charlotte was er uiteindelijk toch in geslaagd zo ongeveer bovenaan de hoge touwenstructuur te geraken en wilde dat moment van trots delen, als niemand weet of ziet wat je allemaal kan heeft het allemaal weinig zin, gedeeld plezier is dubbele fun.

Kaat sprong vlug recht en ging toch maar haar richting uit, ze was er weinig gerust in, ze kende haar dochter, een heldin kon je haar moeilijk noemen, handig al evenmin.

‘Goed hoor meid, maar let toch maar op hé’, ook Karel deed zijn ouderlijke plicht, duim fier in de lucht, een beetje glimmend toch, ze hadden knappe dochters.
Charlotte wou guitig ook haar duimpje tonen, verloor haar wankel evenwicht en stortte tussen de koorden naar beneden. Wie het luidst krijste, zijzelf of de mama was niet geheel duidelijk maar Karel twijfelde geen seconde en holde zo snel hij kon richting Charlotte.

Zijn hart sprong al voor de tweede keer over op één namiddag, goed voor de gezondheid kon dat toch allemaal niet zijn, nu zag hij zichzelf al meerijden met de ambulance naar de spoed met een dochter die alles gebroken had wat er te breken viel aan zo’n fragiel kinderlijfje, dju toch. En dan die onzekerheid, komt alles nog wel goed, zal ze verminkt blijven voor de rest van haar leven, rolstoelen en permanente revalidatie passeerden zijn netvlies. En misschien nog erger, de meewarige blikken van zijn medemens, ocharme da boeleke, ocharme die ouders.

Hij was het eerste bij haar en pakte haar wenend in zijn armen, ze leek in orde, de schrik was groter geweest dan de fysische gevolgen, de touwen hadden onderweg haar val gebroken en de ondergrond was gelukkig in van dat kindvriendelijk en veilig rubber gemaakt zodat zelfs in het slechtste geval de schade beperkt zou blijven.
De traantjes rolden, haar lichaampje schokte van het huilen en de ontzetting, haar adem stokte soms zelfs een beetje maar ze leek nergens echt pijn te hebben, een beetje blauwe plekken waarschijnlijk wel maar niets fundamenteels beschadigd.

‘Mama, mamaatje, …’, ze snikte en wou troost van haar mama, Karel gaf haar over aan Kaatje, die uiteraard ook aan het wenen was, ‘mijn schatteke toch, mama’s kindje, heb je je pijn gedaan, waar voel je iets, je hebt mama doen schrikken hoor, ….’, moeder en dochter zochten zo dicht mogelijk bij elkaar steun, het was wel een schattig zicht. Karel bekeek ze enigszins geëmotioneerd, het was een meer bewogen middagje uit dan verwacht, als hij plots aan Emma dacht, hij was ze volledig uit het oog verloren, begrijpelijk maar toch, daar ging zijn hartslag opnieuw.

Snel terug richting haar speelplekje, op de speeltjes waar hij verwachtte dat ze zou zitten zag hij haar niet direct, evenmin in de zandbak, ook niet daar ergens in de buurt, hij was nog redelijk veraf maar riep toch al maar haar naam, hij voelde alweer beklemdheid opduiken.

Hij naderde nu alsmaar dichter de juiste plaats maar merkte nog steeds nergens zijn kleinste spruit, hij schreeuwde nu toch behoorlijk luid Emma, Emma, Emma.

Niets.

Hij rende rond de speeltjes, ondertussen haar naam roepend, kroop zelf in het kabouterhuisje, de miniglijbaan, niets.

Hij snelde nu over het speelplein, richting cafetaria en snoephuisje, Emma’s andere plekken van interesse op dat terrein, nog steeds hoorde hij zichzelf haar naam roepen, ondertussen tierend, normaal zou zijn ingebakken beleefdheid en ongemakkelijkheid hem er altijd van weerhouden ergens waar zoveel mensen zijn zich zo te laten gaan, zich aan te stellen zelfs, maar hij hoorde de verwardheid in zijn eigen stem en zag zichzelf als een kip zonder kop rondhollen, in alle richtingen zonder enige vorm van overleg.
Voor een zeldzame keer in zijn leven was hij ongevoelig voor het oordeel van de anderen.

Nog steeds niets.

Hij was terug in het midden van het speelplein en vermande zichzelf, ‘Karel, denk man, blijf rustig, dit is één van die weinige momenten in het leven die er echt toe doen, gebruik je verstand en denk, kijk, luister, wees alert’, hij sprak zichzelf moed in en speurde zo rustig als mogelijk het ganse terrein af, als een sonar scande hij alles, zo goed en zo kwaad als dat ging met tientallen andere door elkaar rennende schreeuwende kinderen in je gezichtsveld.

De angst van elke ouder, je kind kwijtraken.

Tussen al het gewoel merkte hij plots aan het andere uiterste van het speelpark zijn dochter, overmand door een intense geluksgloed liep hij die richting uit, Emma, Emma, Emma’tje toch! Tijdens het lopen groeide plots de twijfel of zij het wel echt was, had zij wel een rood petje op, was het geen groen of neen, had zij wel haar pet aan? Het kind liep uit zijn zicht achter het kippenhok van de kinderboerderij en Karel kwam buiten adem bruusk achter de hoek gerend en deed zo de peuter dermate opschrikken dat het ogenblikkelijk begon te huilen.

Het was Emma niet.

Hij kreeg tranen in zijn ogen, zijn mond voelde kurkdroog aan, instant hoofdpijn overviel hem terwijl hij zijn bloed al te krachtig door zijn lichaam voelde pompen, ademen werd moeilijk, Emma leek verdwenen.

Hij snelde richting Kaatje, hij had plots terug hoop dat ze gewoon naar haar zusje was toegegaan omdat die haar pijn had gedaan en gans zijn gezinnetje vredig samen op het terras zat, maar meteen als hij Kaat zag wist hij wel beter…

‘Karel, je doet zo raar, waar is Emma, ik zie ze nergens?’, haar stem sloeg over.

‘Ik vind ze ook niet’, het klonk weinig vertrouwenswekkend.

Kaat gilde, ‘hoe bedoel je, ik vind ze niet, hou me niet voor de gek Karel, ’t is het moment niet, waar is ons Emma en sta hier zo niet te staan oetlul, zoek ze dan toch’, ze werd helemaal hysterisch. ‘Jij bent verantwoordelijk, het is altijd zo als we ergens zijn, ik let op Charlotte, jij op Emma, kan je dan nooit eens iets goed doen, ik meen het, als ons dochter iets overkomt ga ik, ga ik …’ en haar stem stokte, ze besefte plots dat haar droomleventje eensklaps over kon zijn.

Je kan nooit argwanend genoeg zijn voor mensen die na een spetterende ruzie achteraf schaapachtig beweren dat de daarnet nog vol overtuiging uitgespuwde hardste verwijten allemaal niet zo bedoeld waren, ‘je weet dat ik dronken of al grappend of in het heetst van de strijd soms dingen zeg die ik totaal niet meen’. Wees er maar grondig van overtuigd dat die rauwe ongecensureerde uitspattingen die van het hart zijn, diegene die er feitelijk echt toe doen maar meestal veilig weggeborgen blijven achter de façade van de maatschappelijk aanvaarde hoffelijkheid.

Het belang van zelfcontrole kan dan ook nooit genoeg benadrukt worden, ook op die zeldzame impulsieve momenten in het leven moeten je driften in bedwang gehouden kunnen blijven en anders moet je ten alle prijze dergelijke situaties proberen te vermijden, het is onontbeerlijk je diepste gedachten voor jezelf te houden, daarmee in stilte leven is al moeilijk genoeg.

Karel trok wanhopig terug tussen de kinderen, Kaat begon met Charlotte aan haar hand iedereen aan te klampen en te ondervragen, ze ging naar de onthaalstand om iets te laten omroepen, kortom, elk verdrong zijn wanhoop op hun eigen manier in de bange hoop Emma snel terug te vinden, ze was waarschijnlijk zich van geen kwaad bewust bezig de biggetjes eten te geven.

Niet alles moet altijd zo slecht eindigen als gevreesd, er bestaan ook mooie verhalen.


Shania&Kim (‘Het grote sprookjesbos’, soms blijkt het toch echt te bestaan)


Een lange wandeling samen, onder een heerlijk herfstzonnetje, het zou hun deugd doen, ze hadden dringend behoefte aan een diepgaand gesprek over hun relatie, ze waren zo intensief bezig geweest met hun toekomstige gezinsuitbreiding dat ze elkaar uit het oog dreigden te verliezen.

Het belangrijkste moest immers altijd hun onderlinge verhouding blijven, als dat niet goed zat was al de rest ondergeschikt. Ze hadden nooit de ambitie gehad als twee zussen samen te leven of elkaar enkel te zien als moeder van hun kind. Ze wilden in de eerste plaats vriendinnen zijn en blijven, alsook minnaressen, liefdespartners, elkaars seksgodinnen.

In deze levensfase waren ze te praktisch, te weldenkend en dat mocht hun stijl niet worden, chaos en ongeremd zijn, daarvoor dachten ze te leven. Sluipend was hun nu al die typische krampachtigheid zo eigen aan ouders overvallen, zelfs nog zonder kind, dat beloofde weinig goeds.
Om ietwat normaal te kunnen leven is het van belang hoofdzaak van bijzaak te kunnen onderscheiden, ook als ouder is dat een redelijk fundamentele opdracht.
Eens je begint met overreageren op relatieve futiliteiten evolueer je uiteindelijk naar dezelfde overtrokken reactie op eender welk detail en zo is je arsenaal uitgeput eens er een dag komt waarop hysterisch reageren wel gepast is.
Als je telkens buiten zinnen bent voor een niet opgeruimde kamer, een slecht rapport of slordige kledij wat rest je dan nog als je vaststelt dat je dertienjarige dochter haar houding op de speelplaats verdacht tegen prostitutie aanleunt in ruil voor merkkledij of als de schooldirectie je wil spreken over het feit dat je vijftienjarige zoon de wiskundeleraar chanteert om druggeld af te troggelen.

Ook hysterie heeft pas waarde als het met beperkte dosissen wordt geserveerd.

Vandaar een wandeling, de dingen op een rijtje zetten, het was al altijd een beetje een therapeutisch moment geweest, ze konden uitstekend praten met elkaar terwijl ze stapten, ze hoefden elkaar dan niet in de ogen te kijken en konden zo soms eerlijker zijn. Ook bereikten ze geregeld een bepaalde trance door het marcheren waardoor gedachten opkwamen die ze anders zouden verdrongen hebben of eenvoudigweg niet bedacht zouden hebben, in de natuur gaan uitwaaien deed meestal het verstoorde evenwicht terug in de plooi vallen.

Ze vonden het wel stom van zichzelf dat ze voor de rust het stedelijke recreatiepark hadden uitgekozen zonder rekening te houden met het nochtans evidente feit dat al het klootjesvolk daar ook heen zou trekken, mooi weer en zondag, waar moesten ze anders heen met hun nageslacht.
Ze bekeken elkaar een beetje zielig, los van elkaar hoopten ze alle twee het met hun kindje anders te doen, avontuurlijker, zonder gedwee de kudde te volgen, zonder kinderspeellanden, Disneydvd’s en verwensnoep.

Iedereen ziet zichzelf graag als uniek, anders dan de anderen, speciaal zelfs en het is weinigen gegeven in de spiegel te kijken en trots te zijn op de banale verliezer die ze te zien krijgen, net identiek aan de buurman.

Soit, ze kenden gelukkig een geheim parkeerplekje aan de rand van de joggingsroute –Shania maalde hier haar wekelijkse kilometers af- en wisten tevens een wandelroute rond en weg van de joelende menigte.

Ze beseften opnieuw dat ze elkaar nog doodgraag zagen –niet dat ze daar ooit aan twijfelden, het gevoel moest soms terug op de voorgrond gewerkt worden, spontaniteit is mooi maar onrealistisch- en dat het inderdaad tijd was hun intimiteit terug als basis te zien, hun dagdagelijkse sleur en besognes mochten nooit tussen hen komen, nu niet en zeker later niet, als hun kindje er zou zijn, ze mochten niet in de gekende ouderschapsval trappen en nog enkel leven voor en door het kind. Dergelijke instelling leidt al te dikwijls tot een geheime liefde en eindigt met heftige ruzies in het bijzijn van advocaten over de verdeling van de inboedel..

Ze hadden genoeg inzicht om te begrijpen dat het uiteindelijk allemaal rond onzekerheid draaide, de angst of ze het wel goed genoeg konden doen als moeders, ze keken er zo naar uit en de druk was zo groot dat een en ander verlammend dreigde te werken.

Nu was dat over, het was open en bloot uitgepraat, eens een probleem benoemd is lijkt het algauw half opgelost, ze konden er weer tegenaan. Ze gingen terug richting auto, beide wisten dat het thuis zou eindigen in bad en daarna in bed, wiedergutmachungseks, altijd lekker. Van koken zou niet veel meer in huis komen, afhaalpizza dan maar, ook altijd lekker.

Plots hoorden ze geritsel in het struikgewas, een konijn vermoedelijk, of waarschijnlijker, een losgeslagen hond van één van de modelgezinnetjes rond het speelplein.
Een stralende peuter kwam echter van tussen de boompjes, ze huppelde en struikelde bijna en haar ogen straalden van deugnieterij, Emma had de tijd van haar leven. Ze was vanaf de zandbak onder een omheining gekropen en vervolgens door het bos gerend, in achtervolging op een eekhoorn, die kende ze van op televisie. Ze vond het prachtig, helemaal alleen tussen de bomen rennen, geluiden in de verte op de achtergrond, ze meende zelfs haar papa haar naam te horen schreeuwen, strakjes papa, strakjes, nu eerst beestje pakken.

Ze stond onverwacht voor twee meisjes, alle drie keken ze elkaar even verbaasd aan, maar het kind straalde geen enkele angst uit, integendeel, ze keek met grote verwonderde ogen naar Kimberley en dan naar Shania en kirde ‘’khoorn, daar in de boom, ‘khoorn’, ondertussen in het wilde weg wijzend. Ze begrepen haar totaal niet en schoten in de lach, ook Emma had lol, ze vond ze er wel oké uitzien die twee.

‘En waar is jouw mama?’ vroeg Shania enigszins bezorgd.

‘Papa dada, papa zoekt’, Emma reageerde gevat en helemaal niet ongerust.

Shania keek Kim aan en merkte dat haar stemming abrupt veranderde, ze had in één oogopslag door dat zich hier een unieke kans aandiende, een waar godsgeschenk.
Ze keek Shania doortastend terug in de ogen en ze voelden elkaars verlangen perfect aan, zonder woorden wisten ze wat hen te doen stond. Kim’ nam Emma op en snel liepen ze richting auto, niemand kon hun opmerken.

Dit meisje zou hun de zekerheid kunnen geven of ze effectief voldoende goede ouders zouden zijn, een proefkindje, uitstekend idee.


Karel&Kaatje (‘Velen die levend uit de kampen zijn geraakt lijden aan een overlevingsschuldgevoel’, zou dat zijn toekomst worden?)

Hels. Er zouden straffere woorden moeten bestaan voor hetgeen hen overkwam, een tweejarige meisje dat op klaarlichte dag onder het oog van honderden mensen én de beide ouders spoorloos verdwijnt.

Het was ondertussen avond, Karel zat opnieuw bij de plaatselijke politie, Kaatje was op weg naar haar zus, alleen naar huis was geen optie, Charlotte was bij de grootouders afgezet.

Een eerste zoekactie van het park was nog bij valavond doorgegaan, enkele agenten met honden speurden de onmiddellijke omgeving af, tevergeefs. Een ploeg werd opgetrommeld om de zwemvijver te onderzoeken, maar door de snel vallende duisternis bleek dat nutteloos. Kaatje had een uitbarsting gekregen, eerst weigerde ze buiten zinnen de toestemming te geven dat ze in de vijver gingen zoeken, haar daar vinden zou immers betekenen dat ze verdronken zou zijn, daarna werd ze indien mogelijk nog hysterischer als de zoektocht werd stopgezet en uitgesteld naar de dag nadien.

Karel trachtte haar te sussen, zijn normale aangeboren gedrag en kreeg in het bijzijn van iedereen een klets in zijn gezicht en verwijten van al wat lelijk was, ook de omschrijving beteuterd was te zwak om zijn blik vol onbegrip uit te drukken.
Gelukkig was er al een psychologe van slachtofferbegeleiding aanwezig om de gemoederen een beetje te bedaren.

Eén ding moest gezegd, sedert de landelijke ontwikkelingen inzake kinderverdwijningen stond het draaiboek op punt, de autoriteiten reageerden professioneel en correct, alle maatregelen die op dat ogenblik en op zo’n kort tijdsbestek mogelijk waren werden ook genomen.

Desondanks was het tien uur geworden en was er geen teken van Emma, niet levend en gelukkig ook niet dood, een mogelijkheid die eerlijk gezegd nog niet in Karel was opgekomen, hij zag zichzelf niet als vader van een overleden peuter.
Kaat daarentegen kon zich niets anders meer voorstellen, Emma was niet meer, de luchtbel stond op het punt uiteen te spatten, ze had daar altijd al schrik van gehad maar uiteraard nooit om dergelijke lugubere reden, in haar fantasie kreeg Karel een minnares of zij een vreselijke ziekte, haar verbeelding liet haar niet toe iets ergs rond haar dochters te bedenken, zeker niet over haar oudste, Charlotte.

Karel besprak met de hoofdinspecteur in aanwezigheid van de psychologe de volgende stappen en overliep nog maar eens de gebeurtenissen, welke kleren ze aan had, waar ze haar het laatst gezien hadden, wanneer, wat er juist gebeurde met Charlotte, hoelang ze ongeveer bij haar bleven, …

De volgende vraag deed hem echter helemaal breken, ‘hoelang heeft het dan ongeveer geduurd dat je niet op Emma lette?, het voelde als een stekend verwijt, recht in zijn hart, hij had inderdaad als vader zijn dochtertje van amper twee jaar oud uit het oog verloren, onvergeeflijk, onbegrijpelijk, onaanvaardbaar, hij wist dat beter dan wie ook. Hij kon zijn ingebouwde verantwoordelijkheid niet misleiden, hij en hij alleen had hier schuld aan, zijn oogappel was verdwenen en niet enkel had hij niets gedaan om dat tegen te houden, hij was de enige oorzaak dat het überhaupt had kunnen gebeuren, als men haar niet terugvond was zijn leven naar de kloten, zoveel zelfkennis had hij dan weer wel.

Huilend als een kind werd hij door de slachtofferbegeleidster meegenomen naar een kamertje apart, ze bood hem koffie aan en gaf hem een knuffel, ze was nog niet lang genoeg in dienst om al een eeltlaag over haar inlevingsvermogen gekweekt te hebben, de arme man, zo vol zelfbeklag en begrijpelijke schuldgevoelens, ze wist amper wat zeggen, hoe bied je steun aan iemand die mogelijk net zijn dochtertje verloren is?

Gelukkig moest ze niets doen, een onophoudelijke woordenstroom gulpte uit Karel, in amper tien minuten, al snotterend en snikkend kwam zijn levensverhaal eruit, ongecensureerd, hij schrok er zelf danig van en geneerde zich als nooit tevoren, maar hij kon het niet helpen, hij kon het niet stoppen, jarenlange frustratie en onbegrip barsten open als een etterende zweer, Sophie wist zich nu helemaal geen houding meer te geven.

De hem opgedrongen relatie, de lafheid om die alsnog te beëindigen maar het niet aan te durven, het doemdenken op zijn trouwdag, de seks daags voordien met zijn jeugdliefde, de verschrikkingen die hij voelde in de verloskamer, de afkeer voor zijn ouders en hun bekrompenheid onder de vorm van zogenaamde weldenkendheid, zijn studies die hij enkel deed omdat het zo van hem verwacht werd, de voetsporen van zijn vader die hij verplicht moest volgen, de ontgoocheling van Kaat als ze voor de tweede keer zwanger was, zijn overcompensatie voor Emma omwille van het duidelijke tekort aan moederliefde, hoe zijn seksleven was ingezakt als mislukte pudding, hoe zijn leven evolueerde zoals in zijn ergste nachtmerrie, zelfs zijn fantasie om anoniem te vluchten en naamloos door het leven te gaan, weg van alles en iedereen…alles kwam het arme wicht te weten.

Hij kotste vervolgens de vloer vol alsof zijn ingewanden zijn lichaam niet snel genoeg konden verlaten, zijn levenslang zorgvuldig opgebouwde façade lag aan duigen, voor de onthutste ogen van een vijfentwintig jarig meisje, hij wist niet waar kruipen en droop vies, vuil, stinkend en vooral zwijgend af, op één namiddag was hij een ander man geworden, eenzamer dan ooit.

Katrien trachtte zo goed en zo kwaad ze kon haar zus op te vangen, het zou allemaal wel goed komen, Emma was vermoedelijk gewoon verdwaald in het bos en door iemand opgepikt en naar een ander politiekantoor gebracht, je weet hoe dat ging, administratie en bureaucratie, gekoppeld aan de arbeidsethos op een zondagavond, straks zou één of andere snuggere de eindjes wel aan elkaar weten te knopen en zou het verlossende telefoontje komen, ze moest niet zo somber zijn en enkel het slechtste voor ogen houden, het kwam echt wel goed, ze zou wel zien.

Ze hoorde zelf ook wel dat haar stem weinig overtuigend klonk maar kon toch moeilijk toegeven dat het wel zeer alarmerend was, een kind van twee dat al meer dan vijf uren van de aardbodem verdwenen leek, in een gebied met een vijver, grachten, bossen en een drukke verkeersweg, er kon zoveel gebeurd zijn.
Om nog maar te zwijgen over wat mogelijks nog erger kon zijn, ontvoering, pedofielen, pornonetwerken, gebetonneerde kelders, seksfeestjes, foltering, als ze er alleen maar aan dacht….

Ze had Kaat twee cognacs opgegoten waarin zonder haar weet enkele slaappillen waren verwerkt, wat voor zin had het dat ze de ganse nacht zou zitten tobben en ongetwijfeld steeds hopelozer zou worden terwijl er op dat ogenblik niets aan veranderd kon worden, dan beter onrustige dromen, veel erger dan de werkelijkheid kon het alvast niet worden.

De ochtend nadien begonnen de autoriteiten reeds vanaf zes uur met het dreggen van de vijver, Karel was erbij, hij had uiteraard geen oog toe gedaan die nacht, hij was alleen iets gaan drinken in een hem onbekend café en had vervolgens de streek doorkruist met zijn wagen, stereo op zijn luidst, regelmatig in hevige huilbuilen uitbarstend. Hij hoopte iets verdachts te zien of misschien wel gewoon zijn dochter, wonderen hoefden niet enkel de anderen te overkomen, hij mocht ook wel eens beloond worden, hij had al altijd getracht voor iedereen het goede te doen, hem een pleziertje terug doen leek toch niet teveel gevraagd.

Nagelbijtend keek hij toe hoe duikers op en af kwamen en hoe gelaarsde mannen met een soort hark de randen van het water uitkamden, hij stond erbij, niet wetend waarop hij hoopte, stel je voor dat ze zijn kleine meid vonden… Hij had in zijn ziekste fantasieën zich wel eens voorgesteld dat Kaatje bij een verkeersongeval gruwelijk om het leven kwam en hoe hij vervolgens als weduwenaar en vader van twee bloedjes van dochters door het leven zou moeten gaan. Hij vermoedde dat hij zo een grote aantrekkingskracht op vrouwen zou hebben, ze redden zo graag nietwaar en dat veel troostseks zijn deel zou worden, het leek hem in combinatie met de behoorlijke levensverzekeringspremie een niet eens zo onaantrekkelijke gedachte.

Over zijn dochters dacht hij nooit dergelijke wreedheden, zeker niet over Emma, zij was zijn onsterfelijk godinnetje.

Amper twee uren later werd ook deze actie afgeblazen, geen kinderlijkje, Karel verwittigde opgelucht zijn echtgenote maar kwam op haar voicemail terecht. De volgende stap was affiches verspreiden via allerlei organisaties, gelukkig had hij op zijn telefoontoestel enkele recente en duidelijke foto’s van Emma, als hij ze overliep stroomden zijn tranen weer, het voelde of hij onophoudelijk aan het huilen was, hij voelde zich een zwakkeling, nog meer dan anders.

Rond de middag was een zoektocht voorzien met een grote groep vrijwilligers door alle hoeken van het park, er moest kunnen uitgesloten worden dat Emma nog ergens op het terrein zelf aanwezig was, dood of levend. Een andere groep binnen de politie was immers stiekem reeds van bij aanvang bezig met het spoor van ontvoering uit te werken, de ervaring leerde hen dat daarover niet te vroeg met de ouders kon gesproken worden. Hun kind dat in handen van één of andere pervert terechtgekomen is blijkt een erger schrikbeeld dan de zekerheid dat ze het nooit meer zullen terugzien omwille van bijvoorbeeld verdrinking.

Voor één keer was het in ieder geval zo dat ze niet zouden moeten zoeken in de klassieke eerste verdachtenkring van ouders, naasten en geliefden, als het om ontvoering ging beloofde het een moeizaam dossier te worden, een toevallige actie door een wildvreemde is altijd het moeilijkst te achterhalen, er kan geen plan ontrafeld worden, er is geen basislijst van verdachten, er ontbreekt een patroon.

In de tussentijd zat Kaatje als een zombie op de bank bij haar zus, de stem van haar man op haar telefoon klonk als die van een wildvreemde, ook de boodschap leek over andere mensen te gaan, had zij een dochter die vermist werd en moest ze nu opgelucht zijn dat ze niet dood in een of andere vijver dreef? Alles voelde onwezenlijk, tot ze in het middagnieuws plots een affiche zag met een foto van een stralende Emma en de boodschap dat eenieder die dit kind gezien had verzocht werd onmiddellijk de plaatselijke politie te verwittigen, het heette een zogenaamde onrustwekkende verdwijning te zijn. Vervolgens live beelden van een vijftigtal mensen die met stokken en honden het recreatiepark afspeurden, op zoek naar haar kleine schat, een vrouw werd geïnterviewd en beweerde te hopen het kindje goed en wel terug te vinden maar uit haar blik bleek enkel de terechte vrees dat ze in werkelijkheid vooral aan het uitkijken waren naar een lijkje.

Kaat voelde alle leven uit haar wegtrekken, ze realiseerde zich hoe de rest van haar dagen eruit dreigde te zien en kon niets beter bedenken dan het bewustzijn te verliezen.


Shania&Kim (‘Kinderen opvoeden is een hele klus maar de nadelen wegen niet op tegen de voordelen’, ze kregen nu de kans dat al aan de lijve te ondervinden)


‘Liefste Emma –ze hadden al in de wagen op weg naar huis haar naam te weten gekomen, het kind leek wel een praatwaterval-, we moeten jou een zeer belangrijk geheim verklappen, maar je moet echt beloven het tegen niemand te vertellen.’

Emma keek hen met haar grote verwonderde kijkers aan, ze had heel lekker geslapen in een mooie felgekleurde kinderkamer, nadat ze pizza had mogen eten met haar handjes en nu als ontbijt chocoladebroodjes met warme melk kreeg, een geheimpje leek haar wel oké.

‘Wij heten Luna en Sole en zijn twee feeën. Het liefste wat wij wilden was om mama te worden maar zoals je wel weet mogen sprookjesprinsessen geen kindjes krijgen en daar waren wij elke dag zo heel hard verdrietig over. Na lange tijd heeft onze grote baas van het sprookjesbos om ons te troosten ons tussen de mensen gestuurd en gezegd dat wij eens mogen proberen om mama’s te spelen over het leukste kindje van de hele wereld. En dat ben jij Emma!’

Ze bleef hen bewegingsloos aanstaren, echte feeën? Wauw.

‘Er is maar één probleempje, niemand mag weten dat wij fee zijn en dat jij Emma heet en eigenlijk een andere echte mama hebt’

‘Ja, mijn mama heet Kaatje en papa Kareltje, zus is Lotje’

Ze lachten.

‘Als er iemand dat te weten zou komen wordt de betovering verbroken en worden wij teruggeflitst naar het sprookjesbos en mogen wij daar nooit mama worden. Maar als alles met jou volgens plan verloopt krijgen we thuis ook zo een braaf kindje als jij en zullen wij nog lang en gelukkig leven.
Ook jouw mama en papa en zusje zullen dan beloond worden met een heel speciale prijs en zo ook samen met jou lang en gelukkig leven.’

Dus laten we dit afspreken, niemand mag jou zien of herkennen als Emma, we gaan je dus altijd goed wegstoppen en als jij alleen iemand zou zien moet je je goed verbergen, we gaan dus eigenlijk altijd van verstoppertje spelen, leuk hé. Voor ons geheimpje gaan we je ook een nieuwe naam geven die jij mag kiezen, hoe zou je graag heten Emma?

‘Ik ben Emma’, niet begrijpend keek ze hen aan, ze moest eigenlijk pipi doen maar ergens voelde ze aan dat dit het goede moment niet was.

‘Jaja, dat weten wij en dat weten jouw mama en papa maar alle andere mensen mogen dat nu voor een tijdje niet meer weten en als we dan samen met ons drie gewonnen hebben ga je terug naar huis en ben je weer Emma’

‘Wanneer?’, voor het eerst keek ze een beetje sip.

‘Niet zo lang hoor, een beetje zoals wachten op je verjaardag of tot de Sint komt, een beetje lang maar ook een beetje kort en tot dan heet jij zoals je zelf wilt, leuk hé!

‘Kitty’, kirde ze, ‘ik wil Kitty zijn!

‘Oké, hallo Kitty, aangenaam’, Kim’ stak formeel haar hand uit en ze lachten weer met zijn allen, de sfeer bleef ontspannen, ‘vanaf nu zijn wij Kitty, Luna en Sole en spelen we elke dag samen van verstoppertje en gaan we een mooi cadeau winnen en dan later aan je mama en papa en zus geven. En als wij dan alleen in ons sprookjeshuisje zijn met ons eigen sprookjeskindje gaan we haar ook Kitty noemen en gaan we jou elke nacht in je dromen komen vertellen hoe het met je babyzusje gaat, afgesproken?

‘Oké, maar nu moet ik echt pipi doen’, Emma trippelde gehaast de gang in.


Mieke (‘ikke, ikke, ikke en de rest kan stikke’, hoe je het ook draait of keert, we leven maar één keer)

Het was volle ambiance geweest die avond in de club voor ouders van vermiste kinderen, alhoewel de goegemeente die term waarschijnlijk behoorlijk tegen de borst stotend zou vinden. Soit, ze was er als de kippen bij natuurlijk, telkens er ergens in het land een kind vermist werd steeg het melodrama in dit groepje naar ongekende hoogtes, het was werkelijk een gratis avondje tenenkrullend amateurtoneel, ze genoot.

Zeker nu, een onschuldig engelachtig kleutertje uit hun streek, op klaarlichte dag onder het oog van de ouders als van de aardbodem verdwenen, een smeuïg verhaal waarbij allerlei oude complottheorieën opnieuw werden bovengehaald, de mens als mestkever, daar voelde ze zich verwonderlijk goed bij.

Toch was er iets dat schijnbaar knaagde, ergens een gevoel van ongemakkelijkheid, vreemd.


Frank (‘Niemand lacht God uit als de dokter belt met slecht nieuws’, hij was absoluut niet katholiek maar soms leek het zo eenvoudig, oprecht geloven dat al het slechte op aarde des duivels werk is)

Hij kon het niet geloven, ook al zat hij dan in een zogenaamd beroep waarin hij quasi dagelijks in contact kwam met immorele mensen dan wel met gruwelijke daden, een kleintje, nog amper uit de moederbuik, ontvoeren, bah.

De gehaaide advocaat beschermd door een schild van cynisme, het ging hem nog steeds niet naturel af, hij trachtte die rol zo goed en zo kwaad het kon te acteren, maar als hij alleen was wist hij wel beter, hij was nog steeds die kwetsbare gevoelige puber, te snel geraakt door andermans miserie, hij zou nooit echt aanvaard kunnen worden aan de balie.

Hij mocht dan nog zelf ook dolgraag een kind willen, er eentje voor kidnappen leek hem toch wel enige bruggen te ver, jammer genoeg misschien. Toch leek hem de allesoverheersende en onbetwijfelbare liefde voor en van een ander levend wezen onbetaalbaar, de vraag was enkel tegen welke prijs.


Guido (‘Empathie onderscheid de mens van het dier’, pff, wat een hondenleven zeg)


Shit man, dit is je reinste horror, zijn tennismaat, zijn barbecuegezin zo hard getroffen door het noodlot, shit. Niet dat hij anders zo meelevend was voor het leed van de wereld, maar dit was wel heel dicht bij, vooral in de praktische zin dan. Zijn wekelijks uurtje sport kon hij nu wel voor een tijd op zijn buik schrijven, de held uithangen op het grillpartijtje behoorde vermoedelijk ook tot een ver verleden en niets meer van hem laten horen kon hij evenmin maken.

Hij moest hen dus opzoeken, troostende woorden spreken op een ietwat geloofwaardige manier, medeleven faken, inleving voorwenden, luisteren, behulpzaam zijn, kortom, net die dingen waarin hij niet bepaald vlot en spontaan genoemd kon worden.

Er waren zoveel ongelukkige kinderen op de wereld, konden die rotzakken er daar niet eentje van meepakken om hun zieke fantasieën op bot te vieren, neen, kleine Emma, het zonnetje van Karel, dju toch. Hij had er thuis nochtans enkele lopen die ze gerust een tijdje mochten meepakken maar neen, zijn etterbakjes bleven schijnbaar voor eeuwig zijn portefeuille uitmelken.

Misschien moest hij alsnog één en ander versnellen, je ziet hoe snel je vooruitzichten
kunnen vernietigd worden, het noodlot loert overal en altijd, geduldig wachtend op je zwak moment. .


Annick (‘Het Lot en hoe het om te keren’, yep, al die positivo’s mochten er dan wel boeken over uitgeven of duur betaalde assertiviteitsweekends rond organiseren, zij zou gewoon liever het groot lot winnen)


Ze voelde zich schuldig, onder invloed van teveel slechte kruidensigaretten –het was ook voor haar crisis, ze had onvoldoende geld over voor the real stuff- had ze gehallucineerd dat haar Loïc was ontvoerd in plaats van dat meisje uit de krant met de engelenblik. Ze stelde zich voor hoe bevrijd ze zich zou voelen en welk een schitterend geschenk ze daardoor zou krijgen om de rest van haar leven nutteloos te mogen slijten, niemand zou de moeder van een ontvoerd en vermoord kindje ooit iets kwalijk kunnen nemen, het was een vrijgeleide voor een verder leven van parasitisme en luiheid, gedrenkt in zelfbeklag, haar hemel op aarde quoi.

Als compensatie voor haar ronduit ziekelijke gedachten had ze hem die avond getrakteerd op een rondje frituur, à volonté, hij mocht nemen wat zijn hartje lustte, met hetgeen uiteindelijk aan calorieën op hun tafeltje stond konden de plaatselijke weight watchers vermoedelijk een week overleven.

Ze hadden alles opgegeten, zelfs de te zwart gebakken exemplaren.

Het moesten niet altijd boterhammen met confituur zijn, ze zag wel hoe ze de rest van de week doorkwamen, in nood had de buurvrouw vast wel nog iets.

Hij verdiende een beter leven, je ziet, het kon allemaal zo snel en plots gedaan zijn, maar hoe kon ze hem ooit bieden wat hij echt nodig had?


Kim’ & Shania (‘Op een roze wolk’, het was in ieder geval goedkoper dan middels een spacecake)


Het was nu al vijf weken peis en vree in hun huisje-tuintje-boompje sprookje aan de rand van de stad, had het zo klef niet geklonken ze hadden tijdelijk een naamsbordje ‘huisje weltevree’ boven de deur gehangen. Alles verliep per slot van rekening verbazend vlot, kleine Emma -of Kitty als je wil- was het zonnetje in huis, ze hadden het zich nooit zo zalig kunnen inbeelden.

Ze keken samen tekenfilms, maakten puzzels, speelden spelletjes, kookten, ze lazen voor, verzorgden haar als een prinsesje, deden haar dagelijks in bad, kortom, iedereen gelukkig. Als het al een proefperiode was neigde de eerste fase naar grote onderscheiding.

Een even groot succes was het niet onbelangrijke feit dat tot hiertoe niemand hun nieuwste huisgenoot al had weten opmerken. Ze bleven dan ook grotendeels binnen, het was trouwens putje herfst, er was geen reden met dat rotweer en die harde wind te gaan fietsen met dat kind.

Ook bezoek ontvingen ze zelden, ze hadden altijd al een zeer duidelijk onderscheid gemaakt tussen hun privéleven en hun sociaal leven, dat klonk een beetje als zo’n cliché uitspraak van en of andere beroemdheid, maar voor hun was dat het enige leefbare. Ze waren sociaal maar dat moest beperkt blijven tot het werk, de sportclub, de buitenwereld, in hun eigen wereldje thuis hadden ze genoeg aan zichzelf, toeschouwers waren overbodig. Het grootste voordeel van altijd buitenhuis mensen te ontmoeten was natuurlijk de controle. Als je enkel deelnemer was en geen organisator kon je ten alle tijden weggaan of zelfs beslissen niet mee te doen of niet te komen. Eens er visite in je huis wordt toegelaten zijn er allerlei onaangename sociale wetmatigheden die het spontaan gaan overnemen en er voor zorgen dat je eerst en dringend kan beginnen opruimen en poetsen, de vibrator uit de living moet bannen, geurig dik toiletpapier moet gaan aankopen, boodschappen doen en eten maken ….

Bovendien ben je dan als het ware de greep over je eigen leven kwijt, in je eigen huis dan nog en had je geen invloed meer hoe laat je zou kunnen slapen of wanneer je gasten moesten vertrekken, ze bleven tot ze er zelf genoeg van hadden, ook al was jij zelf al anderhalf uur ostentatief aan het aftellen.

Gelukkig hadden ze alle twee weinig tot geen contact met hun familie en de weinigen met wie ze een soort beleefdheidsrelatie onderhielden waren niet van het type die eventjes gezellig langskwamen op theevisite, dus ook daar schuilde geen risico.

Soit, het huisarrest was dus voor Kim’ totaal geen straf, ze hadden alles weloverwogen en het was snel duidelijk dat zij gemakkelijker zes maanden vervangbaar was op de bank dan Shania op haar werk, bovendien was het sociale opvangnet van de bank, financieel en praktisch, vele malen beter, Kim’ zou dus thuis voor Emma zorgen. Ze had daardoor echt de tijd die dingen te doen die ze al zolang wou uitproberen, zoals nieuwe receptjes uittesten en leren naaien maar bovenal, waarrond deze ganse operatie uiteindelijk draaide, alle theorie omtrent opvoeden in de praktijk te zetten, meer nog, alle theorie omtrent hoe kwaliteitstijd door te brengen met je kinderen echt uit te testen.

Dit tijdelijke heremietenbestaan was enkel mogelijk gemaakt dankzij hun gynaecoloog Guido. Ze had zich minutieus voorbereid en de nodige voorbereidende gesprekken met Shania ingeoefend om hem te overtuigen dat ze drie à zes maanden solitaire voorbereiding nodig had om de perfecte mama te worden.
Hij had daar uitermate koel op geantwoord dat hij maximaal per drie maanden voorschreef (‘oververmoeidheid met neiging tot depressie’) en dat zijn tarief eenvoudig was, duizend euro in het zwart per voor te schrijven maand.
Geen zedenpreek, geen verwondering, een simpele zakelijke transactie en alles was opgelost, uiteindelijk was het een faire prijs, als ze haar gewaarborgd inkomen optelde samen met de ziektevergoeding zouden ze er nog een lekker etentje aan kunnen overhouden.

Een ander praktisch probleem dat ze in tussentijd ook opgelost meenden te hebben was natuurlijk de ook voor hen objectieve vaststelling dat ze in de enge zin van het woord een kindje hadden ontvoerd, het voelde zo niet aan maar strikt genomen was het natuurlijk wel dat. Ze hadden daarom een document laten vastleggen bij de notaris waarin ze het hoe en waarom van hun ganse actie uitgebreid toelichtten en eveneens een vaste datum opnamen waarin ze Emma terug naar haar ouders zouden brengen, uiterlijk op de eerste lentedag. Aan de brave man maakten ze wijs dat het om hun testament ging zodat de inhoud van het document ook voor hem geheim bleef. Zo meenden zij zich te kunnen indekken voor een eventuele ontmaskering en de daaraan verbonden juridische gevolgen.

Het enige dat hun negatief opviel was dat ze zeer snel in een klassiek mama/papa patroon waren vervallen, Kim’ de thuiswerkende moeder, Shania de inkomstenbron die de boodschappen doet en de buitenwereld trotseert, Kim’ ondertussen het huishouden en de was en de plas toevertrouwend. Na vijf ontfermde Shania zich dan volledig over Emma, ze gaf haar een badje, las voor, speelde poppenkast, kortom, hun gaste verveelde zich geen moment. Dit probleempje zou zich later vast wel zelf oplossen, er zou dan immers geen reden meer zijn dat Kim’ zich thuis zou moeten opsluiten en zo zou het beoogde evenwicht zich spontaan herstellen.

Emma zelf klaagde zelden en gedroeg zich voorbeeldig, tot hun eigen verbijstering uiteindelijk, het kind deed alsof deze nieuwe situatie volstrekt natuurlijk was en zij op zomervakantie was bij enkele lieve tantes. Er was geen spoor van gemis naar de ouders of haar vroeger leventje, met volle overgave speelde Emma het toneeltje van de feeën mee en liet zich alle aandacht en verwennerij welgevallen. Uiteindelijk kreeg ze nu waar elk kind van die leeftijd ongetwijfeld van droomde, de ganse dag volledige aandacht, ongeacht of dit nu van de mama, de kleuterjuf of de kidnapster was.

Het deed hun wel twijfelen aan het schijnbaar onterechte belang dat de samenleving hechtte aan begrippen als ouderliefde dan wel kinderliefde, maar uiteindelijk had hun eigen opvoeding hun ook al geleerd dat dit eerder holle en betekenisloze woorden waren die ten pas en ten onpas worden misbruikt. Emma leek uiteindelijk enkel haar hond te missen maar eens de huiskat Tsjoep na vier dagen terug te voorschijn kwam, de poes had eerst vanuit alle mogelijke veilige hoekjes en buiten achter het raam het gevaar van deze nieuwe indringster moeten inschatten, was ook dit euvel van de baan, het was dan wel geen hond maar toch voldoende een huisdier om als aanvaardbare ersatz te kunnen dienen.

Niet enkel ouderliefde maar liefde op zich bleek vermoedelijk maatschappelijk te worden geïdealiseerd, gemanipuleerd als we allen zijn door een geromantiseerd beeld van intermenselijke relaties. Liefde blijkt uiteindelijk conceptueel te zijn, een goed draaiend systeem waarin bepaalde onderdelen noodzakelijk aanwezig moeten zijn. Emma had nood aan een warm bed en dak boven haar hoofd, eten en aandacht en dat kreeg ze, van wie scheen minder doorslaggevend. Het was de situatie die primeerde, niet de personen. Zo zou ook een hond reageren, deze trouwste vriend van de mens die volgens de overgave zijn baasje ongeacht alles eeuwige trouw zweert, zal vermoedelijk de eerste twee uren hondsdroef zijn wanneer hij bij een ander gezin wordt geplaatst, dan de nieuwe eetbak ontdekken, dan ook daar ergens een perfecte ligplaats vinden en uiteindelijk daags nadien zijn nieuwe bedieners van eten, slaapkussen en wandelingen kwispelend begroeten alsof hij nooit anders geweten heeft.

Zo ook de mens dus, liefde schijnt onafhankelijker van de medemens dan van de omgeving te zijn, het zogenaamd object van de liefde, de persoon in zijn hoedanigheid van partner dan wel familielid blijkt onderling vervangbaar, het kader niet.
Het was een veeleer confronterende ontdekking, deze ontmaskering van de liefde maar uiteindelijk zagen ze er niets dan voordelen in, hun kindje zou immers geadopteerd worden en ze waren toch ergens, ondanks alles, opgescheept geraakt met het algemene levende gevoel dat er nooit dezelfde band kan zijn als met de vrucht die in je buik is volgroeid, zelfs dat de ouder/kindbinding onvolledig is en er dus nooit een honderd procent volwaardige liefdesband zou kunnen ontstaan zoals die uiteraard altijd zou bestaan bij de biologische ouders. Niet dus, hun eigen ervaring als kind en hun vaststellingen nu met Emma ontkrachtten dit, als het kind krijgt wat het vraagt is er liefde, ongeacht de voorgeschiedenis en ongeacht diegene die het geeft.

Liefde blijkt net als alles in essentie gewoon ruilhandel, ontluisterend misschien, maar bovenal praktisch om weten.

Test meer dan geslaagd dus, naast het groeiende besef dat ze als ouders in de wieg waren gelegd verdwenen ook alle hun aangeprate twijfels rond adoptie.
Tevens kregen ze een vermoeden dat ze een gat in de markt ontdekt hadden, er zou ongetwijfeld een economische markt bestaan voor hun concept, aan alle toekomstige ouders voor de effectieve zwangerschap gedurende zes maanden een baby te huur aanbieden, op legale wijze dan wel, om zo te kunnen ontdekken of ze zichzelf wel geschikt achtten voor het ouderschap, rent-a-kid. Kon makkelijk van thuis uit georganiseerd worden, misschien een ideetje voor als hun eigen kindje er was, in bijberoep?


Karel&Kaatje (‘Niemand is wie hij lijkt te zijn’, tja, met dergelijk halve waarheden worden slechte boeken vol geluld)

Het was vandaag precies zevenentwintig dagen geleden, bijna vier weken dat louter ademen en hun hart verplichten te blijven kloppen een verregaande inspanning vroeg, overleven was het enige wat ze in die tussentijd hadden weten doen, elk op zijn manier.

