1

De eieren van Fabregas

1

Tijdens een lauwe zomernacht wandelden vier studenten door een villawijk.

Trottoirs ontbraken. Als bewoner reed men in dit soort buurten bij de villa vandaan of ernaar toe. Voetgangers, postbodes uitgezonderd, werden in deze domeinen der rijken niet als gebruikelijk beschouwd, tenzij men bij elkaar tuinfeesten bezocht. Bushaltes ontbraken eveneens. Langs heggen en hekwerken stonden geen auto’s geparkeerd, wel in voortuinen, oprijlanen en voor garages.

Aangeschoten hadden zij even daarvoor een saai studentenfeest verlaten, gehouden in het nabijgelegen centrum van de universiteitsstad, om illegaal een zwembad bij een van de villa’s te bezoeken.

Voorop in het midden liep Jim, gearmd met de tweeling Elba en Alba. Rebecca sjokte er jaloers achteraan. Ruimte genoeg om naast hen te gaan lopen, maar dat leek haar zinloos, omdat Jim toch geen drie vrouwen een arm geven kon.  

Het idee om te gaan zwemmen was van hem afkomstig. Hij had haar verteld hiervoor een geschikte locatie te kennen. Rebecca had begrepen dat zij dit avontuurtje gezamenlijk zouden beleven. Maar Jim was de hele avond al met die twee aan het flirten geweest, uit wraak vanwege haar afstandelijkheid of uit verveling. Zij kon zijn beweegredenen niet helemaal doorgronden en besloot daarom hem te verleiden. Gezamenlijk