De speurders waren ondertussen van één ding zeker, Emma was niet op het domein voor dood achtergelaten of per ongeluk om het leven gekomen. Dit zogenaamde ‘goede’ nieuws betekende dan uiteraard wel dat Emma ontvoerd was, hetgeen dan weer statistisch betekende dat ze in handen was gevallen van één of andere pervert. Even statistisch vaststaand was dat elke dag zonder nieuws de wrede werkelijkheid dichterbij bracht, Emma was meer dan waarschijnlijk op gruwelijke wijze vermoord dan wel werd ze op nog gruwelijkere wijze in leven gehouden.
Eender welke optie was simpelweg onleefbaar voor de ouders, de combinatie met de onzekerheid en het schuldgevoel maakten het zelf in leven blijven ook ondraaglijk maar toch deden ze het. Er schijnt zich ergens diep in de meeste mensen een totaal onverklaarbare overlevingsdrang schuil te houden, doe U zelf een plezier en bezoek eens anoniem een palliatieve ziekenhuisafdeling, onvoorstelbaar hoe mensen waarvan objectief vaststaat dat ze dood aan het gaan zijn toch blijven hopen op het eeuwige leven.

Ronduit verstandige mensen die zich nooit ingelaten hadden met naïeve levensdoelen of zweverige idealen en bovennatuurlijke krachten altijd terecht naar het rijk der fabelen verwezen, geloven dan plots dat de sterrenlezer, wichelaar of kosmische energie doorstralende genezer hun alsnog redding kan bieden. Bedroevend, geen greintje menselijkheid bewaren in het zicht van de dood, of het zou moeten zijn dat menselijkheid betekent zichzelf onsterfelijk belachelijk maken en in een fractie van seconden alles te verloochenen waar men tijdens het leven voor stond, tja, bij nader inzien….Het leven en het daar in principe aangekoppelde mens-zijn wordt overschat, zoveel is zeker.

Kaatje trachtte de dagen nog steeds door te komen als een soort zombie, ze kleedde zich zelden aan, verliet nooit het huis en kroop ’s avonds te vroeg en stinkend terug in bed. Haar overblijvende dochter verbleef afwisselend bij familie, buren en vriendinnetjes.

Iets dat op een gesprek zou kunnen lijken had ze met Karel niet meer gevoerd sedert de rampzalige dag, eender welke vorm van communicatie tussen hen was sindsdien onbestaande, hij zag haar enkel als hij ’s avonds ging slapen, zij walgde als per toeval zijn teen haar blote voet durfde aan te raken en hield zich voor het overige als dood, hetgeen weinig inspanning vroeg, zo voelde ze zich immers ook. De enige gedachte die ze had was Emma, de enige link met iets wat op de werkelijkheid leek was haar telefoon, ze scheen als ze wakker was constant te bellen. Haar zus waarschijnlijk, of de buur’huis’vrouwen, als een soort gieren altijd paraat, smachtend naar het totale verval en de bijhorende kadavers. Kaartenhuizen zijn tenslotte op hun mooist wanneer ze instorten.

Karel stond van zichzelf versteld hoe snel een zekere vorm van overlevingskunst zich van hem meester had gemaakt, een besef dat er ondanks alles voor brood op de plank moest gezorgd worden woekerde door alle ellende heen, op automatische piloot zorgde hij er dan ook in zijn eentje voor dat hun fabriekje bleef draaien, een faillissement was wel het laatste waar ze nood aan hadden. Een perfecte kleine middenstander, zijn ouders konden dan toch nog trots op hem zijn.

Hij stond dus ondanks alles stipt op, nam ontbijt en ging werken, ’s middags een dagschotel en vervolgens afspraken en administratie, op weg naar huis boodschappen en eens thuis de boekhouding. Tussen en tijdens dit alles door was er constant Emma, Emma en nog eens Emma. Alle gebeurtenissen uit haar nog korte leven verschenen als een soort overheadpresentatie voor zijn geest, al haar streken werden herbeleefd, nog levendiger dan destijds echt, haar alles doen smeltende lach was dichter bij hem dan eender welke popsong uit zijn koptelefoon, zijn dochtertje…. en toch antwoordde hij de klanten op en top professioneel, vroeg hij offertes als in zijn beste dagen, controleerde hij medewerkers op hun punctualiteit en gedrevenheid, allesomvattende droefenis sluit schijnbaar de nood aan geldgewin niet uit.

Op weg naar huis die avond –veel te laat, hij had nog eerst wat junkfood bij de plaatselijke allochtoon naar binnen gewerkt- overviel hem tijdens het niets vermoedend vechten met een nieuwe dag die zich alweer bijna aankondigde het confronterende besef dat hij gewoontegetrouw trachtte te overleven, eender hoe en eender waarom, leven op zich bleek het doel geworden te zijn, meer niet.

De zin van zijn leven was blijkbaar gewoon in leven blijven, en dit was al lang voor die fatale dag zo, hij leefde zonder ambitie, zonder droom, zonder reden, enkel gewoon verder aanmodderen leek voldoende als weg naar het einde, het enige spoor dat hij zou achterlaten zouden remsporen zijn van te weinig, nooit brokstukken van te veel, less is more maar dan op laffe wijze. Hij was illusieloos, de wereld draaide door en op een bepaald moment gaan we dood, meer bleek het jammer genoeg niet te zijn.

Overvallen door dit al te drieste inzicht in de menselijke psyche parkeerde hij impulsief zijn wagen in de studentenbuurt, wat te luide muziek en te jonge mensen zouden het leven misschien wat aangenamer maken, de ondraaglijke lichtheid mocht bij deze haar intrede doen en bij voorkeur nu onmiddellijk.

Zouden ze het merken, zou het reeds op zijn gezicht te lezen staan wat een uitgebluste loser hij was geworden? Vermoedelijk wel natuurlijk, zeker volgens zijn spiegel, maar misschien straalde een deel van hun jeugdig enthousiasme ook op hem af, en bovendien, midden in de nacht op café ziet iedereen er slecht en afgeleefd uit.

Het leek een eeuwigheid geleden dat hij nog eens in het echte nachtleven was gestapt, zeker alleen. Hij was nooit een echt uitgangstype geweest, zelfs niet toen hij wel nog jong was, hij ging meer mee uit angst de actie te missen en zo op maandag een buitenstaander te zijn die nergens kon over meespreken. Toevallig was het net altijd die keer dat hij niet was meegegaan zo onvergetelijk leuk geweest, telkens hij er wel bij was daarentegen voelde het eerder onvergetelijk saai, maar goed, dat zal dan vermoedelijk wel aan hem gelegen hebben.

Nu, vanavond om precies te zijn, zou hij zijn gemis inhalen, Kaatje sliep toch al, wat zou zij weten wanneer en hoe hij thuis zou komen. Hij ging op avontuur, deze nacht zou de zijne worden, één om nooit meer te vergeten, minstens in zijn verbeelding.

Hij hing ondertussen waar alle kotstudentjes rondhangen, vanaf middernacht al zo straal bezopen dat ze al helemaal je leeftijd niet meer correct weten in te schatten, en bovendien, als je het een beetje kan uitleggen zijn ze nogal gemakkelijk te overtuigen. Een beetje rijpere man, weet je wel, blijkt een redelijke aantrekking te hebben op de jonge meisjes, je kan dan al eens enkele filosofische uitspraken doen zonder compleet belachelijk gevonden te worden. Mochten hun leeftijdsgenoten dergelijke onzin uitkramen konden ze hun kansen op latere paring wel vergeten, maar eens een beetje op leeftijd wordt dit snel een deel van je charme.
Jonge vrouwen kicken daar schijnbaar op, levenswijsheid, ervaring, maturiteit, al een beetje geleefd hebben zonder er direct qua looks uit te zien als hun vader natuurlijk, het moet menselijk blijven.
Zoals hij het begrepen had uit de glossy magazines op zijn salontafel hebben die twintigjarigen niet genoeg aan een simpele missionariswip, kleenex en dan dodo, voor wat hoort natuurlijk wat, als ze al eens een oude zak mee willen naar hun kot is het in de veronderstelling dat er in bed eindelijk eens iemand tijd zal hebben voor hen. Eerst met woorden, of beter nog, met stiltes want het is altijd het goed kunnen luisteren dat de definitieve doorslag geeft en dan met daden uiteraard.
Ze willen immers vooral zelf klaarkomen, zich begeerd voelen, op hun wenken bediend worden en worden zo geil als boter als je hun dan nog de juiste dingen weet toe te fluisteren, net de grens van totale overdrijving en zelfspot niet overschrijdend, daar is wel enige ervaring voor vereist, je moet voelen tot waar je geloofwaardig blijft en vanaf welk moment het redelijk bespottelijk overkomt. Ervaring met zich belachelijk maken had hij voldoende, de rest zou gewoon zijn moed samenrapen zijn.

Het is namelijk niet zo eenvoudig als je denkt, helemaal alleen, niemand binnen echt kennend, een stampvol café binnen gaan zonder je cool te verliezen.
Net zoals bij een sollicitatiegesprek blijft de eerste indruk immers altijd de belangrijkste, je moet onmiddellijk op de juiste manier opvallen, je plaats aan de bar opeisen en zonder gezichtsverlies aan een drankje raken of je dreigde voor een verloren avond te staan.

Als hij binnenkwam leek iedereen hem bovendien aan te gapen, iedereen was bedreigend, de dametjes monsterachtig mooi en veel te jong, hijzelf veel te oud en lelijk, maar na enkele wodka-oranges ging de wereld er vanzelf veel rooskleuriger uitzien, daar dan nog een lijntje op en geloof het of niet, de wereld ging langzaam maar zeker aan zijn voeten liggen, geld en traktaties waren dan ook geen probleem. Hij was helemaal opgewonden, het zou sterk spul moeten zijn om hem nog terug kalm te krijgen, alle frustratie van de laatste weken, maak daar de laatste jaren van, moesten in één avond weggeveegd worden.
Dansmuziek galmde overdreven hard door de boxen, de beats tegen 180, precies wat hij nodig had. De bende stond als een horde verwilderde wolven tegen elkaar te springen, te dansen, lijf tegen lijf, de hitsigheid stroomde zowat van de muren, sommige dronkaards pakten enkele grieten zomaar tussen de benen, onder hun rok en geen enkele die dat ook maar erg scheen te vinden, gespeelde verontwaardiging, dat wel, maar wel straks samen naar het toilet, en meestal niet enkel voor een lijntje te snuiven, rottige jeugd. Hij was afgunstig op die gasten, jaloers, hij wou hun concurrentie weg, hij kon ze niet aan, hij wou ze dood.

Vanavond echter niet, vanavond kon hij iedereen aan, hij overtuigde zich met een wodka puur ad fundum, hij was agressief als nooit tevoren, hij wou een meisje pijn doen, eender wie, haar vernederen, om haar moeder horen schreeuwen terwijl hij haar neukte, hij wou zweet ruiken, puur angstzweet, wou de vertwijfelde blikken in haar ogen zien waarbij je merkte dat ze zich begon af te vragen of dit nog wel lekker was en of het niet gewoon gevaarlijk werd.
Hij koos zijn prooi uit als een poema in de steppe, geduldig, ook wel ongedurig, maar toch vooral listig afwachtend , ze zou wel bezwijken, dat doen ze immers altijd als jij de sterkste bent, gewoon het goede moment afwachten en ze zijn verloren.
Hij vroeg aan de barman die blonde juffrouw daar te verzoeken wat ze wenste van hem, onvoorstelbaar dat dergelijk cliché nog kan uitgesproken worden zonder dat iedereen in een hilarische lachbui schiet, maar het scheen ook nu nog te werken.

Meestal bekijkt de dame in kwestie je dan eerst een beetje hautain, met een air van ‘als menneer denkt dat ik zo eenvoudig te krijgen ben dan heeft hij het wel goed mis’ maar lachen ze je toch van ver zogenaamd onverschillig toe, wel al met hun meest verleidelijke blik, dat dan weer wel natuurlijk, je weet maar nooit.
Als hij dan even later een fles champagne aan haar tafeltje liet brengen, met één glas uiteraard zodat ze zich onmiddellijk speciaal voelde, zag hij zo haar weerstand smelten.

Nauwelijks enkele tellen later volgde al het obligate gesprek, enkele kwinkslagen geven, beetje complimentjes, eventjes laten vallen wat voor een belangrijke kerel je bent, op het juiste moment een beetje zielig doen, wat over eenzaamheid en de zin van het leven zeiken, licht filosofisch worden, vermengd met enige cafépsychologie, en je forceren om ietwat met gespeelde ernst naar haar gezwets te luisteren, het hoort allemaal bij het stereotype voorspel met de scharrelmeisjes in de uitgang.
Ongelooflijk hoe ernstig die grieten zichzelf nemen en met welke zogenaamd zwaarmoedige problemen ze voor de dag durven komen, een geluk dat het uitgekozen exemplaar voorzien was van de juiste proporties billen, kont en tieten of ze had snel moeten maken dat ze weg was, omhooggevallen stuk onbenul, er van overtuigd dat de nulmeridiaan door haar gat liep, hij besefte zelf wel dat er als evenaar ergere plekken zijn om uw dagen te slijten, maar toch, de pretentie, hij hield het niet voor mogelijk.

Hij had gehoopt in een soort allesoverheersende roes te raken, maar bleef in een veel te hoge staat van bewustzijn, Karel zag zichzelf als een soort rolmodel boven allemaal gekken hangen, het meisje voor hem slaagde er niet in hem voldoende op te geilen om de gebeurtenissen van de dag compleet te kunnen vergeten en zoop bovendien champagne als plat water, ondertussen bedelend om meer en terwijl zijn broek bijna van zijn lijf strelend. Ze reed zichzelf zo al een beetje klaar op zijn knieën, één onvoorstelbare brok seksuele energie en adrenaline, bespottelijk gewoon, ze kon hooguit negentien geweest zijn.

In de tussentijd werd de bende in de zaak steeds woester, steeds meer opgewonden, alsmaar heter, harder, natter, geiler en voelde Karel zich steeds nuchterder, alerter, gevaarlijker worden. Hij zou zich wreken op die zorgeloosheid, dat gevoel alsof alles kon, dat de wereld maar lag te wachten om veroverd te worden, het jeugdig ongeremde enthousiasme, de onrechtvaardigheid dat de jeugd verspild werd aan jonge mensen.
Hij wist wel beter waar de meeste zouden staan over vijf jaar, cholesterol, cellulitis en zwangerschapsstriemen, gepaard met geldproblemen en een tekort aan vreugde, levende tijdbommen zonder ontstekingsmechanisme, nog dat geluk.

Heidi bleek het zwoele ding dat zich intussen op zijn schoot had genesteld te heten, in lederhosen doet mij blozen, ik weet niet wat het is, maar hij wist het maar al te best, dit meisje moest dood, ze moest boeten voor het onrecht dat haar generatie hem aandeed, een parel voor de zwijnen, een druppel op een hete plaat, een pis in de zee, wat kon hem het schelen, het was misschien een kleine gebeurtenis voor de mensheid maar het zou een zeer bevredigende worden voor zijn egootje, en waar doen we het anders allemaal voor, wat we ook in een ongecontroleerd Boedhistisch moment voor gezwans mogen beweren.

Hij stelde voor aan het vermoedelijk in B-porno films spelende delletje om hen eerst even te ontladen op het toilet alvorens nog een flesje te kraken , er is altijd een moment in je leven voor de eerste keer, zelfs al ga je al meer als drie decennia mee en het geile botertje aarzelde geen moment. Seks op de WC, hij had er zich tot dan toe niet veel bij voorgesteld, laat staan over gefantaseerd en had dan ook niet echt een uitgebreid assortiment standjes in gedachten. Eerst moest hij bovendien nog de vernedering ondergaan dat Madame Pipi hem vroeg wat hij dan wel te zoeken had in het damestoilet, wist hij veel dat je die bejaarde zwartwerkers eerst wat brieven van twintig in hun handen moest steken alvorens je naar hartelust mocht wippen.
Heidi vond dit schijnbaar zeer grappig en uiterst charmant en vroeg giechelend of dit misschien de eerste keer was dat hij ….. ze had geen vermoeden hoe dicht ze bij zijn werkelijke gedachten kwam, ‘ja bitch, je gaat inderdaad een primeur meemaken, je bent het eerste levende wezen ter wereld dat door toedoen van mijn handen nog enkel zal verder bestaan in de herinnering van sommigen, weinigen vermoedelijk, je van levenslust blinkende foto zal vast prachtig contrasteren met zo’n ouderwets grijs met zwart rouwkaartje’.

De sanitaire voorzieningen waren hier duidelijk door een architect met visie aangelegd, breed, veel plaats, meerdere spiegels zelfs, boxen overal zodat je én in de sfeer kon blijven én vooral je gekreun en gesteun niet tot buiten jouw vierkante meter te horen was, perfect gewoon. Hij nam haar gewoon eerst staand, zij tegen de muur geperst, haar rok die naam amper waardig naar omhoog, eerst het betere vingerwerk om later niet helemaal tussen schuurpapier terecht te komen, duwde haar hoofd naar beneden, haar laatste pijpbeurt, spreidde haar benen op de pot en knielde voor haar, beffend als een hond, onmenselijk gewoon, penetreerde dan van op zijn knieën, trok haar woest recht, verplichte haar zich om te draaien en te bukken, en ontmaagde haar nog onbehaarde anus, ze schreeuwde van pijn, afgrijzen en misschien ook wel genot, al was dat het laatste wat hij in gedachten had.
Hun gezamenlijke slotscène ging in, Karel zittend op de pot, zij op hem, hij scheurde haar de kleren van het lijf, zijn blik was ronduit weerzinwekkend en als iemand al ooit een spiegel voor een ander kan zijn waarin ze hun eigen angsten en levensverwachtingen konden zien was het aan Heidi’s ogen te zien wellicht nu, ze keek alsof ze voelde dat haar toekomst gekozen werd, onherroepelijk. Terwijl hij haar ritmisch op en neer op hem stootte, onderwijl haar zachtjes wurgend kwam hij hysterisch krijsend klaar, Heidi had haar enige levenstaak tot een goed einde gebracht.

Hij liet haar als een gebruikte tampon uitgezakt achter naast het toilet, haar hoofd tussen de afvoer en de vuilbak, smeet een prop van honderd euro tussen haar repen kledij op de grond en haastte zich naar buiten, hij slaagde er in zijn kots nog net in te houden tot op het voetpad.

Gelukkig merkte hij de meewarige blikken rondom hem niet op, net zomin als hij thuis besefte dat Kaatje klaarwakker was als hij zo geruisloos mogelijk onder het dekbed kroop, samen met een kater en zijn schaamte, het zou een te korte nacht worden en daarna vermoedelijk een te lang leven, droom, nachtmerrie en werkelijkheid bleken door elkaar verweven, hij kon het onderscheid niet meer maken.


Guido & Frank (‘Brothers in arms?’, bijna was er sprake van een echte band)


‘Verschrikkelijk vind ik het, wat er is gebeurd met dat kleintje van die vrienden van je, Kaat en Karel’, zei Frank tijdens het happy hour van het grand café rechtover het gerechtsgebouw. De zaak zat overvol goed in hun vel, hun pak en hun centen zittende mannen, er moest zich weer voldoende moed worden ingedronken alvorens het thuisfront te kunnen confronteren.

‘Ken jij ze ook?’, Guido was enigszins verrast, hij dacht niet Frank ooit op één van hun tuinfeestjes te hebben gezien, Karel leek bovendien een type dat nooit een advocaat nodig zou hebben, hij ging conflicten liever uit de weg, klasseren en doorgaan met het leven, dat was zijn motto, problemen moesten verdrongen worden.
‘Kaatje is lid van mijn fitnessclub, haar vriendinnen flirten zelfs altijd wat met ons, nutteloos maar ja, weten zij veel, Kaatje zelf lijkt daar niet aan mee te doen, kletsen daarentegen kan ze als geen ander, leuke vrouw lijkt me’

‘Ja, het zijn alle twee aangename mensen, het is zoals met alles in het leven, diegene die het niet verdienen krijgen de klappen, de echte rotzakken weten altijd de dans te ontspringen, als je rechtvaardigheid verwacht hoop ik dat je in het hiernamaals gelooft, in deze wereld zal het niet voorvallen, geloof me’, Guido was weer zijn eigen optimistische zelf.

‘Het lijkt me pure horror, een kindje hebben en het op die manier moeten verliezen, je weet dat ik er ook dolgraag ééntje zou willen, om andere redenen dan misschien wel dan uit onvoorwaardelijke liefde, maar toch, ongeacht het waarom, je raakt daar vermoedelijk toch wel aan gehecht.
Toch zal ik mij er tegen beschermen mij te laten verleiden dat die kleine mij zo rond zijn vingers zal winden dat mijn leefwereld nog enkel rond hem zou draaien. Zorgzaamheid als voor een huisdier, dat natuurlijk wel, maar meer mogen ze niet verwachten. Het is mij al te dikwijls duidelijk geworden dat je zorgvuldig opgebouwde onafhankelijkheid als sneeuw voor de zon verdwijnt als er kleine koters in je leven rondhuppelen.
Ik wil gezinnetje spelen, laat ons daar niet over twijfelen, maar mijn inlevingsvermogen moet niet overschat worden natuurlijk.’, Frank was openhartiger dan gewoonlijk, de derde aperitief zat daar vast voor iets tussen

‘Breek mij de bek niet open Frank, het aantal gezinnen en relaties dat al naar de kloten is gegaan enkel en alleen door het zogenaamde onmisbare nageslacht, je zou ze niet te eten willen geven.

Ik krijg dan ook het vliegend schijt als ik al die jonge koppeltjes in mijn kabinet zie en hun bange blanke mensen droompjes moet aanhoren, een eigen huisje aan de rand, met tuintje natuurlijk, om daar hun twee kindjes in te zien spelen, op het multifunctionele speeltuig dat door de papa moeizaam maar wel voor te weinig geld in elkaar is geknutseld.
Wat mij betreft zouden ze sancties moeten opleggen aan die medeburgers die zichzelf zo graag zien of aan zo’n grote eenzaamheid menen te lijden dat ze denken meer dan twee kinderen ter wereld te moeten brengen om zo niet alleen henzelf maar ook hun nageslacht in ongeluk te dompelen.
Om nog te zwijgen over hun globale verantwoordelijkheid, de klimatologische vernietiging van onze aarde wordt daardoor immers nog versneld, tevens is er de flagrante miskenning van het snel nakende en nijpende plaatsgebrek op onze wereldbol.
Vanaf het derde kind niet enkel geen kinderbijslag meer maar tevens zou de bijslag van het tweede komen te vervallen, vanaf het vierde moet je het zonder kinderbijslag stellen, vanaf nakomeling vijf is er een maandelijkse fiscale sanctie gelijkgesteld met het kindergeld voor een eerste kind.

Men zou de ecologische voetafdruk van al die overgroeide gezinnen nogal een beetje in bedwang kunnen houden met dergelijke simpele maatregelen en in één klap zou de wereld alsnog moeizaam in de richting evolueren van een iets aangenamere plaats om op je dood te wachten.

Als er dan toch idioten zijn die persé lid van de bond voor grote en jonge gezinnen willen worden kan adoptie altijd overwogen worden, die schaapjes zijn toch al op de wereld gezet, het kwaad is al geschied. Het lijkt dan menselijker om dergelijke toekomstige hongerdoden ergens in onze in overvloed drijvende consumptiemaatschappij een betere kans te geven. Als je dan nog rechtstreeks de ouders zou kunnen betalen voor hun kind, doodgewoon kopen als op de markt, ik zie daar geen ethische problemen in, gaat een en ander nog gepaard met directe ontwikkelingshulp, schitterend in zijn eenvoud, al zeg ik het zelf.

Net zoals de genetische manipulatie met betrekking tot iets eenvoudigs als het geslacht begrijp ik niet hoe iemand tegen dergelijke ideeën kan zijn, het zou veel oplossen, de overbevolking, de milieuvervuiling én de staatsschuld, alsook armoede in de zogenaamde derde wereld. Bovendien zouden de mensen de mogelijkheid krijgen zelf hun adoptiekindje te kiezen én zouden ze hun schuldgevoel kunnen compenseren door de ouders een aalmoes toe te steken in ruil voor hun schattig bloedje, een negerinnetje met van die kraaloogjes, succes verzekerd op het thuisfront’, yep, Guido was weer in zijn gekende drive wanneer er iets meer alcohol door zijn bloed stroomde dan gemiddeld.

‘Daar heb ik ook al aan gedacht, maar in mijn mannenwereld betekent het feit dat je maar één kindje hebt en het is een adoptietje voor honderd procent dat je wel onvruchtbaar moet zijn, bovendien kom je als man alleen niet in aanmerking, als twee mannen evenmin. Eerst een partner zoeken, die overtuigen van het nut en belang van adoptie en dan gans de administratieve rompslomp met voorbereidende cursussen en wachtlijsten doorlopen, geduld is nooit mijn grootste gave geweest, volharding evenmin.’

‘Misschien heb ik daar een oplossing voor, ik kan via via adopties regelen binnen de zes maanden, een buitenlands kindje, plus minus veertig duizend euro, papieren in orde en alles’, Guido rook een mogelijkheid zijn kas verder te spijzen en besefte amper dat hij klonk als een weinig geloofwaardig autoverkoper.

‘Ik weet het niet man, ik zou liever een madam vinden met een eigen kind, zodat alle verantwoordelijkheid bij haar is en blijft, laat ons niet vergeten dat ik eerder geïnteresseerd ben in het concept gezin dan in de realiteit ervan, liefde zoek en vind ik wel ergens anders’, Frank liet behoorlijk in zijn kaarten kijken nu.
‘Tja, ergens anders…’, Guido’s blik en gedachten dwaalden af, de sfeer zat goed, er was bijna sprake van vriendschap en op zo’n momenten moest je altijd opletten dat je mensen geen dingen toevertrouwde waar je achteraf of zelfs de rest van je leven spijt van kon krijgen, openhartig zijn heeft succes in reality televisie, maar hartsgeheimen moeten, het woord geeft het al voldoende aan, persoonlijk blijven en mee het graf ingaan. Je doet wat je nodig acht maar vooral, je houdt het hoe, waarom en wanneer voor jezelf. In zijn geval was het zelfs levensnoodzakelijk, zijn innerlijke drijfveren ongecensureerd loslaten op de mensheid zou eerder leiden naar internering dan naar maatschappelijk applaus.

Wat zou Frank opkijken, en hij niet alleen uiteraard, mocht hij beseffen dat over minder dan één jaar Guido nog enkel een schim uit het verleden zou zijn, een spook, hoogstens een herinnering. Hij zou dan vijftig geworden zijn, er vijfentwintig jaar carrière hebben opzitten en verdwijnen, puur en simpel, weg, van de aardbodem verschwünden, zonder iemand te hebben verwittigd en zonder nog ooit aan iemand iets te laten horen, het was zijn ambitie een geest te worden. Eén met voldoende cash, dat dan weer wel.

Hij moest dan ook nog een paar flinke meevallers hebben de volgende maanden wilde zijn financiële plaatje helemaal kloppen, een half miljoen euro zou moeten komen van de overname van zijn kabinet, de voorbereidende onderhandelingen waren via zijn serviceclub reeds in een discreet doch vergevorderd stadium.

Het andere derde zou ongewild geschonken worden door schoonpapa, in haar privékluis in huis had zijn echtgenote immers vijfhonderdduizend euro in cash ter beschikking gekregen, enkel te gebruiken bij hoge nood, een beetje liquide kon immers altijd van pas komen. De sleutel bemachtigen zou al bij al vrij eenvoudig zijn en een nieuw leven opstarten viel naar zijn mening onder de notie ‘hoge nood’, bovendien was dat amper 1500 euro per maand dat hij het toneeltje ‘gelukkig gezinnetje’ had gespeeld met papa’s oogappel, een aanvaardbare prijs.

Het laatste derde was zijn eigen geheime zwarte kas, gedurende vijfentwintig jaar mooi opgespaarde extra winsten, verborgen in zijn privékluis in huis, de sleutel daarvan lag in een geheime kluis in een bank, om hem liggen te hebben zouden ze enigszins vroeger moeten opstaan, het beoogde bedrag was nog niet bereikt maar hij zou vast wel nog wat inventiever kunnen zijn de volgende maanden, een kleine honderdvijftig had hij nog nodig, en dan, ja dan…
Nog twintig jaar leven volgens zijn eigen regels, zijn eigen ritme, zijn eigen wensen, ergens ver weg in volstrekte anonimiteit, in het oosten waar je met een jaarlijks budget van twintigduizend euro nog de koning te rijk bent en op zijn zeventigste verjaardag, met zijn laatste cent op zak, nam hij zijn overdosis morfine, een einde in extase, hij keek er nu al een beetje naar uit.

Misschien stootte hij daar onbewust op zijn oerfrustratie, zijn besef dat alles in de wereld met geld te koop was, de dood zowel als leven, alles afhankelijk van de prijs die je bereid bent te betalen, maar dat zijn eigen droom onbereikbaar bleef. Hij had altijd muzikant willen worden, maar voor de piano was hij niet aangelegd, notenleer bleek te moeilijk, de gitaar had een teveel aan fijne snaren, de mondharmonica tenslotte een teveel aan te kleine gaatjes, er bleken dus toch grenzen aan de economische mogelijkheden. Hij had tot zijn eigen scha en schande moeten ontdekken dat talent niet te koop was, een gave in ruil voor cash bleek ijdele hoop.

Hij had zich ter compensatie een imposante mp3 collectie aangelegd, de betere ersatz.

Naast het geld moest hij nog zorgen dat het andere onderdeel van zijn statistieken zou kloppen, zijn hoogst persoonlijke levensdoel, maar daar was het cijfer nog eenvoudiger te bereiken dan voor wat betreft de som die nog bijkomend in zijn kluis moest, nog amper tachtig vrouwen, een makkie. Als hij niet teveel strafklachten aan zijn broek meer kreeg natuurlijk, alleen hij wist de ware aard van dat laatste mens haar verwijten om een beroepsfout, het mens was onherroepelijk onvruchtbaar geworden.

En daar had hij voor gezorgd, bewust.

Hij had immers een hekel aan kinderen en was er tevens van overtuigd dat één der grootste problemen van onze aardkloot de snel nakende overbevolking was, alvorens we allemaal zullen verdronken dan wel bevrozen of verbrand zijn van de opwarming van de aarde zullen we elkaar allang hebben uitgemoord wegens plaatsgebrek.

Met teveel zijn zal onvermijdelijk tot tekorten leiden, niet enkel van territorium maar evenzeer van voedsel, water en doodeenvoudig zuurstof, bruikbare lucht. Al die mensen, dus al die auto’s, al die fabrieken, al die vervuiling, het is nu nog amper leefbaar, laat staan met het dubbel aantal bewoners op onze planeet. Hogerhand deed zijn best met af en toe een epidemietje of een wild om zich heen slaand virus, de politiek deed zijn best door één continent moedwillig te laten verhongeren en verdorsten, een andere regering pakte het bij de bron aan, elke onderdaan maximaal één kind, maar zolang er gekken rondliepen die menen dat seks enkel een bestaansreden heeft als voortplantingsmiddel en de mens zelf de neiging heeft te neuken als konijnen en uit verveling geen andere amusant tijdsverdrijf weet te vinden dan penetratie dreigt onze soort zich zodanig snel te verspreiden dat het de eigen ondergang met zich mee zal brengen, sneller dan verwacht.

Vandaar dat Guido onmogelijk vertederd kon glimlachen als er weer zo’n toekomstige massavernietiger de wereld al krijsend betrad, temeer hij er door zijn beroep zelf mede rechtstreeks verantwoordelijk voor was dat die bastaards levend en wel door het geboortekanaal raakten.

In gans zijn carrière zal hij ongeveer 6000 potentiële zelfmoordterroristen de wereld op geholpen hebben, hij vond dat zo ondraaglijk, zelfs verachtelijk dat hij reeds na korte tijd zo niet verder met zichzelf kon leven, één en ander moest gecompenseerd worden. Zijn eerste was Mieke geweest en daarna volgden nog 4919 andere vrouwen die na een routineonderzoek bij hem nooit nog kindjes op de wereld zouden kunnen loslaten. Hij had een vrij eenvoudige methode ontwikkeld waarmee hij mits een rechtstreekse infiltratie quasi onmerkbaar de eileiders definitief onbruikbaar kon maken, door de jaren heen had hij dit systeem geperfectioneerd en nu was hij zover dat de meesten er niets van voelden, het kon immers vaginaal gebeuren.

Hij was trots op zichzelf, de balans was bijna in evenwicht, vijfentwintig jaar gynaecologie en amper duizend levende wezens extra, aan eentje per vrouw gerekend dan nog, het landelijk gemiddelde bleef ruim twee, mocht hij tot aan zijn pensioen hebben blijven werken hij was vast aan een negatief saldo geraakt, maar de wereld redden mag dan zeker een nobel initiatief zijn, zichzelf redden blijkt toch nog net belangrijker te zijn.
Zelfs met veel te veel drank op of in een zeldzaam moment van menselijke verbroedering besefte hij afdoende dat zijn kennissenkring niet klaar was voor dergelijke wetenschap, een genie lijdt in eenzaamheid, hij offerde zichzelf op, de samenleving evolueerde minder snel dan zijn briljante geest, hij had geprobeerd maar het waren slechts parels voor de zwijnen, binnenkort was alsnog zijn tijd aangebroken en zwijnerij zou het worden, dan had hij toch minstens dat gehad.


Mieke (‘Aha-erlebnis’, zo heeft dat eerste en enige jaar hoger onderwijs toch nog tot iets intellectueels geleid)

In de late namiddag was hij nog langs geweest maar het voelde minder bevredigend dan gehoopt, het viel wel meer voor de laatste tijd. Het was in ieder geval onvoldoende verstrooiend geweest om haar te doen vergeten dat vanavond voor het eerst de club van moeders zonder kinderen verzamelde, een nieuw groepje, het leek haar een welgekomen ontspanning, vast veel pathetiek.

Ze waren slechts met zeven, vrouwen van middelbare leeftijd wiens blik, naast de obligate hondsdroefheid onlosmakelijk verbonden aan het lidmaatschap van een praatgroep, vooral nutteloosheid uitstraalde, ze waren op de wereld gezet om kinderen te baren en bleven kinderloos, totale overbodigheid was hun deel.
Van wie niet natuurlijk.

Er heerste hoofdzakelijk onwennigheid, ook de voorzitster voelde dat er behoorlijk wat drempelvrees was tijdens de openingsvergadering, enkel Mieke voelde zich in dergelijke setting als een vis in het water maar maakte er een erezaak van nooit het woord te nemen, eens de druk te groot werd zwermde ze eenvoudigweg uit naar een ander gezelschap. Haar gemoedstoestand bleef van haar, haar gedachten waren immers haar enige echte bezit en niemand had daar zaken mee.
Het dreigde dus een praatgroep te worden waarop niemand iets zei, zulks kon mogelijks passend zijn in het kader van de thematiek ‘zich overbodig en nutteloos voelen’ doch was in tegenstrijd met de ambitie van Anne die dit initiatief grotendeels had opgestart om haar eigen leven wel opnieuw zin te geven.
Ze besloot dan maar zelf als eerste het sprekersgestoelte te beklimmen en haar ervaringen te delen, of moest ze zeggen gebrek aan ervaring?

‘Beste mensen,

Reeds als pubermeisje had ik maar één droom, een geschikte jongen vinden en samen met hem een gezinnetje stichten, ik wou minstens drie, liefst vier kinderen, bij voorkeur drie meisjes en één jongen.’

Instemmend en meewarig geknik bij de toehoorders, de meesten herkenden dit gevoel ogenblikkelijk.

‘Als ik achteraf eerlijk moet zijn bestond die wens feitelijk nog vroeger, als jong meisje speelde ik altijd enkel met mijn poppen en eigenlijk hoofdzakelijk met de babypop die ik bemoederde zoals mijn eigen moeder nooit met mij had gedaan, het was toen nog op een minder bewust niveau maar duidelijk genoeg, mijn leven zou in het teken staan van kinderen opvoeden. Zelf bleek ik blijkbaar moeilijker op te voeden want vanaf mijn vijftiende verbleef ik –grotendeels ook tot mijn eigen verbazing- in een instelling voor ‘probleem’kinderen, een mij niet passende omschrijving vond ik. Mijn moeder was gewoon niet voor haar taak opgewassen en dit sterkte mij alsmaar meer in mijn streven, ik zou het beter doen, mijn kindjes zouden niets tekort komen. Warmte, liefde, genegenheid, vieruurtje na schooltijd….

Er waren ondertussen al vele jongens de revue gepasseerd en de realiteit leerde mij mijn plannen aan te passen, wachten op de perfecte papa dreigde mijn levensdoel teveel te vertragen, ik kon natuurlijk ook alleen kinderen krijgen en grootbrengen zonder een vader, kon er ook niemand in de weg staan die tegen mijn zin in zijn ideeën zou willen doorduwen en kon ik ook de verantwoordelijkheid in niemand anders schoenen schuiven, ik en ik alleen zou de enige steun en toeverlaat worden van mijn kindjes, ik zou bestaan voor en door hen, zij zouden enkel van mij afhankelijk zijn voor hun geluk.

Het zoveelste vriendje werd dus onwetend zaaddonor voor mijn ondertussen pilloze lichaam, ik moest de eerste man nog tegenkomen die niet glunderend het plastiekje ongebruikt liet als je hem meedeelde dat een condoom niet moest, geslachtsziekten bleek iets voor homo’s of Afrika, zij waren onaantastbaar, toen nog wel.

De spanning op het toilet, wachtend op de verkleuring van de zwangerschapstest, was de heftigste emotie die ik tot dan meemaakte, dat zou enkel kunnen overtroffen worden door de bevalling zelf en het horen van de eerste kreetjes van mijn pasgeborene, wist ik toen veel….

Zwanger dus, eindelijk was het zover, het leek alsof mijn leven toen pas startte, ik verslond alle bestaande literatuur en werd vaste kijkklant in de winkels voor babyartikelen, een zalige periode. Ik en het groeiende leven in mijn buik, meer was er niet om mij te laten glunderen van geluk, ik had eindelijk mijn doel bereikt, mama worden, nog amper zes maanden.’

Haar publiek twijfelde, een instellingskind en dan nog in verwachting ook, waren ze misschien in de verkeerde groep terecht gekomen, kwam hun probleem pas morgen aan bod?

‘Op een maandag, precies de negentigste dag van mijn zwangerschap, rond drie uur dertig ’s nachts kantelde mijn droom in een nachtmerrie, ik kreeg hevige krampen, gevolgd door zware bloedingen, gepaard met stekende pijnen. Ik slaagde er in een ambulance te verwittigen maar op de spoedafdeling kon men enkel vaststellen wat ik zelf al sterk vermoedde, mijn lichaam had mijn kindje afgestoten, mijn baby’tje was spontaan uitgedreven, alsof het om de duivel zelf ging.

De onverwachte metamorfose van toekomstige moeder naar eenzame miskraampatiënte, alleen huilend op een kille ziekenhuiskamer, was onverdraaglijk. Nog afschuwelijker was het besef dat mijn eigen lichaam zich had verzet tegen het nieuwe leven in mij en zo mijn droom verwoestte, ik kon niemand anders de schuld geven dan mijn eigen lijf, het maakte alles dubbel zo zwaar om te aanvaarden.

Of ook de zelfmoord van mijn moeder er mee te maken had tracht ik nu nog steeds in therapie te bevatten, maar mijn bestaan verloor sindsdien elke zin en ik ging jaren door hel en chaos, ik deed, zag en onderging dingen die beter besproken zouden worden in andere praatgroepen maar seks, drugs en alcohol werden mijn Heilige Drievuldigheid, ik ben nog steeds beschaamd als er aan terug denk. Gelukkig was ik meestal zo verslaafd en verdwaasd dat ik aan die periode amper herinneringen overhoud, enkel tijdens mijn angstdromen komen sommige gruwelbeelden terug, maar altijd samen met dat koude ziekenbed tijdens die verwerpelijke maandagnacht.

Maar ondanks voorspellingen van verdoemenis, ondanks levensbedreigende cocktails, zelfs ondanks een kort gevangenisverblijf, ondanks mijzelf dus, sta ik hier een vijftiental jaren later gezond en wel voor jullie.
Het is momenteel nog enkel een medische gezondheid, mentaal is het evenwicht slechts wankel en is er nog veel werk aan de winkel. Eén van de volgende noodzakelijke stappen zijn avonden zoals deze, voor gelijkgestemden, zielsverwanten als het ware, alle maskers kunnen laten vallen en je hart openen en je diepste gevoelens delen met mensen die je begrijpen, die onbevooroordeeld durven luisteren en echt weten wat je hebt doorgemaakt.

Met jullie dus, mijn nieuwste hartsvriendinnen.’ Anne liet een ostentatieve stilte en wachtte.

Mieke begreep de hint en klapte als eerste, de rest volgde, enigszins aarzelend, onwetende welke de gebruiken zijn op avonden als deze, de meesten bleven de situatie als eerder oncomfortabel ervaren, ze wisten plots meer van deze vreemde dame dan van hun eigen familie, vanaf wanneer kon er sprake zijn van een teveel aan informatie?

Anne voelde zich gesteund door het enthousiasme, ook al was dat eerder perceptie dan werkelijkheid, maar zoals bij alles in het leven primeerde de schijn en ze ging dan ook ongevraagd door op haar elan.

‘ Na die ellendige jaren leek mijn kinderfantasie dan toch nog te zullen uitkomen, ik leerde op een moment dat ik het niet meer verwachtte een goede jongen kennen, brave achtergrond, vast werk, hij droeg mij op handen en trok mij onwetend uit mijn poel des verderfs. Mijn verleden hield ik uiteraard voor mij, je moet als partners tenslotte niet alles delen, ik verzon mijzelf een nieuwe geschiedenis met te jong overleden ouders en amper familie en naast geen vervelende vragen bezorgde mij dat ook voldoende medelijden om moeilijke momenten door te komen. ‘Tja, ze is al jong wees geworden’ deed het altijd als dooddoener om mijn soms maatschappelijk minder aanvaardbaar gedrag goed te praten.

Geleidelijk aan leerde ik terug mee te drijven in de anonieme middenweg en durfde ik opnieuw fantaseren van een normaal leven. Hij deelde uiteraard mijn wensen, de goeierd, een huisje aan de rand, een tuintje en enkele kindjes, we konden niet snel genoeg oefenen voor de gezinsuitbreiding. Na enkele maanden vruchteloos proberen ging ik toch maar over op de geprogrammeerde geilheid rond mijn eisprong. Weer enkele maanden verder hadden we nog enkel seks de paar dagen voor en na de eisprong, we bleven aldus wel maandelijks boven het vrouwenbladengemiddelde maar het bleef beperkt tot die zes dagen.

Uiteindelijk was het geëvolueerd tot gedwongen seks op het juiste moment, kussen onder de onderrug zodat de zaadjes vlotter de juiste weg konden vinden, gevolgd door het naspel dat bestond uit een kwartuur onbeweeglijk met mijn benen in de lucht liggen, kwestie van de toekomstige baby binnen te houden, het kon de kansen enkel verhogen. Stomende bedprestaties kon je het nog moeilijk noemen.

Teneinde raad stuurde ik mijn man naar de vruchtbaarheidskliniek, ik wist immers door mijn voorgeschiedenis dat ik vruchtbaar was dus moest het wel aan hem liggen, ik had dan ook ontzettend veel moeite om geloofwaardig te blijven als hij thuiskwam en mij onhandig maar zoveel mogelijk sparend meedeelde dat het probleem bij mij moest zitten, hij was goed voor dienst bevonden. Hij had het zich aftrekken in een potje in een veredelde wachtkamer trouwens als uiterst vernederend ervaren, bovendien leek het wel of er amper zaad in dat opvangbakje was beland, werkelijk een intriest minimaal kwakje dat grotendeels aan de zijkant van dat plastiek bleef kleven. Hij had nog nooit een vreemde vrouw –ook niet zijn eigen vrouw trouwens- in de ogen gekeken die wist dat hij zich amper twee minuten geleden had gemasturbeerd, een bevreemdende en aanstootgevende ervaring.

We probeerden nadien nog gedurende meer dan één jaar, uiteindelijk verdween werkelijk alle spontaniteit uit onze bedactiviteiten, het werd net als de rest van ons leven een sleur, het was weer die periode van de maand, we moesten opnieuw.’

Dit deel van haar relaas begrepen alle andere vrouwen dan weer opperbest, ze waren allen door deze fase gegaan en allen op hetzelfde punt geëindigd, een nog meer dan anders angstaanjagend gynaecoloogbezoek.

‘Wanhopig en totaal overbodig liet ik mij toch ook onderzoeken en ik moet zeggen dat ik mij niet kan voorstellen dat je met meer ongeloof naar iemand kan luisteren dan ik wanneer mijn dokter uit de doeken deed dat er ook nog zoiets als adoptie mogelijk was…. Ik stond versteld en hoorde als in een roes woorden als definitief onvruchtbaar, het gevolg van een teveel aan drugs, medicatie en alcohol te kort na een spontane abortus, eerder uitzonderlijk, kans op één miljoen, een chemische reactie versnelde een infectie en zorgde ervoor dat de eileiders volledig toegeslibd waren, onherstelbaar….

Ik heb nooit meer geweend dan toen, het leek mij onmogelijk dat er traanvocht genoeg zou overblijven om mij nog ooit in mijn leven te laten wenen maar ook dat bleek niet waar te zijn, telkens ik nog maar iets lees, hoor of zie rond kinderen komen de tranen terug. Het enige verschil is dat ik sedert lang alleen ween, niemand heeft nog begrip voor mijn verdriet, het is nu immers al zovele jaren geleden, dat moet ondertussen gesleten zijn.

Zelfs mijn eigen echtgenoot, een schat van een man nochtans, begreep het niet langer en dreigde zijn geduld te verliezen.’

Sommige toehoorders pinkten een traan weg, exact zo ging het er bij hen aan toe, niemand kan volhouden lang genoeg geïnteresseerd te zijn in andermans miserie, de eigen ellende is al moeilijk genoeg verteerbaar.

‘ Goedbedoeld wou men mij troosten, familie, vrienden, kennissen, zelfs collega’s, iedereen bleek achter zijn uren psycholoog of filosoof te zijn, niemand evenwel was origineel : er zijn ergere dingen in het leven, je kunt toch altijd adopteren, neem een hond, kinderen op de wereld zetten in deze tijden, het is waanzin, als je maar gezond bent …

‘Maar dat is het nu net’ -Anne was volledig op dreef nu- ‘ik ben niet gezond, mijn lichaam kan niet doen waarvoor het op de wereld gezet is, een kind baren en mijn psyche kan zich niet toeleggen op haar enige bestaansreden, een eigen kind opvoeden, je eigen bloed, zweet en tranen laten uitgroeien tot een gelukkig medemens, ik voel mij volstrekt overbodig, ik ben onbruikbaar als vrouw en dat is voor mij onverteerbaar.
Ik heb zoveel liefde te geven maar ik weet niet aan wie, een dier is in vergelijking met een eigen kind een niet te aanvaarden ersatz, een ander mens is en blijft een vreemde, dus adoptie, tja… Mijn eigen dna, mijn eigen bloed, daar snakte mijn affectie naar maar ongebruikt bleef alles opgekropt, het leidde bijna tot een implosie.
Ik ging mezelf helemaal afsluiten van de buitenwereld omdat ik geen uitlaatklep vond voor mijn moederliefde en niemand kende waarmee ik dat ondraaglijke leed kon delen, ik zag nog enkel dezelfde uitweg als tijdens mijn blijkbaar nog onvoldoende afgesloten verleden.
Net alvorens ik terug in die vicieuze zelfvernietigende spiraal belandde kwam ik op het idee lotgenoten te zoeken, samen te brengen en zo met elkaar te trachten toch het positieve uit onze situatie te halen. Ik heb namelijk beslist dat ik ongeacht alles in leven wil blijven en als ik dat dan toch moet doen het evengoed zo enthousiast mogelijk kan proberen, de dag plukken nu het nog kan.’

Voor één keer was Mieke niet haar eigen cynische zelf die licht genietend zich wentelde in andermans miserie en bijna in lachen uitbarstte wanneer ze het oppeppende clichétaaltje aanhoorde waarmee mensen trachten zichzelf te bedriegen. Als we maar vaak genoeg herhalen dat we ons goed voelen geloven we het misschien na verloop van tijd ook nog, die gedachte. Normaal vond ze dat zum kotzen, maar dan wel op een zelfbevredigende en aangename manier.
Deze avond dus niet, het leek of haar pantser van zelfbescherming aan metaalmoeheid leed, haar masker van onverschilligheid verweekte, haar gebruikelijke ironische gedachten verdrongen werden, tot haar eigen verbijstering werd ze geraakt door de woorden van de spreekster, ze herkende er nota bene zichzelf in.

Onbewust dacht ze ook aan de kleine Emma.

Wat ze zolang verdrongen had kwam eensklaps terug naar boven, ook zij had uiteindelijk altijd voor zichzelf slechts één bestemming gezien, moeder worden. De omstandigheden hadden er anders over beslist en ze had zich daar bij neergelegd, ze meende gemakshalve dat tegen het lot niet te vechten viel maar besefte nu plots haar zelfbedrog, het was enkel luiheid en lafheid.
Als ze haar gedachten zou kunnen veranderen zou haar wereld misschien volgen.
Minstens zou ze beginnen met eerst haar gedrag aan te passen, haar hoofd zou dan misschien volgen en uiteindelijk zouden haar emoties zich mogelijks ook kunnen aanpassen aan haar veranderd gedragspatroon.
Een plots inzicht zou ze het durven noemen, als na meditatie en dat op een luizige doordeweekse avond in één of ander deprimerend achterafzaaltje vol met meelijkwekkende figuren… terwijl ze het dacht besefte ze dat dergelijke denigrerende en pseudo superieure gedachtegangen vanaf nu tot het verleden moesten behoren, een nieuwe Mieke was geboren, eindelijk.

Anne genoot van het applaus en de hoopvolle blikken van haar toehoorders, het leek of ze er in geslaagd was deze mensen terug een sprankeltje hoop te geven.
Niemand hier hoefde te weten dat zij zelf in werkelijkheid al achttien jaar getrouwd was en twee gelukkige kinderen had, een rimpelloze jeugd en leven had geleid maar nu toch ook een gemis in haar leven voelde. Ze had nood aan een nieuw doel nu de kinderen waren uitgegroeid tot zelfstandige pubers die haar nog amper nodig hadden.
Het was dus niet helemaal en allemaal een leugen, ze voelde zich effectief plots nutteloos, haar rol als moeder was grotendeels uitgespeeld, een nieuwe taak moest die leegte opvullen.

Vandaar haar nieuwe hobby, deze praatgroep.

Ze vond dat mensen in het algemeen teveel belang hechten aan de waarheid, ze zijn onwetend dat ze verhalen nodig hebben. De leugen kan even waardevol zijn als de waarheid, het hangt er gewoon vanaf hoe overtuigend het gebracht wordt, het is de authenticiteit die telt, nooit de feiten.
Het draait allemaal rond echtheid en betrouwbaarheid en dat kan perfect aan de hand van een goed rollenspel, juistheid is eerder iets voor boekhouders, daarbuiten is het juiste verhaal op het juiste moment veel behulpzamer dan de naakte waarheid.

Wat is de waarheid trouwens meer dan een individuele interpretatie van een gebeurtenis, niet voor niets geldt het gezegde ‘ieder zijn waarheid’, het moge duidelijk zijn dat de waarheid een utopie is en toch schijnt het de te aanbidden god te zijn.

In films hoor je ze zelfs steeds bij het vinden van de waarheid (the truth, nothing but the truth so help me God) de hogere machten tot hulp roepen, oh ironie, de ultieme leugen genaamd religie moest enige schijn van waarde bieden aan de zogenaamde ultieme waarheid, het recht, dat zegt genoeg me dunkt.

Het enige essentiële voor de mensen is troost en of je hun dat biedt middels een verhaal of de leugen is irrelevant, waar troost is wordt ruimte gemaakt voor geluk, ongeacht de waarheid.

Zij meende dan ook te weten wat deze mensen nodig hadden en zij bracht hen deze verlichting en kon zo opnieuw in haar rol van happymaker vallen, eerst van haar echtgenoot, lang geleden, dan van haar kinderen, schijnbaar niet al te wederkerig en nu van deze falende vrouwen. Ze had van zichzelf ontdekt dat ze een gave had, geluk geven, en na haar eigen kleine kring wou ze dit nu delen met de rest van de wereld en iedereen gelukkiger maken, alle middelen leken haar daar acceptabel voor.

Ze hoopte enkel dat deze keer ook zij gelukkig kon worden.


Annick (‘Nu of nooit meer’, om een of andere onaanwijsbare reden leek het moment aangebroken haar leven terug in handen te nemen)

A bad trip zouden ze het vast noemen in een of andere obscure drugsfilm, ze was badend in het zweet wakker geworden, barstend van de hoofdpijn en uitgedroogd tot en met, het enige wat er te drinken viel was kraantjeswater, haar medicijnenkast bevatte enkel wat vlooienproduct voor de poezen en kinderaspirine, een vijftal zou vast ook haar pijn wat kunnen verlichten.

Haar geheime –minstens voor hemzelf- aanbidder was gisteren weer langs geweest en ze hadden zich tegoed gedaan aan zijn voorraadje, een groezelig plastiek zakje vol uitgedroogde wiet, op dat ogenblik duidelijk veel beter dan niets maar nu achteraf, alleen wenend op een koud toilet toch een verkeerde keuze. Ze had er trouwens ook niet echt zin in gehad maar bleef hopen dat hij net zo verlegen als zij was en toch ooit op een dag onder invloed wel zijn schroom zou overwinnen en haar zijn liefde zou verklaren.

Stekende krampen, ondraaglijk.

Die ijdele hoop had haar al veel geld gekost, veel verloren nachten en minstens evenveel hoofdpijn opgebracht, maar deze keer was de prijs echt wel hoog, het voelde alsof ze zou sterven, haar buik trok onrustwekkend samen en morgen had ze net een evaluatiegesprek bij de jobbemiddeling, haar uitkering verliezen, een groter onheil kon ze zich moeilijk voorstellen, ook al mocht haar leven de laatste tijd hoofdzakelijk lijken op één grote aaneenschakeling van grote en minder grote rampen.

Morgen moest het beter worden, terug naar de tijd dat ze wel iets te betekenen had, als ze jong was keek men naar haar op, ze had energie, ze durfde dingen, ze had karakter, ze was mooi, eigenzinnig, soms grappig, altijd hoopvol.

Nu was ze een bange wezel geworden, laf afwachtend of de volgende dag ook weer niets zou worden, een speelbal van de omstandigheden, een afhankelijke van verslavende middelen, een beroerde moeder voor Loïc. Mocht hij morgen sterven hij zou er voor zijn laatste woorden nooit aan denken iets lovend over haar te zeggen.

Ze zou beginnen met het huis op te ruimen, haar zoon op tijd naar school te brengen, de douche na tien maanden eindelijk te laten herstellen, ze zou terug van weggeweest zijn, ze zou….en net dan was het alsof een stop uit haar werd getrokken, al het vergif, alle ellende die zich al jaren in haar lichaam ophoopte besloot gezamenlijk alle uitgangen gelijktijdig te gebruiken om het zinkende schip te verlaten, ze walgde al te dikwijls van zichzelf maar dergelijke ingrijpende afkeer was zelfs voor haar nieuw.

Geur, gevoel en zicht versterkten haar overtuiging, morgen moest haar derde leven beginnen, er was geen keuze meer.

Het was een krijsende Loïc die dat nieuwe leven de volgende ochtend al te bruusk deed starten, het kind was voor één keer zelf tijdig opgestaan en sleepte zich moeizaam naar het toilet waar hij het slagveld dat zijn moeder had aangericht ontdekte, tussen de chaos lag bovendien ook nog Annick zelf, zijn mama.

Ontvoerd worden leek plots ook voor hem een behoorlijk aantrekkelijke optie, daar ging in ieder geval zijn ontbijt, ook al minstens het eerste lesuur was verloren, de hoop verliet alweer hollend het pand, niets positief leek hier te willen blijven.

Hij zelf trouwens ook niet langer.


Shania & Kimberley (‘en voor de laatste keer ook ‘& Kitty aka Emma’)

Nog een vijftal dagen en de lente begon, een mooi moment voor een nieuwe start, tevens het afgesproken moment dat hun experiment zou ophouden.

Het was mooi geweest maar uiteindelijk voor iedereen lang genoeg. Zijzelf hadden al een tijdje het gevoel dat alles goed zat, ze waren klaar om gezinnetje te spelen, klaar voor een kind.

Ook Emma gaf al een tijdje aan het feeënsprookje enigszins beu te zijn, ze liet regelmatig merken haar mama en papa te missen, ook wel grote zus en vooral de hond en haar vriendinnetjes op de crèche.

Ze hadden uiteindelijk een datum afgesproken, maandag 20 maart, het einde van de winter, het einde van een periode en hadden samen een aftelkalender gemaakt met elke dag een verrassing of speeltje of leuk dingetje en zo het wachten aangenamer gemaakt.
Desondanks was het duidelijk dat Emma nog enkel aan het wachten was terug naar huis te mogen, liefde was dus misschien toch meer dan de juiste omstandigheden.

Hoe dan ook, alles viel in een definitieve plooi, niemand zou ooit weten dat zij een kind ontvoerd hadden, dat was voor hen trouwens ook niet zo en gisteren waren ze langs geweest bij hun gynaecoloog, voor hun bestelling. Het was een Indisch meisje geworden, nu amper één jaar jong, vermoedelijk over zes maanden zouden ze haar in hun armen kunnen nemen, hun eigen dochtertje. Ze had prachtige ogen, een gave huid en leefde in een omgeving waar aan eten en persoonlijke hygiëne een ernstig gebrek was, haar toekomst was op zijn best opgroeien in kansarmoede, zij zouden haar een leven bezorgen, en liefde.

Aan Guido bezorgden ze de gevraagde vijfendertig duizend euro, een fiks bedrag bekomen bij Kim’s werkgever als persoonlijke lening, maar het was het waard, hun droom werd verwezenlijkt en met die som werd de familie van hun nieuwe meisje ook een flink stuk geholpen.

Guido had deze transactie al enkele keren weten rond te krijgen, ook voor andere klanten en bleef versteld dat iedereen relatief vlot en zonder vragen stellen de centen ophoestte, ze zouden eens moeten weten dat hij amper vijfduizend euro moest doorstorten aan zijn tussenpersoon, winstgevend bijberoepje, kindjes plaatsen.

Kim’ en Shania zouden zaterdag een groot afscheidsfeest houden van hun proefadoptantje, zonder gasten uiteraard, maar met alle zelfgemaakte lekkernijen die Emma het liefste lustte, ze zouden de ganse dag spelletjes spelen, dvd’s kijken, samen in bad en dan nog twee keertjes slapen en ze had haar oude leventje terug. Ook op dat feestje zouden de feebazen laten weten of de twee feeën in hun test geslaagd waren en ze dus ook zelf moeder mochten worden. Het belangrijkste voor Kitty was natuurlijk of zij en haar familie de beloofde prijs zouden gewonnen hebben, ze zou toch blij zijn, zelfs zonder cadeautje, ze mocht naar huis, ze miste iets, ze kon het niet beschrijven, maar ze miste.

Het zou een constante worden de rest van haar leven, de enige continuïteit die ze ooit zou kennen, het gevoel voor altijd te wachten op hetgeen ontbrak en nooit te weten te komen wat er dan wel mocht ontbreken, hoe lang en intensief ze ook zou wachten, hetgeen ze was kwijtgeraakt werd nooit gevonden, zelfs niet beschreven, het was niet tastbaar, niet concreet maar wel allesoverheersend. Ze kon nooit volledig gelukkig zijn, als er natuurlijk al ooit iemand met een schijn van bewustzijn die zentoestand zou hebben kunnen bereiken, steeds weer was er dat gemis, terwijl ze voor de buitenwereld alles had, het zogenaamde perfecte leventje zocht zij steeds verder, vruchteloos, hopeloos. Niet iedereen die zoekt mocht dan de weg kwijt zijn, zij was ongetwijfeld meer kwijt of ze dacht dat toch, misschien hoopte ze het gewoon, dat er meer was en het gewoon een kwestie van geduld zou blijken vooraleer dat meer of hoe je het ook wil noemen zich zou openbaren.

Goed, nu leek het wachten wel nog een zeer concreet doel te hebben, nog vijf keer slapen en ze zag haar papa, hij zou vast ook blij zijn. Hopelijk was mama dat ook, ze was al zolang niet meer naar de kapper kunnen gaan, ze wist dat haar mama niet zo hield van lang haar.

Het feeënplan was dat ze maandagavond helemaal alleen –ze was nu een grote meid geworden, bovendien onder de permanente bescherming van allerlei onzichtbare sprookjesfiguren- naar haar voordeur zou mogen wandelen, eerst via de oprit, dan door het tuinpad en aanbellen, bloemetje in de hand, ze zou roepen ‘joehoe, verrassing, ik ben terug’ en dan zou haar papa haar optillen en door de lucht draaien, samen zouden ze kraaien van de pret, Charlotte zou vast jaloers zijn.


Frank (‘Tussen droom en daad…’ , hij kon soms zo ontmoedigd raken door de werkelijkheid en haar praktische bezwaren)

Meer uit beleefdheid dan uit overtuiging had hij Guido toegelaten zijn volledige adoptieconstructie uit de doeken te doen, vijfendertig duizend euro, hij vond dat eigenlijk wel best betaalbaar, je kon trouwens kiezen tussen een jongen of een meisje, de leeftijd, het land, er waren foto’s beschikbaar, het leek wel de markt van de importbruidjes maar dan met kinderen, er moest vast vraag naar zijn.

Natuurlijk moest hij wel eerst aan een bruid of desnoods een samenlevingscontract geraken, alleenstaande homo’s blijken niet echt goed in de adoptie-oudermarkt te liggen, er blijven mensen bestaan die homofilie naast pedofilie plaatsen, strafbare seksuele afwijkingen. Hij had zichzelf moeizaam neergelegd bij zijn geaardheid en zijn aanvankelijke walging langzaam verwerkt, vermoedelijk zou hij in normale omstandigheden ook bij die categorie mensen behoren die alles wat niet hetero was als abnormaal beschouwden. Nu bleek immers nog maar eens dat voor maatschappelijk aanvaardbare handelingen een echtgenote een must bleef.

Het was dat zijn seksuele driften te prominent aanwezig waren of hij bekeerde zich alsnog, waarom moest dit nu net hem overkomen, hij streefde naar onopvallendheid en middelmatigheid en door zijn penis leefde hij ergens in de marge, veertien centimeter kunnen volstaan om iemands leven blijvend te bepalen, het doet relativeren.

Hij werd er moe van, eerder moedeloos, gans die procedure te moeten doorlopen, eerst een vrouw vinden, haar overtuigen zich administratief te verbinden, haar overtuigen onmiddellijk tot adoptie over te gaan, haar overtuigen van het nut van hun marriage de raison, haar overtuigen van zijn goede bedoelingen, haar overtuigen van zijn financiële mogelijkheden.

Guido voelde aan dat Frank er niet klaar voor was en er ook nooit klaar voor zou zijn, het enige opbeurende was dat zijn gevraagde prijs als goedkoop werd aanzien, er smeedde zich een ander plannetje dat misschien wel aan de noden van zijn compagnon zou beantwoorden, hij kende iemand die perfect in dat plaatje zou kunnen passen, onderdanig, beschikbaar en ook hongerig naar een kind.

Ook zijn portefeuille zou er enkel beter van worden, twee, wat zeg ik, drie vliegen in één klap, het leek foutloos.


Annick (‘Na regen komt zonneschijn’ en andere halve waarheden)

Na wat ongetwijfeld het absolute dieptepunt uit haar leven zou moeten geweest zijn
– uiteindelijk viel dat nog mee, op haar jonge leeftijd al beseffen dat je nooit meer dieper kunt zinken- deed ze voor één keer ook wat ze zich voorgenomen had.

Ze besefte dat ze voorzichtig moest beginnen worden met altijd maar te wachten op morgen, zijzelf zou er misschien nog wel zijn maar zou ze zich ook haar onvervulde dromen blijven herinneren?

Het praktische nam allemaal meer tijd in beslag dan verwacht, zowel omwille van haar energiepeil als vanwege de onoverzichtelijke rommel maar haar huisje en tuintje mochten uiteindelijk weer gezien worden. Ze had zelfs haar fiets terug gevonden tussen het ministort dat zich spontaan leek gevormd te hebben in haar voortuintje en had Loïc zo op tijd naar school gebracht, het leek wel of de lente effectief haar werklust had aangewakkerd, ze begreep bijna de voldoening die je kon halen uit een lenteschoonmaak.

Uiteraard waren de praktische aanpassingen ondergeschikt aan haar persoonlijke evolutie, het was aangenaam een nette woning te hebben, terug warm water uit de douche te zien stromen, een internetaansluiting te betalen die werkte maar het voornaamste was en bleef dat ze terug haar eigen leven in handen nam, zonder verslaving, noch aan haar loverboy zonder liefde, noch aan zijn producten.

Ze had hem dan ook gebeld, uiteraard op een uur waarvan ze zeker wist zijn voicemail te pakken te krijgen, zo zelfzeker was ze nu ook niet geworden.
Vermits niemand hem ooit voor de middag te horen of te zien kreeg kon ze zijn telefoon uitgebreid uitleggen dat er zekere grenzen waren overschreden en dat ze het tijdelijk anders zou aanpakken. Zeer concreet zegde ze elke bestelling af en vroeg ze hem eventjes niet langs te komen om zo gemakkelijker aan de verleiding te kunnen weerstaan, ze schoof de verantwoordelijkheid voor deze metamorfose in de schoenen van haar zoon, ze moest er zijn voor hem en dat kon niet langer als drugsgebruikster, zelfs niet soft, hij moest dat begrijpen en haar deze noodzakelijke rust gunnen.

Ze was blij dat ze het eerst allemaal opgeschreven had, alleen zijn berichtenstem horen was al voldoende haar broze zelfvertrouwen te doen instorten, ze wou zo graag iets anders vertellen, echt tegen hem en hem vertederd horen antwoorden dat hij er net zo over dacht en voelde maar dat hij het nooit onder woorden durfde te brengen maar dat hij er nu onmiddellijk aankwam en dat ze voor altijd samen gelukkig zouden proberen zijn.

Gelukkig hoorde ze enkel ‘ik ben er nu even niet maar laat naam en boodschap na de biep en ik contacteer je zelf wel’ en las ze monotoon en emotieloos haar tekstje af, ze begreep nog amper wat ze zelf had bedacht, het klonk als allemaal onsamenhangende woorden zonder betekenis, ze kon enkel hopen dat hij het wel zou snappen.

Ze had vanzelfsprekend een reserve dealer die haar wel zou voorzien van het nodige, ze zou zich beperken tot vrijdag- en zaterdagavondgebruik, die dagen kon er uitgeslapen worden, vanaf volgende week zou ze namelijk werk zoeken.

Uiteindelijk was ze altijd al een gebruikster geweest en dat wou ze zo houden, zonder een verdovend middeltje op tijd en stond was de werkelijkheid te confronterend, de huidige tendens tot verslaving kwam er enkel omdat ze hem zoveel mogelijk en zo lang mogelijk wou zien, nu zou het afkicken worden, van beiden.

Als tijdsbesteding om haar gedachten zoveel als mogelijk te verzetten was ze ook actiever geworden in het sociaal netwerk voor hulpbehoevenden, niet enkel uit menslievendheid of om haar dagen zin te geven maar natuurlijk ook om zo meer regelmatig in de buurt te kunnen zijn van haar reserve toekomstige partner, Anthony, één van de wilde weldoeners uit het elitekringetje dat zijn zondagen opofferde om de minderbedeelden ook enig plezier in het leven te verschaffen, nobel vermoedelijk, denigrerend zeker.

Ze ontdekte terug wat ze geleerd had als pubermeisje, de juiste kledij en de juiste blik was nog steeds voldoende om direct de aandacht te krijgen waar je naar zocht, sedert haar metamorfose draaide Anthony rond haar als bijen rond honing.
Haar positie binnen de groep was ook veranderd, ze weigerde nu immers zelf alle hulp en had zich opgegeven als vrijwillige medewerkster, een ervaringsdeskundige konden ze vast wel gebruiken.
Op zondag deelde ze sindsdien zelf soep uit of organiseerde ze mee rommelmarkten, steevast in zijn buurt, bij voorkeur dicht naast hem, groot, struis, sterk, hij zou haar vast wel kunnen beschermen.

Geleidelijk aan ontdooiden ze beiden, hij verloor zijn aangeboren stijfheid, zij haar verlegenheid, er dreigde sneller dan verwacht iets tussen hen te groeien. Zo verrassend was een en ander nu ook weer niet, een man die aandacht kreeg van een mooie en bovendien jongere vrouw was altijd geïnteresseerd, ongeacht de verschillen in achtergrond of toekomst.
Zij verlangde naar normaliteit en gewone sociale contacten, hij werd aangetrokken door haar afwijkend zijn, ze was anders dan de mensen met wie hij geacht werd om te gaan en mede daardoor aantrekkelijk. Ze wakkerde iets dierlijks in hem aan, instincten die hij van zichzelf niet kende, hij voelde een zich nooit eerder manifesterende opgewondenheid. Lust, drift, hartstocht, passie, het waren begrippen en synoniemen die in zijn opvoeding ontbraken, hij was een product van gecontroleerde liefde, zelfbeheersing, bedaardheid en sereniteit waren zijn credo’s, Annick belichaamde ongeveer alles wat daar lijnrecht tegenover stond.

Het verbijsterde hem dat haar persoontje dertig jaar onderricht zo snel aan het wankelen kon brengen, blijkbaar was hem onvoldoende aangeleerd dat vrouwelijk charme en seksuele aantrekking doorheen de geschiedenis altijd al gevaarlijke wapens waren gebleken.

Hij voelde zich op zijn gemak bij haar, cool bijna en ook dat was nieuw, in zijn kringen
waren dat niet direct eigenschappen om trots op te zijn, relax zijn kan leiden tot controleverlies en dat leidt altijd tot fouten en fouten brengen verlies met zich mee, persoonlijke nederlagen maar vooral meestal ook financiële, onaanvaardbaar maar vooral met teveel gevolgen, de bedragen waarover hij ging binnen zijn job en kennissenkring als beleggingsexpert waren dermate exuberant dat een gebrek aan alertheid onmiddellijke debacles kon veroorzaken.

Hij besefte haar gevaar maar genoot van het verkennen van het domein van de roekeloosheid.

Zij daarentegen genoot ten volle van de rust en kalmte die hij uitstraalde en de geborgenheid die hij bood, ze gingen samen uit eten, hij bracht dan een bloemetje mee, gaf haar eens een geschenkje of bracht iets leuks voor Loïc, ze leken soms wel een koppel, hoewel de seks ontbrak, maar dat verdwijnt geleidelijk aan toch, dus waarom niet van bij aanvang daar komaf mee maken. Het verbaasde haar maar zorgde tevens voor de welgekomen gemoedsrust, ze vond de omgang met andere mensen zo al moeilijk genoeg, eens er een neiging tot fysische contacten bijkwam werd het voor haar snel te onoverzichtelijk, ongemakkelijk zelfs.

Ze hield niet zo van verassingen en goede seks kwam uiteindelijk regelmatig daar op neer, elkaar verrassen, de controle verliezen, eventjes van de wereld zijn, ze genoot daar eerder alleen van, onder invloed van een goede joint.

Nu forceerde ze zich om van iemand anders te genieten, een medemens, ook dat was nieuw. En vergde inspanningen.


Mieke (‘Voor alles is er een eerste keer’, zelfs nog op middelbare leeftijd)

Het bekende rinkeltje, hij was er. Als er in hun verhouding al ooit sprake kon zijn van regelmaat dan was het wel de vrijdagavond, statistisch gezien was er het meest kans dat hij die dag langskwam.

Al enkele dagen was ze zenuwachtig geweest, een gevoel dat ze sedert jaren niet meer gekend had, ze had een gesprek met hem voorbereid, ook iets wat ze sedert jaren niet meer deden, eigenlijk al niet meer sinds zijn huwelijksaankondiging of haar -voor hem dan toch- ongewenste zwangerschap.

Hun relatie berustte op lichamelijkheid, niet op conversatie, en of er van dat fysische op vandaag nog iets restte was ook een vraag, wat haar betrof niet langer.

Hij kwam zoals steeds zwijgend binnen, ze had zoals altijd haar deur op een kier gelaten, hij hoopte haar een beetje opgemaakt maar naakt op bed te vinden, hij had zin in een snelle wilde wip, maar ze mocht er deze keer een beetje appetijtelijk uitzien, indien mogelijk zelfs lekker ruiken, eens de wilde passie over blijkt er al eens een beetje opsmuk noodzakelijk.

Het was dan ook met de nodige verbazing dat hij haar opmerkte aan tafel, weliswaar opgemaakt maar ook helemaal aangekleed, deftig dan nog en met een ernstige blik in haar ogen, een sigaret in haar hand en een glas wijn voor haar neus. Ze rookte in principe nooit in huis, de katten hielden daar niet zo van, dit kon weinig goeds voorspellen.

‘Ik had andere verlangens, verwacht je iemand misschien?’, Guido deed zijn best zo weinig teleurgesteld mogelijk te klinken.

‘Neen, de enige die hier komt ben jij en ik hoopte al dat je zou komen vanavond, ik heb iets met jou te bespreken’, haar verzamelde moed verbaasde haar, de alcohol hielp, zoveel was duidelijk.

‘Mieke, als ik wil praten blijf ik wel op mijn werk of ga ik desnoods naar huis, hier reken ik op stilte en respect voor onze tradities.’

Het was een eeuwigheid geleden dat hij haar naam nog eens luidop had uitgesproken, het voelde voor allebei vreemd aan. Hij trachtte de situatie te redden met zijn gebruikelijke arrogantie en koelheid maar deze keer had ze zich gewapend, ze vermoedde wel dat hij zo zou reageren en had zich voorgenomen niet toe te geven, deze keer niet, dit was haar avond, haar voorbode van een eigen leven, ze stak uiterlijk onverstoord stoer haar sigaret aan.
‘Guido, luister, ik wil geen seks meer, vanaf vanavond moet alles anders worden’, ze wist niet of ze nu het meest verbluft was door de directheid en hardheid van haar woorden of door het feit dat ze hem Guido had genoemd, hij haatte dat, het was haar verboden zijn naam te gebruiken, als ze hem aansprak moest het met Tijger, liever nog had hij dat ze doodeenvoudig zweeg.
Ze had deze zin urenlang voorbereid en ingeoefend, luidop uitgesproken voor de spiegel en tegen haar verbaasde katten, ze wist dat als ze deze opening gezegd kreeg ze wellicht voor zichzelf verplicht zou geweest zijn de rest van haar voorbereidde betoog ook te vertellen, het bleek meestal de aangewezen tactiek om iets moeilijks gezegd te krijgen, je zorgt dat je jezelf van bij aanvang blok zet zodat je niet anders meer kan dan het hele verhaal in de groep te gooien, haar bezoekjes aan praatgroepen bleken alsnog hun nut te hebben gehad.

‘Als je zo gaat beginnen zal het simpel worden’, hij stelde zich onverschillig recht en draaide zich om naar de deur.
‘Guido, tijger, voor één keer ga ik dreigen, je blijft en je luistert of ik doe mijn relaas tegen iemand die het wel zal willen horen, maar ik vermoed dat je daar nog minder blij om zal zijn.’, haar kalmte sloeg haar met verstomming, hem indien mogelijk nog meer. Dit was duidelijk niet enkel meer het gevolg van een goede voorbereiding of wat glazen wijn aangevuld met nicotine, maar een noodzaak aan het worden, dit lef kwam ergens diep uit haar, de motivatie bleek nog hoger dan verwacht.

‘Je krijgt welgeteld drie minuten en ik bol het af, wat je ook insinueert te zullen doen, ik denk voor ons beiden te weten dat het maar loze chantage is, indien niet zul je tot je spijt al te nader kennis maken met wraak in al zijn wrede hoedanigheden, maar goed, zeg maar schat, spui jouw ongenoegen Mieke, deel jouw zielenroerselen tijgerinnetje, maar hou het vooral kort, voor ons beider welbehagen’.

De rotzak, het gedrongen stukje mislukte macho, hij bleef zijn zelfverzekerd rolletje spelen maar zijn poging tot ironie zou deze keer niet opgaan, ontdaan van alle emotie bemerkte ze plots hoe afstotelijk hij was, niet enkel fysisch.

‘ Ik ben het beu Guido, meer nog, ik ben jou beu en mijzelf, mijn apathisch wachten tot je uiteindelijk langs komt om mij dan als een oude vieze vod te laten behandelen, ik heb geen waardigheid meer noch een eigen leven maar wil er vanaf vandaag alles aan doen om een en ander terug te winnen. Ik heb beslist een gezin te stichten met een kind, een eigen gezin en een eigen kind, ook al is dat dan misschien biologisch onmogelijk, ik zal er van houden alsof het uit mijn buik kwam. Misschien adoptie, misschien een gescheiden man met een kindje, ik zie wel, maar ik heb liefde te geven en aan jou geef ik enkel tijd.
Ik ga terug vrouw worden, terug bestaan, ik heb dat ooit gehad, een eigen leven en ik was er zelfs niet zo slecht in, wel ik wil dat terug, ik zal niemands slaafje meer zijn, geen onbeduidend deel van iemand anders leven, ik heb grotendeels bestaan in functie van jou, nutteloos, nu ga ik er zijn voor mij en mijn kind, er rest mij nog tijd genoeg om eindelijk voor iemand echt iets te kunnen betekenen.
Ik snak naar een beetje normaliteit.’

Guido keek ostentatief op zijn uurwerk.

‘Schat, het spijt me, maar ik ga het niet halen, dergelijk pathetisch gezwam en zelfbeklag kan geen zinnig mens gedurende drie volle minuten aanhoren’, hij had natuurlijk altijd geweten dat deze dag ooit komen zou, dat ze afscheid zouden moeten nemen, hoe dan ook over enkele maanden wanneer hij definitief zou verdwijnen en afscheid zou nemen van alles en iedereen, maar nu was even goed. Het was al een tijdje louter een gewoonte geworden, hij neukte haar zonder geestdrift, net zoals hij een keizersnede deed, het was inderdaad de hoogste tijd, slechte gewoontes moet je abrupt van je afgooien.
Een eigen speeltje blijft alleen leuk als het zijn plaats kent, zijnde beschikbaar en onderdanig, eens het een eigen mening wou hebben of erger nog, eisen en verwachtingen ging stellen spatte de fantasie uit elkaar, hij zou nooit nog in haar kunnen binnendringen zonder die clichéwoordenstroom van zonet in zijn hoofd te horen. Net zoals seks met een moeder onmogelijk is geworden eens je beseft dat er al een menselijk lichaam is gepasseerd waar je geslacht nu wrijft, zorgden haar woorden en haar stem voor de definitieve onmogelijkheid van hun verdere relatie.

Soit, hij beklaagde het zich niet, ze had zeker en vast haar nut gehad en nu dus niet meer, klaar. Of toch? Plots rook hij nog een opportuniteit, had ze immers niet een mooi spaarpotje staan en wou ze niet perse een kind?

‘Ik kan enkel zeggen dat ik je begrijp, hetgeen wij hadden was mooi maar nu is het misschien tijd voor jou om een volgende stap te zetten, zonder mij, het zij zo, het ga je verder goed, ik hoop alleen dat we vrienden kunnen blijven’, Guido walgde van zichzelf, zelden zoveel schijnheiligheid uit zijn eigen bek gehoord maar het leek hem beter nu geen scène te maken, hij had een plannetje in zijn hoofd en dat maakte enkel kans als ze on speaking terms bleven, hij kotste straks wel op weg naar zijn auto.

Mieke hoorde hem verbouwereerd aan, alles had ze verwacht behalve dat, hij kwam naar haar toe, ze vreesde een aframmeling maar hij gaf haar op haar kaak de liefste zoen in jaren, zei ‘tot binnenkort’ en vertrok, zo simpel bleek het te zijn, een kwart leven in amper twee minuten uitgewist.


Karel en Kaat (‘Nooit iemand op zijn uiterlijke schijn alleen beoordelen’, la famiglia zou deze dooddoener alvast nooit meer vergeten)

Dit was traditiegetrouw zijn tijd van het jaar, de eerste zonnestralen, de eerste warmte, het valse gevoel dat alles nog mogelijk was, het echte leven dat in alle hevigheid wachtte om te mogen exploderen. De eindelijk terugkerende wulpse te korte rokjes, de nog maagdelijk blanke net te diep uitgesneden decolletés, de jeugdige energie, lente en frivoliteit in de lucht, hij fantaseerde dan altijd dat hij ook zo was of geweest was of minstens nog zou worden….

Deze keer was het anders, ondanks de onmiskenbare meteorologische opstart van het voorjaar bleef zijn hoofd somber en grauw, hij voelde zich depressief, ook al was het namiddag, wachtte er niets of niemand op hem en bevond hij zich in de toiletten van een studentencafé met tussen zijn benen op haar knieën ene Els, net negentien geworden en tweedejaars studente archeologie.

Dit nieuwe ritueel hielp amper, drie à vier keer in de week betaalde hij een toekomstig gediplomeerde een aalmoes om zijn zaad in haar mond op te vangen in de hoop daar enige voldoening uit te halen, op zijn minst verstrooiing, niet dus.
Enkel zijn wekelijkse donderdagavond slaagde er in zijn hersenen voor enkele uurtjes uit te schakelen. Hij was nochtans nooit een echte denker geweest, laat staan doemdenker, maar sedert Emma kreeg hij zijn hoofd niet meer stil, hij had heimwee naar die vroegere zalige bewustloze tijd.

Met Kaat daarentegen ging het geleidelijk steeds beter, ze kwam regelmatiger buiten, ze sportte nog fanatieker, ze shopte alsof haar lieve leven ervan af hing en ze genoot begrijpelijkerwijze van een ongelimiteerd ziekteverlof, neerslachtigheid, het zou al een straffe controlearts moeten zijn die een moeder wiens jongste dochter verdwenen was terug arbeidsgeschikt zou durven verklaren. Met Karel sprak ze niet echt meer, het huishouden liet ze volledig over aan het hulpje, koken was nooit een optie, boodschappen doen nu ook niet langer, Charlotte werd grotendeels door haar ouders opgevangen, enkel de leuke dingen wou ze nog samen doen, met Karel deed ze dan ook niets meer samen.

Ze was koel en afstandelijk, maar hij was allang blij dat ze terug tekenen van leven gaf en opnieuw haar dingen graag leek te doen, ook al kostte dat momenteel bakken geld en bracht ze zelf amper iets binnen, het deerde niet, over enkele tijd zou ook wat dat betreft de normaliteit vermoedelijk terugkeren en konden ze terug hun routineuze leventje verder zetten. Karel stond immers op de rand van een zeer ingrijpende zakelijke transactie die van zijn bedrijf eindelijk niet enkel in woorden de grootste van de streek zou maken, als een en ander zou lukken zoals gepland zou zijn Kaat alvast nooit meer uit werken moeten gaan.

In minder optimistische momenten zag hij het familiebedrijf failliet gaan als gevolg van zijn megalomane uitbreidingsdrang en naïef zakenmanschap, maar zoals al gezegd, doemdenken was zijn ding niet, binnenkort zou hij de regionale televisie halen als de enig overblijvende, de grootste. Hij had daarvoor wel de steun van zijn echtgenote nodig, alleen was hij minder moedig.

In afwachting en onderwijl zijn schuldgevoelens tegenover zijn wettige echtgenote en overgebleven dochter onderdrukkend maakte hij zich op voor zijn wekelijkse uitstap, te strakke jeans, zo gewoon en toch bijzonder mogelijk t-shirt, hippe schoenen en veel losse cash. ‘Dag schatten, papa gaat tennissen en dan misschien nog eentje drinken, tot morgen aan de ontbijttafel’, hij trachtte altijd zo ontspannen en onschuldig mogelijk te klinken als hij op donderdag de deur uit ging.
Het voelde vreemd aan, vroeger klonk hij spontaan altijd zo, nu moest hij er zichzelf toe forceren. Kaat scheen hem dan altijd een beetje zielig en wantrouwend te bekijken of stelde hij zich dat enkel voor?

Foert, de baan op, hij leefde dan uiteindelijk alsnog zijn jongensdroom, al leek het in heldere momenten toch weer verdacht op zijn nachtmerries. Hij beleefde nu eindelijk waar hij al die jaren heimelijk naar verlangde en waar volgens hem alle mannen van dromen, wisselende seks met mooie jonge vrouwen zonder enige verantwoordelijkheid, zonder bindingen, zonder regels, zonder risico, gewoon neuken voor de fun, dat is immers wat ze doen tegenwoordig die jonkies.

Ze waren immers allen prachtig want jong, nog geen appelsiensporen te bemerken op hun billetjes, een achterwerk dat nog recht en sterk stond en borsten, in alle maten en vormen maar steeds weer fier rechtop wijzend, alsof het principe van de zwaartekracht nog moest uitgevonden worden. En bovenal, beschikbaar, altijd beschikbaar, eender hoe, waar en wanneer, zonder verwachtingen lieten ze zich nemen, in ruil voor wat aandacht, een traktatie links en rechts, een lijntje of twee, een complimentje of drie

Tot deze donderdag dan, de zevende keer op rij dat hij zichzelf murw zou gaan vogelen, sex als geestesdodend middel, het was verslavend. Ze hadden geen remmingen, het was nooit te veel, nooit te hard, nooit te snel, nooit te gemeen, het was gewoon sex en hij kon doen wat hij wilde, zonder rekening te houden met haar, het object van die avond, alleen met zijn verlangens, alleen zijn perverse fantasieën.
Het die avond betreffende grietje ging werkelijk total loss in het toilet, hij kon zelf amper geloven dat zijn fantasieën zo gemakkelijk werkelijkheid konden worden, gewoon achter de hoek van zijn kantoor bleek alles mogelijk, werkelijk alles, hij genoot echt tot de genaamde Suzie volstrekt onverwacht haar vinger in zijn aars penetreerde, hij zo mogelijk nog abrupter onmiddellijk klaarkwam en gelijktijdig puur instinctief haar een keiharde vuistslag in het aangezicht verkocht, haar neus brak en zij bloedend ineenstuikte, in één klap bewusteloos.

Alle zogenaamde dromen spatten uit elkaar als een luchtbel, hij was de grenzen van het aanvaardbare te ver voorbij gegaan, zijn decadentie was walgelijk, een amper twintigjarige lag bloedend op de grond van een vies stinkend studententoilet, zijn zaad kleefde deels over haar gezicht, deels tegen de muur, zijn broek hing op zijn enkels, mét bloedspatten, haar kleedje was tot net over haar heupen getrokken, een slipje was uiteraard een overbodig kledingsstuk geworden en daarboven, tegen de spoelbak, een beschimmelde spiegel waarin ogenschijnlijk zijn dochter Emma hem onbegrijpend aankeek…..

Totaal ontredderd sleurde hij zichzelf naar huis, hoe was het ooit zover kunnen komen, Karel, jongen toch, hij kon zo niet langer leven met zichzelf, hij zou alles opbiechten aan Kaat en samen zouden ze hier uit raken, sterker dan ooit, ondanks een ontvoerde dochter, ondanks een relatie die naam niet meer waardig, ondanks zijn machtsmisbruik en sexueel sadisme, zijn beginnende cocaineverslaving, hij had heimwee naar de voorspelbare en geprogrammeerde weekends met zijn gezinnetje, het zacht in slaap vallen voor een slechte film, de stille zondagochtendseks.

Het in werkelijkheid brengen van zijn verbeelding bleek hem niet gelukkiger te maken, sommige dingen blijven best onbereikbaar, dit was niet wie hij was, ze zouden met zijn allen een nieuwe start maken, zelfs al was dat zonder Emma.

Vol zelfmedelijden, walging eigenlijk, strompelde hij over zijn sporttas de slaapkamer binnen waardoor Kaatje geërgerd wakker werd, of toch minstens deed alsof ze geïrriteerd gewekt was. Vooraleer ze hem de huid vol kon schelden deed Karel voor één keer wat hij zich ook voorgenomen had en maande haar aan tot stilte.

‘Schat, sorry voor al dat lawaai, maar dat zal klein bier blijken in vergelijking met wat ik je allemaal te vertellen heb’, ook hij maakte gebruik van de theorie onmiddellijk jezelf te verplichten verder te moeten vertellen, het alombekende ‘wie A zegt moet dan ook’-principe….

Wat volgde was een lange nachtelijke speech waarin Karel eindelijk voor het eerst sinds ze samen waren, voor het eerst in zijn leven feitelijk, zijn hart bloot legde en naast een uitgebreide biecht ook aangaf hoe belangrijk zij voor hem was en dat hij ondanks alles voor haar en enkel voor haar wou kiezen en voor hun gezin, hij eindigde snikkend en smekend dat hij samen oud wilde worden, met of zonder Emma, dat zij tweeën samen met Charlotte het belangrijkste zijn.

Soms heeft het leven onverwachte wendingen en verrassingen in petto, Karel had er de laatste maanden al meer te verwerken gekregen dan hij zich ooit had kunnen voorstellen, maar nog bleek zijn lijdensweg niet afgelopen.
Kaat richtte zich op, niet zoals gehoopt om hem wenend in haar armen te nemen en hem al zijn zonden te vergeven, ze kondigde ogenschijnlijk behoorlijk onaangedaan aan ook iets te vertellen te hebben, ze leek zelfs bijna verveeld.
‘Karel, je timing komt ietwat ongelegen, het spijt me voor jou dat je net te vroeg en zoals zal blijken nutteloos jezelf zo hebt moeten vernederen om jouw diepste zielsgeheimen alsnog te delen alsook je nachtelijke nummertjes op te biechten, voor een keer dat je dan eens oprecht, persoonlijk en emotioneel bent zal het zich tegen jou keren, jammer vermoedelijk voor jouw verdere relationele leven, maar het zij dan maar zo.’

Karel keek haar niet begrijpend aan, wat raaskalde ze nu toch?

‘Euh schat, ik versta niet helemaal wat je…’, Kaat onderbrak hem bruusk, ‘Karel, geloof me, het is beter dat je het verder spreken aan mij overlaat, ik ben nog maar amper begonnen, het vervolg zul je maar al te goed snappen, daar twijfel ik echt niet aan.

Het is tenslotte ook vrij simpel, ik heb al gedurende een viertal jaar een friend with benefits, Peter van de fitness waarmee ik elke week een onstuimige vrijpartij heb gehad, lekker maar puur fysisch, een soort onverklaarbare dierlijke aantrekking, het was voor mij zonder gevolgen, zelfs zonder gevaren.

Door wat er met ons Emma gebeurd is bleek Peter niet enkel een beest in bed maar ook nog eens een perfect luisterend oor die over de gave beschikt de juiste dingen op het juiste moment te zeggen alsook te zwijgen wanneer dat nodig is, ik heb je altijd trachten uit te leggen hoe belangrijk ik timing vind maar jij scheen je daar nooit iets van aan te trekken, je praatte er dikwijls maar al te nietszeggend op los en wanneer ik echt eens jouw steun zou hebben kunnen gebruiken bleef jij stil.’

Zijn timing was altijd al slecht geweest, zowel in sport als humor als blijkbaar nu ook in het leven op zich, ook nu liet een passende reactie op zich wachten.

Kaatje ging onverstoord verder : ‘Je bent altijd een geschikte vent geweest Karel, begrijp me niet verkeerd, ik ben graag bij je geweest maar ik denk niet jou ooit echt graag te hebben gezien, ik miste steeds iets onbestemds, ik denk nu dat het passie was, begeerte die ik tekort kwam, alsook respect, bewondering, ontzag.

Gedane zaken nemen geen keer, ik kan het zeker niet enkel jou verwijten, scheiden doe je met twee, elk met zijn deel van de verantwoordelijkheid, maar dat ik definitief weg ga bij jou is onomkeerbaar, ik wachtte laf het juiste moment af, timing weet je wel….

Het spijt me voor jou dat ik je ga verlaten, je bent altijd goed voor me geweest en voor de kinderen, maar mijn leven gaat voor en ik krijg de indruk dat het pas nu echt gaat beginnen.’

Karel hoorde zichzelf, eveneens vrij emotieloos, volgende woorden uitspreken, alsof hij plots naar een slechte b-film keek
.
‘En hoe denk je jouw luxeleventje te gaan bekostigen? Je weet dat ik er alles zal aan doen om co-ouderschap te bekomen, zelfs al zou dat ten koste van jou moeten gebeuren.’, hij schrok van zijn eigen vastberadenheid.

‘Zoals al gezegd Kareltje, het lijkt me verstandig deze keer niet teveel onzin uit te kramen, als je mij een beetje zou kennen –waaraan ik twijfel- weet je dat ik een en ander behoorlijk heb voorbereid. Laat ons het zo stellen, om beleefd te blijven, als jij niet aandringt voor Charlotte en voldoende gul bent met ons beider alimentatie zal ik de volledig gedetailleerd verzamelde zwarte boekhouding voor mezelf houden. Ik veronderstel dat je beter weet dan ik dat het ganse familiepatrimonium grotendeels voortgevloeid is uit belastingontduiking en fiscale fraude, misschien besef je minder goed dat ik alles zo uitgebreid in kaart heb gebracht, zowel de inkomsten als uitgaven, dat het zelfs voor de belastinginspectie een koud kunstje zal zijn enkele miljoenen euro’s gederfde inkomsten gedurende de laatste vijf jaren terug te vorderen.

Als je echt aandringt ben ik zelfs bereid een advocaat de helft van alles te laten opeisen, zowel het officiële als het illegale gedeelte, op basis van het strafrecht is dat mogelijk. Dus ook de kunstcollectie van den oude, ook de aandelen en obligaties in Zwitserland, ook het goud. Om zeker te zijn dat je niet aan mijn woorden of de ernst ervan zou twijfelen heb ik alvast de zwarte bankkluis leeggehaald, de lieve bediende durfde mij niets weigeren, de vrouw van de grootste klant, de schoondochter van de nog grotere klant, het wezen dat net een dochtertje heeft verloren, hoe kon ze nu moeilijk doen dat ik feitelijk gesproken geen toegang had tot de familiekluis, ik maakte het besje immers wijs enkel een juweel van grootmoeder op te halen.

Onder ons gezegd, het was meer dan waar ik op had gehoopt, aangenaam meer.
En nu ga ik slapen, ik heb morgen enigszins onvoorzien en sneller dan verwacht een verhuis te regelen.’


Annick (‘Indecent proposal’, wat zou jij allemaal bereid zijn te doen voor één miljoen?)

De reservedroomprins voelde uiteindelijk toch maar aan als namaak, haar jointvriendje bleef ondanks alles de ware, in hoeverre je in staat bent je eigen gevoelens omtrent de liefde correct te analyseren natuurlijk. Toch vond ze het op zijn minst interessant, een oefening in normaliteit en regelmaat, misschien kon dat nog ooit van pas komen.

Mogelijks moesten ze ook maar eens sex hebben samen, het was al zolang geleden dat ze vreesde het niet meer te kunnen, ook op dat gebied kon enige training nuttig zijn.

Hij vond haar aantrekkelijk, mysterieus en verslavend maar toch woog ze onvoldoende zwaar om zijn ganse opvoeding en toekomst voor op de helling te zetten, hij was geen echte specialist in het beoordelen van zijn emoties, maar hij zag teveel risico’s. Toch had ze haar nut, ze bood een vermoedelijk tijdelijke ontsnapping uit zijn geregelde leventje, uit zijn normaliteit.

Wellicht zou hij net voor het definitieve einde sex hebben met haar, het leek hem een mooi afscheid, ze hield volgens hem de belofte in van een wilde nacht, het zou wel eens de laatste uit zijn leven kunnen zijn. Bovendien leek het hem ongepast als halve maagd het huwelijk in te stappen.

Dat was de theorie, weken later en vele samenkomsten met de snobclub verder was zijn rationeel opgebouwd verdedigingsschild gesmolten, hij voelde zich als een blok vallen voor haar. Tijdens een sponsordiner hield hij het niet meer, Annick zag er stralend uit in haar aansluitend zwart jurkje dat hij vorige woensdag samen met haar had gekocht, de halfhoge open schoentjes accentueerden haar eindeloze benen prachtig, zijn hoofd sloeg op hol, hij voelde zich een beest maar het was sterker dan zichzelf, het was beslist, hij zou alles opgeven voor haar en samen op de vlucht slaan, dagen vol lust en liefde, passionele nachten, romantiek.

‘Annick, kom eens eventjes’, hij voelde, het was nu of nooit, hij zou zijn hart luchten, hij zou haar zijn liefde verklaren. Hij zou haar trachten uit te leggen dat hij nog nooit zoiets gevoeld had voor een ander medemens, voor een vrouw, dat hij versteld stond van de dierlijkheid van zijn gedachten maar dat hij zich ongelooflijk aangetrokken voelde tot haar, ook en vooral lichamelijk, dat hij in zekere zin gegeneerd was voor de banaliteit en beestachtigheid van zijn verlangens, maar dat hij gewoon zin had in haar, het voelde ordinair aan en enigszins beneden zijn waardigheid, toch was hij voor één keer overtuigd dat het echt was wat hij voelde, de gespannenheid in zijn linnen broek bevestigde enkel zijn vermoeden.

‘Ik kom direct, eerst nog snel een sanitaire pauze’, ze lachte zo lief als ze had aangeleerd, geforceerd maar toch. Het moment zou dan waarschijnlijk aangebroken zijn, het zwarte kleedje zal uiteindelijk de geheime code blijken te zijn om het slaapkamerslot open te breken, haar pseudo ridder zou sex willen, het was te verwachten, vriendschap tussen de twee seksen bleef een utopie.

Rijkelijk laat trouwens, te laat uiteindelijk, zijn steeds crescendo gaande complimentjes, zijn attenties, lieve en financiële, gekoppeld aan de drift die de laatste tijd van zijn gezicht droop hadden hun werk afdoende gedaan. Haar ego was er terug bovenop, ze voelde zich weer vrouw, wist opnieuw wat het was begeerd te worden, lustobject te zijn, ratio te veranderen in passie, de volle aandacht van een man te hebben. Hij had haar terug het vertrouwen geschonken, ook op lichamelijk vlak, dat broodnodig was om de aanval in te durven zetten op haar enige prooi, weedman.
Maar nu dus eerst prins charming en haar moreel dilemma, ze wist nu zeker dat ze niet voor hem viel alsook dat zijn rol uitgespeeld was, maar moest ze hem niet passend bedanken voor zijn ondersteuning en inzicht, bovendien leek het haar beter dat haar machientje ook nog eens onderhouden werd, dus waarom niet, als afscheid dan, intimiteit moest nu ook weer niet al te veel overschat worden.

Zelfverzekerd draaide ze terug van het toilet, ze zou voor één keer direct zijn en hem overdonderen, aldus zou een moeilijk gesprek vermeden worden waarbij ze alle twee ongemakkelijk rond de pot zouden draaien, vlotte praters konden ze nog niet genoemd worden.

Zoals altijd waren Guido’s voelsprieten alert, er hing spanning in de lucht, ontegensprekelijk, hij had uiteraard al geruime tijd in de gaten dat er tussen zijn poulain en Annick iets dreigde te bloeien doch rekende op ieders gezond verstand.
Nu schenen de hormonen dermate op hol te slaan dat ze verstandige beslissingen in de weg zouden staan, hij had zelf totaal andere plannen voor Annick en een en ander was onmogelijk te combineren met wat voor relatie ook tussen haar en iemand van zijn naaste kennissenkring.

Twee minuten had hij nodig gehad, een honderd twintig seconden durend gesprek van man tot man volstond om de toekomst terug in de door hem uitgestippelde richting te sturen, poulain zou alsnog aan Annick duidelijk maken dat hij onmiskenbaar gevoelens voor haar had maar dat zijn vooruitzichten, zijn belangen elders lagen. Hij had nooit geweten hoe het haar op te biechten maar hij was allang uitgehuwelijkt om een vies woord te gebruiken, voorbehouden leek hem correcter, aan Els, een achternicht van de familie en een zekerheid voor het leven, op alle gebied, Annick voelde aan als zijn droom, Els bleek zijn werkelijkheid en hij was niet als fantast op deze wereld gezet.
Het speet hem maar hij moest een einde maken aan hun sprookje, nu, voor het alsmaar moeilijker dreigde te worden.

Elegant en verleidelijk -twee woorden die tot voor deze avond zelden in dezelfde zin als Annick gebruikt werden- kwam ze zijn richting uit, ze had een blik waaruit overtuiging sprak.

‘Zeg maar niets schat, we gaan doen en niet praten, wij tweeën gaan samen deze nacht in, zonder consequenties, gewoon lekker lijf tegen lijf en morgenochtend zien we wel wat de toekomst verder brengt’, zij had het gezegd gekregen, hij was met verstomming geslagen, de wereld op zijn kop.

Amper twee dagen later stond Guido aan haar deur, ernstiger dan ze hem ooit gezien had en vooral, alleen, ook zonder sociaal geëngageerde activiteit, hij kwam puur voor haar, verontrustend.

‘Trek iets passends aan, ik wil iets gaan eten met jou, we hebben veel te bespreken.’, Guido zei het op zijn gebruikelijke bevelende toon, alsof ze een te lang getrouwd koppel waren, sommige gewoontes blijven ook buiten hun normale context overeind.

‘Oké dan, wacht hier even buiten, tien minuutjes en ik ben klaar’, ze bleef zichzelf verbazen hoe ad rem ze geworden was. Ze zou vast een zedenpreek krijgen, een soort basis opvoedingsles waarin haar zou duidelijk gemaakt worden hoe sociale kastes beter niet vermengd raken, hij zou haar op haar plaats zetten, je hebt de hulpbehoevenden en de weldoeners, elk met zijn afgebakende rol en in die cataloog staat het bed delen nergens vermeld.

Wat moest ze hem zeggen, dat ze beiden beseften dat het éénmalig was maar dat het desondanks -of mogelijks juist dankzij- gewoon lekker was, voor haar een onderhoudsbeurt voor het echte werk waarbij ze bijna vergeten was hoe het voelde iemand in jou te hebben en een verdere stap naar de noodzakelijke volwassenheid, voor hem een afscheid van zijn jeugdige leven en een eerste keer dat hij bewust in een vrouw binnendrong.

Dat ze daarna gesproken hadden en elk hun eigen weg zouden gaan.

Kon zij weten dat het gesprek inderdaad over moraliteit ging gaan, maar over totaal andere waarden en normen dan ze verwacht had?
‘Annick, luister, ik ga je een éénmalig voorstel doen dat niet te weigeren is, hoe dan ook, wat je ook beslist ik zal altijd ten opzichte van wie ook ontkennen dat we dit gesprek ooit gevoerd hebben, het is een once in a life time kans waarop ik binnen de achtenveertig uur een even eenvoudig als duidelijk antwoord wil, ja of neen, andere opties zijn er niet.’

‘Ga vooral door, je maakt me bijna nieuwsgierig.’

‘Ik ken een koppel, hij welgesteld, welbespraakt, welbemiddeld en sociaal gerespecteerd, zij sociaal geëngageerd en huismoeder, hun enige probleem is een snelle kinderwens die zij om biologische redenen niet zelf kunnen verwezenlijken.

Aan de andere kant ken ik jou, een jonge alleenstaande moeder die het financieel niet breed heeft, met een zoon die geen blijk geeft van een allesoverheersende moederliefde, vice versa, die niet gebukt gaat onder een overschot aan moederlijke aandacht.

Je weet, ik ben een happymaker en ik dacht dat ik in één klap vier mensen gelukkiger zou kunnen maken door volgende simpele deal, jij verkoopt Loïc aan die mensen, zij betalen jou dertigduizend euro. Simpel.’

Annick kon enkel verbouwereerd zwijgen.

‘Ik begrijp je eerste twijfel hoor, maar het is perfect moreel aanvaardbaar, je doet het enkel en alleen voor jouw kind, om hem meer kansen te geven op een beter leven.

Daarnaast krijg jij de financiële ruimte om ook iets te maken van jouw eigen leven, uiteindelijk moet je eerlijk durven zijn met jezelf, wie is het belangrijkste, wie telt er echt?
Voor wie moet je goed doen, voor de andere of voor jezelf? En wat als die ander een deel uitmaakt van jezelf? Of is dat gewoon maatschappelijke wenselijkheid, valse ouderschapsromantiek, kinderen bestaan op zichzelf, los van de ouders en zoeken onafhankelijkheid, een ander leven.

Het zou moeilijker worden wanneer het goede voor jezelf doen het slechte voor de andere zou betekenen, maar in dit geval is dat dus zeker niet zo, zowel jij als Loïc zullen hier beter van worden. En mijn portefeuille, dacht hij er in stilte bij.

Praktisch gesproken zouden we het zo kunnen oplossen, we vertellen Loïc dat Mieke zijn echte moeder is maar gedurende jaren dodelijk ziek is geweest zodat jij als zijn tante hebt ingestaan voor zijn opvang maar dat zijn mama nu eindelijk volledig genezen is en terug de mogelijkheid heeft er voor hem te zijn en hem op te voeden, gelukkig te maken.

Jij blijft natuurlijk voor altijd in beeld, je kan hem opzoeken zo vaak je wilt, Loïc zal dat vast ook wel leuk vinden dergelijke nieuwe rol voor jou, de suikertante waarmee hij samen leuke dingen kan doen zoals eens gaan zwemmen, naar de kermis of bioscoop, zie jezelf zo’n beetje als weekendmama, de pretparkouder.

Loïc zag haar waarschijnlijk wel graag maar schijnbaar toch ook niet met een intensiteit die er voor zorgde dat hij haar dagdagelijks nodig had of moest zien, bovendien konden ze met alle moderne communicatiemogelijkheden dag en nacht in contact blijven, als één van hen beiden dat wenselijk, zou vinden uiteraard..
En als het een troost mag zijn, Mieke droomt al sedert haar eigen kindertijd om moeder te worden dus aan aandacht en liefde zal het hem zeker niet ontbreken. Ook niet aan luxe en opvolging trouwens, ik denk eerlijk gezegd dat hij jou met graagte zou inruilen voor dit all inclusive pakket, uiteindelijk handelen ook kinderen hoofdzakelijk uit eigenbelang.’

Duizenden gedachten spookten door Annicks hoofd wanneer Guido vertrok met de boodschap dat ze vooral nu niets moest zeggen waar ze over 48 uur spijt zou kunnen van hebben, hij verwachtte pas dan haar telefoontje, er stonden haar ongetwijfeld twee slapeloze nachten te wachten.


Kim & Shania (‘Afscheid, smachtend naar de nieuwe start’, zonder Emma op weg naar hun eigen echte sprookje)
Karel en Kaat (‘Afscheid, verlangend naar het oude leventje’, zonder Kaat en televisie op weg naar zijn persoonlijke hel, zij zonder hem en met geld onderweg naar geluk)

Het was voor allen een emotioneel moment, een afscheid, een nieuwe start, een terugkeer.

Kleine Emma popelde van ongeduld, nog slechts eventjes en ze zou haar papa nogal doen opschrikken, ze blonk nu al van deugnieterij louter bij het vooruitzicht.
Mama en Charlotte zouden vast ook feest doen als ze haar zagen, ze kon amper wachten.

Shania was al even ongeduldig, na haar testmama zijn mocht het echte werk nu wel beginnen, ze was er meer dan klaar voor, haar Indische parel was dringend welkom.

Kimberley had eerder een melancholisch gevoel, hun jeugdig leven zou weldra worden afgesloten, definitief, geen gekke kuren meer, nooit meer impulsief zijn of voor enkele maandjes transformeren in één of ander sprookjesfiguur, moeder zijn bracht hoe dan ook een andere verantwoordelijkheid met zich mee, plots moest je zelf het goede voorbeeld worden, benieuwd hoe ze er dat zouden vanaf brengen.

Karel was nog helemaal aan het bekomen, het was voor het eerst in zijn professionele leven dat hij op maandagochtend niet op zijn kantoor was, het bleek zowel fysisch als psychisch gewoon onmogelijk.

Zaterdagochtend al had hij een heel uitgebreid document ontvangen via de mail van Kaats advocaat en hij was er totaal niet goed van gekomen, ze had niet enkel de familiekluis geplunderd, tevens had ze al het bezwarend materiaal meegenomen, aandelenregisters, zwarte boekhoudingen, bankgegevens uit het buitenland, fiscale constructies met vennootschappen….

Ze stelde voor alles netjes terug te bezorgen in ruil voor de helft van hun privébezit
-ze zou uit erkentelijkheid zelfs afzien van de helft van het handelsvermogen, lief hé-, de rode sportwagen, levenslang onbeperkt gebruik van de twee buitenlandse vakantieappartementen, een persoonlijke onderhoudsbijdrage tot haar overlijden van drieduizend euro per maand en per kind tot de leeftijd van vijfentwintig jaar tweeduizend euro, van co-ouderschap was uiteraard geen sprake, de klassieke regeling van één weekend op twee plus de helft van alle schoolvakanties, te nemen of te laten.
Hij had geen keus, den oude moest op de hoogte worden gebracht, én van het feit dat ze gingen scheiden, al vermoedde hij dat er daartegen weinig bezwaar zou bestaan, ze had volgens zijn ouders nooit in de familie gepast, ze miste daartoe de nodige klasse, én van het feit dat de familiekluis geplunderd was én vooral van het feit dat het ganse imperium zou kunnen wankelen. Hij zou nogal een preek mogen aanhoren, woorden als ‘we hadden je altijd verwittigd’, ‘we hadden jullie huwelijk nooit mogen toestaan’, ‘vermenging van standen brengt altijd narigheid met zich mee’ zouden afgewisseld worden met gevloek en getier. Hij zag er naar uit als een kalkoen naar Kerstmis…

Voor een keer hadden ze de auto van stal gehaald, ze zouden dan in het terugkeren hun boodschappen doen en onderweg zongen ze samen liedjes, de stemming was uitgelaten, Emma keerde terug, ieders leven startte opnieuw en bovendien waren ze niet betrapt geweest tijdens hun enkele maanden durende toch wel risicovolle onderneming.
Nu nog net opletten dat dit ritje niet hun dodentocht zou worden, je zal het altijd lezen in de krant, ’tijdens een ordinaire routinecontrole werden twee lang gezochte kinderontvoerders alsnog bij de kraag gevat, op heterdaad dan nog’ en dan waren ze voor altijd van elkaar af, Kim’ mijmerde of ze eens ze moeder waren nog wel zo onbezonnen zouden kunnen zingen, de druk om het goed te doen, de zorg voor een kind, de last op hun schouders, het einde van een tijdperk, zoveel was haar wel duidelijk.

Ze had al zovele moeders zien veranderen van onbezorgd levenslustig meisje tot verkrampte en verbitterde vrouw, met die verbeten trek om de mond en de doffe blik in de ogen, uitgeblust door de schijnbaar loodzware verantwoordelijkheid van het moederschap.

Zouden zij het anders kunnen doen?

Kaat keek fier rond in haar nieuwe appartement in het centrum van de stad, ze had er al enkele weken een optie op genomen, net zoals ze al enkele weken haar advocaat alle papierwerk in orde had laten brengen, het was enkel wachten geweest op het juiste moment en dat was er dus vorige week enigszins verrassend gekomen, maar goed ook, ze had zijn lijfgeur in bed niet veel langer meer aangekund.
Straks zou de verhuiswagen komen met al haar persoonlijke spulletjes, kledij en ook een lijstje van meubelen en toebehoren die ze hadden moeten inladen, de designtelevisie en kastje, de hippe roze keukenrobots –ze zouden beeldig staan in haar open keukenhoek-, enkele schilderijtjes, alle sierkussens, de twee exclusieve ligzetels, kortom, vanaf deze avond zou dat hier verdacht knus zijn.
Ze zou Peter pas morgen uitnodigen, hij wist nog nergens van en zou deze verrassing best wel weten smaken, ze genoot anticiperend al een beetje. Vanaf vrijdagavond zou Charlotte dan komen, ze moesten eerst nog samen een nieuwe kinderkamer kopen, op kosten van de zaak, ze betrapte zich op een licht gemeen glimlachje.

Het was na het blits bezoek met pa aan de familieboekhouder redelijk duidelijk geweest, op alle verzuchtingen van Kaat zouden ze moeten toegeven, hetgeen zij in handen had was namelijk zo explosief dat effectief hun volledig opgebouwde rijkdom op springen stond. Het huwelijkscontract dat de patriarch destijds had laten opstellen en dat Kaat verplicht was geweest te ondertekenen alvorens zij Karel voor het altaar mocht slepen bleek nutteloos geweest, ook de aandelenconstructie en het schenken op naam in combinatie met levenslang vruchtgebruik bleek onvoldoende om Kaats plannetjes te dwarsbomen, het domme verkoopsterke had de clan behoorlijk bij de ballen, afgeven, zwijgen en hun wonden likken, meer konden ze niet meer doen.

Ze reden de klassieke villawijk binnen, het was vijf uur in de namiddag, normaal waren Kaat en Charlotte nu thuis, ze zouden Emma op honderd meter van haar deur laten uitstappen, haar in het oog houden tot ze veilig haar tuin inliep en geruisloos vertrekken, niemand hier die hun anonieme wagen zou opgemerkt hebben.

Het was zo één van die wijken waar iedereen zogenaamd vriendelijk is maar men in hoofdzaak bezorgd is andermans miserie ver buitenshuis te houden. De sociale controle bestond vooral in afgunstig te zijn op elkaar en nieuwe barbecues, tuinhuisjes of fietsen duchtig te vergelijken, wat dan nog gezegd van de auto’s en de zwembaden, de top –verwarmd en met automatische afsluiting, tien meter op vier- lag achteraan Emma’s tuin, uit het zicht bovendien. Niemand bekommerde zich om een beige middenklasse auto, iedereen had het nu te druk met jengelende kinderen die hun energie van te lang te stil op de schoolbanken te zitten kwijt moesten alsook ondraaglijke honger hadden na het smakeloze reftervoedsel ’s middags op school. Dat dagelijkse fenomeen in combinatie met moeders die smeekten dat het wat rustiger werd, geen chocoladevlekken op kleding dan wel zetels wilden zien alsook geobsedeerd waren van het nog te maken huiswerk zorgden ervoor dat Kim’ en Shania risicoloos Emma thuis konden afzetten.

Kim’ bestudeerde de tafereeltjes achter de livingramen alsof ze naar een film zat te kijken, een slechte fantasiefilm die dreigde haar nieuwe werkelijkheid te worden.

Een verhuiswagen op zijn oprit, dat kon er vast nog wel bij, geen zwarte cash meer, geen echtgenote, geen kinderen, geen sportcabriolet en vermoedelijk over een uurtje ook geen meubels meer, scheiden doet lijden, dat blijkt inderdaad.
Het leek mee te vallen, ze was blijkbaar toch zo welopgevoed zich in hoofdzaak te beperken tot kaar badkamerkast met inhoud alsook haar kledij- en schoenenkast, wat lelijke sierkussens en dingen van aan de muur, gelukkig maar. Hij ontspande enigszins in zijn heerlijke ligzetel met wat muziek door zijn koptelefoon, hij sliep zelfs bijna als één van de verhuismannen hem stoorde.

‘Sorry man, op mijn lijstje staat dat ik deze zetel samen met die rode daar ook moet inladen’

Karel kreeg zo ongeveer een beroerte, zeker toen hij op datzelfde moment bemerkte dat één van die andere kerels zijn gloednieuwe televisietoestel aan het buitenslepen was.
De hoer!

Het was tijd, ze zou Charlotte van school afhalen, samen een pannenkoekje eten en haar dan bij Karel thuis laten, die avond had ze andere plannen, ze zou met haar beste vriendin de bloemetjes buiten zetten, ze was jong, vrij en rijk, het leven kon best mooi zijn, morgenavond dan inwijding van haar nieuwe stekje met Peter, Kaatje glom zelfvoldaan.

Een simpele afscheidszoen van op de achterbank, haar valiesje van haar favoriete figuurtje in de hand, zo stapte Emma welgezind uit, op weg naar huis. Het was aandoenlijk om zien, zo’n kleine meid met een veel te grote tas die resoluut richting haar oude leventje wandelde, de toekomst tegemoet, terug naar haar verleden, over enkele weken zou ze zich vast al bijna niets meer herinneren van haar feeën, maar goed ook.

Ze ging de tuin op en schrok een beetje van de grote vrachtwagen en de mannen op haar oprit, toch draaide ze zich nog eens naar de auto en zwaaide, een lieve, zelfs dankbare blik in de ogen, haar boeketje bloemen voor mama in de hand.

Kim’ en Shania keken elkaar in de betraande ogen, kinderlijke onschuld, het bestaat en het bleek aandoenlijk, ze troosten elkaar met een innige zoen.

‘De godverdomdse teef, het smerig wijf, ze weet hoeveel moeite ik heb moeten doen om aan die twee zetels te geraken, ze weet ook hoe graag ik er in lig te relaxen, ze heeft bovendien nog nooit haar gemanicuurde handjes vuil gemaakt aan die loodzware rotrobots die jullie daarnet uit mijn keuken hebben gesleurd, rotzakken, mestkevers, parasieten, evenmin heeft ze al één seconde haar kont in die ligzetels gelegd, de teef’, Karel raakte helemaal over zijn toeren, het kon hem niet schelen, ze zouden wat meemaken, bankroet of niet, over zijn lijk dat ze zijn televisie zouden meepakken, de dieven.

Schreeuwend stormde hij naar buiten, ‘aan al wie het wil horen beste buren, luister goed, ik ga het maar één keer brullen, Kaatje is een hoer, Kaatje is een hoer, Kaatje is een hoer, Kaa…’, terwijl Karel één van de vele schaamtevolle momenten uit zijn leven aan het beleven was keek hij recht in de mooiste ogen die hij kende, net voor hij flauwviel herkende hij zijn jongste dochter, zijn enige dochter, zijn Emma.


Frank, Guido, Mieke en Annick (‘Bien étonné de se trouver ensemble’, een vreemd gezelschap, dat was het minste wat de obers achteraf zouden onthouden, alsook de behoorlijke fooi)

Ze had een tegenbod gedaan van vijftig duizend, na enkele minuten onderhandelen waren ze akkoord dat ze zesendertig zou krijgen, ze had nooit zoveel geld gezien, dat zou haar gelukkig moeten maken, minstens gelukkiger.

Ook Loïc zou vast gelukkiger worden, hij had bovendien ook zijn vader nog.

Mieke was eerst verbaasd geweest over Guido’s voorstel maar als ze er even langer over nadacht was het perfect, een instant perfect gezinnetje voor amper vijftig duizend euro, zonder relationele verplichtingen, zonder seks, zonder zelfs het bed te moeten delen.
Bovendien zag Frank er best goed uit, had hij inderdaad een mooie job en toekomst, hij stonk bovendien niet noemenswaardig en zou financieel voor haar zorgen.
De kleine was daarenboven op een leeftijd dat de ergste kleuterstreken er uit waren en hij vatbaar was voor normale communicatie, ze was nooit zo bedreven geweest in dat kinderlijke broebeltaaltje, ze huiverde wanneer ze volwassen mensen over een woefwoef of kattepoes hoorde spreken, ook telkens te luid en op veel te hoge geagiteerde toon, zij hield van rust. .

Frank had hoogst verontwaardigd gereageerd, betalen voor een kind, samenwonen met een vrouw die hij niet kende, hij was gechoqueerd vertrokken, de rekening achterlatend voor Guido. Amper twee dagen later had hij hem teruggebeld, met hangende pootjes maar dat zag je gelukkig niet door een gsm, vijftig duizend euro voor een nieuw leven, het was inderdaad voor niets.

Zijn liefdesleven bestond tot dan tenslotte hoofdzakelijk uit marginale seks en verdoken affaires, zijn professionele leven was een soort georganiseerde doch noodzakelijke diefstal waarmee hij in zijn levensonderhoud voorzag, hij overdacht het berustend, ontdaan van alle illusies.

Nu werd hem een alibirelatie aangereikt, een zoon, een vrouw, een appartement, een gezinswagen gecombineerd met homobars, darkrooms, gelegitimeerde promiscuïteit en vooral, uitzicht op een benoeming tot de rechterlijke macht.

Hij had immers een tot op heden onberispelijke reputatie aan de balie, hij kreeg nog geen tuchtsancties, hij was niet te verstandig en evenmin te dom, kende geen echte vijanden en had de nodige politieke steun vanuit het kantoor waarvoor hij werkte. Het enige wat hem ontbrak was standvastigheid, hetgeen in rechterstermen een andere omschrijving was voor gehuwd zijn en kinderen hebben.

Sedert de rijzende jonge ster onder de rechters betrapt was met een maîtresse en een verborgen dubbelleven waarbij hij er in geslaagd was naast zijn eerste modelgezinnetje met twee jonge kindjes nog een tweede identiek gezinnetje te onderhouden was enige voorzichtigheid geboden, een oudere vrouw en een zesjarig kind zouden moeten volstaan om iedere argwaan in de kiem te smoren.

Moraliteit bleek andermaal een theoretisch concept, een luxe artikel, eens de nood het hoogst of het eigenbelang het vereiste werd ethiek vlot opzij geschoven, eigen vel eerst, altijd.

Ze begroeten elkaar wat onwennig, in geen enkel draaiboek stonden sociale regels beschreven over hoe een moeder zich moest gedragen tegenover twee wildvreemden die haar kind zouden kopen als dekmantel voor een relatie, evenmin was terug te vinden wat een gerespecteerd gynaecoloog te doen stond die als tussenpersoon optrad om tegen een fikse betaling onwettige praktijken te bevorderen alsook te verdoezelen.

Soit, na de gebruikelijke kletspraat werden de verhoudingen minder gespannen, uitstekend eten samen met enkele zwaardere wijnen maakte de tongen losser en duwden de twijfels over hun constructie naar het onbewuste.

‘Goed, concreet nu’, zoals steeds was het Guido die ter zake kwam. Het was zijn gekend kunstje om zich door het leven te spartelen, hij leek altijd sociaal en kordaat maar was dat in werkelijkheid helemaal niet, het was gewoon de manier die hij van jongs af aan voor zichzelf ontwikkeld had om met zijn medemens om te kunnen gaan en toch in controle te blijven. Als je het haantje de voorste speelt kun jij immers bepalen wat er zal gebeuren, hoe en met wie en kom je voor geen verrassingen te staan, you’re in charge, dus door ogenschijnlijk zeer sociaal te zijn had hij geleerd zijn asocialiteit te camoufleren en toch steeds het stuur in handen te houden. Zijn doel was zoveel als mogelijk onverwachte gebeurtenissen te vermijden door zelf de gebeurtenissen te coördineren en zo als het ware de regisseur te zijn van zijn eigen leven.

‘Ik zal er via het ziekenhuis relatief eenvoudig in slagen de geboorteakte van Loïc aan te passen, via de gekende vriendenwegen zal er eveneens een retroactieve wijziging mogelijk zijn op de gemeentelijke registers, met een beetje meeval en zonder een al te diepgaand onderzoek zal Loïc vanaf heden Mieke als officiële moeder hebben. Mieke, jij bezorgt mij de kasbon uit de erfenis van je ouders, van jou Frank wil ik harde cash, ik reken dan wel af met Annick, over geld zullen we het hier verder niet hebben, laat ons het zo aangenaam mogelijk houden.’

Hij vermoedde dat het wel eventjes zou duren voor één van hun drieën het met elkaar over het heikele financiële onderwerp zou hebben, vooraleer ze zouden ontdekken dat hij vierenzestigduizend euro in zijn zakken had weten laten verdwijnen zou hij zelf allang spoorloos van het toneel verdwenen zijn, vriendschap was net als andere zogenaamde grote gevoelens een illusie waaraan teveel belang werd gehecht.

‘Mieke, ik zal jou een lijstje bezorgen van zaken waar je met Loïc moet op letten, zo is hij allergisch voor sommige medicijnen en heeft hij schrik in het donker, al zal hij dat waarschijnlijk altijd ontkennen’, Annick bleek alweer praktischer dan ze zelf ooit voor mogelijk had gehouden, ‘evenals zijn medisch paspoort en enkele gegevens over zijn vader.’
Frank beleefde de conversaties enigszins met verstomming, ze waren hier in alle sereniteit en rationaliteit een kind aan het verhandelen, hij hoorde zichzelf tegen zijn toekomstige vrouw het volgende declameren, alsof hij naar een filmscène keek :

‘Laat ons het heel simpel houden, jij alleen zorgt voor de opvoeding van dat kind, ook voor alle praktische rompslomp, in ruil betaal ik alles, zowel voor jou als voor hem, uiteraard ook de huishuur en de autokosten. Jij bent ten alle tijden op eenvoudig verzoek paraat om op te treden als mijn wettige echtgenote, moeder van ons kind, in de kledij en de stemming die ik op dat ogenblik passend of noodzakelijk vind, wees gerust, dat zal niet al te vaak gebeuren. Ik bezorg je trouwens een draaiboek van mijn en ons leven dat je geacht wordt zo snel mogelijk uit het hoofd te leren, ik wil niet dat er stomme misverstanden een eigen leven gaan leiden over banale dingen als waar we elkaar leren kennen hebben en hoe lang we al samen zijn.
Thuis leiden we elk ons eigen leven, als ik wil dat je iets te eten maakt voor mij vraag ik je dat minstens vierentwintig uren vooraf, meestal zal dat niet het geval zijn, jouw slaapkamer moet er altijd uitzien alsof ik er ook slaap of geslapen heb, ik wil geen risico dat één of andere imbeciel ooit ‘onze’ slaapkamer binnensukkelt en merkt dat ik daar nog nooit één voet heb binnengezet, daarentegen, in mijn slaapkamer zet jij onder geen beding ooit één voet, die deur is altijd op slot en als iemand vraagt wat er daar is en waarom dat steeds afgesloten is blijkt het antwoord even eenvoudig als aanvaardbaar, dat is mijn kantoor en mijn dossiers zijn beschermd door de privacy van mijn cliënten. Nooit, luister goed, nooit wil ik vaststellen dat jij of Loïc of de poetsvrouw of gasten zijn binnengegaan in mijn kamer.’

Simpel niet? Oh ja, nog één ding, als je lichamelijke behoeften krijgt verwacht je uiteraard van mij niets, terecht.
Je moet mij enkel zien als je voorspel, gezinnetje spelen, een geordend leven, een kind, iemand om voor te zorgen, te wassen en te strijken, eten te maken, kortom alles hebben wat je begeert en wat je opwindt komt door mij, het afwerken, de penetratie als het ware, zul je elders moeten zoeken, en dat bedoel ik letterlijk, het ganse idee is dat een en ander met de nodige discretie verloopt, jij neukt rond, ik neuk rond, maar de rest van de wereld moet denken dat we enkel met elkaar neuken. Ik verwacht dus dat je je dierlijke lusten buitenshuis bevredigt, ik wil geen andere mannen of vrouwen in ons huis tegenkomen die ruiken naar wegsijpelende lichaamsvochten, zoals al gezegd zou dergelijk gedrag onze schijnrelatie kunnen bedreigen.’, één van zijn betere pleidooien, al zei hij het zelf, geen speld tussen te krijgen.

Toch wrong zijn geweten een weinig tegen maar hij miste zoals steeds in zijn leven de kracht en de moed om er effectief tegen in te gaan.
Het mankeerde hem naar gewoonte aan de noodzakelijke drive, het criterium van onderscheid tussen geslaagd en middelmaat. Zou het dan toch zijn zoals men hem altijd heeft verweten, dat hij teveel verwend is geweest in zijn opvoeding, dat alles altijd voor hem werd gedaan en hij nooit heeft moeten vechten voor iets waardoor hem nu het lef ontbrak om echt voor iets te gaan, zich ten volle te durven geven.

Wat was er trouwens zo erg aan gemakkelijk, ben je gelukkiger als je leven moeilijk verloopt maar jijzelf verantwoordelijk bent voor al die miserie dan wanneer alles van een leien dakje verloopt, ook al is dat grotendeels het gevolg van toeval of geboortegeluk?
Niettemin zorgde die constante confrontatie met zijn eigen middelmatigheid voor zijn altijd aanwezige –maar maatschappelijke aanvaard gecamoufleerde- frustratie, dat en het besef van de onomkeerbaarheid daarvan, het gebrek aan moed en kunde om het af te wenden, maar goed, hij kocht hier nu toch maar mooi een vrouw én kind, hij betaalde voor rust, een gebeitelde toekomst, zekerheid, wie zou dat niet begrijpen of hem kunnen verwijten?




Drie maanden later, geluk


Guido (‘Stilte voor de storm’, zoals steeds blijken clichés ook daadwerkelijk te kloppen)

Het was lang geleden dat hij zich gedurende zo lang zo rustig had gevoeld.
Zijn financiële plaatje klopte eindelijk, ook de statistieken waren gehaald, hij kon vrede hebben met het door hem bereikte evenwicht tussen leven en dood, tussen inkomsten en diefstal, tussen schuldgevoel en gemoedsrust.
Zijn regie was perfect geweest, net als zijn timing en zijn casting, hij had zich altijd omringd met de juiste mensen, was het nu voor geld, voor sex of voor macht, binnen zijn kringetje vond hij de gepaste acteur. Het was zoals hij altijd had geweten, ‘God zijn doet geen zeer’.

Het was nu nog enkel wachten op het juiste moment, zeer binnenkort, om zijn plan te voltooien en geruisloos te verdwijnen, niemand zou hem vermoedelijk missen, de maatschappij allerminst.

Deze periode deed hem terugdenken aan de tijd dat zijn stiefvader op sterven lag, een boom van een vent voor wie elk doktersbezoek tijdsverlies was. Zijn moeder daarentegen was een hypochonder eerste klas dus nadat de arme man al enkele weken voor zijn zeventigste verjaardag ietwat moe liep en een vervelende door liters siroop niet klein te krijgen hoest vertoonde plooide hij zich naar het geklaag van zijn echtgenote en trok met tegenzin per fiets richting huisarts.

Amper vier werkdagen later bleek de man in het bezit van een flinke slokdarmkanker, gepaard gaande met uitzaaiingen naar de longen, niet meer behandelbaar, de prognose was maximaal zes maanden palliatieve behandeling. Het theatrale drama van zijn moeder bereikte onvermoede hoogtepunten, zijn stiefvader zweefde tussen berusting en verdriet, gelardeerd met woede uitbarstingen, hij was nog niet voorbereid op een afscheid, nochtans een essentie in het leven, een dagelijkse meditatie over de eigen dood, maar goed…

Ondanks alle goede voornemens in tijden van blakende gezondheid maakten ze van zijn laatste rechte lijn geen lang uitgerokken feest, een soort bacchanaal en vreetpartij, uitgaan met een boem dus maar werd het gewoon een wegkwijnen in een ziekenhuisbed, machteloos wachtend op een mirakel.
De man liet zich tegen beter weten in door allerlei buisjes verbinden met de illusie van het eeuwige leven, baxters en morfine dienden zich aan als vermommingen van de hoop, mensen hebben een zekere onechtheid nodig om het dagdagelijkse aan te kunnen, het leven als schouwtoneel. Het merendeel ben je toeschouwer, eens je als acteur wordt opgeroepen is het meestal slechts om het slotakkoord te spelen.

Hoop, de nieuwe afgod in het tranendal, ondanks alle mogelijke tegenspoed houden mensen zich steeds vast aan dat sprankeltje hoop, het vermoeden van een licht aan het einde van de tunnel, alle duisterheid moet verdrongen kunnen worden, aldus de basis van het leven ontkennend.
Mensen zijn constant wanhopig maar schijnbaar nooit hopeloos, het is pure verdringing bij het terende besef dat die korte tijd op deze aardkloot inderdaad dat maar is, niet meer dan een levenlang trachten om te gaan met de teleurstellingen die men voor jou in petto heeft.

Hij was erbij geweest aan zijn sterfbed, hij had de kerel nooit kunnen luchten, reeds van in zijn puberjaren had hij een ware afkeer voor die vent, maar hij fakete al veertig jaar iets van genegenheid voor zijn moeder, die laatste opoffering kon er ook nog wel bij.

Als ze eindelijk alleen in de kamer overbleven nam hij op zijn eigen manier ook afscheid. Het was overduidelijk dat werkelijk de laatste uren in aantocht waren, bleek het zo te zijn dat hij nog wel zou begrijpen wat je tegen hem zei maar hij kon niet meer antwoorden, het was al twee weken sedert hij moeizaam zijn laatste woord door zijn keelgat had geperst gekregen, het woord ‘pijn’, nietszeggend maar oh zo veelbetekenend, de morfine werd onmiddellijk opgedreven, hoop dreef plots ietwat verderaf.

‘Ik heb je altijd al een klootzak gevonden en wees gerust, je zal door niemand gemist worden, hopelijk –hij genoot als hij net dat specifieke woord uitsprak- deed je doodstrijd voldoende pijn, go to hell fucker’, zelfvoldaan grijnsde hij, hij meende zelfs een zekere weerzin te herkennen in de laatste blik van zijn stiefvader of minstens wou hij zich dat voorstellen.
’En oh ja, mijn braaf moederke heeft indertijd een twee jaar durende sexaffaire gehad met mijn maat Eric, remember, de dertig jaar jongere goudsmid waarbij la mama plots zoveel juwelen moest laten herstellen en opblinken, geloof mij loser, het was haar lichaam en geest die werden opgeblonken.’ Het was een keuze geweest, speelt je geweten op omdat je iemand zo de dood hebt laten ingaan, zal er wroeging zijn omdat je zout in open wonden hebt gestrooid of primeert de zelfingenomenheid dat je dan toch nog je wraak hebt gekregen en genomen, de tijd zou het uitwijzen.

Zou het anders gelopen zijn mocht er nog een repliek mogelijk zijn geweest, had hij het dan ook zo cru gedurfd of zou hij nog laffer zijn geweest, nu al was het een triomf van de lafheid geweest, maar toch, een overwinning, dat dan weer wel.

Vandaag wist hij dat het hem destijds een ongekende rust had bezorgd, een soort van sereniteit, berusting zelfs met het leven, kort maar toch, veel dichter bij gelukzaligheid was hij tijdens de rest van zijn verdere leven niet geraakt, tot nu.

Hij was kalm en alert, ying en yang, water en vuur en stond te popelen als een jong veulen om de wereld in te kunnen trekken, zijn laatste reis, hij zou er wél een braspartij van maken, dat beloofde hij zichzelf alvast en hij was altijd een man van zijn woord gebleken, de vooruitzichten waren aantrekkelijk. Hij hoopte dat hij niet achterom zou kijken, het internet niet zou raadplegen om de nieuwsberichten en roddels omtrent zijn verdwijning op te volgen, niet te weten zou willen komen of men zijn heimelijke activiteiten al zou ontdekt hebben, niet te checken wie hem miste…Voor één keer mocht zijn ego roemloos ten onder gaan, in zijn nieuwe bestaan was persoonlijkheid trouwens ongewenst, hij wou zo anoniem mogelijk in de massa verdwijnen, men moest hem al vergeten zijn terwijl hij nog voor ze stond.

Zijn ganse leven was een gevecht geweest met evenwicht, nu scheen hij zich voor het eerst in balans te voelen, het mocht misschien wel beter zijn snel op te branden dan langzaam uit te doven, hij had altijd gezocht naar een weg om langzaam te blijven branden. En ondanks het feit dat zijn vuur zeer regelmatig met uitdoven werd bedreigd door de verzuurde regen van zijn omgeving vond hij telkens tijdig de nodige aanmaakblokjes onder de vorm van Mieke, geld, gedwongen sterilisaties, manipulatie, adopties, etc. om de vlammen terug aan te wakkeren.
Nu geloofde hij dat hij de manier had gevonden om zijn vuurtje brandend te houden zonder dat er nog verdere inspanningen nodig waren, na het laatste avontuur op zijn lijstje mocht het dan rustig uitdoven. Hij vertrouwde erop dat hij dan wel de wijsheid zou verzameld hebben om zich tegen zichzelf te beschermen en te vermijden dat hij alsnog zou willen gaan voor een ultiem ritje hel met een explosieve knal, maar dat waren zorgen voor later.

Dat later zou trouwens weldra beginnen, ook met een bang.

Frank (‘Dromen zijn bedrog’, of zijn minstens het resultaat van bedrog)

Hoe hij in deze behoorlijk bizarre toestand verzeild was geraakt trachtte hij te verdringen, het feit was dat hij zich zelden zo lang zo gelukkig had gevoeld.

Hij sliep nu het merendeel van de week bij Ronny, ontdekte dat ook tussen homo’s dagdagelijkse sleur een relatiedooddoener bleek en was dan maar wat blij dat hij terug naar huis kon, een typische gezinswoning in een betere buitenwijk van de grootstad. Loïc had er alle ruimte om buiten te spelen –ook een volledige speelstad in de tuin trouwens, compensatie van de schuldgevoelens, Frank besefte dat zelf heus ook wel-, de buren waren vriendelijk en de ganse buurt had ogenschijnlijk niet te kampen met welk onveiligheidsgevoel ook, desalniettemin waren er burgerwachten ingericht om de nuttelozen een gevoel van macht en belang te schenken.

Ze hadden een instuif gegeven voor de dichtste buurtbewoners, hadden al één keer deelgenomen aan een barbecue bij de buren en beperkten zich voor de rest tot een zo joviaal mogelijk goedemorgen en goedenavond. Ze waren van die typische bewoners waarover later in het nieuws door de aangeslagen wijkgenoten na het ontdekte familiedrama zou verklaard worden, ‘je kon daar niets aan zien, absoluut normale, gewone mensen, zoals wij allemaal hier in deze rustige omgeving, we hadden zoiets nooit zien aankomen, wie had dat nu gedacht, ongelooflijk…’
Zijn ouders waren tot zijn verbazing eerder verheugd dan ontgoocheld als hij aankondigde dat hij ging samenwonen met zijn nieuwste vlam Mieke en haar zoontje Loïc, zijn vader was opgelucht dat zijn diepste twijfel over zijn zoons geaardheid onterecht bleek, een vrouw en kind, perfect gewoon. Ook de rest van de familie was aangenaam verrast, op het jaarlijkse tuinfeest waren ze gewikt en gewogen en uiteindelijk vrij eenvoudig goedgekeurd, de kleine had zich voorbeeldig gedragen, Mieke had normaal gedaan, kortom het voorbeeldige gezinnetje, Frank was ergens wel fier dat hij dit alsnog voor elkaar had gekregen.

Hij had het nu allemaal en wat meer was, hij had zich ondertussen na goedkeuring van de raad van de orde ingeschreven voor het nakende magistratenexamen, een moraliteitsonderzoek was al opgestart, hij hoopte dat ze niet al te diep zouden graven of geen oude allang weggemoffelde koeien zouden opdiepen of niet meer verwachte figuren uit zijn duistere verleden zouden tevoorschijn toveren.
Hij wist beter dan wie ook dat het vrij eenvoudig zou zijn om het ballonnetje gevuld met schone schijn te doorprikken. Toch scheen het er tot dusver goed uit te zien, de raad van nog net levende fossielen had zijn kandidaatstelling aanvaard, de voorzitter van de rechtbank eveneens, nu moest hij natuurlijk nog in de tests slagen en dan de confrontatie met het verslag over zijn eigen privéleven doorstaan en hij zat gebeiteld voor de rest van zijn dagen.
Onafhankelijk ambtenaar voor het leven, een pensioen om van te dromen, vrijheid zonder stress, macht, wraak op sommige confraters, gerechtigheid zoveel als mogelijk doen geschieden, soms ten eigen voordele een oogje dichtknijpen, hij was klaar voor een carrière langs de andere kant van de balie.

Ook thuis ging uiteindelijk alles tot zijn eigen verbazing verwonderlijk goed, die kleine had zich vlot aangepast, het leek een niet al te verstandig, ietwat autistisch jongetje, maar hij was uitstekend opgevoed en dat hij niet zo spraakzaam was had uiteraard vele voordelen, de kans dat hij zijn mond voorbij sprak of iets verkeerd zei was zo minder groot. Mieke leek inderdaad geboren om kinderen op te voeden, er bleek een grote tederheid uit de manier waarop ze met Loïc omging, bovendien had ze een engelengeduld en bleek ze nog in staat om hem op tijd in en uit bed te krijgen, idem dito voor het bad, huiswerk op te vragen en te maken, bedverhaaltjes voor te lezen en voor boterkoeken en chocolademelk te zorgen tegen de tijd dat hij van school kwam.

Het leek soms iets idyllisch uit lang vervlogen tijden, een soort van melancholische schoonheid, het ouderschap zoals het ooit verondersteld werd te zijn.

Zelf had hij ook weinig te klagen over het eten, ’s ochtends ontbeet hij zoals steeds in zijn wagen, flesje jus en twee croissants, de middag bleef voorbehouden voor een lunch met telkens een andere tafelgenoot en ’s avonds was meestal met Ronny.
Soms at hij thuis –hij vond het een weinig toepasselijk woord om zijn samenwonen onder één dak met een vreemde vrouw en een nog vreemder kind te omschrijven- en dan bleek het behoorlijk eetbaar, nogal klassiek maar in zijn leven mocht er wel eens iets eerder traditioneel zijn. Ook tussen hen was de relatie curieus, ze bekeken elkaar geregeld in verwarring doch evenzeer waren er momenten dat ze wel broer en zus leken, een soort van samenhokkende studenten, soms praten ze zelfs met elkaar, ook over de kleine, net zoals een echt koppel zou doen stelde hij zich voor. Toch waren deze uitwisseling van gegevens ook nuttig zodat hijzelf enigszins op de hoogte bleef van de evolutie van zijn huisgenoten en aldus misverstanden naar de buitenwereld toe zoveel als mogelijk konden vermeden worden.

Binnenkort verwachtte hij immers een bijzonder belangrijke acte de présence van zijn madam, eens hij in zijn examen zou geslaagd zijn volgde een etentje in het bijzijn van de gestelde lichamen waarop er op informele wijze geoordeeld zou worden of hij in het plaatje paste. Hij wist maar al te goed dat dit absoluut niet zo was maar zijn acteerprestaties begonnen zich aardig in de richting van talent te ontwikkelen, nog één avondje extra en zijn bedje zou gespreid zijn.

Later zou hij zich misschien bij een toneelvereniging aansluiten, dat leek hem een gepast tijdverdrijf voor een rechter, hij voelde een licht narcistische erectie opsteken wanneer hij zichzelf voorstelde als mijnheer de rechter.

Ook voor hem kwam later sneller en verrassender dan verwacht.


Annick (‘Just do it’, een holle reclameslogan maar toch oh zo waar)

Zou ze zich ooit al zo gelukkig gevoeld hebben? En zo lang?

Amper twee dagen nadat Loïc vertrokken was hield ze een weedparty, zogenaamd met nog een ander koppel dat even zogenaamd op het allerlaatste moment had afgebeld zodat ze wel verplicht waren geweest samen de avond door te brengen.
Na enkele pretsigaretten vond ze het welletjes geweest, het was na al die jaren nu echt tijd om na te gaan of de recente training met de fils-à-papa iets had opgebracht, ze was net voldoende verdoofd om haar stoute schoenen te durven aantrekken, net onvoldoende om de stress niet alsnog door haar keel te voelen jagen.

Ze kwam terug van de keuken, zette zich schrijlings op hem, deed haar beide handen rond zijn hals, boog licht voorover en zoende hem, bijna onmiddellijk drong zijn tong binnen, haar hart sloeg over, haar liefde werd beantwoord, eindelijk.

Het doen bleek dan toch iets op te leveren, ze had het nooit willen geloven en dacht dat echte liefde hoe dan ook zou overwinnen, zelfs als je niets deed maar na twee jaar vruchteloos wachten en smachten was ze dolblij dat ze het had aangedurfd, ze waren een koppel, zij en haar droomprins, zij en Michael.

’s Ochtends werden ze naast elkaar wakker, onwennig was het overheersende gevoel, opgewonden het onderliggende, de poezen keken hen verstoord aan, er was nog nooit iemand bij het vrouwtje in bed wakker geworden, dat was in principe de aan hen voorbehouden plaats. Ze hadden het onvermijdelijke nog trachten om te keren door midden in de nacht op het blote en fel op en neer bewegende achterwerk van die indringer te springen maar hij leek wel verdoofd, de pompende bewegingen hadden er in ieder geval niet door opgehouden.

Ze gingen samen ontbijten op het stadsplein, samen douchen kon niet gezien de te beperkte hoeveelheid warm water, gebruik van zeep had nochtans een indruk van marginaliteit kunnen wegspoelen, ze zagen er niet uit, maar wel gelukkig, dat dan weer wel.
De zoen had schijnbaar een magisch effect gehad, behoorlijk spontaan was er meer en meer gevolgd, waren ze samen in bed beland, was hij niet in het holst van de nacht weggevlucht en zaten ze nu samen aan tafel. Ze keken elkaar in de ogen terwijl ze honderduit praatten, het was alsof de verloren tijd van stilte dubbel en dik moest goedgemaakt worden.
Ze moesten lachen om hun eigen langdurige besluitloosheid en onbeholpenheid, hun verlegenheid, hun onzekerheid, hun angsten, het was allemaal niet nodig geweest, ze hadden jaren verloren maar die gingen ze nu inhalen. Het voelde perfect aan, ze had het altijd juist aangevoeld, hij was haar droomprins, haar grote liefde.

Hoe het later verder moest zagen ze later wel, nu zouden ze genieten, onvoorwaardelijk, ze had centen, ze waren jong, ze waren vrij, het echte leven kondigde zich eindelijk aan.


Mieke (‘Het doel heiligt de middelen’, Machiavelli zou trots op haar kunnen zijn, haar enige belang was moeder te worden en dat is ze nu ook)

Nog nooit eerder in haar leven had ze zich zo lang zo actief en nuttig gevoeld, zij alleen zorgde ervoor dat er iemand anders gelukkig kon worden, dat een ander wezen zou uitgroeien tot een volwassen en hopelijk aangenaam mens, ze vond dat best bijzonder.

Zelfs het zorgen voor een man lag haar wel, ook al was het dan vooral praktisch met de was en de plas, uitzonderlijk met eten, nog uitzonderlijk met haar aanwezigheid op bijeenkomsten met allerlei vreemde personages, gelukkig was ze dankzij de praatgroepen goed getraind om ongemerkt in bizarre gezelschappen te overleven. Frank was dan ook bijzonder opgetogen over haar sociale vaardigheden, ze slaagde er wonderwel in om met advocaten en rechters om te gaan alsof het haar natuurlijke habitat was, één van de voordelen van je nergens en bij niemand thuis te voelen is dat je je des te makkelijk overal thuis kan voordoen.

Ze had dus eindelijk waar ze al die tijd heimelijk naar verlangd had, rust en regelmaat, een gezin, een reden om op te staan en te leven, een doel, genaamd Loïc. Tot haar verstomming had de kleine, haar zoon feitelijk, zo goed als nooit naar zijn moeder gevraagd, hij had ze de voorbije tijd twee keer gezien, één keer waren ze samen naar de bioscoop en fastfood geweest, één keer naar de kermis, beide uitstappen had hij leuk gevonden maar net zo blij was hij terug te kunnen gaan naar haar, zijn nieuwe mama.

Ook hun verhaaltje had hij schijnbaar moeiteloos geslikt, Mieke was zijn echte moeder, Annick slechts een tante, voor hem was dat goed, het leek hem niet echt te kunnen deren, emotionele binding was duidelijk niet echt zijn ding. Hij leek eerder een beetje op de katten die hij in zijn beide huizen had gehad, ook zij waren meer gebonden aan het huis dan wel de praktische voordelen dan aan de personen, voor hem was het feit een bad, bed en gevulde koelkast te hebben het belangrijkste.
Ook de luxe van onbeperkt warm water, eten op vaste uren, op tijd naar school, een werkend televisietoestel, een computer met spelletjes en doodeenvoudig verwarming hadden een grote invloed op zijn welbehagen, moederliefde was dan wel mooi in de literatuur, in het echte leven primeert levenskwaliteit.
Die kwaliteit proberen vasthouden, zolang mogelijk, dat moest de bedoeling zijn, je weet nooit wat later zal brengen en wanneer.


Kaat (‘Carpe diem’, ze had altijd een hekel gehad aan pseudo intellectueel snobisme, maar dit citaatje lag haar wel)

Nooit had ze zolang enkel en alleen gedaan waar ze zin in had, zalig gewoon. Ze was zo impulsief geweest haar werk op te zeggen en kon haar dagen invullen zoals ze zelf wou. Haar agenda werd momenteel volledig in beslag genomen tussen kapper, manicure, sportclub, shoppen, etentjes met vriendinnen, sauna…, het leek soms te mooi om waar te zijn.

Ook en vooral natuurlijk omdat haar jongste dochtertje veilig en wel was teruggekeerd, onverhoopt voor iedereen, ze hadden er de wereldpers mee gehaald en zo ook terug hoop gegeven aan alle ouders van vermiste kinderen over gans de wereld. Ze had interviews gegeven aan alle nieuwszenders, van lokaal over nationaal tot internationaal, ze voelde zich bijna een wereldster en genoot ten volle van de aandacht, ze vond trouwens van zichzelf dat ze best gezien mocht worden op het kleine scherm, scherp madammeke, al zegde ze het zelf. Nu stond er een lange reportage in het vooruitzicht van de commerciële zender, een volledige reconstructie van het gebeurde, het zou meer als anderhalf uur duren, ze zou achteraf vermoedelijk nog meer herkend worden op straat, misschien zou ze wel achtervolgd worden door paparazzi ’s, haar natte droom, al zou ze dat natuurlijk nooit openlijk toegeven.
Zij was dus voor altijd die moeder van dat schattige engelendochtertje dat gedurende zes maanden van de aardbodem verdwenen leek en door de ganse wereld was opgegeven als hoogstwaarschijnlijk verkracht en vermoord, ze kon zich perfect vinden in die rol, het slachtoffer en daarna de heldin, ze genoot. Tevens had ze een maatschappelijk perfect aanvaardbare reden om uit de echt te scheiden, welk koppel zou dergelijke onverdraaglijke en stresserende periode kunnen overleven, hoeveel liefde was er nodig om weerstand te bieden aan zoveel drama, hun medeburger kon er begrip voor opbrengen dat hun relatie daar niet tegen bestand bleek.

En begrip, daar had ze wel behoefte aan, dat voelde ze, enige hunkering naar erkenning was haar niet vreemd, ze wou graag gezien worden, en dan niet enkel in de seksuele zin zoals haar nieuwe vriend haar duidelijk graag zag. Verrassingen, geschenkjes, verborgen notaatjes met romantische boodschappen, lieve sms’sen, liefdesberichtjes op haar voicemail, ze besefte maar al te goed dat dit tijdelijk was maar desalniettemin wentelde ze zich als een verliefde puber in die sprookjesachtige schijnwereld, zolang het duurde kon je er net zo goed van genieten, een beetje fake misschien, maar wat is tenslotte echt in de wereld, in haar wereld?

Ze leefde voor het eerst echt vrij, financiële zorgen kende ze niet, de kinderen zaten op school of op de opvang, haar ouders sprongen in op praktisch gebied, voor haar bleven enkel de leuke momenten over, meestal aten ze met z’n allen bij de grootouders, stak ze eens thuis de beide zusjes in bad en dan in bed en ging zij chatten of telefoneren, zelden liet ze hem bij haar thuis slapen, meestal hadden ze ergens overdag op een onverwacht moment en een onverwachte plek seks, thuis bleef toch een beetje te privé, daar was ze nog onvoldoende klaar voor.
Bovendien zou de goegemeente zo kort na haar scheiding en zo dicht bij die vreselijke feiten nog geen nieuwe man in haar leven aanvaarden, timing was en bleef belangrijk, je mocht nooit te vroeg in je kaarten laten kijken en de mens nodeloos tegen de borst stoten. Het was beter ogenschijnlijk onschuldig en ongevaarlijk te zijn tot het ogenblik des onderscheid en er beslissingen genomen moesten worden die een al te grote invloed op je eigen leven en welzijn konden hebben, dan en pas dan mocht je even alle maskers afgooien en moest je ondanks alles zorgen dat je te pakken kreeg waar je meende recht op te hebben, ondanks je lieflijke imago.

Eens de buit binnen kon je dan weer lief zijn.

Nu vond ze zichzelf lief. Of ze dat later ook nog zou zijn, tja…


Karel (‘Je bereikt helemaal niets met vergelding’, toch kon enkel het vooruitzicht voorlopig zijn dag al helemaal maken)

Nog nooit in zijn leven had hij zijn eigen zin gedaan, nu alle schijn was weggevallen voelde hij zich bevrijd en deed wat hij verlangde. Hij was los van familie, gezin en uiterlijk vertoon, hij was in zijn blootje gezet door een stom wijf zonder diploma en had besloten dat hij niet dieper meer kon zinken, hij was voor het eerst sinds zijn geboorte de schaamte voorbij en dat deed hem uiteindelijk deugd.

De overname van de grootste concurrent –een commerciële zet waar zijn vader zich altijd fel had tegen verzet, hij had tegenspelers nodig gehad om tegen te vechten en zich van te onderscheiden- had hij er plots en kordaat door gekregen. Hij was zonder raadsman naar de zaakvoerder gestapt, nog één keer zijn laatste prijs uitgesproken en hem duidelijk gemaakt dat het nu of nooit was, koel, beredeneerd en blijkbaar overtuigend genoeg.
De ochtend nadien vond hij immers een bericht in zijn mailbox met als titel ‘deal is rond’, amper achtenveertig uur later zaten ze bij de notaris en was de enige rivaal opgeslorpt in zijn vennootschap, van twee uitbatingzetels sprongen ze in één klap naar vijf, hij mocht mensen ontslaan en anderen verblijden met de boodschap dat ze mochten blijven, mits de nodige inspanningen -lees inleveringen- uiteraard, God spelen lag hem beter dan verwacht.

Hij voelde zich eensklaps een echte zakenman en kreeg de ijzige kalmte over zich heen die nodig was om belangrijke beslissingen te nemen en verkocht te krijgen, zowel naar zijn vader, zijn personeel als de banken toe, iedereen was onder de indruk, iedereen accepteerde zijn woorden. Hij was ook op de regionale televisie geweest en ook daar had hij zich meer dan naar behoren uit de slag getrokken, vreemd, de ene dag Kaat op televisie, de andere dag hij, beroemdheden voor één dag, één hit wonderen, maar toch, hun wederopstanding was quasi miraculeus.

Het was natuurlijk allemaal enkel mogelijk geweest door de wonderlijke verschijning van Emma, haar verrijzenis als het ware, de belichaming van al zijn gebeden en wensen, zijn Emma was terug en in één beweging had hij beslist vanaf die dag ook terug te zijn, ook al veronderstelde dergelijke redenering dat hij er ooit geweest moest zijn en had hij dat gevoel onmiskenbaar niet, vanaf die dag stond hij er en zou de wereld rekening moeten houden met hem, willen of niet.
Zakelijk liep alles dan ook op wieltjes, ze waren de grootste nu, financieel bleek hij meer aan te kunnen dan verwacht, de alimentatie was eventjes pijnlijk geweest maar zijn boekhouder had snel een nieuw evenwicht gevonden zodat ook die trein weer vertrokken was. Relationeel was het hem duidelijk dat hij niet gemaakt was om alleen door het leven te gaan maar hij gunde zichzelf de tijd om de liefde te herontdekken, hij moest eerst de walging kwijt die aan zijn lijf plakte omwille van zijn gedrag met de studentinnetjes alsook moest hij zich over de vernedering kunnen zetten dat zijn echtgenote elke week heftig van bil ging terwijl hij enkel als hij braaf was op zondagochtend een beschaafd en kindvriendelijk geluidloos ritje mocht maken.

Tot die tijd ging hij op donderdagavond bij de hoeren, gewone klassieke seks, geen bijzondere wensen, geen geweld, geen passie, hij vond zich gewoon te oud om enkel te masturberen en te jong om niet meer te penetreren, bij hen vond hij echt lichamelijk contact zonder bijwerkingen, een louter zakelijke transactie, daar was hij ondertussen toch goed in geworden.

Later zou hij zich dan ontfermen over Kaat, hij had gezworen zich te wreken, hij wou zijn zuurverdiende centen terug en hij zou haar kleineren, net zoals zij met hem had gedaan.

In afwachting ging hij braaf zijn oogappels ophalen bij zijn ex-schoonouders, het was zijn weekend.


Shania & Kimberley (‘Sea, sex & sun’, geluk kon soms belachelijk eenvoudig zijn)
Ze waren nog nooit zo lang samen op vakantie geweest, ze vonden beide dat ze dat wel verdiend hadden, tenslotte was de voorbije periode stresserend genoeg geweest.

Niet enkel hadden ze een bijzonder belangrijke en ingrijpende beslissing genomen, een Indisch meisje zou zich binnenkort hun dochter mogen noemen, tevens hadden ze ondertussen ook andermans kind ontvoerd en terug veilig en wel thuis afgezet.

Men zou voor minder naar een reisje verlangen.

Drie weken op enkele Griekse eilanden, uiteraard ook Lesbos, zo fanatiek waren ze nog wel. Het was alsof ze hun tweede jeugd beleefden, al is dat misschien een verkeerde uitdrukking voor twee meisjes die de kaap van de dertig nog moesten passeren, toch voelden ze zich regelmatig ouder. Ze hadden soms last van een zekere zwaarmoedigheid die ze niet bij hun leeftijd vonden passen, vermoedelijk de onbewuste druk van de verantwoordelijkheid van het nakende ouderschap.

In ieder geval, onder de Mediterrane zon hadden ze geen last gehad van welke zwaarte dan ook, tenzij een dreigend licht overgewicht misschien van de massa’s olijfolie, schapenkaas en plaatselijke anijsdrank waarin ze zich zonder uitzondering elke avond lieten onderdompelen, zalig. Tijdens de dag lagen ze op het strand, lazen eindelijk rustig een goed boek, zwommen en stoeiden in het water, maakten rondritjes op de gehuurde vespa, hadden op de meest onverwachte momenten en plaatsen seks, deden een middagdutje onder de lentezon, maakten korte wandelingetjes, kortom, ze genoten van elkaar en van de omgeving.

Het was de hoogste tijd dat ze weer eens de volle aandacht voor elkaar hadden en zich niet moesten bezighouden met de dagdagelijkse rompslomp van het leven, thuis begon graag zien een inspanning te worden, hier ging alles terug spontaan. Ze beseften alle twee dat het weliswaar een afsluiten van hun jeugd was, een keerpunt naar een nieuw leven maar hadden stilzwijgend besloten daar nu niet over te praten, ze wilden enkel plezier en lichtheid en vonden dat ook.

Het was uitermate verheugend vast te stellen dat de liefde tussen hen nog zo eenvoudig opgewakkerd kon worden tot een behoorlijk hitsig vuurtje, soms nam het leven je zo in beslag dat je de echt belangrijke dingen uit het oog zou verliezen, voor Shania bleef dat hoe dan ook haar grote liefde, haar Kim’. Het zou allemaal geen zin hebben zonder haar, tegen wie moest ze dan vertellen wat ze gezien had, wat ze gedacht had, wat ze gelezen of gehoord had, het delen maakte alles dubbel zo leuk, dat was haar definitie van liefde, tweezaamheid.

Ze hoopte dat hun kleine meisje dat gevoel nog zou versterken, ze zouden dan niet enkel herinneringen en toekomstdromen delen maar ook nog een mensje, elk voor precies de helft moeder, het zou de samenhorigheid vermoedelijk enkel doen toenemen.

Kimberley was soms een beetje weemoedig tijdens hun vakantie, ze voelde af en toe iets te bewust aan dat ze een periode in hun leven aan het afsluiten waren, een onbezonnenheid die nooit meer zou terugkomen, na hun avontuur met de kleine Emma konden ze immers niet meer terug, gezinsuitbreiding was nu onvermijdelijk geworden. Gelukkig maar, en toch, in zwakke momenten had ze zo haar twijfels, daar waar ze vroeger altijd zelfzeker was geweest en overtuigd van haar keuzes, het voelde vreemd aan, zo kende ze zichzelf niet.
Het was vermoedelijk de terugslag na enkele hectische maanden, soms was het met Emma zo vreedzaam geweest dat ze vergaten dat ze dreigden in de gevangenis te vliegen wanneer iemand hun vreemde plannetje zou ontdekt hebben, de daarmee samengaande stress had zijn energie gekost, zoveel was duidelijk. Zou er trouwens een gelijkaardige legende zijn in de vrouwengevangenissen als het vallende stuk zeep in de mannendouches?

Ze zag Shania nog altijd even graag, dat was het belangrijkste, de seks tussen hen bleef lekker, wat zou zo’n kleine daar kunnen aan veranderen?

Bovendien waren dat zorgen voor later, nu nog een ouzo onder de parasol en straks lijf tegen lijf, problemen dienden opgelost te worden als ze zich effectief aandienden, teveel mensen eindigen ongelukkig door zich bezig te houden met alles wat potentieel zou kunnen misgaan waardoor ze vergeten wat er goed gaat, ook deze valkuil zouden ze samen trachten te ontlopen.


Loïc (‘De liefde van de man gaat door de maag’, zou hij ook al een echte man zijn?)

Hij had nog nooit zolang het gevoel gehad een echte moeder te hebben, iemand die er altijd is voor jou, ongeacht.

Mieke maakte hem ’s ochtends zachtjes wakker, met een ochtendzoen, ondertussen zijn naam fluisterend en hem rustig aansporend op te staan. Dat lag hem meer dan door een half krijsend wijf uit zijn bed gesleurd te worden omdat ze weer maar eens te laat waren voor school.

Daarna kreeg hij ontbijt, ze maakte hem boterhammen met choco of speculaas, uitzonderlijk met jam of chocoladekorrels, hij kreeg warme melk, soms koos hij voor koffie, lekker volwassen doen. Als hij iets bij wilde hoefde hij het maar te vragen en ze liep er om, als hij wat prutste met het brood sneed ze er de korstjes af, het lieve mens. Ondertussen werd hij gerust gelaten en kon hij rustig een stripverhaal doornemen aan tafel, de dag begon altijd goed.
Ook dat was anders en beter dan vroeger, achteraan op de fiets trachtte hij zichzelf recht te houden terwijl Annick tussen tramsporen en geparkeerde auto’s de verloren tijd probeerde in te halen, ondertussen vechtend met een snoepreep, hopende dat hij niet weer met een gezicht vol chocolade door de schoolgangen zou rennen.

’s Middags kwam ze hem aan de schoolpoort halen, het kleffe refter eten mocht hij laten voor wat het was, de vernedering van boterhammen te moeten eten in de kantine bleef hem gelukkig ook gespaard, niet enkel was dat voor de mislukkelingen, tevens had hij één keer op twee geen lunchpakket meegekregen, gelukkig kregen de anderen altijd teveel mee van thuis of gaven ze hem de dingen die ze zelf echt niet lustten, zo leerde hij paté en kruidenkaas eten, bah.
Nu at hij verse soep, meestal met balletjes en geroosterd brood met américain préparé, zijn lievelingskost. Zoveel hij wou en zij smeerde zijn toast, hij las verder stripverhalen.

Na school stond ze er terug, hij hoefde zich nooit zorgen te maken of ze hem niet zou vergeten zijn of veel te laat zou komen aanhollen, vanuit de klas kon hij altijd zien dat ze er als eerste moeder stond, ongeduldig starend naar de poort of hij er al aankwam. Het was een vreemde ervaring niet langer naar de naschoolse opvang te moeten onder stress dat je er alweer als allerlaatste zou blijven zitten, tot nog enkel het onderhoudspersoneel aanwezig bleef en de rol van toezichthouder overnam.

Thuis zelfgebakken cake of taart of boterkoeken, steevast met chocolademelk of fruitsap en dan mocht hij spelen tot aan het avondeten. Hij kon in bad of onder de douche wanneer hij zelf wilde en hoelang hij wenste, warm water was hier geen gesprek waard.
Hij kreeg bijna elke avond gebakken aardappels met préparé én mayonaise, ze wou hem alles koken waar hij maar zin in had maar hij koos telkens voor dit, niets kon zo smaken. In het weekend maakte ze dan andere dingen klaar, ook wel lekker, vis en kip en biefstuk met frietjes, spaghetti, pizza…. de tijd van vieze koteletten met vetranden en wakke groenten uit blik leek definitief achter hem te liggen.

Iedereen heeft schijnbaar de onvervulde ambitie vooruit te willen in het leven, de volgende auto moet imposanter zijn, de volgende job moet meer betalen, de volgende woning groter of minstens met een groter zwembad, of anders met sauna, hij vond dat hij gelet op zijn leeftijd goed bezig was, de volgende mama was effectief een stap vooruit.

Hij vroeg zich af of er na haar nog anderen zouden komen en of dat ook telkens een stap vooruit zou betekenen. Misschien bestond daarom de onuitgesproken wens van mannen om bij de zoektocht naar een partner te hopen op iemand die op hun moeder lijkt, dromen ze altijd van de perfectere versie van de mama of lijkt dit puur banaal Oedipus gezwets?

Ondertussen was hij blij met deze mama, zijn vorige zou nu schijnbaar enkel zijn tante zijn geweest, deze was dan wel de echte, mogelijks zou de volgende nog echter zijn, het kon hem feitelijk niet zo veel schelen, hij was tevreden met de huidige situatie, afwachten wat de toekomst zou brengen.

Hij miste mama Annick niet echt, ze waren ondertussen enkele keren op uitstap geweest en dat was wel leuk, bovendien had ze nu blijkbaar ook een werkende internetverbinding –vroeger scheen dat niet mogelijk, misschien waren de daarvoor noodzakelijke breedbandkabels allergisch aan hem- zodat hij meer contact had met haar dan ooit tevoren. Ze stuurde hem chatberichtjes, lach- of droefmannetjes, grappige filmpjes en hij volstond te reageren met ‘vind ik leuk’, virtuele communicatie was echt iets voor hem, het werd aanvaard dat je kortaf bent, je mag schrijven zoals het klinkt en je moet geen rekening houden met de lichaamstaal en menselijke uitdrukkingen van diegene tegen wie je praat, het interpreteren van het non-verbale was nooit zijn ding geweest. Bovendien moest zijn geest eerst de input herwerken en vertalen alvorens hij kon antwoorden, in het echte leven was hij dus meestal te laat, of iemand anders had al gezegd wat hij dacht of het gesprek was al in een andere richting geëvolueerd.

Moeilijk, intermenselijke relaties, nu bleef een en ander beperkt tot klassieke uitwisselingen van ‘goed’, ‘lekker’, ‘neen, dank je, ik heb voldoende’ en ‘ik ben een beetje moe’, clichés die hij onder controle had en waarna hij zich mocht verliezen in de stripcollectie tot het bedtijd was.

Ze hadden hem tot hiertoe altijd proberen zoet houden met ‘later zal het beter worden, later als je groot bent…’ en voor één keer hadden die volwassenen gelijk gehad, als nu later was bleek het effectief beter, hij vond zich trouwens groot genoeg nu, ouder moest hij maar niet worden, het zou hem verwonderen mocht het nog beter kunnen worden.



Vier maanden en één dag later, iets minder geluk


Mieke (‘De verboden vrucht’ ofte de doos van Pandora…)

Het was haar beu, bijna vier maanden dat de kamer van Frank niet gepoetst was, het leek haar ongezond. Ze mocht dan wel niet binnen in zijn heiligdom, enkel om de boel aan kanten te zetten en een beetje op te ruimen zou vast wel zoveel kwaad niet kunnen.

Wat zou ze trouwens kunnen zien of ontdekken dat niet voor haar ogen bestemd was? Ze waren geen echt koppel dus was er ook van jaloezie of bezitsdrang geen sprake, ze deden elk wat ze wilden zonder zich met elkaar te bemoeien, wat kon dus het probleem zijn. Weinig verhullende foto’s, sexspeeltjes, homoblaadjes, zijn dagboek…..het kon haar allemaal hoegenaamd niet schelen, hij deed wat hij niet laten kon, hij leefde zoals hij wenste, zolang hun afspraken wederzijds werden gerespecteerd kon alles, volgens haar ook het netjes maken van zijn kamer.

Met de loper die indertijd Guido had laten maken zodat hij eender wanneer en eender hoe in haar appartement binnen kon dringen –enkel die wetenschap, die macht over haar doen en laten maakten hem destijds bloedgeil, ze geloofde pas echt dat het tussen hen echt kon over zijn als hij haar ongevraagd zijn speeltje afgaf- opende ze zijn deur. Ze was zelfs niet zenuwachtig of opgejaagd, Frank kwam nooit voor de avond thuis en bovendien liet het haar onverschillig hoe zijn ruimte er zou uitzien of wat ze er zou kunnen aantreffen, ze wou enkel vermijden dat het begon te stinken.

Toch was ze verbaasd, maar dan wel door de normaliteit van wat ze aantrof, een netjes opgemaakt bed, een mooie stereo, groot televisiescherm, een open kleerkast, wat boeken en magazines op de grond rond het bed en uiteraard een bureau met computer en een dossierkast. Ogenschijnlijk niets meer dan dat, een banale studentenkamer van een redelijk ordelijke kerel, ze was bijna ontgoocheld, heimelijk hoopte ze misschien toch op wat perversiteit of verborgen trekjes, perfectie gaat immers ook vervelen.

Niets van dat alles zodat het poetsen ongehinderd een aanvang kon nemen, stofzuiger, dweil, stofdoek, ze voelde zich altijd in haar element als ze vuil kon omtoveren in proper, weliswaar een kleine maar toch een ambitie te noemen. Eens alles er netjes genoeg uitzag begon ze aan zijn bureau, voorzichtjes zodat alles op de juiste plaats bleef liggen, ze kon zich voorstellen dat hij wel ontstemd zou raken mocht zijn werkgerief door elkaar komen te liggen. Ze verplaatste enkele dossiers tot haar hart verschrikt oversloeg, een enkele centimeters dikke gele map met daarop ‘dossier Guido’….

Ze twijfelde geen seconde, haar beleefdheid verloor het zonder enige aarzeling van haar nieuwsgierigheid, zou mijnheer doktoor zo ook zijn probleempjes gehad hebben of zijn geheimpjes die beter onbekend bleven voor de buitenwereld?
Ze hoopte vurig op wat onsmakelijke details uit Guido’s privéleven, misschien kon ze daar ooit nog wel iets mee, wait and see, ze ging er zelfs lekker languit voor liggen in de design chaise longue in koeienvel, het pronkstuk van Franks kamer. Ze genoot van haar herwonnen zelfvertrouwen, ze was terug wie ze ooit geweest was en dat voelde goed.

En nu lezen, spannend… en dat zou het inderdaad worden.


Frank (‘Ambitie staat haaks op zekerheid’, hij zocht dan ook stabiliteit, geen avontuur)

Het was gelukt, zijn grote levensdroom stond op het punt verwezenlijkt te worden, hij had vandaag te horen gekregen dat hij met brio was geslaagd in zijn magistratenexamen, zijn leven zou nooit meer hetzelfde zijn.
Gelet op zijn ruime balie ervaring moest hij zelfs geen stage lopen, vanaf het volgend gerechtelijk jaar zou hij mogen beginnen, rechter bij de rechtbank van eerste aanleg, hij blonk letterlijk van fierheid. De stafhouder wenste hem uitvoerig proficiat en knipoogde veelbetekenend wanneer hij hem met een kwinkslag naar buiten begeleidde, ‘vergeet niet aan wie je dit te danken hebt hé als we straks voor jou moeten pleiten’.

Hij zou ze…., het zou hem vast de komende vele dode wachtmomenten in het leven van een advocaat aangenamer doen doorkomen, denkende aan alle confraters met wie hij nog een rekening open had staan, verrassend creatieve vonnissen zou hij kunnen maken. Hij genoot nu alvast van de vooruitzichten, het voelde als een langgerekt voorspel, macht erotiseert dan toch, hij werd er in ieder geval opgewonden van, enigszins narcistisch maar goed.

Hij was nog nooit zoveel getrakteerd en begroet als nu in de baliecafetaria, nieuws over pas benoemde rechters ging altijd als een uiterst snel lopend vuurtje door het paleis, iedereen woog snel zijn kansen van succes af om zijn dossiers voor die of die nieuwe rechter te kunnen winnen. Bij Frank was dat allemaal niet zo duidelijk, hij had nooit openlijke conflicten gehad met confraters noch was hij overdreven vriendschappelijk, collegiaal was een woord dat op hem van toepassing was. Glad eerder, onpersoonlijk, afstandelijk maar beleefd vriendelijk, eigenlijk geen kwaad woord over te zeggen, behalve misschien dat hij wat verwijfd kon spreken, soms zelfs wat nichterig overkwam, maar voor de rest, een onbesproken blad. Wisten zij veel dat Frank een binnenvetter was die wel degelijk beschikte over een zeer uitgebreide en gedetailleerde zwarte lijst, ze zouden het nochtans binnenkort wel merken aan zijn uitspraken.

Hij had nog net op tijd zijn ouders en zus kunnen uitnodigen voor de middaglunch, hij popelde om hen het grote nieuws te vertellen, hun zoon rechter, wie had dat ooit gedacht. Hij was altijd al een beetje braaf geweest, redelijk onopvallend, geen echt groot intellectueel, geen vernieuwer, geen revolutionair, maar wel de schijnbaar ideale schoonzoon, ware het niet dat hij een kontwerker was uiteraard.
Eindelijk zouden ze echt fier kunnen zijn op hem, advocaat worden kon iedereen, magistraat was toch nog een ander paar mouwen. Dat hij het eerder uit gemakszucht dan uit ambitie of rechtvaardigheidsgevoel deed moest niemand weten, zijn broodje was levenslang gebakken en dat was iets om naar uit te kijken.

Aan Ronny liet hij bewust niets weten, hij werkte deze week maar halve dagen en hij zou hem dus in de namiddag thuis verrassen, Ronny zou niet weten wat hem overkwam, Frank in klaarlichte dag aan zijn deur, surprise!...verrassend, dat zou het inderdaad worden.


Kimberley & Shania (‘Goed nieuws voor slechte mensen’, geen nieuws meer was in hun geval inderdaad goed nieuws)

Het was de eerste weken wereldnieuws geweest, een ontvoerde peuter die zes maanden na datum ongeschonden terug thuis aanbelde, een sprookje als het ware.

Kleine Emma prijkte op alle voorpagina’s, van de roddelpers tot de kwaliteitskranten, iedere lezer waar ook ter wereld was geraakt door het verhaal en de ongelooflijke ontknoping, het gaf hoop, niet enkel aan de vele ouders van andere vermiste kinderen maar aan alle mensen, mirakels kunnen dan toch. Men was vertederd wanneer men Emma met pretoogjes zag stamelen dat zij bij feeën had gewoond en dat ze zelf had mogen kiezen hoe ze heette en dat Kitty toch wel mooi was hé.

Menig traantje werd weggepinkt als ze vertelde dat ze haar papa miste, en haar hond en ook wel haar zusje, over de mama werd opvallend weinig gepraat. De ganse familie was ondertussen een soort BV-gezin geworden, de eerste weken kwam je in de gespecialiseerde pers altijd wel iemand tegen die te maken had met de ontvoering van Emma. Over de mogelijke daders werd zo goed als niets geschreven, zelfs weinig gespeculeerd, vreemd maar het stelde Shania en Kim’ gerust, niemand had schijnbaar enig idee in welke richting te zoeken, men had eerst vrienden, familie en kennissen onderzocht en was nu tot de conclusie gekomen dat het vermoedelijk een eerder toevallig misdrijf betrof door onbekenden van het slachtoffer en dat dergelijke zaken uiterst moeilijk op te lossen zijn, Emma zelf was te klein om bruikbare tips te kunnen geven.

Nu waren er alweer enkele maanden voorbijgegaan en de mediastorm was gaan liggen, andere gebeurtenissen hadden de publieke opinie nu in de ban, kleine Kitty was oud en vergeten nieuws en dat kon enkel goed nieuws betekenen voor hen, vermoedelijk werd er nog amper gezocht naar de daders, uiteindelijk is alles ook goed afgelopen dus was er minder nood om vergelding, de schandpaal leek op stal te kunnen blijven.

Zijzelf telden de dagen nu vol ongeduld af, het zou volgens Guido nog een kwestie van weken zijn alvorens zij hun nieuwe schat in de armen konden nemen, emotionele tijden braken aan.

Ze hadden er dan ook geen vermoeden van dat er een politieteam van zes man was opgebouwd dat louter en alleen met deze zaak bezig was en dat ze gisteren door een stomme toevalligheid mogelijks een spoor ontdekt hadden, emotionele tijden zouden het inderdaad worden.


Karel (‘Onderschat nooit de kracht van het woord’, allemaal goed en wel maar hij zou het met daden doen)

Elke dag op restaurant, enkele avonden in de week op café, regelmatig een film meepakken, een paar keer sporten, altijd geld genoeg in de achterzak, regelmatig een meisje van plezier, het gedroomde leven van elke vrijgezel.

Voor Karel begon het steeds meer op een schrikbeeld te lijken, hij hunkerde naar gezelligheid, geborgenheid, naar zijn vroegere leventje quoi….hij moest enkel een vervangster vinden voor Kaat en hij kon zo herbeginnen, het huis was er al, de huisdieren ook, kinderen, meubelen, auto’s, het perfecte gezinsleven wachtte nog enkel op een instant echtgenote.

Eerst zou hij wel zijn ex-eega een loer draaien, hij had enkele van zijn escortedametjes een niet te weigeren voorstel gedaan, met zijn drieën zouden ze de sportgod in Kaats leven een bezoekje brengen, enkel gehuld in fijne lingerie, met wat koele champagne en enkele lijntjes zou het vast een decadent orgietje opleveren.

Ze zouden het hem verkopen als een verrassingsgeschenk van zijn ruimdenkende nieuwe vriendin die pas ’s avonds laat zou thuiskomen en hem op die manier wou bedanken voor alle steun die ze van hem had gekregen, ’s mans natte droom geoffreerd met goedkeuren van de partner, het was bijna utopia.

Dat feestje mocht doorgaan in Kaats nieuwe appartement en het was zo getimed dat het zijn hoogtepunt mocht kennen –dus zonder de lingerie met zijn allen in Kamasutraposities verspreid over de woonplaats- wanneer Kaatje thuis kwam, niets vermoedend met hun twee bloedjes van kinderen aan de hand, benieuwd of ze dan nog zo gecharmeerd zou zijn door haar hitsige dekhengst die toch zo goed kon luisteren.

Met een beetje geluk zou ze met hangende pootjes bij hem komen uitwenen en door haar tranen smeken dat hij haar in zijn armen zou houden en alles zou vergeven en vergeten en of ze niet terug samen gelukkig konden worden, net als vroeger.
Ze zou gemakshalve dan even vergeten dat ze hem in het heetst van de strijd gezegd had dat ze hem nooit echt graag had gezien. Mensen denken immers dat vermits ze zelf alles vergeten wat ze ooit vertelden en zelf nooit luisteren dat ook andere mensen niets onthouden. Mis dus, dat ene zinnetje was als een soort mantra door Karels hoofd blijven malen, hoe kon hij zich zo vergist hebben, hoe konden zijn gevoelens hem zo bedrogen en misleid hebben, hij zag haar graag en had nooit enige twijfel gekend dat het wederzijds was, zoiets kon je niet voorwenden, dacht hij mis….

Zijn genoegdoening zou hij dan halen door volledig geëmotioneerd akkoord te gaan, haar in zijn armen naar boven te dragen en haar in hun vroegere echtelijke bed te neuken als was ze één van zijn vijftig euro sletjes om haar dan zonder hebben en houden op straat te zetten, naakt en ontdaan van alle eigenwaarde, als een heroïnehoertje, alles zou trouwens gefilmd zijn door de drie camera’s die hij ondertussen in zijn slaapkamer had laten installeren.
Hij wou valse klachten inzake verkrachting vermijden en hij wou een permanent chantagemiddel in huis hebben, het was tijd om tegen te scoren, seks en vernedering zouden daarvoor goede wapens kunnen zijn.

Daarna zou hij een nieuwe echtgenote zoeken, seks en vernedering zouden inderdaad voor altijd een deel van hem blijven.


Loïc (‘De jacht is mooier dan de vangst’, het risico bleef natuurlijk dat het jagen zelf ooit zou gaan vervelen)

Hij begon het stilaan een beetje saai te vinden, elke dag lekker eten, elke dag op tijd op school en op tijd in bed, elke dag een voor het slapen gaan verhaaltje, het werd voorspelbaar en als je één ding niet van zijn vorige leven kon zeggen was het vermoedelijk wel voorspelbaarheid.

Hij zou pas later als hij ouder was begrijpen dat het toen al zijn afkeer tegen het leven was die het overnam, alles wat gemakkelijk begon te lijken werd hem na korte tijd beu, dat zou de bedenkelijke rode draad door zijn leven worden.

Een goede job waar hij gewaardeerd werd, behoorlijk betaald, prachtige extra legale voordelen, een uitstekend toekomstperspectief, zekerheid voor het leven….hij werd er hypernerveus van tot hij het uiteindelijk had moeten opgeven, het was hij of de job maar één van de twee moest eraan geloven.

Een goede wederhelft, een volmaakt gezinnetje, een eigen huis, financiële welvaart, iedereen gezond, twee honden en een tuin, twee auto’s en een moto…hij was er hypernerveus van geworden tot hij ook dat uiteindelijk had moeten opgeven, het was de keuze tussen hemzelf en zijn familie, maar samen zouden ze het niet overleven.

Een nieuwe carrière als zelfstandige, een nieuw lief en een nieuw huis in de hipste buurt van de stad, geld was geen probleem, sociale status evenmin, hij had het gemaakt, opnieuw, ondertussen al voor de derde keer in zijn leven, alles wat hij aanraakte dreigde goud of geluk te worden, enkel hijzelf weigerde te schitteren, hij werd er opnieuw hypernerveus van zodat hij terug de noodzaak vond zichzelf her uit te vinden.

De vlucht naar het buitenland dan maar, afgesneden van alles en iedereen, de wildernis in, handenarbeid tegen een hongerloon, leven van het land, de zon, de bomen, als dit hem ook al stress zou bezorgen vreesde hij geen nieuwe ontsnappingsroutes meer te kennen, maar dat waren zorgen voor later.

Nu wou hij pas voor de tweede keer in zijn nog jonge leven vluchten, de eerste keer van de chaos bij Annick, nu van de orde bij Mieke, hij wou iets anders, de start van zijn levensroutine. Zijn zoektocht naar afwisseling en passie zouden voor de rest van zijn leven in zijn weg staan, zijn rusteloosheid bleek een hindernis naar geluk, misschien was hij gewoon niet gemaakt voor voorspoed, sommige mensen zijn nu eenmaal graag ontevreden.

Ontevreden zou hij inderdaad vaak zijn tijdens de rest van zijn leven.


Guido (‘Caféfilosofie, een onderafdeling binnen de richting’, hij zou er vast cum laude zijn in afgestudeerd)

Hij was vertrekkensklaar, alle sporen waren uitgewist, hij had een nieuwe identiteit waarbij nieuwe documenten hoorden, Guido werd Marinus, hij werd er zelfs een jaartje jonger op, het kon niet op.

Eerst zou hij reizen met de trein richting het zuiden, dan een busreis en vervolgens via een klein vliegveld naar een andere Europese bestemming, anoniem. Van daaruit vertrok dan zijn verre vlucht, een enkeltje, voor altijd onbereikbaar en onvindbaar, volgende week was het eindelijk zover.

Zijn geld had hij verdeeld over vier verschillende rekeningen zodat hij geen enkel risico liep, de cash die hij zou verspreiden over zijn zakken en bagage zou uit de kluis van zijn lieve echtgenote komen, hij bedankte nu al in gedachten zijn schoonouders, die bourgeoiseikels zouden opkijken, hun zuurverdiende spaarcentjes ter bescherming van hun dochter gestolen door die armoezaaier, was het niet door hen hij had nooit een deftige praktijk gehad, de ondankbare.

Tja, hij was altijd al een ontgoocheling geweest, als zoon, als echtgenoot, als vader, ook als schoonzoon kon er nog wel bij, het was dan maar een kleine stap meer om ook een ontgoocheling te worden voor de rest van de mensheid. Dan zou dan vast gebeuren als iemand ooit zou ontdekken dat de vrouwenarts ook onvruchtbaar maakte, hij grijnsde een beetje bij het vooruitzicht van de verbouwereerde blikken en het ongeloof, als men in de dokters nu ook al geen vertrouwen meer mocht hebben. Soms vond hij het zelfs jammer dat hij er niet bij zou kunnen zijn als een en ander aan het licht kwam, maar goed, je kan niet alles hebben in het leven, veel maar niet alles.

En nu stond hij dus aan de poort van zijn verdere persoonlijke geluk.

Zijn persoonlijke dilemma bleef het antwoord op de vraag ‘ben je goed als je het goede doet voor anderen?’
Voorlopig geloofde hij het niet echt, hij vond dat je vooreerst moest goed trachten te doen voor jezelf, aan jezelf en dan kon misschien de rest van de wereld volgen, het probleem in zijn geval was natuurlijk dat het goede voor zichzelf het slechte voor de andere betekende.

Als jij gelukkig bent door de andere pijn te doen, moest je dan meer belang hechten aan je eigen geluk of toch maar aan de andere zijn dreigend ongeluk?

Zou dat misschien de zin van het leven kunnen zijn, vinden wat jou persoonlijk gelukkig maakt? En het belangrijkste natuurlijk, eens je dat gevonden hebt er in slagen om het vast te houden, zolang als mogelijk. Iedereen zal het er vermoedelijk over eens zijn, streven naar geluk is des mensen en een mooie onschuldige zinbeleving.

Wat nu als jouw geluk een ander zijn ongeluk teweegbrengt? Wat als het toppunt van jouw geluk het pijnigen van jouw medemens is, het tot de dood folteren van een dier, het tot helemaal gek maken toe manipuleren van je partner is? Is er een hiërarchie van eigen geluk ten opzichte van andermans ongeluk? Of is dat nu net moraliteit? Of menselijkheid? Of zijn de door de maatschappij opgelegde verwachtingen niet compatibel met ons mens zijn, ons dier zijn. Uiteindelijk is overleven het enige ons nog resterende instinct, dat en voortplanting, of minstens seks en het lijkt Guido plausibel dat het logisch en aanvaardbaar is dat iemand dat overleven zo aangenaam mogelijk tracht te maken. Of zou dat misschien de zin van het leven zijn, zo aangenaam mogelijk weten te overleven? Of is dat identiek aan zoeken naar geluk?

Mag een nazibeul een gelukkig man zijn? Valt het hem te verwijten dat hij het beulen een aangenaam tijdverdrijf vindt dat hem gelukkig maakt? Voor wie moeten we goed doen op deze aardkloot, de ander of onszelf? En wanneer zal iemand openlijk durven toegeven dat het de aard van het beestje is dat we ten langer leste altijd voor onszelf kiezen, de mens kan niet anders, zoals een bal moet rollen en de zon moet schijnen moet de mens voor zichzelf kiezen. Moraal is een luxegoed, een theoretisch concept voor op de universiteitsbanken, heerlijk als keuvelonderwerp op café maar nutteloos in de marge, wanneer honger en dorst de revue passeren in plaats van schaars geklede meisjes en opzwepende muziek, ethiek is niet aan de orde wanneer je in één of ander jungleoorlog terecht bent gekomen en je oog in oog komt te staan met een local die er duidelijk op uit is je voor eeuwig blind te schieten, dan is in contact komen met de plaatselijke bevolking plots iets minder romantisch, dan klinkt ‘jij zult niet doden’ als pure raaskal, je zal altijd het doden van de ander verkiezen boven het zelf dood gaan, altijd, hoe altruïstisch je ook meende ingesteld te zijn.

Zelfs je geliefde, zelfs je eigen bloed moet het onderspit delven ter redding van het zelf, het is enkel in naar Oscarprijzen meedingende bioscoopfilms dat het hoofdpersonage zichzelf opoffert en in de golven stort om zo het laatste plaatsje op de reddingssloep aan zijn dochter van zes te gunnen, zij heeft immers nog een gans leven voor zich. Kan best zijn, maar het is jouw leven niet, hoe teleurstellend het ook moge zijn, hoe intriest en kort zelfs, het valt altijd te prefereren boven de dood, boven het leven van iemand anders, eigen lijf eerst, dan mogelijks vrouw en kind, eventueel.

Stel, je bent veertien jaar getrouwd, je kinderen naderen de gevreesde puberleeftijd, appelsienhuid en bitterheid tekenen zich af op het lichaam van jouw ooit zo begeerde liefdesgodin, je carrière lijkt in zijn definitieve plooi te zijn gevallen, je zal dan toch de wereld niet veranderen, laat staan redden maar de pensioenrechten zijn aantrekkelijk, je schoonouders zijn hatelijke bemoeials, de hypotheeklast in tijden van crisis behoorlijk zwaar om dragen, de buurvrouw is de helft in jaren van jouw eega, vrijgezel en lonkend, er is een uiterst begeerlijke levensverzekering op jullie beider hoofd gelet op de toch wel grote fiscale voordelen, ook de huisafbetaling zou op de helft terugvallen.

Stel –louter hypothetisch uiteraard, we blijven menselijk nietwaar- dat die gedachten door je hoofd spoken net op het ogenblik dat je helemaal in de eenzaamheid, werkelijk moederziel alleen met diezelfde wettige echtgenote een gelet op jullie leeftijd te inspannende bergwandeling aan het maken bent, zij struikelt op de smalle bergpas en als door een mirakel slaag je er in haar halfweg haar val tegen te houden en bij de pols te nemen. Je bent plots in een cruciale scène van een avonturenfilm beland, boven de afgrond hangt je halve trouwboek, haar enige binding met het leven is jouw greep op haar pols, de enige getuigen zijn twee rondzwevende haviken en een wegschietende salamander.

Je beseft dat al je frustraties, al je kopzorgen, al je problemen, filosofische en financiële, kunnen verdwijnen door één simpele handbeweging, je hoeft enkel je vingers te openen en daar gaat ze, niemand die het ooit kan te weten komen, iedereen zal je begripvol benaderen, je hebt gedaan wat je kon, je hebt geprobeerd, je kon haar niet houden…, zal je geweten opspelen of niet? Zullen de maatschappelijk geprogrammeerde waarden en normen het halen op onze overlevingsdrang, zijnde onze hoop op geluk?

Zonder sociale omgeving, zou wroeging werkelijk des mensen zijn?

En wat zeg je haar als laatste woorden vooraleer je haar laat vallen, iets liefs? Iets geruststellend? Een doekje voor het bloeden? ‘Ik heb je graag gezien schat, maar nu is het over, ik zal zo goed mogelijk voor de kinderen zorgen, sorry’ of toch eerder
‘je ouders hadden dan toch gelijk, er moet een opperwezen bestaan om mij deze kans te schenken om je geruisloos uit mijn leven te laten verdwijnen, zonder dat het mij iets kost, onze door jou zo mooi gedecoreerde veel te dure slaapkamer zal vanaf heden het decor worden van wilde orgiën, minstens met de buurvrouw, hopelijk brengt ze ook nog een rondborstige jongere vriendin mee, je zal niet gemist worden schat, het valt je goed, lol’.

Wat als er een pil zou bestaan die herinneringen uitwist, zowel van dader als slachtoffer, maar je wel het onderschatte en verboden zelfvoldane gevoel laat behouden dat je aan je slechte daad overhoudt? Mag je dan wel de ander pijn doen? Is overspel dan toegelaten? Is enkel het bewustzijn de drempel die ons geluk belemmerd? Is het de kans op wroeging die ons weerhoudt echt te doen waar we van dromen en om vrij te zijn?

Als we geweten en schuldgevoel zouden kunnen uitschakelen durven we dan wel enkel en alleen ons eigenbelang na te streven, ten koste van onze medemens? Is de scheiding tussen goed en kwaad enkel ingegeven door de mogelijke confrontatie met ons eigen maatschappelijke falen, kan het kwade goed worden wanneer we de zekerheid zouden krijgen dat niemand het ooit te weten kan komen?

Bestaat er daarom zoiets als de mythe van de perfecte moord, schuilt daarin de aantrekkingskracht van de perfecte misdaad?

Hij zou vermoedelijk nooit de antwoorden te weten komen en feitelijk kon het hem alsmaar minder schelen, hij had onweerlegbaar gekozen voor zichzelf, voor zijn persoonlijke vrijheid, zijn persoonlijke genoegdoening en kon enkel hopen dat het op de dag des oordeels de juiste keuze was gebleken, temeer hij absoluut geen geloof hechtte aan een dag des oordeels.

Toch zou die dag zich inderdaad zeer binnenkort aandienen, onverwachts, zoals alles in het leven.


Kaatje (‘Het leven kabbelt rustig voort’, het moest niet altijd een raftingwedstrijd zijn natuurlijk)

Het was een prachtige namiddag geweest, ze had een simpelweg perfecte jas op de kop kunnen tikken en daarna van haar verovering nagenoten op een terrasje met een cappuccino, waar ze had afgesproken met een vriendin, de meest eenvoudige dingen kunnen soms het meeste plezier opleveren.
In kwade momenten verlangde ze af en toe naar de rust van haar vroegere leven met Karel en vond ze dat ze misschien weer wat nuttigs met haar dagen kon doen, meestal echter genoot ze hersenloos van haar vrijheid en pleziertjes. Ze was nu rustig op weg de kinderen af te halen aan school, te voet, zonder stress, zonder haast, dergelijke momenten zijn ook onbetaalbaar of werden betaald door haar ex, daar wou ze vanaf zijn.

Ze zou haar moeder afhalen bij de kapper, iets kopen van patisserie en dan met zijn allen samen naar huis gaan, na het vieruurtje zou ze haar ma naar huis voeren en konden ze daar avondeten, lekker makkelijk.

Ze had ondertussen het vage plan opgevat een eigen modezaak op te starten in de hippere stadswijk, zo zou ze iets om handen hebben dat ze graag deed, was ze altijd onder de mensen, altijd in de stad en altijd tussen de boetieks, van je hobby je werk maken heet dat dan. Ze zou zo’n leercontractje in dienst nemen zodat zij de vrijheid kon behouden die ze nu had om te gaan en te staan wanneer en waar ze dat wilde.
Ze zou de vroegere schoonfamilie laten tekenen als borg bij de huisbaas en de bank zodat ze haar geld niet moest vastzetten, ze zouden dat wel doen, ze hadden niet echt veel keuze als ze op regelmatige basis hun kleinkinderen nog te zien wilden krijgen.

Vanavond kreeg ze dan nog enkele uurtjes privéles van haar sportleraar, ook in bed kon hij meer dan behoorlijke prestaties neerzetten, goede vooruitzichten, goede vooruitzichten, niets dan goede vooruitzichten, ze zuchtte zelfvoldaan.

Vooruitzichten waren er inderdaad, goed en slecht zijn bovendien relatief en altijd is wat slecht is voor iemand wel goed voor een ander.


Annick (‘Leven in het moment’, het beginadvies van elke therapie bracht ze momenteel perfect in de praktijk)

Ze bleef in een droom leven, nu al meer dan vier maanden, het zou vast ontploffen maar tot dan stond ze zichzelf voor het eerst in haar leven toe te genieten en zelfs te fantaseren over later.


Mieke (‘Liefde en haat liggen dicht bij elkaar’, haar haat zou sterker blijken dan haar liefde)

Verbijsterd, zelfs die omschrijving was te licht om het gevoel te vatten dat zich van haar meester maakte wanneer ze door Guido’s dossier ploeterde en uiteindelijk, ze ging het net dichtdoen wegens redelijk saai, op de klacht stootte van een patiënte.

Ze beschuldigde hem dat hij haar bewust onvruchtbaar zou gemaakt hebben en hetgeen ze beschreef, de pijn van de steken in haar buik, zijn manier van behandelen, de blik in zijn ogen, zijn uitleg… gooide haar terug in de tijd, de tijd dat ze nog jong, mooi en naïef was en ze een spoedbehandeling bij hem had ondergaan.
Een onder dwang uitgevoerde abortus waarvan ze nu pas begreep dat hij haar nog met een extraatje had bedacht, het feit dat ze later geen eigen kinderen meer kon krijgen was toen bewust veroorzaakt door de zogenaamde liefde van haar leven.
Hij had niet enkel hun kind vermoord, ook al haar toekomstige kinderen waren door hem de dood ingejaagd, zo simpel zag ze het. Hij had haar droom vermoord en zo haar leven.

Hij had haar ter eigen plezier gedegradeerd tot een levende versie van een opblaaspop, slaafs, gewillig en ongevaarlijk, afhankelijk en zonder risico, ze besliste eensklaps dat je nooit te oud kon zijn voor niets, ook niet om alsnog gevaarlijk te worden.


Frank (‘Iedereen is wel eens eenzaam’, hij had gewoon graag gehad dat het ooit ophield)

Wederzijdse verbijstering wanneer Ronny enkel met een handdoek om de lenden de deur opendeed, spontaan iets te luid en te verwijfd gilde en hij als reactie een mannenstem op de achtergrond hoorde roepen, ‘komaan Ronny, haast je een beetje, ik krijg het koud in ons bed’.

Hij was het schijnbaar beu enkel als reservewiel te dienen, de verborgen liefde te zijn, als Frank wat er tussen hen was dan toch niet ernstig genoeg nam om er alles voor te laten vallen zag hij evenmin redenen waarom hij zichzelf geen pleziertjes meer mocht gunnen, zoals deze voor hem nietsbetekenende namiddagseks met vreemde jonge kerels.

Frank vatte dat geluk in het spel inderdaad geluk in de liefde in de weg stond en het leven het blijkbaar altijd nodig acht momenten van intens geluk te compenseren met droefheid, niets mag te goed gaan, daar heeft niemand iets aan…

Zouden de meeste rechters eenzaam en alleen eindigen?


Kim’ & Shania (‘Wish I had a photograph of you…’, Kimberley had gelijk gehad, herinneringen moet je enkel in je hoofd bewaren)

Wie het meest verbijsterd was leek niet onmiddellijk duidelijk wanneer Shania druppelend uit de douche enkel gehuld in een te korte bandhanddoek de voordeur opentrok en oog in oog stond met enkele politieagenten, gniffelend werd ze gemonsterd.

In schril contrast met de kille droge stem van diegene die schijnbaar het hoogst in rang was en haar vroeg of ze binnen mochten komen. Haar één seconde durende aarzeling werd even sec beantwoord met de opmerking dat het eigenlijk geen belang had, ze hadden een huiszoekingsbevel, met haar medewerking zou het gewoon allemaal vlotter en minder pijnlijk verlopen, voor haar dan toch, voor hen bleef alles eender, zij kwamen gewoon hun werk doen.

Bevel is bevel en wij hebben het niet geweten, het blijven werkbare klassiekers in bepaalde kringen.

Hulpeloos schreeuwde ze om Kim’ die nog nietsvermoedend onder de douche stond en straks vermoedelijk poedelnaakt tussen uniformen zou terecht komen, een slechte scène uit een goedkope pornofilm, ze zou er zonder twijfel de voorkeur aan gegeven hebben op dat wat hen in werkelijkheid aan het overkomen was, het dreigde immers meer op een horrorfilm uit te zullen draaien.

Dit had ze nooit meer verwacht, meer dan vier maanden later, nauwelijks één moment van wantrouwen of ongerustheid en dan plots dit, vreemde mannen die in hun slaapkamer door hun schuiven woelden, diezelfde gniffelende grijns op hun gezicht, ze waren schijnbaar wel gebriefd dat het een lesbisch koppeltje betrof, je kon het zo opmaken uit de manier waarop ze superieur glunderden, rot macho’s.

Ze wist dat ze zo op hun privé fotodagboek zouden stoten, onderaan de derde lade, naast pikante kiekjes ook ééntje, echt ééntje maar, met Emma…., de uniformen zouden vast klaarkomen.


Karel (‘Voorspelbaarheid mag je nooit onderschatten‘, hij hield er gewoon van)

Het was helemaal verlopen zoals gehoopt, hij had dan ook verbijstering voorgewend wanneer Kaat ’s avonds wenend aan zijn deur stond, Emma en Charlotte aan de hand.


Kaatje (‘Niet iedereen kan een teveel aan vrijheid aan’, ze ondervond dit cliché jammer genoeg aan den lijve)

Te verbijsterd zelfs om haar kroost te beschermen tegen hetgeen ze te zien kregen, voor één keer reageerde ze niet snel genoeg. Haar loverboy op de divan, één naakte dame op haar knieën tussen zijn benen, eentje gespreid boven zijn mond, even naakt een derde del in weinig aan de verbeelding overlatende lingerie iets weinig pedagogisch aan het uitvoeren met een champagnefles.

Met zijn drieën geflankeerd door oma staarden ze iets te lang naar dit tafereel, het was pas wanneer Charlotte ‘mama’ stamelde dat Kaat uit haar trance schoot, het appartementsgebouw bijeen gilde en de lift invluchtte, in haar paniek vergat ze zelfs bijna opnieuw Emma.

Karel

Hij had meelevend haar ganse verhaal aangehoord terwijl de kinderen ondertussen dolle pret beleefden op hun vroegere kamer, toonde zich begripsvol, troostend, beschikbaar.

Kaatje

Ze vond het zelf een huiveringwekkende gedachte maar er was niemand op de wereld waar ze op dat eigenste moment liever bij wou zijn dan bij Karel, voor een zeldzame keer vergat ze haar trots en reed richting thuis, zo voelde hun vroegere huis nog steeds en belde met een klein hartje aan, op zoek naar een beetje troost.

Haar gevoel was correct geweest, Karel was en bleef de meest innemende man die ze kende, zacht, lief, behulpzaam. Ze zou zich straks beschikbaar stellen, dat wist ze zo.

Karel

Seks met je eigen echtgenote alsof het een cocaïnehoertje betrof, een absolute aanrader voor elke relatietherapie, hij hoopte maar dat de kinderen vast genoeg sliepen, vermoedelijk konden zelfs de buren Kaat horen schreeuwen.

Kaatje

Waaraan het juist te wijten was wou ze zich zelfs niet afvragen, maar voor het eerst was hij niet zacht en lief in bed, ze had het hem vroeger nooit durven bekennen, maar voor haar mocht het best iets ruiger in de slaapkamer, eindelijk kwam ze klaar met haar echtgenoot, al was het dan nu officieel haar ex.


Karel

Hoe mooi als alles verloopt zoals je het gepland had.

Kaatje

Hoe mooi als alles verloopt zoals je het gehoopt had.

Karel & Kaat

Na de zeer overtuigende geslachtsgemeenschap of liefdesspel of dierlijke activiteit, what’s in a name bleek de ultieme stap van zijn plan schijnbaar een stap te ver. Hij bevond zich ’s anderendaags namelijk met zijn allen samen aan de ontbijttafel daar waar zijn ex in principe ergens hysterisch krijsend naakt door de tuin zou moeten dolen hebben, tja, je moet soms ook durven improviseren.

Het voelde trouwens goed aan, Emma, Charlotte, Kaat en hijzelf vredig aan het ontbijt, giechelende kinderen, Kaatje ontspannend, hij rustig, het leven zoals het was.

Ook zij had zich niet kunnen voorstellen dat zij korte tijd na de confrontatie met een orgie in wat eindelijk haar eigen leefruimte was hevige seks zou gehad hebben met haar ex en ook nog in zijn armen wakker zou worden, lepeltje lepeltje zoals in de beste vroegere dagen.

Vergeten en vergeven, zou het echt kunnen? Zou dat een deel van volwassen worden zijn, de echte zin van het leven, de aanvaarding dat het inderdaad soms dat maar is en je daar bij neerleggen, daar gelukkig mee zijn?
Of minstens niet ongelukkig van worden.


Loïc (‘Op reis’, je kan niet jong genoeg de wereld verkennen)

Verbijsterd was misschien enigszins overdreven, eerder stomverbaasd keek zijn vader op wanneer Loïc volstrekt onverwacht aan zijn deur stond, hij was helemaal alleen vertrokken met de trein, zijn enige houvast was dat hij richting zee moest, daar zou hij wel verder zien.

Tegen valavond was het hem gelukt, hij herkende van op de kusttram het dorp van zijn vader, vanaf de halte kende hij zelfs de weg, hij werd tenslotte al een grote kerel.

Zijn vader was niet helemaal voorbereid op kinderbezoek, er hingen enkele vrienden in de living, duidelijk stoned, tevens hing er een wietdamp waardoor je amper iets zag en werden er nog vele klanten verwacht, het was immers leveringsdag geweest en dat goede nieuws ging als een lopend vuurtje door het kustdorpje.

Soit, hij installeerde zich voor de playstation en speelde tot diep in de nacht voetbal en ski, voor geen van beiden had hij enig talent, niet in het echte leven maar evenmin op een spelconsole, hij begon zich soms af te vragen of hij nog wel een talent voor iets zou ontwikkelen, de voorlopige voortekenen waren niet gunstig.

Zijn vader huldigde niet het principe dat de cafébaas zelf best niet mee drinkt en stelde dan ook weinig vragen, hij leek amper te beseffen dat het verbazend was dat zijn zoon moederziel alleen tot bij hem geraakt was, de softdrugs zaten daar vast voor iets tussen.

Niet dat hij anders zo’n vragensteller of denker was, communicatie was nooit echt zijn ding geweest, Loïc leek dan toch in dat op hem. Ook het gebrek aan talent kon best wel genetisch bepaald zijn, maar goed, de wereld zou vast nog wel behoefte hebben aan een bijkomende werkloze, ook de statistieken moeten immers permanent aangevuld en vernieuwd worden.


Guido (‘Mannen maken plannen’, vrouwen verpesten meestal de afloop)

Voor het eerst in zijn leven was hij spontaan geweest, het was niet iets om trots op te zijn op zijn gevorderde leeftijd maar hij had zich niet kunnen bedwingen, hij had gegild, weliswaar niet luidkeels maar toch….

Het was met verbijstering dat hij kennis genomen had van de inhoud van de familiekluis, hij had namelijk beslist om overmorgen met stille trom te vertrekken en was dus naar de laatste fase van zijn draaiboek overgegaan, het ophalen van de cash.
Hij had die ochtend de sleutel van de kluis van tussen de vleeskleurige lingerie van zijn echtgenote gehaald, ze had nooit verwacht dat hij enig idee kon hebben dat het daar verborgen zou zitten, ook had ze verkeerd ingeschat dat hij zich ooit effectief zou verlaagd hebben om tussen haar bh’s te snuffelen, hij was nooit echt in haar geïnteresseerd geweest, laat staan in haar ondergoed, maar voor geld was Guido bereid tot veel, het zou tenslotte ook om veel geld gaan.

Als zijn modelfamilie tenslotte het huis verlaten hadden, zijn halve trouwboek raar opkijkend dat hij nog niet naar de kliniek was, zijn kinderen kibbelend zoals het pubers met een ochtendhumeur past, de hond kwispelend tevreden zoals alleen de onwetenden kunnen zijn, begaf hij zich naar de schatkamer, eindelijk.
De sleutel paste, de code was onveranderd gebleven –hij had de voorspelbaarheid van zijn vrouw correct ingeschat, een goed huwelijk kent geen geheimen- en het deurtje klikte open.

Toen had hij dus gegild, weliswaar zachtjes. De kluis was leeg, volstrekt en absoluut leeg.
Uit pure frustratie had hij het ding zelfs niet meer achter hem gesloten, het was hem duidelijk dat hij zijn vertrek moest aanpassen, hij verliet nu onmiddellijk de echtelijke woning, voorgoed, zonder omkijken en verliet morgen het land, even definitief.

Met minder baar geld maar met meer haat, de toekomst zou uitwijzen wat hij het meeste nodig zou hebben.


Annick (‘De meest absurde ideeën blijken later soms de beste’, toch verlangde ze soms naar enige normaliteit, bij voorkeur op continue basis)

Ze had met verbijstering gereageerd, positieve verbijstering wel, wanneer hij, haar droomprins, haar Michael, bij het ontbijt bruusk met de deur in huis viel, ‘zullen we gaan samenwonen schat?’

Ze kon enkel stilletjes instemmend knikken, haar gemoed schoot vol, het was lang geleden dat ze zo nuchter en clean zoveel emoties had gevoeld, ze zouden bij elkaar intrekken, een echt koppel vormen, altijd samen opstaan, altijd samen gaan slapen, de badkamer delen, het toilet… zouden ze ook de kosten delen, een gemeenschappelijke rekening openen, werk zoeken?

Hij ging gewoon door op zijn elan.

‘Ik had gedacht dat we misschien ook samen zouden kunnen werken, een soort familiebedrijfje opstarten, ons eigen baas zijn.’

Het klonk haar als muziek in de oren, hij had een plan, haar man had een toekomstvisie en zij hoorde daarbij, ze was zelden zo opgewonden geweest.

En hij ging verder.

‘Ik heb een huisje op het oog, een anoniem rijhuis in een randgemeente, redelijk van staat, normaal modern comfort, groot genoeg maar vooral, met een tuin met daarin…’

Ze kon zich nu niet langer beheersen en slaakte een kreet van vreugde, er kwam enkel ‘jajaja’ uit haar mond, tranen rolden over haar wangen, een huisje met boompje en tuintje, werk, een partner, misschien nog een extra poes, haar geluk kon niet op.

‘Momentje, rustig, het beste moet nog komen’, quasi onverstoorbaar deed Michael voort, ‘een tuin dus met achterin, volledig uit het zicht onttrokken, een half instortend gebouwtje waarin heel vroeger een éénmansschrijnwerkerij zat’.

Annick keek verbaasd, zouden we gaan houtbewerken?, verwonderlijk.

‘En daarin zouden we mijn opzet perfect kunnen doen slagen, met het geld dat jij hebt doen we de eerste basisinvesteringen en daarna zullen de inkomsten vanzelf komen, we moeten gewoon de verzorging zeer ernstig nemen en dan gaat alles van een leien dakje verlopen, nooit nog financiële zorgen.’

‘De verzorging?’, Annick begreep er niets meer van, een timmersmanswerkplaats annex dierenasiel, ze lachte nu toch een beetje onzekerder.

‘No panic babe, we gaan gewoon van onze hobby ons beroep maken, hoeveel mensen kunnen dat nog zeggen, en gaan een hennepplantage opstarten, niemand zal dat verwachten in een rijhuis in de rand, ons broodje is gebakken.’, Michael straalde triomfantelijk.



Vier maanden en twee dagen later, de één zijn geluk is altijd de ander zijn ongeluk


Mieke & Guido (‘For old time sakes’, een afscheid zou het hoe dan ook worden)

Ze had hem zonder aarzelen gebeld, op zijn privé gsm lijn dan nog, iets wat ze eerder zo goed als nooit had gedurfd, nu was ze de schaamte allang voorbij.

‘Guido, ik hier, Mieke’

‘Tja, dat zag ik al aan het nummer, wat een verrassing’, Guido op zijn droogst.

‘Kun je niet nog eens langskomen tijger, ik mis je, ik mis de seks, ik hunker naar lichamelijkheid, ik wil nog een keertje jouw onderdanig slaafje zijn, je alles geven waar je altijd zo naar verlangde, ik wil er zijn voor jou, voor wat je maar wenst, hoeveel je maar wil, hoe hard je het maar kan bedenken, ik wil je, ik verlang naar je.’

Guido viel niet snel uit zijn rol en had een natuurlijke aanleg om zijn cool te bewaren maar werd nu al voor de tweede keer op één dag onverwachts gepakt, gelukkig kon hij nu wel een gil onderdrukken, stel je voor. Gelijkertijd voelde hij zich wel hitsig worden, waarom niet uiteindelijk, morgen vertrok hij toch, waarom niet nog eens gratis en gemakkelijk neuken, hij zou er voor zorgen dat ze zich hem voor altijd zou herinneren, mocht dat al niet het geval geweest zijn natuurlijk.
‘Ok, ik ben er om 8uur, leg je maar al klaar.’

Ze lag inderdaad te wachten, naakt op bed, enkel kaarslicht, haar benen open en haar enkels vastgemaakt met handboeien rond de bedstijlen, hetzelfde met haar armen, naast haar blote lichaam enkel een baseballbat, Guido zou vast opkijken, zo gewillig had zelfs zij zich nooit opgesteld.

Het miste zijn effect niet, zonder woorden en met een wild dierlijke blik deed hij traag zijn kleren uit, zijn geslacht stond zo fier rechtop als dat bij een man van zijn leeftijd nog mogelijk was, hij zou haar een lesje leren, iemand moest tenslotte boeten voor de lege kluis, de bat zou daar vast bij kunnen helpen, haar timing en setting waren net als vroeger perfect.

Zijn geilheid maakte hem misschien net iets minder alert dan anders en wanneer hij over haar kroop om zijn pik in haar keel te duwen merkte hij niet op dat haar rechterhand wel in een handboei gekneld zat maar de boei zelf niet vast hing rond de bedpoot. Zo kon ze achter zijn rug de baseballbat nemen en terwijl ze haar mond uitnodigend openhield, nog enkele centimeters, voelde hij een harde droge knal op zijn achterhoofd, het was alsof iemand het licht uitdeed.

Amper een kwartiertje later ontwaakte hij al, zo had ze het ook gepland, zo had ze het ook geleerd op het internet, ze had nog nooit zo actief gesurft als de laatste uren en het was verontrustend hoe gedetailleerd ze had gevonden wat ze zocht en meer, ongelooflijk.
Ze was perfect voorbereid en dat zou Guido geweten hebben.
Hij werd onbegrijpend wakker en merkte dat de rollen omgekeerd waren, hij lag nu op het bed, vastgeketend aan de boeien, nog steeds naakt. Zou zij eens meesteres willen spelen? Misschien was dat ook wel opwindend.

Eens zijn ogen zich hadden aangepast aan het gebrekkige licht en zijn korte bewusteloosheid zag hij Mieke, vreemd, ze stond volledig aangekleed aan het voeteneinde. Net nadat hij bits gezegd had dat het zo wel genoeg geweest was kwam ze naar hem toe en bracht snel en bruusk een knevel aan, spreken leek geen optie meer, wat dan wel?

Totaal onerotisch ging ze op hem zitten en trok hem af, tegen zijn zin, zelfs tegen zijn wil, het voelde als een verkrachting maar toch kon hij er niet aan weerstaan, het vlees is altijd zwakker dan de geest en uiteindelijk, het leek wel uren te duren, spoot zijn zaad over zijn blote borst, zelden buiten zijn huwelijk zo vreugdeloos klaargekomen.

Miekes blik was een rare combinatie tussen kil en triomfantelijk. Vervolgens stak ze abrupt het licht aan en alvorens hij kon fantaseren over wat er verder zou komen stak ze hem enkele documenten onder de neus, hij herkende ze zonder bril niet direct maar kreeg een angstig vermoeden, het werd een zekerheid als hij Mieke de exacte woorden van de klacht van zijn vroegere patiënte hoorde voorlezen, mijn God, ze wist het, net nu, verdomme toch.

Ze haalde nog een knevel boven, een fel roze nu en spande die rond zijn keel, heel zachtjes trok ze aan, Guido kon het niet geloven. Ondertussen sprak ze hem ijzig kalm toe.

‘Je zou versteld staan op hoeveel websites je zeer verregaande uitleg kan vinden over wurgseks, werkelijk alles. Ik heb een en ander goed bestudeerd en ga je nu zachtjes wurgen, niet tot er een erectie komt en je ejaculeert, dan heb je daarnet al mogen doen maar doodeenvoudig tot je niet meer ademt, tot je dood bent dus.
Alles is zo voorbereid dat ik over een kwartuurtje in paniek de ambulance bel en hun schreeuwend tracht te overtuigen van het feit dat je niet meer lijkt te ademen. Eens zij hier zullen aankomen zal ik mij terug omgekleed hebben, zwarte lingerie lijkt me wel wat, uiteraard met een zedig daarover gedrapeerde nachtjas, jouw sperma van op je buik zal ik over mijn lichaam op strategische plaatsen uitwrijven en ik zal onmiddellijk bekennen dat we wurgseks gehad hebben, zoals zo regelmatig in het verleden, als je bij me langskwam en gewelddadige seks wou. Ik heb namelijk in al mijn eenzaamheid een zeer overzichtelijke boekhouding bijgehouden van het aantal keren dat je bij mij bent geweest, de exacte data en uren, een historische statistiek van het aantal keren dat Guido buitenechtelijk zijn zaad is komen lozen, het zal vast enthousiast onthaald worden op mijn proces.’

Ondertussen begon de strop redelijk haar verstikkende werk te doen, Guido spartelde eerder moeizaam en trachtte met zijn hoofd zich los te schudden. Vruchteloos.

‘Rustig tijger, rustig, het is nog geen tijd, nog enkele minuutjes en je mag sterven, eerst nog even verder luisteren. Ik vermoed dat jouw echtgenote met plezier zal willen getuigen voor de rechtbank en zal kunnen bevestigen dat mijn seksoverzicht inderdaad kan kloppen. Ook jouw secretariaat zal vermoedelijk over aanwezigheidstabellen beschikken die zullen kunnen overeenkomen met mijn lijstje zodat mijn verhaal over sm, plasseks, anale penetratie, fistfucking, wurgseks en andere maatschappelijk minder aanvaardbare seksuele gedragingen behoorlijk geloofwaardig zal overkomen.

Ik zal mij voordoen als het arme onderdanige slaafje, dat was ik uiteindelijk ook en zo kennen de mensen uit mijn naaste omgeving mij eveneens, redelijkerwijs zal de rechter of de jury wel willen aanvaarden dat ik volledig onder jouw invloed stond en jij uiteindelijk mij misbruikt hebt en jouw behoorlijk bizarre seksuele wensen tot jouw eigen dood hebben geleid. Ze zullen vermoedelijk opgelucht zijn dat er weer een pervert minder vrij rondloopt.

Ik zal nalaten mee te delen dat wij eerder gewone seks hadden waarin ik zelf ook altijd zin had, dat lijkt me weinig nuttige informatie, ik zal de goegemeente in de waan laten, mijn enige reden om zelf in leven te blijven is nog enkel om zoveel als mogelijk jouw nagedachtenis te besmeuren en jouw wettelijke echtgenote, jouw kinderen, jouw familie, jouw kennissenkring, jouw collega’s van afkeer en schaamte in elkaar te zien krimpen, het zal vast breed uitgesmeerd worden in de betere pers, jullie reputatie zal meer dan gekelderd worden. Akkoord, de mijne vermoedelijk ook maar ik heb nooit een reputatie te verdedigen gehad, tevens heb ik toch geen leven meer, geen eergevoel, geen doel, behalve dit eigenste moment, met mijn eigen handen voelen hoe alle leven uit jouw walgelijke lichaam wegtrekt, genieten van de steeds wanhopiger wordende blik in jouw steeds verder uitpuilende ogen, met genot zitten kijken op het krampachtig samentrekken van je spieren en uiteindelijk het laatste beetje zuurstof beletten jouw longen te bereiken. Het zal mij plezier doen jou onder mij te voelen sterven, machteloos.

En nu mag je gaan mijn Guido, mijn laffe hond, hopelijk bestaat de hel dan toch.’

Hij had zich zijn einde anders voorgesteld, heldhaftig soms, nu bleek dat het een weinig memorabele laatste adem werd, als je daar al van kan spreken bij een overlijden door wurging natuurlijk. Hij hoopte altijd het leven te kunnen verlaten zonder spijt, zonder verwijt, niet dus…


Kim’ & Shania (‘Eigen vel eerst’, alles is relatief, uiteraard ook de liefde)

Ze zaten elk in een afzonderlijke isoleercel, alle twee beschuldigd van ontvoering van een minderjarige, vermoedelijke gevangenisstraf 5 tot 10 jaar, ze mochten met niemand contact hebben, enkel elk afzonderlijk met hun advocaat.

Ze waren behoorlijk hard aangepakt door de speurders, alsook achteraf door de onderzoeksrechter. Kidnappers van kleuters konden niet echt op veel sympathie rekenen, het feit dat ze lesbisch waren verbeterde hun kansen niet in de typische mannenwereld die justitie en politie nog steeds was.

Shania had gehuild wanneer ze eindelijk met hun raadsman mocht spreken, ze hadden uiteraard samen dezelfde genomen, hun belangen liepen volstrekt gelijk, hun aandeel was hetzelfde, hun beweegredenen identiek. Ze voelde zich in paniek alleen in haar cel, ze wou Kim’ kunnen vastnemen, ze wou zelf getroost worden, ze had nood aan lieve woordjes, ze hoopte van de advocaat te horen dat het allemaal nog zo erg niet was, ze overstelpte hem dan ook met vragen.

Ze hadden Emma toch ongedeerd terug bezorgd? En ze hadden toch een document opgemaakt bij de notaris waarin duidelijk hun motivatie stond en waarin ze zelfs aankondigden wanneer ze Emma terug zouden brengen? Hoelang zouden ze hier nog vast moeten zitten? Hoe gaat het met Kimberley?

Meester Toniman voelde onmiddellijk nattigheid, hij kwam net van bij zijn eerste cliënte Kimberley en die had op hem een heel andere indruk nagelaten dan de slachtofferrol die Shania meende te moeten spelen. Kim’ was zeer zelfbewust geweest, perfect voorbereid op de risico’s, rationeel, ze vatte heel goed wat de resterende mogelijkheden nog waren en wat hen boven het hoofd hing.
Ze had trouwens niet over haar partner gesproken, er evenmin naar gevraagd.

Dit exemplaar daarentegen had geen idee wat de gevolgen konden zijn van hetgeen ze hadden uitgespookt, ze bleef maar herhalen dat alles per toeval was gebeurd, ze nooit een misdadig plan hadden voorbereid en bovenal Emma hadden behandeld alsof ze hun eigen kleintje was. Hun drijfveren waren bovendien nobel, ze wilden enkel zekerheid of ze beiden wel geschikt waren als ouder, ze waren als de dood nog maar eens een kindje ongelukkig te maken. Dat zou de rechter toch vast begrijpen?

Een naïef wereldvreemd wicht, dat zou nog vonken geven bedacht hun advocaat, het zou hem sterk verwonderen mocht hij tegen het einde van de rit nog steeds voor beide partijen optreden, het leek hem alsof hun gelijklopende belangen wel eens heel plots en snel tegenstrijdig zouden kunnen worden. Goed, om dat punt zolang mogelijk uit te stellen –tot dan kon hij dubbel ereloon aanrekenen- besloot hij zich in raadkamer niet te verzetten tegen hun aanhouding en de verlenging ervan. Het leek hem aangewezen dat het onderzoek snel en grondig kon verlopen zodat de onderzoeksrechter er binnen de kortste keren kon van overtuigd zijn dat er in dit geval geen recidiverisico bestond noch dat één van hen beiden zou vluchten.

Ze bekenden immers de feiten zonder meer, er waren destijds geen sporen van mishandeling, verwaarlozing of seksuele handelingen op het kleintje gevonden, over de eigenlijke beweegredenen en de verzachtende omstandigheden moest er pas gepleit worden bij het correctionele proces ten gronde en dat kon nog wel een paar maanden op zich laten wachten.

Tot dan zou hij regelmatig een ereloonstaatje opmaken en die twee potten uitmelken zolang hij kon, die ene was hysterisch en panisch van angst, ideaal om zijn volgende vakantie te financieren, men moet in alle omstandigheden praktisch ingesteld blijven nietwaar..


Karel & Kaatje (‘Die goede oude tijd’, het bleek nog te kloppen ook)

Alsof er niets gebeurd was de voorbije maanden, zo namen ze de draad van hun oude leventje met een verbazend gemak weer op, alles als weleer.

De vraag of dit nu echt alles was hoefde niet enkel niet meer gesteld worden, er werd ook niet meer naar een antwoord gezocht, ze leerden beiden simpelweg gelukkig te zijn met wat ze hadden, met elkaar ondanks alles en met twee kerngezonde kinderen, ook ondanks alles. Of was het gewoon niet ongelukkig zijn en bleek dat op een zekere leeftijd voldoende? Stroomde er bij volwassenheid een nieuw bestanddeel door je bloed dat ervoor kon zorgen dat je je dromen vergat en alle niet gerealiseerde jeugdplannen verbande naar het onbewuste? Of bereikte je dat door drugs, medicatie, alcohol en verveling, het dagdagelijkse recept in de meeste villawijken.

Schoonpapa was iets minder enthousiast dat Kaatje terug in hun leven kwam, zoals het echter een goed middenstandsman betrof uitte hij zijn afgrijnzen enkel tegen zijn echtgenote, tegen zijn ex schoondochter bleef hij beleefd en afstandelijk, hartelijk was hij in het verleden evenmin ooit geweest dus dat moest hij ook nu niet trachten voor te houden.

Schoonmama reageerde minder beredeneerd, ze had aan Karel laten weten dat hij niet moest verwachten dat zij even gestoord zou gaan doen als hij en eveneens zou kunnen doen alsof er nooit iets aan de hand was geweest. Wat haar betrof zette ze bij hen geen voet meer binnen, ware het niet dat pa iets anders beslist had het zou nog zo zijn ook, in ieder geval moest niemand het in zijn hoofd halen te denken dat zij nog ooit zou koken voor die gemene del, niets deed ze nog voor dat serpent, niets. Karel kon moeilijk zeggen dat de maaltijden die zijn moeder maakte door niemand zouden gemist worden wegens de hoge graad van onsmakelijkheid en hield zich wijs bij enigszins begrijpend knikken, voor ruzie te maken met wie dan ook had hij echt geen zin meer. Het was zijn leven en het waren zijn keuzes, hij had ondanks alles besloten met Kaat door te gaan, na hetgeen ze samen doorstaan hadden nu met zekerheid wel tot het einde, tot de dood hen scheidde dus.

En ja, voor altijd dat is lang, maar dat is het leven uiteindelijk ook, te lang.


Annick & Michael (‘Eindelijk een koppel’, ook zij wou in haar vriendenkring wel eens in één adem genoemd worden samen met de naam van haar partner, nu nog een vriendenkring natuurlijk)

Net als in de film ik wil het, hoeveel keer had zij dat zinnetje vroeger niet door haar hoofd laten tollen, ze wist van kindsbeen af dat ze niet gemaakt was om een gewoon, doordeweeks leven te leiden, iets glamoureus, sprookjesachtig moest haar deel worden.

Nu was het dus zover, de man van haar dromen woonde in hetzelfde huis als zij, meer nog, was al weken samen met haar bezig die hoop met onpersoonlijke stenen om te toveren tot hun nestje, hun thuis. Ze haalden samen vergeeld behangpapier af, schuurden zij aan zij oude planken vloeren op, brandden oude verf van de trap, zij van beneden naar boven, hij omgekeerd en halverwege kusten ze hartstochtelijk, ondanks de branders in hun handen, irrationeel, daar hield ze van.

Ze waren ongelooflijk fier hoe mooi het werd, aubergine, donker grijs, appeltjesgroen, violet, knal oranje….elke ruimte kreeg zijn eigen stijl, zijn eigen karakter, de woning was onherkenbaar en dubbel zo groot geworden, te groot voor hen tweetjes eigenlijk, maar goed.

Meubels en aankleding daarentegen hadden ze nog niet, de afdankertjes uit hun vroegere woningen lieten ze wijselijk achter hen, ze hadden afgesproken dat ze zich ongelimiteerd zouden belonen met de opbrengst van hun eerste oogst bij de Zweedse meubelgigant, tot dan gingen ze het zonder keuken doen, wie had er immers kasten, zetels of stoelen nodig als je jong en verliefd bent.

Daarnaast was het stimulerend om zien hoe Michael de soort van ruïne achter in de tuin via de richtlijnen van het internet ombouwde tot de perfecte groeikast voor hennep, hij maakte van oude tuinslangen een uitgekiend besproeiingssysteem, maakte grote houten kaders met glas als een serre voor de jonge plantjes, zorgde er met zwarte plastiek voor dat het zaakje winddicht werd en er tevens zo goed als geen inkijk mogelijk was, de buren weet je wel. Hij had ze wijsgemaakt dat hij voor tuinbouw studeerde en daar in de tuin experimenteerde met een nieuwe soort cactusvariëteit, een revolutie in de plantenwereld zou het worden, bonsaïcactussen. Hij kon er zo gedreven over vertellen dat niemand zich ook maar één vraag stelde, de wijk trapte er met open ogen in, na ongeveer twee jaar zou hij met zijn kweeksels naar buiten komen en zou de buurt uiteraard de eersten zijn die het wonder mochten aanschouwen, tot dan was zijn omgebouwd schuurtje verboden terrein, stel je voor dat de concurrentie er iets zou over opvangen, hij zou zijn geheim onmiddellijk kwijt zijn.
Tijd gewonnen alvast.

In kleine zaaibakjes was hun toekomst druk bezig zich een weg te banen naar de onvergetelijkheid, Annick hoopte het toch wel een beetje want van haar geld was zo goed als niets meer over, alles was zo gebudgetteerd dat ze net konden overleven tot de eerste oogst. Dan pas zouden ze beslissen of ze alles in één keer zouden verkopen in Nederland, als groothandel dus of eerder het principe zouden huldigen van rechtstreeks van producent tot eindgebruiker, ze mochten dan wel geen economie gestudeerd hebben, van geld verdienen had Michael wel één en ander begrepen.

Nog zes maanden van relatieve armoede, dan zouden ze de jackpot scoren.


Loïc en zijn papa (‘Chaos sluit stabiliteit niet persé uit’, of hij chaos dan wel stabiliteit wou was hij nog niet uit)

Zijn eerste moeder was te onstabiel, zijn tweede te stabiel, misschien vond hij bij zijn vader het evenwicht waarnaar hij op zoek was, als hij daar al naar op zoek was natuurlijk.

Het zou voor de rest van zijn leven de vraag blijven, wat is mijn doel, waar wil ik raken, als er al een doel zou nodig zijn, misschien was de zoektocht op zich voldoende maar zou dat ook willen zeggen dat hij voor altijd de weg kwijt was? Uiteindelijk zou zijn leidraad die allesomvattende wijsheid worden dat wie effectief vindt gewoon niet goed genoeg gezocht heeft, hij zou geweldig goed zoeken en hopelijk nooit vinden.

Vragen, vragen, vragen, of hij ooit antwoorden zou krijgen en wie ze hem zou geven zou de toekomst wellicht uitwijzen, nu had hij vooral praktische bedenkingen, hoe zou er hier eten in de koelkast raken, naar welke school zou hij kunnen, hoe zou hij zijn vader duidelijk kunnen maken dat hij toch nog zijn slaap nodig had en er vanaf elf uur wel enige nachtrust welkom zou zijn.

Een bende marginalen die hun dagen doorbrachten met weed smoren en hun avonden met geweldspelletjes op de playstation, objectief leek het niet direct een spectaculaire verbetering, toch voelde het momenteel goed aan.
Zijn biologische vader viel hem weinig lastig met de klassieke beslommeringen van het leven zoals op tijd opstaan of gaan slapen, de kostprijs van een dagelijks bad of huiswerk en beleefdheid. Daarentegen was er warm water à volonté, een tochtvrije slaapkamer, spelconsoles en televisie met satellietverbinding én betaalzenders, snelle internetverbinding en bijna dagelijks afhaalpizza dan wel Chinees. Als ontbijt kon hij kiezen tussen verschillende dozen cornflakes, de ene al met meer honing en chocolade dan de andere, enkel ontbrak er regelmatig niet verzuurde melk, hij had snel geleerd die dingen ook droog lekker te vinden.
Er was een soort harmonie waarin hij zich kon vinden, de softdrughandel leek hem trouwens niet slecht te boeren, evenmin leek zijn vader hem overwerkt of overspannen.

Misschien was dat een beter toekomstplan dan werkloze worden?


Frank en … , tja, wie dan (‘Terug naar af’, weer alleen, wat nu?)

Hij kon Ronny uiteindelijk geen ongelijk geven, hij had hem niet echt fair behandeld, maar kiezen is hoe dan ook altijd verliezen. Hij had gekozen voor een loopbaan als rechter en daar hoorde in zijn ogen geen openlijke homoseksuele relatie bij.
Ronny wou geen verdoken relatie dus was het terechte alternatief geen relatie meer. Hij was vermoedelijk nog het meest aangeslagen door de opmerking van Ronny dat hij zichzelf zo graag zag dat hij geen liefde meer over had voor iemand anders, hij vond nochtans van zichzelf dat hij ook zijn medemens graag zag.

Uiteindelijk bevond hij zich terug op de rode draad van zijn leven, single zijn, minstens in werkelijkheid, in de omgang of op de verschillende sociale netwerken was hij meestal ‘in relatie’, zij het met een vriendin in plaats van een partner, nu was hij zelfs gepromoveerd tot ‘gehuwd’, deze keer zelfs niet met een vriendin maar met een wildvreemde.
Hij streefde al zijn ganse leven naar normaliteit maar schijnbaar was dat in zijn relationele status niet voor hem weggelegd, eigen schuld natuurlijk.

Belangrijke beslissingen moet je in een tijdsspanne van zeven adembeurten durven nemen en nadat hij Ronny had betrapt met een amper meerderjarige dekhengst had hij nog voor hij zijn auto startte beslist hoe zijn toekomst er uit zou zien.

Hij ging Mieke een eerlijkere kans geven, hij zou zich engageren om echter te gaan samenleven en al eens samen op stap te gaan, uiteten, bioscoop, sauna, kortom, de dingen die min of meer normale koppels ook wel eens doen, gewoon samen praten bijvoorbeeld.
Uiteindelijk is dat de enige bestaansreden van eeuwige trouw en samenzijn, iemand thuis vinden met wie je je dag kan delen, aan wie je kan tonen wat je gedaan hebt, gezien hebt, die je kan laten luisteren naar dat ene liedje dat al vierentwintig uur door je hoofd spookt. Er valt pas te genieten van een overwinning als je het kan doorvertellen, als niemand weet heeft van je triomfen hebben ze weinig zin, enkel voor onszelf leven is ruimschoots onvoldoende, een held ben je enkel door de ogen van iemand anders.

Echte liefde onderscheid zich vermoedelijk van de doorsnee relatie wanneer je ook je slechte kanten kan laten zien, ook je zwakheden durft toe te geven, je fouten erkent, je droefheid laat omarmen door diegene die je liefheeft. Eens iemand je donkere kanten beknuffelt en leert graag zien kan er mogelijkerwijs sprake zijn van het romantische begrip echte liefde, tot dat moment moet zo goed als iedereen het doen met ersatz, in verschillende gradaties, hij bevond zich opnieuw helemaal onderaan de ladder maar was vastbesloten op te klimmen. Een hechte vriendschap met Mieke en een soort suikernonkel van Loïc, misschien was het dat wel wat hij zocht.

Naar driften toe zou hij ook terugvallen op zijn oude vertrouwde en gekende patroon, zaterdagnacht in homodisco’s, ejaculaties op donkere parkings of in andermans auto, doordeweeks de darkroom in zijn favoriete sauna, hij had jaren zo geleefd en uiteindelijk bleek dat voldoende om zijn geilheid onder controle te houden, vermoedelijk zou dat ook nog verbeteren met ouder worden.
.
Hetgeen hij vroeger miste had hij uiteindelijk nu gewoon thuis, een gezin, een luisterend oor, iemand die de deur opendeed, zijn strijk deed zonder vergoeding, de leegte was verdreven, nu nog enigszins aanvaardbaar opvullen en hij kon misschien van de nood van terug vrijgezel te zijn opnieuw een deugd maken.

Tevreden met zichzelf en zijn flexibiliteit reed hij richting huis –hij had wel onmiddellijk de proef op de som genomen en zich gerealiseerd dat hij ook dat gemist had, in een Turks bad in een onbekende mond klaarkomen-, hij zou Mieke verrassen, hopelijk draaide dat beter uit dan zijn poging met Ronny.

De ambulance met zwaailichten samen met de politiewagens voor zijn appartementsgebouw beloofden niet echt veel goeds, vast één van die bejaarden op de onderste verdiepingen die het aan zijn hart zou hebben gekregen. Toch bezorgde dat enge aan en uit flikkerende blauwe licht hem telkens weer een angstig gevoel, van kinds af aan kon hij geen ziekenwagen of brandweerwagen zien zonder te fantaseren dat zijn huis in brand stond of zijn geliefden tegen de dood aan het vechten waren. Hij was toen nog jong en dacht onwetend vele geliefden om zich heen te hebben, de tijd haalt de waarheid dan toch altijd in.

Hij trok dan ook wit weg als hij door kreeg dat de lokale afstappingsdienst zijn appartement had verzegeld en de nodige vaststellingen aan het doen waren, indien mogelijk nog witter werd hij wanneer hij de woorden ‘uit de hand gelopen seksspel’, ‘gynaecoloog Guido’ en ‘overleden’ in één zin hoorde, zwart voor de ogen werd het hem wanneer hij zijn officiële echtgenote in nauwelijks verhullende kledij zag afgevoerd worden tussen twee speurders in.

Hij was nooit een man van verrassingen geweest, dat bleek vandaag weer maar eens.


Alles en iedereen samen (‘Hoe meer zielen hoe minder vreugd’, dat bleek nog maar eens)

De lokale recherche glom van trots en opwinding, wat een doordeweeks seksschandaaltje van een verveelde huismoeder met een gefrustreerde ambtenaar leek te worden bleek slechts het topje van een gigantische ijsberg van immoraliteit, schande en verderf.

Het huissloortje bleek de echtgenote van een pas benoemde rechter, de op walgelijke vleselijke uitwisselingen kickende overledene bleek één van de meest gerenommeerde vrouwendokters uit de regio.

Het schattige kindje dat in datzelfde appartement woonde bleek noch van het slaafje nog van mijnheer de rechter te zijn, hoewel de officiële documenten een en ander anders lieten uitschijnen. Ook leek de kleuter verdwenen…

Toen bleek dat de gewurgde een cliënt was van de ex advocaat en toekomstige ex rechter en hij bovendien redelijk inventief was geweest met geboorteaktes en dergelijke konden de flikken hun geluk niet op.
Naast het geleverde administratieve knip- en plakwerk was de clou uiteraard dat de zeer geachte gynaecoloog schijnbaar niet enkel kindjes op de wereld bracht maar ook nog eens kindjes leek te verkopen als waren het nieuwe schoenen en dat de eveneens zeer geachte heer rechter blijkbaar wel geïnteresseerd was geweest in zo’n koopje.

Dat zou dan de kleine Loïc moeten geweest zijn.

Vermoedelijk was dat allemaal om de schone schijn op te houden, dezelfde reden waarom hij met de anonieme Mieke getrouwd was, vermits het weinig doortastend speurwerk had gevergd om de juge zijn seksuele geaardheid bloot te leggen en zijn lidmaatschap van allerhande homoclubs dan wel dancings dan wel sauna’s in kaart te brengen.

Ook het vinden van de biologische ouders van Loïc was relatief eenvoudig geweest, twee in de rand levende sujetten met een gekend drugsverleden, een huisbezoek bij beiden leverde trouwens een zeer welgekomen bijkomend voordeel op.
Papa Loïc bleek in het bezit te zijn van een flinke hoeveelheid cash alsook een even flinke hoeveelheid softdrugs, mama Loïc leek het dan weer dichter bij de bron aan te pakken vermits in haar achtertuin een klein fortuin aan hennepplanten aan het proberen groeien waren.

Enige promotie dan wel extra vakantiedagen zouden vast wel het deel worden van de speurdersploeg.

Nog mooier werd het wanneer enig rondneuzen in de boekhouding van Guido leidde tot nog een verborgen handeltje, ditmaal in adoptiekinderen en er zo een link kon worden gelegd met de lesbo’s die dat andere schattige kindje uit de regio hadden ontvoerd, zij hadden blijkbaar voor veel geld een Indisch meisje besteld bij de Guido en wilden eerst oefenen met iemand anders spruit, schitterend.

Een nazicht van de dossiers van meester Frank leerde dan weer dat destijds de twee klachten tegen cliënt gynaecoloog Guido wel heel gemakkelijk geklasseerd werden zodat er ook nog een corruptiedossier tegen een parketmagistraat op hun palmares kon bijgeschreven worden.
Dit werd ontegensprekelijk één van die zaken die carrières maken en breken, toekomsten bepalen, die van modale doordeweekse politiemannen echte helden zou maken, over de grootte van hun latere pensioen werd nu beslist, toeval is een mooie meevaller.

Helemaal Hollywoodiaanse proporties kreeg het gehele dossier als één van hen die oorspronkelijke klachten ten gronde deftig ging nakijken en zo het werkelijke ‘systeem Guido’ ontdekte, voor elk kind dat hij ter wereld bracht maakte hij een toekomstige moeder onherroepelijk onvruchtbaar, een meer dan ziekelijk type dus.

De haute bourgeoisie ontmaskert, het publiek zou er van smullen.
De rijke en succesvolle medemens die van zijn voetstuk valt, daar houden ze van, afgunst regeert, dat hoeft niet gezegd.





Eén jaar later, de processen


Frank (‘Het einde van een tijdperk’, een verborgen leven zou hij in ieder geval niet meer hoeven te leiden, ‘elk nadeel heb dus inderdaad zijn voordeel’, dixit JC)

Als horror ooit zou moeten worden gedefinieerd volstond het om te verwijzen naar het laatste jaar in Franks leven. Het was onvoorstelbaar geweest, een ergere heksenketel dan wel heksenjacht had hij zich nooit durven voorstellen.

Hij had dus een toch wel in zekere mate goede vriend dood aangetroffen in zijn eigen bed, hoewel dat uiteraard relatief was, er zelf in geslapen had hij nooit. De man was daar niet overleden omdat hij zich tijdens een amicaal bezoekje onwel had gevoeld en even op het bed wou bekomen waar een hartstilstand zich aankondigde. Neen hoor, zo onschuldig had de dood zich niet aangediend, Guido bedreef in hetgeen officieel zijn echtelijke bed was geslachtgemeenschap met hetgeen even officieel zijn echtgenote was. Alsof dat als schandaal op zich niet volstond vonden zij het nodig de missionarisstand te banaal te vinden, zelfs op zijn hondjes was hen blijkbaar te min, zijn echtgenote had sm-varianten met haar gynaecoloog, eindigend in wurgspelletjes, uiteindelijk eindigend in de dood door verstikking in de zogenaamde echtelijke slaapkamer.

Alsof dat nog niet genoeg was om hem de hoon van de ganse rechterlijke wereld levenslang op zijn nek te halen alsook het misprijzen van de ganse advocatuur ontdekten de speurders de aanwezigheid van Loïc, aangekocht als betrof het een puppy door mijnheer de rechter.

Hij kon daar weinig zinvols aan toevoegen., soms is zwijgen het meest aangewezen, altijd is zwijgen het meest aangewezen trouwens, maar de mens, het praat zo graag, en zo veel…

Hij moest wel toegeven, het las als een trein op de voorpagina van de meest populaire kranten van het land, jammer genoeg was hij het hoofdpersonage, het was evident dat hij onmiddellijk geschorst werd als magistraat, zulks in afwachting van meer duidelijkheid.
Die kwam er snel, één of ander pulpblad insinueerde dat de echtgenote en het kind een mise-en-scène waren als alibi voor zijn eerder wilde homoseksuele leven, een gerucht dat vrij snel werd overgenomen door de zogenaamde kwaliteitskranten en zo als een lopend vuurtje door zijn kennissenkring ging, Frank was voor de mannen, wie had dat ooit durven denken.

Zijn ouders gingen gebukt onder de schaamte, ze wisten niet wat ze het ergste moesten vinden, opgezette huwelijken, walgelijke seksuele belevingen, een aangekocht kind, een mislukte loopbaan of de Griekse beginselen….in ieder geval konden ze hem dit niet vergeven, zijn naam, hun naam dus, werd in alle beschikbare media door het slijk gehaald. Gans hun leven had hoofdzakelijk in het teken gestaan van hun waardigheid en prestige en op nauwelijks enkele dagen was dat allemaal nutteloos gebleken, hoe konden zij nog ooit de bakker onder ogen komen?

Geen relatie meer, geen thuis, geen familie, geen job maar uiteindelijk wel een dagvaarding om te verschijnen voor de correctionele rechtbank, het was eens te meer een vaststaand feit dat iemands leven in minder dan een tel totaal overhoop kon gegooid worden. Cliché maar o zo waar, was het niet kanker dan vond je je echtgenote met de buurman in bed of werd je kind doodgereden door een dronken buschauffeur of bleek net als je je hypotheek had opgetrokken je werkgever failliet te gaan of zou je met je vaste nummers de lotto gewonnen hebben ware het niet dat het in te dienen formulier voor één keer nog in je handschoenenkastje lag…. kortom, kommer en kwel lag steeds op de loer, in het leven moest je steeds alert blijven, het einde was altijd nabij.

Best kon je in tussentijd zoveel als mogelijk genieten, maar voor die halve waarheid was het nu hoe dan ook te laat, genieten klinkt trouwens zo duf, op het lijf geschreven van naar de menopauze hengelende wijven met teveel tijd, op zoek naar een zinvolle tijdsbesteding, zoals het herinrichten van de gezinswoning, minstens het herdecoreren van het eigen lichaam.

Een teveel aan vrije tijd heeft nog nooit iemand echt goed gedaan.

Goed, hij was nu dus beklaagde, de zogenaamde andere kant van de medaille, zijn ex-confraters zouden vast smullen, de gieren. Schijnhuwelijk, mensenhandel alsook omkoping en corruptie, dat zou behoorlijk aan zijn ribben kleven.
Zou hij daarna terug als advocaat aan de slag kunnen of zou hij echt werk moeten zoeken, verdomme toch, hij had altijd vermoed dat zijn 14 cm testosteron hem ooit in ernstige problemen zou brengen, wel nu, problemen genoeg in ieder geval.

Ernstige bovendien.


Annick (‘Een ongeluk komt nooit alleen’, ze had altijd een afkeer gehad van clichés, vermoedelijk omdat ze zo dikwijls waarheid bevatten)

Ze had het moeten weten, geluk was nu eenmaal niet voor haar weggelegd, toen niet, nu niet, later niet. Ze had als kind al een visionair beeld over haar toekomst gehad, alles en iedereen zou haar verlaten, dat was gewoon zeker. Het geluk deed in ieder geval sterk zijn best zich telkens weer zover als mogelijk van haar te verwijderen.

Ze had twee maanden in voorhechtenis gezeten, tussen allemaal hysterische wijven, zonder dat ze contact kon hebben met haar droomprins waarvan ze wist dat ook hij in de gevangenis zat, niet wegens mensenhandel maar enkel wegens drugshandel. Al dat werk voor niets, die smerige flikken hadden de ganse plantage vernietigd, met een bulldozer dan nog wel, er was niets van overgebleven, niet enkel geen enkel plantje maar zelfs het ganse gebouwtje hadden ze met de grond gelijk gemaakt, het leek wel of ze naar een lijk in de achtertuin hadden gezocht, de doordrijvers.

Als ze naar huis terug mocht kwamen de felgekleurde kamers haar enigszins misplaatst over, het was nu al duidelijk dat dit voor altijd een spookhuis zou blijven, zonder meubels, zonder keuken, zonder leven. Eén dag later werd ook Michaël vrijgelaten, het was een weinig hartelijk weerzien, zwijgend smoorden ze zich die avond samen bijna te pletter, ze waren drie dagen high geweest, al was down vermoedelijk een meer correcte omschrijving.

Zeker als ze daar bovenop hoorde dat Loïc opgepakt was bij zijn vader in het gezelschap van zware drugsgebruikers en als bewaker van een behoorlijke hoeveelheid roesverwekkende producten, ook de papa werd tijdelijk opgesloten. Prachtig wereldbeeld kreeg dat ventje mee, zijn beide biologische ouders in de cel voor drugs, zijn tweede mama aangehouden op verdenking van doodslag, zijn stiefvader een uit zijn ambt gezette corrupte ex-rechter, hijzelf het voorwerp geweest van een zakelijke transactie, een ordinaire koop/verkoop.
Vijfendertig duizend euro was hij waard geweest, veel centen vond hij dat.

Hij zou trouwens zelf ook zijn ouders verkocht hebben, voor minder geld zelfs, dat wist hij wel zeker.

Vermits er geen andere familie beschikbaar was dan uiterst onbetrouwbare grootouders werd Loïc geplaatst, eerst in een instelling, vervolgens bij een crisis opvanggezin, zijn zoektocht was begonnen, dat leed geen twijfel.
Vijf verschillende adressen in evenveel maanden, dat beloofde, rust zou nooit meer zijn deel worden.


Kimberley & Shania (‘Liefde overwint alles’, toch minstens in die oubollige weekendfilms)

Ze hadden naast elkaar geleefd de voorbije maanden, alsof er geen woorden overbleven die passend genoeg waren.

Ze waren in afwachting van het proces terug verhuisd naar een studentenstudio in de binnenstad, het was onmogelijk dat ze tussen hun vroegere buren bleven kuieren nu ze gebrandmerkt stonden als kinderontvoerders, de grootstad kon wel de noodzakelijke anonimiteit bieden.

Het probleem was dat ze geruisloos ook vreemden voor elkaar dreigden te worden.

Over enkele dagen begon hun proces en de enige woorden die ze er aan vuil gemaakt hadden waren tijdens de enkele consultaties bij hun raadsman waarvan ze ondertussen elk afzonderlijk vonden dat hij wel zeer regelmatig provisies op zijn ereloon vroeg, maar ook daarover spraken ze niet.

Shania hoopte dat ze na de uitspraak hun oude leventje terug konden opnemen, Kim’ wist wel beter.

Niet enkel waren ze veel geld kwijt, aan Guido, aan hun advocaat, aan gerechtskosten, tevens zouden ze de weinig benijdenswaardige eer hebben de bezitsters te worden van een strafblad, hetgeen op hun beider jobs op weinig gejuich zou onthaald worden.
Meer nog, voor Shania kon het niet anders dan dat ze op staande voet zou ontslagen worden, een wegens kinderontvoering veroordeelde consulente bij de jeugdrechtbank kon niet echt, zoveel was duidelijk. Kimberley zou mogelijks haar werk mogen houden, van enige promotie zou er in ieder geval de rest van haar leven geen sprake meer zijn, ze zou zo’n typische oude verzuurde loketbediende worden aan wie elke vraag er één teveel is en voor wie een goedemorgen wensen zelfs te veel gevraagd zou zijn.

De toekomst was terug wat hij altijd al geweest was, iets om niet direct halsreikend naar uit te zien. Ook van mama’s worden zou uiteraard de eerste tijd geen sprake meer zijn, voor een officiële adoptie zouden ze trouwens nu zeker nooit meer in aanmerking komen, een hondje of poes dan maar?

Toch rekende Shania nog op de liefde om samen gesterkt uit deze crisis te raken, Kim’ hoopte nog slechts op een echt wonder.


Mieke (‘Schijn bedriegt’, wie kon dat beter weten dat zij?)

Ze was nooit aangehouden geweest, de slachtofferrol beheerste ze namelijk als geen ander, het gedurende jaren zelfhulpgroepen allerhande bezoeken had haar duidelijk geen windeieren gelegd.

Eerst had het parket doodslag gevorderd, op een bepaald moment richtte de onderzoeksrechter zich toch op moord maar wegens gebrek aan enig motief werd die denkpiste opgedoekt. Uiteindelijk besliste de procureur om toch de gok te wagen naar assisen te gaan maar dan slechts met ‘onvrijwillige slagen en verwondingen met de dood als gevolg’, men zou dan nog wel zien in welke richting de volksjury te manipuleren was en in hoeverre Mieke tijdens die hoofdzakelijk mondelinge procedure niet alsnog uit haar rol zou vallen.

Over enkele weken zou het dan zover zijn, haar ultieme moment suprême, het voor de ganse wereld te kakken zetten van mijnheer de gynaecoloog Guido en met hem zijn ganse familie en loge, het zou een kleine wraak zijn, een pleister op een houten been, maar toch beter dan niets.
Uiteindelijk mocht ze nooit vergeten dat ze het genot had gehad hem met haar eigen handen te vermoorden en dat ze nog steeds wanneer het even minder goed dreigde te gaan zich de ultiem wanhopige blik uit zijn uitpuilende ogen voor de geest kon halen, een beter pepmiddel was niet denkbaar.

Frank was uit huis getrokken, Loïc bij zijn vader gaan inwonen, zij behield nog steeds het appartement, Frank had immers voor een jaar vooruit betaald, tot aan haar proces moest ze zich geen zorgen maken, daarna kon het haar feitelijk niets meer schelen, misschien trok ze wel de wereld rond, als prostitué eventueel, ze was terug alleen, terug naar start.

Ze had zich perfect voorbereid en ook haar raadsman –een pro deo uiteraard- was zeker van haar onschuld, de intentie, de wil om te doden ontbrak volgens hem, meer nog, hij was er van overtuigd dat ze de jury zouden kunnen verleiden tot vrijspraak.

Zijn eerste assisen en onmiddellijk een vrijspraak, hoe meer kon zijn broodje gebakken zijn?

Waarom zou ze hem trouwens dood gewild hebben, er was daar simpelweg geen reden toe.

Het was ontegensprekelijk destijds een goede ingeving geweest van Mieke om alvorens de ambulance te bellen het Guido dossiertje door de afvalkoker te gooien, haar motief lag ergens op de vuilnisbelt, tussen het andere afval.

Niemand wist trouwens af van haar abortus en bijhorende onvruchtbaarheid, het leek haar best dat zo te houden.


Karel & Kaatje (‘Money, money, money’, te vaak is dat het enige motief voor iemands al dan niet doen en laten)

Ze zagen er niet naar uit, oude wonden openrijten was nog nooit voor iemand goed gebleken maar voor de eer van Emma zouden ze het toch doen, zich samen burgerlijke partij stellen op het proces van dat verachtelijke lesbokoppel.
Misschien konden ze wat genoegen halen uit het strooien van zout in andermans wonden, de burgerlijke partij in een strafproces was uiteindelijk niets meer of minder dan een wraakactie in gelegitimeerde vorm.

Ze konden het bovendien niet maken om aan hun dochter op latere leeftijd te moeten uitleggen dat papa en mama te lui of egoïstisch geweest waren om actief deel te nemen aan het proces van haar kidnappers, evenmin konden ze het risico lopen dat die ongetwijfeld overbehaarde wijven niet zwaar genoeg gestraft zouden worden omdat het slachtoffertje of haar ouders zelf onvoldoende geïnteresseerd waren.

Vroeger zouden ze bij hun huisvriend Guido hebben aangeklopt om enige goede raad te krijgen wie als advocaat aan te spreken, nu waren ze op zichzelf en google aangewezen, de weinige ervaring die ze hadden was dan nog met betrekking tot hun echtscheiding, een herinnering die vooral bij Karel weinig positiefs opriep.
Ze konden het trouwens nog steeds amper geloven dat Guido er niet meer was, al evenmin konden ze zich de manier waarop hij het tijdelijke voor het eeuwige had geruild voorstellen, althans Kaatje niet, Karel had tijdens zijn korte vrijgezellenbestaan –de eerlijkheid gebiedt om dat ook uit te breiden naar de laatste periode van zijn huwelijk- op nogal confronterende wijze kennis gemaakt met de seksuele besognes van jonge meisjes en kon op het gebied van seksuele wensen van niets meer raar opkijken.

Mensen stammen af van beesten, daarmee is alles gezegd, en dan nog, weinig apen vrijwillig zoveel mensonterends weten doen, maar goed, de komende barbecueparty’s zouden het alvast met minstens één gast minder moeten stellen, zijn afwezigheid zou zeker invloed hebben op de sfeer, in welke richting zou de toekomst moeten uitwijzen, Karel zou hem alvast niet te hard missen.

Nu dus in naam van hun jongste dochter, henzelf alsook Charlotte een beetje geld uit die potten hun zakken halen, gevangenisstraf, publieke vernedering en geruïneerd worden, dat gunden ze hen wel.


Annick (‘Ik had het allemaal niet zo bedoeld’, tja, waar hadden we dat nog meer gehoord…)

Twee processen op twee weken, dat was misschien wel van het goede teveel.

Het eerste was een waar mediacircus, Annick was redelijk overdonderd.

Blijkbaar was het feit je eigen zoontje verkocht te hebben de ultieme uiting van het morele verval dat onze huidige tijdsgeest kenmerkte, in de pers kreeg ze er flink van langs, hoe gewetenloos kon je zijn, hoe diep kon je als mens zinken?
Toch zou er vermoedelijk zoveel aandacht niet geweest zijn waren ook de kopers niet zo interessant geweest, alleen zou ze het mogelijk kunnen hebben beperken tot een marginaal geval dat uit noodzaak om drugs te kunnen kopen schijnbaar tot alles bereid leek.

Nu was het anders, de zichzelf tot vader ingekochte kerel was een rechter, de moeder zonder eigen kind bleek net haar minnaar om het leven te hebben gebracht, de publieke opinie smulde ervan, het aloude principe van brood en spelen herleefde.
Er was zelfs buitenlandse televisie, Annick vond het uiteindelijk wel iets hebben om zo in het midden van de spotlichten te staan, beweert men niet altijd dat slechte publiciteit beter is dan geen publiciteit, aandacht genoeg in ieder geval. Misschien werd ze wel ‘ontdekt’ of zo…

Het openbaar ministerie had netjes zijn huiswerk gedaan en er duidelijk zaak van gemaakt mijnheer de ex-rechter zo negatief als mogelijk af te schilderen.
Frank zou moeten dienen als voorbeeld zodat de samenleving opnieuw vertrouwen kreeg in justitie en elke insinuatie naar doofpotoperaties vermeden kon worden.
Een kordate aanpak en strenge bestraffing waren noodzakelijk, het ons-kent-ons mechanisme mocht deze maal zijn werk niet doen, dit keer moest er effectief iemand aan de schandpaal, al was het maar om de rest van de rechterlijke kaste afdoende te blijven beschermen. Bovendien was hij nog maar nieuw, een afrekening kon dus nog.

Mieke werd als een meeloopster beschouwd en eigenlijk een beetje buiten schot gehouden, een bewuste tactiek om haar later aan de hand van dit dossier in haar assisenproces alsnog te kunnen afschilderen als veel meedogenlozer dan haar imago liet vermoeden. Het ergste voor het parket is en blijft toch een assisenzaak die uitloopt op een vrijspraak. Dit dossier was hoofdzakelijk bedoeld om Frank te kelderen, het volgende hopelijk om ook Mieke mee de dieperik in te sleuren.

Annick en haar pro deo raadsman voelden deze teneur perfect aan en hielden zich dan ook zo gedeisd als mogelijk, ze kozen ervoor om zich in de schaduw van de procureur te zetten om hopelijk zelf op die manier zo weinig mogelijk in de schijnwerpers terecht te komen, laat ze het maar onder elkaar uitvechten.
Ook hun tactiek lukte, ze schilderden haar af als een drugsverslaafde met een zwakke persoonlijkheid en acute geldnood die zo onder invloed stond van haar dokter Guido dat ze als het ware nog amper over vrije wil beschikte. Als daar nog een advocaat en toekomstig rechter werd bij betrokken om haar onder druk te zetten was het niet meer dan normaal dat zij –intellectueel en sociaal ondergeschikt- akkoord ging met eender wat zij haar voorschotelden, temeer daar zij Loïc een beter leven zouden bieden.
Onder de belofte van een financieel onafhankelijk leven namen zij dus haar kind af, het ergste wat je een moeder kan aandoen. Uit het assisendossier bleek trouwens dat Guido niet aan zijn proefstuk toe was wat betreft vrouwen kinderloos te houden of te maken.

Zelf kon ze akkoord gaan met dergelijke haar compleet ondermijnende voorstelling van de feiten, ze had haar ego en trots volledig ondergeschikt gemaakt aan de angst effectief de gevangenis in te vliegen, toch zeker nu niet, net nu het zo goed leek te gaan met haar droomprins.

Mieke zelf had er voor gekozen steeds in persoon aanwezig te zijn en zich in dit dossier niet te laten bijstaan door een advocaat, ze pleitte te goeder trouw te zijn en dermate onder invloed te hebben gestaan van Guido dat ook zij niet anders kon dan instemmen, al voelde ze met elke vezel in haar lichaam aan dat het fout was, immoreel, onaanvaardbaar. Ze was al dertig jaar gewoon altijd te doen wat Guido beval dat ze ook dergelijk voorstel aanvaarde, gek genoeg.

Ook voor haar diende deze zaak enkel ter voorbereiding van haar assisenproces, de verdediging die ze hier voerde was de voorloper van haar verdediging ten gronde, zij voerde slechts uit, ze was een handpop, gemanipuleerd door de psychisch veel sterkere Guido, ze kon niet tegen hem op.

Zo speelden Annick, het parket en Mieke eigenlijk hetzelfde spel, de schuld werd hoofdzakelijk verschoven naar de dode Guido en de doortrapte Frank die een duidelijk moreel overwicht hadden op de beide vrouwen. Dat vooral Mieke en Annick vragende partijen waren rond de transactie van Loïc hoefde niemand te weten, iedereen hier was toch hoofdzakelijk geïnteresseerd in de afrekening met rechter Frank, zij waren slechts kleine garnalen en hoopten zo tussen de mazen van het net te kunnen glippen.

Uiteindelijk lukte ook dat grotendeels, Mieke kreeg een veroordeling van twee jaar waarvan slechts zes maanden effectief, Annick werd veroordeeld tot slechts één jaar waarvan ook de helft met uitstel, Frank daarentegen kon voor alle drie van de uitgesproken drie jaar effectief de gevangenis in, de wraak was voltrokken, het offer gebracht. Uiteraard werden ook zijn burgerrechten en plichten ingetrokken, elke verdere carrière rond de balie mocht hij vergeten, tenzij hij de ambitie mocht hebben de cafetaria uit te baten uiteraard.

Zijn leven was hoe dan ook gebroken, welke uitspraak er ook mocht zijn gevolgd. Alle discretie waar hij en zijn familie zo naar hadden gestreefd en waar hij zo trots op kon zijn was tijdens amper twee zittingen overbodig gemaakt, de ganse wereld had kennis gekregen van zijn verborgen homoseksualiteit, zijn promiscue gedrag, zijn fake relatie met zijn beste vriendin, zijn eindeloze pogingen om de schone schijn te bewaren, uitmondend in de climax van een onecht gezin, een gekoppelde vrouw en een gekochte zoon, met als enige bedoeling tot rechter benoemd te kunnen worden.
Hebzucht, machtsdrang en het opsmukken van maatschappelijke status gekoppeld aan uiterlijke sier en schijn, gefundenes fressen om zo definitief met hem af te rekenen.

Daar was men dus in geslaagd, waar celstraffen van minder dan drie jaar zelden of nooit worden uitgevoerd wegens de onaanvaardbare overbevolking van de gevangenissen hadden ze er voor Frank voor gezorgd dat hij daadwerkelijk binnen zou mogen, kon hij onmiddellijk de stadslegende van het stuk zeep en de douche aan de lijve ondervinden, of dat nu een bijkomende straf dan wel een lichtpunt zou blijken moest afgewacht worden. Feit was dat hij het wereldnieuws haalde, een zetelende rechter die in de Westerse democratieën veroordeeld werd tot dergelijke straf was ondanks het grotendeels ontbreken van normenbesef in diezelfde democratieën toch redelijk uniek.

Eindelijk bleek hij uniek, toch één van zijn puberdromen die leek uit te komen.


Haar tweede proces leek wel net het tegenovergestelde, een banale drugszaak die aan een beginnende rechter was toegewezen en waar behalve zijzelf en Michael alleen enkele verveeld wachtende advocaten in de zittingszaal aanwezig waren.
Hun raadsman had er op gestaan dat zij zelf ook in persoon zouden verschijnen teneinde de rechter toch enigszins gunstig te stemmen en hem op zijn minst de illusie te geven dat er toch iemand aan zijn oordeel waarde zou hechten.

Het was een bedroevend decor, zeker na het showproces van enkele dagen terug waarin Annick eveneens beklaagde was, dat ver afweek van hetgeen je dacht te kennen van de series op televisie, routineus werd zaak na zaak afgewerkt, dezelfde manke argumenten werden herhaald om de daders toch enigszins te verdedigen, uitspraken volgden aan de lopende band, bijna altijd een veroordeling tot zes maanden.

Ze pleitten schuldig maar ook hier werd Annick voorgesteld als het meelopertje, het initiatief van de plantage werd in Michaels schoenen geschoven, hetgeen uiteindelijk ook de werkelijkheid was, zij investeerde, hij bedacht en voerde uit.
Vermits ze nooit tot een effectieve oogst en verkoop waren kunnen komen, de inval gebeurde al vroeger, was de rechter bereid behoorlijk mild te zijn, 60 uren werkstraf voor haar, 180 voor hem, het langste dat hij al ooit in zijn leven zou gewerkt hebben.

Er waren natuurlijk enkele randgevolgen aan al dat zogenaamde goede nieuws, hoe zou ze in godsnaam alle gerechtskosten kunnen betalen? Bovendien werden ze uit hun huisje gezet, cannabiskwekerijen waren niet echt geliefd in die buurt.
Zou hun nog prille liefde bestand zijn tegen tegenslagen? Elk afzonderlijk waren ze een leven zonder meeval gewend geraakt, om nu als koppel ook van het ene ongeluk in het andere te lopen was misschien van het goede teveel.

Tenslotte was er ook het schuldgevoel en de maatschappelijke stempel van ‘slechte moeder’ die ze als een tatoeage op haar voorhoofd voor altijd met zich meedroeg, Loic was ondertussen geplaatst bij een pleeggezin vermits ook zijn vader niet langer over een blanco strafblad beschikte.

Was het dit allemaal waard geweest?


Kimberley & Shania (‘Is dit liefde?’, nou, dat hebben ze me nooit zo verteld)

Opnieuw mediaheisa in justitieland, nu was er het in binnen- en buitenland lang verwachte proces van de kidnappers van dat kleine lieve engeltje Emma, de mascotte van al lang vervlogen hoop, het licht in deze duistere tijden, het echte sprookje.

Ook hier journalisten van alle slag, televisiecamera’s zelfs en publiek uiteraard, de voorzitter diende zelfs regelmatig tussen te komen en tot stilte en respect aan te manen omdat er boegeroep opklonk naar de beklaagden en her en der al te gemakkelijke scheldwoorden gebaseerd op hun seksuele geaardheid te horen vielen.

Dat respect één van die moderne holle woorden waren die ten pas en ten onpas misbruikt werden kwam in de rechter niet op, dat het allang geen automatisme meer is maar iets waar je moet voor werken, iets dat afgedwongen moest worden werd al te eenvoudig vergeten. Mensen aanvaarden geen opgedrongen waarden en normen meer, de vrije burger wil waar voor zijn geld, voor wat hoort wat, ook respect is een voorwerp van ruilhandel geworden.

Hun advocaat pleitte het bekende verhaal, ongelukkige jeugd, zelf uit onstabiele gezinnen voortkomend, opgeklommen tot modelburgers met een diploma en een benijdenswaardige job, nooit in aanraking gekomen met het gerecht, blanco strafblad uiteraard, onberispelijk tot dan, geen enkele negatieve opmerking te bespeuren in geen enkel politierapport, in geen enkel verslag van het buurtonderzoek.

Uiteindelijk Emma per ongeluk in de schoot geworpen gekregen en behandeld als was ze een godsgeschenk, ze gaven haar meer aandacht en verzorging, zelfs liefde dan ze thuis ooit kon gekregen hebben en brachten haar veilig en ongedeerd, zowel fysisch als psychisch, terug naar haar ouders eens ze zeker wisten dat zij voldoende geschikt waren een eigen kind op te voeden.

Dat was namelijk hun enige motivering, een kansarm kindje gelukkig maken en daarvoor hadden ze geoefend, bij toeval, er was nooit sprake geweest van enige criminele intentie, ze deden om goed te doen, voor henzelf, hun toekomstig kindje én Emma. Inderdaad, daarvoor deden ze iets onaanvaardbaars, iets waarvoor ze gestraft moeten worden, dat beseften ze beiden, maar met redelijkheid, met menselijkheid, ondanks de buiten proportie aandacht van de halve wereld, die meisjes verdienen een tweede kans, ze zijn nog jong en waren misschien naïef, maar zeker niet kwaadaardig.

Zo sprak hun advocaat.

Karel vroeg in naam van zijn dochter vijftigduizend euro schadeloosstelling, in eigen naam en die van zijn (ex) echtgenote elk vijfentwintig duizend en voor de oudere zus ook nog eens vijftienduizend, voor smart, verdriet en trauma. Zelfs al kregen ze maar de helft, het zou toch de toekomst van die twee onbenullen voldoende hypothekeren, ze mochten wat hem betreft gerust een tweede kans krijgen maar dan wel liefst ergens startend vanuit de goot, zijn halfgodje ontvoeren, hoe hadden ze het aangedurfd, de krengen.

Aan het einde van het proces was het de gewoonte dat de rechter ook nog eens het woord gaf aan de beklaagden zelf, zo kon men soms de daders eigen rauwe gedachten opvangen en niet de door hun advocaat gebrachte gekuiste versie, meestal kauwden ze natuurlijk gewoon braaf na wat hun raadsman hun ingepeperd had, banale woorden van ongemeende spijt, afgehaspeld al was het een kinderversje.
Zo niet deze keer, Shania was oprecht eerlijk wanneer ze zacht wenend excuses vroeg aan de ouders en bezwoer dat ze nooit iemand kwaad had willen doen, zeker niet Emma. Ze smeekte om vergiffenis en hoopte vurig dat haar nog toekomstmogelijkheden geboden werden, het was een ongewilde misstap.

Ook Kim’ verraste, maar dan in een andere zin. Ze beweerde immers boutweg dat ze het onrechtvaardig vond dat hun advocaat één gemeenschappelijke verdediging voor hen beiden had gevoerd daar waar het ganse plan volgens haar allemaal Shania’s idee was geweest en zij totaal verrast was geweest omdat Shania plots met een kind aan hun deur stond.

De zaal werd muisstil, tot Shania schijnbaar als eerste besefte wat haar levensgezellin aan het uitkramen was en ze in een meer dan flamboyante woede schoot en zo hard krijste en hysterisch werd dat een zaalwachter samen met een politieman haar maar moeizaam konden overmeesteren en de zaal konden uitzetten, ze ging als een wurgslang rond Kimberley’s keel hangen, die net daarop had gehoopt teneinde haar punt voldoende kracht bij te zetten. Shania de onstabiele impulsieve, zij het slachtoffer.

De angst voor de gevangenis was groter gebleken dan haar liefde voor Shania, de angst voor opsluiting zou altijd groter moeten zijn dan welke liefde of haat ook. Zelfredding zou altijd prioritair op ieders boodschappenlijstje moeten staan, zo zouden vele onaangename verrassingen vermeden kunnen worden en zou er minder in illusies geleefd worden.

Het plebs smulde ervan natuurlijk, zo’n afloop was mooier dan zij het zich konden dromen, ook de pers wreef zich in de handen, dit werd een nog mooiere oplage dan verwacht.

Het proces zelf moest worden opgeschort en op latere datum helemaal herbegonnen, zoveel was duidelijk, ze hadden alle twee een nieuwe advocaat nodig, het openbaar ministerie zou de beweegredenen terug moeten onderzoeken in het licht van de nieuwe beweringen van één van de beschuldigden, kortom, vele maanden bijkomend werk en uitstel.
Terwijl de voorzitter dit allemaal besliste konden de toeschouwers nog steeds vanuit de gang een vreemde mengeling van getier en geween opvangen, Shania, die ondertussen van de hulpdiensten een zwaar kalmerend middel ingespoten kreeg alzo vermijdend dat ze zichzelf en het meubilair nog meer schade toebracht.

Ook liefde bleek dus enkel een luxegoed te zijn, in slechte tijden primeert de overlevingsdrang.

Mensen willen dan ook nog enkel goede tijden, al was het maar om de maskers te kunnen ophouden.


Mieke (‘Haar vijftien minuten beroemdheid’, mogelijks zou het zelfs twee keer een kwartuur kunnen worden)

De jury was eindelijk samengesteld, haar advocaat had zich weinig sympathiek gemaakt maar had zijn zin er toch doorgekregen, hij weigerde vele kandidaten, verzette zich tegen andere en bekwam uiteindelijk dat er acht vrouwen en slechts vier mannen overbleven. Het was hem duidelijk dat zijn soortgenoten weinig waardering zouden kunnen hebben voor een vrouw die tijdens een seksspel een hoog in aanzien staande man gewurgd zou hebben, vrouwen zouden haar vast veel vlotter erkennen als slachtoffer en ‘de man’ als een op seks belust monster willen straffen, in dit geval onder de vorm van Guido, weliswaar dode Guido.

De akte van beschuldiging las als een vulgair stationsromannetje, het was het verhaal van een klassenstrijd, het gearrangeerde huwelijk, de gedwongen abortus, de succesvolle carrière én uiteraard de seksbezoeken aan de verborgen minnares.
De juryleden kregen meer seksueel getinte termen te horen bij monde van de procureur dan de meeste van hen al ooit gelezen, laat staan gehoord hadden, rode oortjes, ongemakkelijk geschuifel, licht blozende wangen ….

Een resem getuigen zouden de revue passeren, de meeste à décharge van Guido van wie niemand kon of wou geloven dat hij nog maar tot de helft in staat bleek van wat was voorgelezen, hij was tenslotte voorzitter van de serviceclub, een respectabel deelnemer aan de samenleving, een gynaecoloog godbetert!
Zowel de advocaat van de burgerlijke partijen -de echtgenote en kinderen van Guido- teneinde zijn beschadigde blazoen zoveel als mogelijk te herstellen als het openbaar ministerie teneinde Mieke veroordeeld te krijgen voor doodslag, misschien wel moord hadden Jan en alleman opgeroepen teneinde de lof van de dokter te zingen.

Getuigen pro Mieke daarentegen waren er weinig, ze had geen familie, geen vrienden noch collega’s, amper kennissen, juist de buren konden opgetrommeld worden. Steeds hetzelfde verhaal daar, een gesloten vrouw, weinig op aan te merken, beetje onverzorgd, een vriendelijke goedemorgen of goedenavond maar meer niet, niemand kende haar uiteindelijk beter dan dergelijke oppervlakkigheden. Er was dan ook niemand die echt durfde bevestigen noch ontkennen maar het leek hen allen ten zeerste onwaarschijnlijk dat zij de bedoeling kon gehad hebben haar minnaar te vermoorden, op allemaal kwam ze over als een eerder onderdanige, meegaande vrouw, precies zoals Mieke het gepland had.

Het dreigde dan ook een beetje saaier dan gehoopt te worden, Guido werd afgeschilderd als een halve heilige, Mieke als een grijze duif, behoorlijk contrasterend met de harde feiten uiteraard maar de advocaten leken erin te slagen het grote publiek en zo dus tevens de jury de gruwelijke immoraliteit bijna te doen vergeten.

Het werd ongeduldig wachten op een verrassende wending hetgeen steeds mogelijk was bij dergelijke langdurige en hoofdzakelijk mondelinge procedures en ook de hoofdreden is waarom het publiek zo smulde van dergelijke zaken, je wist maar nooit wat er plots te voorschijn kon komen.

De eerste scheuren tekenden zich af met de getuigenissen van de kinderen van Guido, eerst Anthony, de oudste.

‘Ik kende mijn vader uiteindelijk amper, hij deed nooit iets met ons en leek in niets wat ik uitvoerde echt geïnteresseerd, het was altijd werk, werk, werk of anders in het weekend die freakshow van opgemaakte bourgeoistrutten die uren voor de spiegel stonden om zich een zo nonchalant mogelijke look aan te meten samen met de fils-à-papa’s die in hun gestreken donkerblauwe jeans en roze zogenaamde sportieve polo
samen de minderbedeelden in de samenleving een aangename zondag gingen bezorgen. Kruimels op een hete plaat natuurlijk en enkel bedoeld om hun schuldgevoel te compenseren omdat zij alles hadden wat hun hart begeerde en dan nog enkel en alleen omdat ze het geluk hadden gehad dat hun ouders voor hen waren geboren, afstotelijke bende als je het mij vraagt.

Alsof mensen nood hebben aan warme soep of sinterklaasgeschenken of buurtfeesten met tombola’s, een opleiding willen ze, hulp bij het opstellen van hun cv en sollicitatiebrief, een ingang via de serviceclub bij de vrienden potentiële werkgevers, huisvesting zonder schimmel of gebrekkige verwarming, betaalbare kinderopvang of medische tussenkomsten, allemaal zaken waar die bende klojo’s probleemloos zouden kunnen voor zorgen maar die natuurlijk echte inspanningen vergen, een echt engagement en zij willen enkel een vrijblijvende zondagmiddag en mooie verhalen voor rond de barbecues van de nakende zomer.

Mijn vader was er dus zo één, veel uiterlijke schijn, veel sociale façade, veel werken maar binnen zijn gezin een grote nul, de grote afwezige, een schijnheilige quoi, een typisch product van het zogenaamd christelijk geïnspireerd deel van onze maatschappij. Eerlijk gezegd, van mij persoonlijk mag hij rotten in hel.

Mag ik trouwens van de gelegenheid gebruik maken jullie er op te wijzen wat dat met iemand doet om hier in het openbaar in aanwezigheid van ramptoeristen een gedetailleerde kijk te krijgen op het seksleven van je eigen ouders en jammer genoeg op het behoorlijk afwijkend gedrag van je eigen vader die op pornoachtige wijze zijn minnares fysisch bleek te mishandelen. Prachtig toch zo’n openbaar proces, recht op privacy blijkt zeer belangrijk te zijn bij ongewenst e-mailverkeer of aan het loket van de post, maar eens een familielid een crimineel schijnt geworden te zijn, of zoals in mijn vaders geval slachtoffer van een andere crimineel -zelf ook crimineel zijnde uiteraard, laat daar absoluut geen twijfel over bestaan- worden alle familiegeheimen publiek bezit, worden zelfs je dagboeken en diepste zieleroerselen in de krant gepubliceerd, in naam van gerechtigheid.
Blijkbaar moeten de kennissen van de dader mee gestraft alsof het toevallige feit ‘zoon of zus te zijn van’ rechtvaardigt dat ook jouw leven vernietigd wordt, beseft iemand dat ik vanaf nu gezien wordt als de zoon van die seksuele mafkees die er bovendien een verborgen leven op nahield, een handeltje in adoptiekinderen had opgezet, vrouwen onder dwang aborteerde en voor God speelde door zelf de voortplanting al dan niet te organiseren. Beetje moeilijk solliciteren als bijvoorbeeld gemeentesecretaris niet? Of wat als ik morgen jullie bankbediende zou kunnen zijn en jullie moet adviseren hoe het beste zwart geld te beleggen, zullen jullie dan voldoende vertrouwen hebben in mij of blijft de schaduw van mijn vaders bizariteiten voor altijd over mij hangen? Wordt het niet tijd dat de assisenprocedure grondig herzien wordt en er eventueel anders wordt geoordeeld over het te grabbel gooien van het privéleven van een dader dan over dat van de familieleden of vrienden, om nog te zwijgen over het in onze contreien behoorlijk doorslaggevend feit dat diegene die in de beklaagdenbank staat onschuldig is tot de rechter dan wel jury anders oordeelt, hetgeen in de alsmaar ingrijpendere mediahetze vooraf als een verwaarloosbaar feit van de hand wordt gedaan .

Misschien vinden sommige verstandige mensen mijn gedachtegang wel redelijk en verdedigbaar, wat dan te zeggen over het feit dat mijn vader ook een doodgewoon slachtoffer zou kunnen geweest zijn van een passionele afgewezen minnares en ook dan zijn persoonlijke driften door het halve land gekend zouden zijn, alsook wij –minderjarige kinderen van een slachtoffer- geen recht op een privéleven meer zouden kennen. Vrijspraak behoort immers altijd tot de mogelijkheden maar zelfs dan is het kalf van onze privacy verdronken….
Mij lijken dergelijke zaken in de huidige tijd onaanvaardbaar, men kan een strafzaak perfect tot een goed einde brengen alsook de rechten van het slachtoffer of de nabestaanden afdoende verdedigen zonder een hedendaagse variante van het brood en spelen principe en de openbare schandpaal op te voeren in een soort commedia del arte, louter uit traditie en egostreling van enkele beruchte strafpleiters en rechtbankvoorzitters, ijdelheid, niet voor niets een hoofdzonde.’

De goegemeente luisterde eerst geschokt, dit waren niet de verwachte woorden van een puber wiens vader net dood dan wel vermoord was aangetroffen, het was tegen de borst stuitend, en het zag er nog wel zo’n nette jongen uit…. en tenslotte geïnteresseerd, wat die knul op het einde zei hield mogelijk wel enigszins steek.

Zijn zus Magalie zag er net zo uit, ook als om door een ringetje te halen dus, de mama kon fier zijn, ze was bovendien anderhalf jaar jonger dan haar broer, hopelijk ook minder brutaal.

‘Tja, ik kan enkel mijn broer gelijk geven, mijn pa was feitelijk een eikel eerste klas, ik ben nooit enige warmte of liefde van hem gekregen, ook niet voor hem gevoeld trouwens.’

Qua opening en impact op de zaal kon dat alvast tellen.

‘Het leek soms wel of de schooldirecteur af en toe bij ons huis woonde, iemand die je wel kent maar compleet geen hoogte van kunt krijgen, de enige communicatie met ons waren door mijn moeder voorgekauwde zogenaamd pedagogisch verantwoorde gesprekken waarvan je voelde dat hij ze op automatische piloot en zonder gevoel afdreunde. Meestal gehoorzaamden we dan wel omdat het anders eindigde met zakgelddiscussies en dat was uiteraard te mijden als de pest, mijn zakgeld is mijn vrijheid, iedereen heeft zijn prijs, principes zijn mooi maar niet ten koste van je eigen agenda natuurlijk.

Het doet je in ieder geval zogenaamde vaste waarden en normen in onze samenleving in vraag stellen, ouderliefde om maar iets te noemen, wederzijds respect bijvoorbeeld, ik heb altijd al een behoorlijke hekel aan hem gehad, na hetgeen ik hier al hoorde is dat pure afkeer geworden. Ik ben hier verplicht geweest te leren dat mijn vader op haast dierlijke wijze meerdere malen per week een wildvreemd mens neukte om daarna doodgemoederd bij ons en mijn moeder aan tafel te komen zitten, zijn pseudo superioriteit etalerend, walgelijk gewoon.
Tevens besef ik nu dat zijn serviceclub vriendjes inderdaad enkel en alleen dienen om de eigen kring te beschermen wanneer dat effectief nodig mocht blijken, zoals bij de strafklachten tegen hem. Hun zogenaamde morele onaantastbaarheid is louter een dekmantel voor banale hand-en-spandiensten, degoutant. Een lesje in nederigheid zou dergelijke kwallen sieren, maar ja, zelfkennis en relativeringsvermogen veronderstelt een zekere intelligentie en empathie natuurlijk…
En uiteindelijk mag ik hier ook nog ontdekken dat mijn vader fascistische neigingen had en zelf bepaalde welke vrouwen kinderen op de wereld mochten brengen en welke definitief onvruchtbaar mochten gemaakt worden, heil!’, waarbij ze symbolisch haar rechterarm strekte naar de jury die behoorlijk verbaasd toekeek en aanhoorde.

Het openbaar ministerie steigerde dat dergelijke beweging verboden is, en dan nog in een rechtszaal, vooral uit frustratie dat door deze getuigenissen hun strategie helemaal teniet werd gedaan, weg was voorbeeldige Guido…

Brave Magali ging ongestoord verder.

‘Je zou toch minstens als opgroeiend kind mogen verwachten dat je beide ouders van je houden, je steunen, er zijn voor jou en je onvoorwaardelijke liefde schenken, waarvoor hebben ze je anders op de wereld gezet? Zo’n fantastisch geschenk is dat immers niet, geboren mogen worden in deze tijden, op deze plaats. Dat is trouwens ook het plaatje dat ons wordt voorgehouden, onvoorwaardelijke ouderliefde, je kan je ganse leven twijfelen over de liefde en of je de ware wel hebt gevonden en hoe je dat kan weten en hoe je dat kan testen, over je ouders zou je al die onzekerheden niet moeten of mogen hebben, ze zijn er altijd, ongeacht en ze zijn veronderstelt je graag te zien, ondanks alles.
Er zijn weinig zekerheden in het leven, je gaat dood en je ouders zien je graag, dat moet het zowat zijn.

Wel, liefste mensen van de jury, dat is dus dikke zever, een even groot sprookje als Assepoester of Sneeuwwitje, fantasieverhaaltjes om de kinderen koest en rustig te houden, de praktijk leert dat ouderliefde net als alle andere liefde nooit altruïstisch is, er wordt altijd een tegenprestatie verwacht, zelfs van een peuter. Ouders geven om te nemen of te krijgen, niet zomaar, nooit zomaar. Kinderen hun liefde wordt altijd gekocht met chantage, ouderliefde is beperkt tot binnen de lijntjes kleuren, tot binnen het verwachtingspatroon blijven, daarbuiten ben je op je eentje, het gezinsleven lijkt verdacht veel op het echte leven, onecht en gericht op zelfverwezenlijking, nooit op naastenliefde. Wat ze je ook wijsmaken op preekstoelen, schoolvergaderingen of jeugdbewegingen, de enige die telt is ikke en inderdaad, de rest kan stikke, ook je eigen kinderen blijkbaar, ook je eigen vrouw, toch figuren waarvan je zou kunnen denken dat je ze vrij gekozen hebt, niemand verplicht je immers om kinderen te maken, evenmin om bij een partner te blijven. Zelfs als je kinderen je als ouder ontgoochelen, wat ze uiteindelijk toch doen, kinderen zijn immers mensen en mensen ontgoochelen, word je verondersteld ze graag te blijven zien en een en ander met de mantel der liefde te bedekken. In andere relaties; met je lief, je collega’s, je vrienden kan je op dat ogenblik beslissen wat je gaat doen, afhankelijk van hoe teleurgesteld je bent in het voorwerp van je liefde, als ouder word je niet verondersteld die keuze te hebben, er zou geen verwachtingspatroon mogen zijn en dus geen kans op desillusies, gewoon pure onvoorwaardelijke liefde. Ik kan enkel hopen dat van mijn hond te krijgen, na deze ontluisterende ervaring is het mij wel duidelijk dat ik zelf nooit kinderen wil krijgen, ik zal ze niet aandoen wat mij hier aangedaan wordt.

Hoe kan ik nog ooit aan mijn vader denken zonder een machtswellusteling te zien, een seksueel pervert, een pure sadist, ik moet zelf nog beslissen wat ik met mijn leven wil aanvangen, of ik geloof in eeuwige liefde, één partner voor het leven, of ik zelf moeder wil worden, een carrière…en dan dit, niet enkel thuis een koele en afstandelijke vader maar daarbuiten ronduit een psychopaat, schitterend rolmodel, bedankt mijnheer doktoor en bedankt mijne heren rechters om dit zo allemaal ongecensureerd op het bord van minderjarigen te serveren, ik vraag mij af of dat nu echt nodig is’, waarna Magali met tranen in de ogen de rechtszaal instapte, de voorzitter zag zich genoodzaakt een schorsing van de zitting op te leggen, iedereen moest een beetje bekomen van de eerlijkheid en inzichten van Guido’s kroost, over een uurtje zou alles vast beter gaan.

Mensen blijven immers altijd en tegen beter weten in hopen dat straks of later alles goed zal komen, dat mensen op zich nog hopen is al aandoenlijk, dat ze dan nog zelf kunnen geloven dat de toekomst beterschap in zich draagt bewijst dat niemand iets leert uit de geschiedenis, ook niet uit de eigen geschiedenis.

Daarna mocht de hoofdinspecteur nog een doekje opendoen, de woorden uit zijn betoog die vooral bleven hangen waren ‘voorbinddildo, golden shower, fistfucking, bondage, teelbalklemmen…

De zaal luisterde met plaatsvervangende schaamte, de vernedering voor de familie en dan vooral de weduwe van Guido was enorm, medelijden was nog het meest positieve gevoel dat je met haar kon hebben. Zijn kinderen hadden op dat ogenblik gelukkig de zaal al verlaten, nog meer schande konden ze niet meer aan.

Na deze bijna weerzinwekkende opsomming was het dan de beurt aan Evelyne zelf, vandaag kreeg het rampenpubliek echt waarvoor het gekomen was, het was smullen, eerst de kinderen, nu de echtgenote, heerlijk, samen met het besef dat je alle goden dankbaar mocht zijn dat je zelf nooit in dergelijke nachtmerrie zou terechtkomen.

‘U vraagt mij of wij een gelukkig huwelijk hadden? Tot vorig jaar zou ik bevestigend hebben geantwoord, we zijn niet getrouwd uit grote liefde maar uit rationele overwegingen maar dat heeft volgens mij geen enkele invloed op gelukkig zijn. Er was geen verliefdheid maar zo was er ook niets dat kon verdwijnen en waarvoor nooit iets in de plaats kan komen dat even intens is. Hoeveel koppels hunkeren niet hun ganse relatie naar die korte tijd dat ze wel verliefd waren op elkaar en blijven tegen beter weten in bij elkaar, in de hoop dat die beginmagie nog ooit eens opflakkert? We konden met elkaar overweg en lieten elkaar toe een eigen leven te leiden, meer is er soms niet nodig, we maakten elkaar niet ongelukkiger dan we zonder elkaar al waren en konden de eenzaamheid buiten de deur houden, kan je meer verwachten van een langdurende relatie? We zijn gestart met praktisch niets dat ons bond of dat gemeenschappelijk was en konden zo naar elkaar toegroeien en tevens onze eigenheid behouden, andere koppels delen aanvankelijk dezelfde dromen en geleidelijk aan leven ze elk hun eigen nachtmerrie, bij ons verliep de chronologie enigszins omgekeerd, hoe langer we samen waren hoe zekerder we van elkaar leken te worden. Hij leefde in functie van zijn werk, ik in functie van het gezin, zo konden we samen het leven aan.

Hoe ons seksleven was? Ik moet U zeggen dat ik het idee blijf hebben dat zoiets volstrekt Uw zaken niet zijn, laat staan die van een overvolle zittingszaal, plus de televisie en de volgeschreven kranten van morgen, maar goed, dat lijkt bij het georchestreerde toneeltje te horen dat wij verondersteld worden hier op te voeren dus speel ik maar mee, van binnen huiverend, dat jullie dat maar weten.
Ik kan enkel zeggen dat ik weet dat het meeste van wat ik hier de voorbije weken heb geleerd aan seksuele activiteiten niet tot onze huiselijke bedrituelen behoorde en ook nooit zou kunnen hebben behoren, wij hadden wat normale mensen verondersteld worden te hebben, gewone, modale vrijpartijen, in het halfdonker, evoluerend van wekelijks tot maandelijks, hetgeen gelet op onze leeftijd alsook onze huwelijksduur logisch lijkt, althans voor mij toch, ik heb er mij nooit vragen over gesteld. Als je mij tot voor dit alles tot iets had kunnen verleiden als uitspraak over mijn meest intieme leven zou ik gezegd hebben dat het bevredigend was en dat mijn echtgenoot eerder van het frigide type was.
Nu klinkt dit ronduit belachelijk, dat besef ik ook wel, hij was blijkbaar enkel frigide bij mij en behield zijn dierlijke lusten voor de beklaagde, gelukkig maar, thuis zou hij met dergelijke absurditeiten niet hebben moeten afkomen.

Ik weet nu dus dat mijn echtgenoot ziekelijk was en ook dat hij op een beestachtige en mensonterende wijze aan zijn einde is gekomen, waarschijnlijk verdiende hij niet beter.’

Mieke kon amper een triomferend lachje verbergen, het ging helemaal zoals gehoopt, Guido’s nagedachtenis evolueerde van een rolmodel naar een akelige, ronduit afstotende man, precies zoals zij het voorbereid had, het was opnieuw bijna jammer dat hij het niet meer kon meemaken, voor de tweede keer in haar leven begreep ze hoe de zoete smaak van wraak proefde, verslavend.

Morgen zouden het al de slotpleidooien zijn, zoals het er nu naar uitzag zou ze vrijgesproken worden, dat leed geen twijfel, er was geen enkel bewijs aangebracht, zelfs geen aanwijzingen dat zij de intentie had hem te doden, er kon evenmin een motief worden aangetoond, het zou blijven bij een uit de hand gelopen seksspel met een sadistische manipulator, de op te halen herinneringen aan de eens zo gerenommeerde vrouwenarts zouden altijd overschaduwd blijven door hetgeen hier tijdens de voorbije veertien dagen was blootgelegd, letterlijk en figuurlijk.


Daags nadien was de assisenzaal afgeladen vol, na het meeslepende schouwspel van gisteren waarbij de drie naasten van de overledene hem alhoewel dood nog een mes in de rug plantten wou niemand de eindpleidooien missen, misschien zou de beklaagde zelf wel gebruik maken van haar ultieme recht tot spreken, je wist maar nooit, in dit proces mocht je alles verwachten.

En inderdaad, wat zelden gebeurde behalve om een ingestudeerd nummertje spijt te betuigen deed zich nu wel voor, Mieke nam na het uitstekende maar al te gemakkelijke pleidooi van haar raadsman en het behoorlijk zwakke verweer van het parket dat natuurlijk wel wist wanneer een nederlaag zich aandiende het slotwoord.

‘Dames en heren van de jury, sta mij toe nog enigszins het hier geschetste beeld van Guido en onze relatie te nuanceren, uiteindelijk heb ik hem toch twintig jaar lang graag gezien.’

Ze maakte een verwarde indruk, na twee weken uitermate rustig en emotieloos op de beklaagdenbank te hebben gezeten leek ze nu toch onder de indruk.

‘Ik liet mij gewillig door hem neuken, het was mijn link met het leven, het dichtste dat ik wist te komen bij het gevoel in leven te zijn, hij mocht in mij komen waar, hoe en wanneer hij wou, spuiten in mijn gezicht, tussen mijn borsten, in mijn darmen, alles was goed, het warme zaad was een duidelijk signaal, er bestond nog leven op aarde.’

Haar advocaat schuifelde zenuwachtig op zijn stoel, zou ze hier nog snel al het goede voorbereidende werk van de baan schuiven door wat stompzinnigheden uit te kramen, het is altijd een slecht idee wanneer de cliënt zich genoodzaakt ziet zelf meer te vertellen dan hun advocaat hen opdraagt, verdomme toch, hij had haar nochtans opgelegd haar mond te houden. Het publiek daarentegen veerde gespannen op, een zeer vermakelijke zaak geweest deze keer, de vaste assisenhangers haalden hun hartje op.

Mieke vervolgde.

‘Telkens als ik zijn penis voelde pompen, net voor het klaarkomen, voelde dat als een hartslag en besefte ik nog deel uit te maken van het leven.

Hij kwam soms snel tussen de baarmoeders van het ziekenhuis en de gezwellen van zijn privé kliniek, gewoon zich even aftrekken in mijn gezicht, het deed hem deugd en ik douchte en ging om boodschappen. Alles was simpel, ik was beschikbaar en nu ben ik terug alleen.’

Ze stopte, snikkend…

De Voorzitter vroeg haar of het nog ging en benadrukte dat ze niets meer moest zeggen, dat haar advocaat al alles gezegd had, dat het goed was als ze opnieuw ging zitten en dat de jury zich dan zou terugtrekken om te oordelen, hij sprak haar vaderlijk en geruststellend toe als om duidelijk te maken dat alles wel zou goed komen, nog even geduld. Ook voor hem waren het twee lange weken geweest, ook hij mocht bijna naar huis.

Tussen haar tranen door knikte ze, ze wou nog slechts één ding kwijt.

‘Ik zag hem graag, echt graag, altijd, tot op het laatst, tot ik ontdekte dat hij mij indertijd niet alleen aborteerde maar dat ik ook de eer had gehad de eerste van de lange rij te zijn geweest die hij onvruchtbaar maakte, die rekening stond nog open en heb ik vereffend. Hij was mijn leven en nu werd ik zijn dood.’

Een spontane, simultane en collectieve uitroep van verrassing en verontwaardiging klonk door de rechtbank, hadden ze dat goed begrepen, was dat hier nu een ultieme bekentenis van moord?
Tumult bij iedereen, de voorzitter trachtte boven het rumoer te blijven en zijn sereniteit te bewaren, hetgeen hem zichtbaar moeizaam afging, met veel moeite kon hij de wachters bevelen de beschuldigde in de handboeien te slaan en af te voeren en lukte het hem de zitting te schorsen, opnieuw.





Drie jaar later….


Kim & Shania (20 of 60 maanden, een wereld van verschil)

Na de voor pers en publiek schitterende apotheose op hun eerste proces -voor Shania was het iets minder- volgde uiteraard een tweede proces, deze keer wel elk met een eigen advocaat.
Het mocht echter niet baten, noch de pogingen van Kim’ om haar ex-partner in diskrediet te brengen, noch de twee verschillende pleidooien, beiden kregen de maximumstraf van vijf jaar effectieve opsluiting.

Ze werden evenveel schuldig geacht aan gans het gebeuren en waren vanaf nu voor de rest van hun leven gebrandmerkt als ontvoerders van een minderjarig kind, dat stond vast niet zo goed op hun volgende cv.

Vanaf het ogenblik van het onverwachte mes in de rug tijdens de eerste procedure verliep hun leven nog allesbehalve gelijklopend, Kim’ verliet zonder de te verwachten discussie over wie in hun opgeknapte huurhuisje mocht blijven wonen dezelfde dag nog de woning en trok bij een vroegere vriendin in, Shania werd rechtstreeks vanuit de rechtbank naar het hospitaal overgebracht en enkele dagen in observatie gehouden, de analyse was duidelijk en voorspelbaar, een totale zenuwinzinking en verzwakking met risico op suïcidaal gedrag. Bezoek kreeg ze niet te zien.

Als ze eindelijk naar huis mocht stond zelfmoord haar inderdaad nader dan iets dat leek op haar vroeger leventje heroppakken, de liefde van haar leven had haar bedrogen en getracht haar eigen hachje te redden ten koste van het hare, ten koste van hun liefde, ze vond het net zo onbegrijpelijk als onaanvaardbaar en wist vanaf toen met zekerheid dat het nooit meer goed zou komen.

Eens thuis moest ze dan nog ontdekken dat haar zogenaamde grote liefde van haar gedwongen afwezigheid tevens gebruik had gemaakt hun huisje zo goed als leeg te halen, alles wat de schijn kon hebben van haar te kunnen zijn had ze ook effectief meegenomen, het was meer dan van een kale reis thuiskomen, kouder kon de douche niet zijn maar in tegenstelling tot wat de psychologen terecht zouden kunnen vrezen hebben dreef deze nieuwe tegenslag haar niet dichter richting destructieve depressie.
Integendeel, de basis werd gelegd voor de boosheid die de rest van haar leven zou overheersen, een zelden geziene daadkracht en energie overviel haar, ze zou die rotwereld eens een poepje laten ruiken, Kimberley in de eerste plaats.

Eens opgesloten bleek snel duidelijk dat een overvloed aan adrenaline een slechte gids was binnen de gevangenismuren, enige delicatesse en geraffineerdheid kwamen daar meer van pas, én om zich geliefd te maken tussen de medegevangenen én om op een goed blaadje te komen bij de bewakers.

Sinds haar hart definitief gebroken was vond ze dat ze zich geen zachtheid meer kon permitteren, de buitenwereld werd één oorlogsveld waartegen moest gevochten worden, de anderen waren ongetwijfeld de hel, nu gewoon nog meer dan ooit.

De hel werd het in ieder geval, haar vijf jaren opsluiting waarvan zo ongeveer één vierde letterlijke eenzame opsluiting was geweest wegens onaangepast gedrag.
Ze werd een oproerkraaister eerste klas, ze had een niet verwachtte mobiliserende invloed op de andere gedetineerden en kreeg ze zonder moeite op haar hand waardoor er de ene week opstand was tegen het onmenselijk slechte eten, de andere keer tegen het ontstellend vroege opstaanuur, ook wel tegen de gebrekkige bezoekregeling of anders tegen het te beperkt mogen gebruiken van de intieme kamer, en dan nog enkel met je wettige echtgenoot. Als er niets acuut te bedenken viel revolteerden ze wel tegen de algemene teneur van minachting van de cipiers tegen de gevangen, ze vond altijd wel iets om enkele andere heethoofden te overtuigen met eten te gooien, een zitstaking te houden tijdens de wandeling, te weigeren hun kledij terug aan te doen na de douche, soms zelfs molotovcocktails te maken van hun eigen uitwerpselen en urine waarmee de cipiers dan wel instellingsmuren van ver konden bekogeld worden.

Ze werd een heldin, een soort antichrist tegen de gevestigde waarden die hun werden opgedrongen door de burgerlijke kleinzieligheid van buitenaf, meestal dan nog ingegeven en uitgevoerd door mannen, bah.

Vermits je echte helden maar zelden ziet werd ze meer dan haar lief was in de isoleercel weggestopt, er was trouwens ook niemand die dat kon aanklagen want haar advocaat had ze buiten gegooid, ze vond het onverteerbaar dat ze net dezelfde straf gekregen had als die smerige verraadster van een Kimberley.
Bezoek kreeg ze ook daar niet dus was er niemand die haar miste wanneer ze nog maar eens een keer teveel mocht genieten van de eenzaamheid van de volledig witte cel van twee op twee. Er waren geen vensters noch luxe en er gold geen enkel privilege, dus geen televisie, geen boeken, geen telefoons, geen wandeling, niet werken, soms zelfs niet douchen, maar Shania kende geen compromissen meer, vanaf nu zou ze altijd voluit gaan voor haar overtuiging, alleen voor die van haar, als een eenzame musketier.

Kim’ daarentegen had zich ontpopt tot de lieveling van de ganse strafinstelling, ze wist perfect hoe iedereen te bespelen en mocht na minder dan twee jaar alweer de gevangenis verlaten, als manipulator kende ze haar gelijke niet.

Nog een jaartje later woonde ze reeds in bij Niek, verzekeringsmakelaar en de normaliteit zelve, een allesoverheersende verliefdheid kon je het bezwaarlijk noemen maar geen van beiden had dat nodig. Wie uiteindelijk wel?
Negen maanden later werd hun dochter geboren, Kitty leek haar een passende naam, Emma zou er teveel over geweest zijn natuurlijk.

Eens Shania eindelijk op vrije voeten kwam was Kim’ al in verwachting van haar tweede, opnieuw een meisje.

Ze had haar vrijgevochtenheid opgegeven en bewust gekozen voor een leven in de luwte, anoniem, opgaand in de massa, rustig, iets wat ze tot dan in haar leven niet gekend had en waar ze nu wel de charme kon van inzien.
Ze zorgde voor haar gezin en het huishouden, Niek zorgde voor de inkomsten, een rolverdeling die haar beter lag dan ze zelf ooit had gedacht. Ze wou niet langer als afwijkend gezien worden, banaliteit had ook zijn charmes, bovendien was haar leven tot dan, met als apotheose de gevangenisstraf, voldoende wild geweest om haar latere kleinkinderen afdoende te kunnen entertainen rond de kerstboom.

Een verrassend snel uitzaaiende borstkanker zorgde er echter voor dat ze nooit haar kleinkinderen zou leren kennen.

Shania daarentegen groeide steeds verder door in haar rol van opstandelinge en richtte een groepering op die actief zou gaan vechten voor de gelijke rechten tussen man en vrouw, tussen holebi’s en hetero’s, tussen gehuwden en samenwonenden, tussen uiteindelijk alles wat in haar ogen onrecht was, zo principieel was ze niet, wees haar op een of andere onrechtvaardigheid en ze kroop op de barricades, zo simpel was het.
Ze creëerde een soort hippie commune waar half tegen hysterie aanschurkende vrouwen gingen samenleven en uiteindelijk eindigden met collectief te menstrueren, militante lesbo’s, aan mannen werd aangeraden met een grote boog om hun gebouw heen te wandelen.

Van kinderen was nooit sprake meer, uiteindelijk stierf ze teruggetrokken in een psychiatrische instelling, illusieloos, aan een overdosis slaappillen. Nadat ze de eerste helft van haar leven in het teken van de liefde had gesteld stond de tweede helft in het teken van de haat hetgeen uiteindelijk toch leidde tot de reeds lang aangekondigde zelfdestructie.
De meeste mensen blijken onvoldoende opgewassen te zijn tegen een leven in eenzaamheid, ook bij haar leidde het tot emotionele labiliteit, uitmondend in een soort van schizofrene gemoedsgesteldheid waartegen de buitenwereld moest beschermd worden.
Dat kon perfect in de laatste kamer op de meest afgelegen gang van de gesloten afdeling van de kliniek, niemand keek nog naar haar om en vice versa.


Karel & Kaatje & Charlotte & Emma (Een alternatieve straf, effectief levenslang)

Ook al waren zij niet veroordeeld, toch hadden ze levenslang gekregen, levenslang aan elkaar gebonden en ze wisten beide dat voor altijd wel heel lang kon zijn…

Toch besloten ze –bewust deze keer- gelaten het leven van zovelen te leiden, als de meesten het kunnen en doen zou het vermoedelijk zo slecht nog niet zijn, tenslotte streeft ook het modieuze Boedhisme naar de gulden middenweg zonder uitspattingen en dat was nu net waar ze samen naar terug wilden.

Karel bouwde zijn zaak uit tot de grootste van de omgeving, Kaatje ging terug halftijds werken, uiteraard niet meer voor het geld maar louter voor de sociale contacten en als een soort bezigheidstherapie, de dochters liepen jeugd- en sportclubs plat en tijdens het weekend kwamen de vrienden terug over de vloer of gingen zij op visite. Ook het zondagochtendritueel werd terug in ere hersteld en reeds vanaf september werden de volgende zomervakantieplannen uitgewerkt, om vanaf oktober tijd te hebben de kerstperiode voor te bereiden, enkel nog onderbroken door de door Kaatje zo gewaardeerde Halloweenperiode. Hun huis leek dan bijna op een spookkasteel, geen enkel andere woning uit de wijk was zo opgesmukt als het hunne, hun kinderen zouden weer fier kunnen zijn.

Zo zouden ze samen oud worden en identieke dingen doen met hun kleinkinderen als ze nu deden met hun eigen kroost, het leven als een eindeloze herhaling, op televisie werden sommige series ook tot vervelens toe heruitgezonden en altijd weer bleef het een succes, hopelijk lukte dat in de realiteit ook.

Pas in het aanschijn van de dood erkenden ze hun spijt, gewoon kabbelend was toch onvoldoende geweest, rustig dat wel, voorspelbaar, zekerheid biedend, maar te weinig bevredigend. Jammer maar helaas, te laat.
Zij had nog twee keer een affaire gehad, één keer met de tennisleraar van haar oudste dochter, enkele etentjes, enkele motelbezoeken, één keer naar de sauna en dan was ze gedumpt, de moeder van het nieuwe lid van de club, Liselotje was iets jonger en misschien ook net iets mooier.

Later nog letterlijk één keer, in het toilet van een hip uitgaanskot voor dames van middelbare leeftijd, tijdens het veertigste verjaardagsfeestje van een vriendin, het duurde alles samen amper drie minuten maar was met zekerheid haar beste seksuele ervaring ooit. En als ze al iets geleerd had in dit leven was het wel dat
alles wat een herinnering kon opleveren, zeker een positieve, gekoesterd moest worden, ze waren zo zeldzaam geweest die momenten die er echt hadden toe gedaan.

Hij ging elk jaar op de dag voor de avond dat Emma ongedeerd terug thuis was gekomen naar de hoeren, zijn studentenfantasietje nog eens herbeleven maar dan zonder de risico’s en met condoom. Karel was altijd een man van tradities en gewoontes geweest en deed dit ritueel elk jaar opnieuw, plichtsgetrouw leek het wel, gecontroleerd.

Drie kleinkinderen zouden ze krijgen alvorens een hersenbloeding Karel fataal werd en Kaatje nog zeventien jaar de getormenteerde edoch rijke weduwe mocht spelen, een rol die haar beter zou gelegen hebben mocht ze enkele tientallen jaren jonger geweest zijn.


Frank (15 maanden kan voldoende zijn om vergeten te worden)

Na zijn vijftien maanden effectieve gevangenisstraf moest hij zichzelf terug uitvinden, de advocatuur, de familie, de vriendenkring, het was allemaal aan gedwongen vervanging toe.

Hij werd medewerker van de juridische dienst van een verzekeringsmaatschappij, begon stipt om acht uur dertig, had anderhalf uur middagpauze en prikte het einde van zijn werkdag perfect om één na vijf, elke dag opnieuw, behalve op vrijdag waar de slavenarbeid een uurtje vroeger beëindigd mocht worden.

De omgeving was grijs, zijn collega’s evenzeer, zijn ambities onbestaande, hij verdroeg zelfs dat één van de secretaresses van de dienst doofstom was, de receptionist kreupel en sommige anderen zich op knalroze badkamerpantoffels door de gang sleepten, hij paste zich aan en leerde perfect op te gaan in zijn nieuwe omgeving.

Hij was openlijk homo geworden en deerde zich niet meer aan de blikken of het oordeel van de buitenwacht, hij leefde een normaal leven, binnen de lijntjes van hetgeen maatschappelijk verwacht mocht worden, boulot-metro-dodo zoals iedereen maar dan met een man en zonder kindjes, afwijkend genoeg maar tevens net aanvaardbaar genoeg.

Het was een moeizaam leerproces geweest maar nu kon hij het aan, een leven zonder verwachtingen, zonder hoop, voor het eerst leek hij perfect gecast in zijn eigen leven, het spelen van de rol van modale anonieme medemens leek hem op het lijf geschreven.

Het op slag dood zijn bij een frontaal verkeersongeval nog voor zijn veertigste verjaardag kwam dan ook als een onaangename verrassing.



Guido (Levenslang was deze keer geen loze belofte)

Hij had als enige echt ontegensprekelijk levenslang gekregen, of misschien was het correcter te spreken van doodslang.

Hij genoot effectief de rust van de eeuwige jachtvelden, niemand sprak nog ooit over hem, of zelfs iemand nog ooit aan hem dacht was weinig waarschijnlijk. Zelfs op verjaardagen of rond kerst werd het woord echtgenoot, vader of simpelweg Guido niet meer uitgesproken, zijn vroegere gezin leefde verder alsof hij er nooit geweest was, dat ging trouwens verbazend gemakkelijk.
Zij probeerden uit of je iets ver genoeg kon verdringen door simpelweg te doen alsof het nooit bestaan had, zou het kunnen kloppen dat iets geen bestaanszin had wanneer je het letterlijk doodzwijgt, zijn naasten hoopten het alvast.

Die eeuwige rust zou hem tijdens zijn leven toch nooit gegund geweest zijn, hij had begrepen dat het goede ook altijd het slechte in zich verbergt en had zichzelf toegestaan dat slechte toe te laten.
Indien hij minder laf zou geweest zijn had hij kunnen vechten en opkomen voor het recht om slecht te zijn, maar hij was niet zo collectief ingesteld geweest, het algemeen belang kon hem behoorlijk gestolen worden. Zijn belang eerst en nadien had hij geen tijd over, behalve om inhoudsloos te filosoferen op feestjes bij vrienden, lullen zonder consequenties, dat ging hem nog wel af.

Hij had bewust altijd de grenzen opgezocht en getracht de limieten van de menselijke moraal te verleggen, niet enkel het intellectuele inzicht daaromtrent maar ook de daadwerkelijke uitvoering ervan, je kon nooit volmaakt zijn, nooit ten volle geleefd hebben als je niet ook de achterzijde van het mens zijn geprobeerd had, hij had dat gelukkig voldoende gedaan, teveel misschien.

Spijt komt altijd achteraf, hij keek nooit om, enkel vooruit. Dat bleek het grootste nadeel van dood te zijn, er restte enkel een verleden, niets meer om naar uit te kijken.


Loic (Nog iemand met levenslang)

Ook hij had levenslang gekregen, want wat hij ook probeerde of deed, hij was en bleef voor altijd en drie dagen de zoon van die twee losers.

Hoe zou hij ooit in staat zijn enige morele superioriteit te bereiken, enig aanzien te verwerven al was het maar ten opzichte van zijn eigen spiegelbeeld met dergelijk dna. Hij was genetisch besmet, een verworpene, gedoemd tot de marge, tot overbodigheid.

Het inzicht dat je voortspruit uit twee wezens die je verafschuwt was natuurlijk een redelijk sterke motivatie voor de levenslang durende therapie die hij zou gaan volgen, op de vraag hoe je ooit zelfverwezenlijking kon bereiken beseffende dat je voortspruit uit twee randdebielen had hij wel nooit een bevredigend antwoord gevonden of gekregen.

Het was al op zeer jonge leeftijd dat hij het verstand had te begrijpen dat zijn zelfbeeld nooit stabiel positief zou kunnen zijn, altijd weer zou zijn bewustzijn in de weg zitten en hem herinneren aan het bestaan van zijn ouders waardoor eventuele trots over zijn realisaties nooit voor hem zou weggelegd zijn.

Het zou hem niet gegund worden, hij streefde niet naar geluk, zo hoog wou hij zelfs niet grijpen, gewoon eenvoudig tevreden zijn zou al voldoende zijn geweest, maar zelfs dat niet, hij zou zoekende blijven zonder ooit te weten wat hij wou vinden.
Waar hij wel altijd weer met geconfronteerd werd was de bevestiging dat hij noch omgeruild was in het kraambed noch dat zijn moeder een one night stand had gehad met een professor in de neurologie of een nobelprijswinnaar filosofie maar wel het nodig had gevonden haar op zich al voldoende gebrekkige genetische materiaal te vermengen met nog erger, de nauwelijks een fossiel overstijgende kenmerken van het heerschap dat zich later kenbaar zou maken als zijn vader.

Ouderliefde, het was een hem volstrekt vreemd concept, hij schaamde zich voor hen en zo ook voor zichzelf en hoopte ooit een middel te ontdekken dat hem toeliet zijn achtergrond te vergeten, anders dan drugs en alcohol die de voor hem noodzakelijke controle ook zouden vernietigen. Hij had ontegensprekelijk een verleden, één dat zijn toekomst belette, hij zocht naar een leven zonder verleden, zonder herinneringen maar dan wel met vooruitzichten, hij wou af van de zekerheid geen perspectieven te hebben. Tja, hij was toen nog jong en enigszins naïef.

Wat leer je eigenlijk van je ouders eens je de leeftijd van zeven bent gepasseerd. Je kan dan normaal gesproken eten zonder morsen, spreken met twee woorden, rekenen en schrijven, in je eigen toiletbehoeften voorzien en je hebt enig basisinzicht meegekregen in goed en kwaad, meer kan je niet verwachten. Ouders zijn ook maar mensen, niemand brengt je ooit iets bij, niemand slaagt er ooit in iemand anders te veranderen, wat zou je dan hoge verwachtingen mogen stellen in je eigen ouders.

Toch mocht het allemaal iets meer zijn vond hij.

Waar was hun goede raad waneer je eerste puberliefde zich tijdens de schoolfuif in de armen van je concurrent gooit? Waar zijn ze als je volstrekt geen idee hebt wat je met je leven moet eens je achttien wordt ? Welk advies hebben ze als je in het zicht van het altaar twijfelt of het huwelijk wel op je lijf geschreven is? Hoe hard zwijgen ze als je duidelijk maakt dat kinderen krijgen echt niets voor jou is? Welke steun krijg je als je met zekerheid weet dat deelnemen aan het dagdagelijks ratracespelletje niet jouw idee van een leven is? Is er enige vorm van begrip als je vrouw, kind en job achterlaat en het ruime sop kiest? Hebben ze jou ooit gekend of begrepen, je ooit enig psychologisch dan wel filosofisch inzicht gegeven dat je leven werkelijk een wending in de goede richting heeft gegeven….?

Na de basisregels van het levensspel te hebben uitgelegd wordt hun rol werkelijk overbodig en het is dat onbewuste besef dat er voor zorgt dat ze levenslang de eikels blijven die ze altijd al geweest zijn. Ze zouden het lef moeten hebben uit hun rol te durven stappen eens je de volwassen leeftijd van zeven hebt bereikt, maar ja, wie wil zich ook nog als ouder overbodig voelen, we zijn al overal en in elke rol nutteloos, dus moet minstens de illusie van levenslange bezorgdheid en ongepaste inmenging in andermans leven, al is het dan je eigen vlees en bloed -uit eigenbelang uiteraard, de enige menselijke drijfveer die naam waardig- kunstmatig in leven worden gehouden.

Het lot en hoe het om te keren, dat werd zijn noodlot, dat het dan nog nodig vond zo wreed te zijn hem achtennegentig jaar oud te laten worden, lucide en alert, om pas dan langzaam te mogen creperen aan ouderdomskanker.


Mieke (Een zilveren jubileeduur in de cel, zou dat net zolang aanvoelen als de gevangenschap van het huwelijk?)

Ze had slechts vijfentwintig jaar gekregen en niet de verwachte en door haar gehoopte levenslang, ondanks het feit dat ze ervoor had gekozen zichzelf te verdedigen en aldus gedurende het ganse tweede proces niet één woord had gezegd, ze had zelfs nooit opgekeken.

Enkel als ze opnieuw het slotwoord kreeg zei ze met klare stem, ‘het spijt me niets’.

Desondanks gunde men haar nog waar zij zelf nauwelijks nog behoefte aan had, een toekomst, een vooruitzicht.

Het gevangenisleven paste haar perfect, er was eindelijk orde, rust en structuur in haar leven. Men kwam haar wekken, men serveerde haar ontbijt, er waren weinig tot geen keuzes, alles werd je opgedrongen en voorgekauwd en zo had ze altijd het leven het liefste gehad, een strakke agenda ingevuld door iemand anders.

Nog steeds nam ze geen advocaat, ze wou immers onder geen beding vervroegd vrijkomen, de volle vijfentwintig jaar leek haar het beste, de kalmte in haar omgeving en zo ook in haar hoofd bezorgde haar bijna gemoedsrust, bijna.

Bovendien kon ze daar zelfs haar hobby herbeleven, na verloop van tijd richtte ze zelf binnen de gevangenismuren praatgroepen op, met dan wel andere onderwerpen dan vroeger en nu over echt bestaande concrete problemen, ze was nu immers moderator, geen deelneemster meer dus hoefde ze ook niet langer te acteren, voor het eerst sinds lang had ze de indruk haarzelf te kunnen zijn, zonder verwachtingspatroon.

Dat er ook geen enkele mogelijkheid op seks meer was –de lesbische liefdesbeleving bleek na enkele schuchtere pogingen werkelijk niet aan haar besteed- bezorgde haar een onwerkelijke soort vredigheid, vroeger dacht ze die uitlaatklep nodig te hebben, nu bleek dat het net omgekeerd was, soms moeten de omstandigheden ingrijpend wijzigen om jezelf nog te kunnen veranderen.

Ze hield ervan opgesloten te zijn en stierf vijf dagen na haar vrijlating van uitputting en ontbering op een bankje in het stadspark, uitgedroogd, uitgehongerd, uitgeleefd.



Annick & Michael (Een half jaar en dan nog enkel op papier)

Ze had uiteindelijk slechts zes maanden effectief gekregen en uiteraard betekende dat in ons rechtssysteem dat ze nooit een cel van dichtbij zou te zien krijgen.

Tijdens de nachtmerrie van het proces en het angstig afwachten of ze al dan niet gedetineerde zou worden was haar enige lichtpunt een ware vuurtoren geweest, tot ieders verrassing –diep in haar hart ook de hare- stond haar droomprins pal voor haar, elke dag was hij aanwezig, steunde hij haar, hielp haar door de moeilijke momenten. Zelfs zijn werkstraf onderging hij zonder morren, meer nog, hij stimuleerde haar om ook haar zestig uur tot een goed einde te brengen.

Ze waren dan ook nog steeds samen, een liefdevol koppeltje. Ze speelden nu zelfs het echte leven na, perfect en met overtuiging. Zij ging werken in een kledingzaak in de hoofdwinkelstraat, ook op zaterdag, hij werd aanvaard als arbeider op een glasfabriek.

Alsof al dat geluk niet opkon was er een grote filmmaatschappij die de rechten op haar levensverhaal opkocht, er zou een boek en een miniserie komen over een alleenstaande moeder die in onze huidige weelderige consumptiemaatschappij zover gedreven werd haar eigen kind te moeten verkopen om zelf te kunnen overleven en haar zoon een kans te kunnen geven op enig geluk.

Of het een sociaal realistisch drama zou worden met maatschappijkritiek, een romantische tranenfilm of een aanklacht tegen het heersende egocentrisme waar moeders zelfs hun eigen kind als inwisselbaar product beschouwden was nog niet duidelijk en zou haar trouwens helemaal worst wezen, met de haar aangeboden som konden ze alsnog al hun dromen realiseren.
Nieuwe dromen dan wel, maar bereikbaar deze keer, volgens alle boeken over zelfrealisatie een belangrijk criterium op weg naar geluk.

Ze kochten samen een huisje-boompje-tuintje in zo’n typische barbecuewijk waar de buren zo dicht blijken dat ze zo ongeveer bijzitten in je eigen tuin maar waar een zekere aanvaarding heerste, de mensen aldaar leken zich neer te leggen bij het leven en daar hadden ze wel behoefte aan, het leven van zovelen en dan nog in de aanbieding. Alle buren hadden ook een klein moestuintje en winterserre zodat de mogelijkheid een kleine weedplantage aan te leggen terug bestond, deze keer dan echt wel enkel voor eigen gebruik, in de winter bij het haardvuur kastanjes poffen en een jointje rollen, gezellig.

De apotheose kwam er als Annick vol trots kon aankondigen dat ze terug zwanger was, van een meisje deze keer, al haar dromen kwamen eindelijk echt uit, een poppetje dat ze zou kunnen aankleden zoals ze dat wou en dat later met haar zou kunnen gaan winkelen, ook haar oudere dag leek verwachtingsvol.

Met Loic mocht ze in afwachting van zijn meerderjarigheid enkel contact hebben via de maatschappelijk assistente in neutrale bezoekruimtes, ook hun gesprekken waren zeer neutraal, maar toch spraken ze samen en dat was meer dan van vele ouders kon gezegd worden. Het belang van communicatie kon nooit overschat worden.

Ze werden allemaal samen voorspoedig oud, onverwacht geluk blijkt altijd het heftigst.


Kortom, ieders leven leek zich na verloop van tijd terug binnen de grenzen van de normaliteit af te spelen, in zoverre de willekeur van het lot dat uiteraard toeliet.



The End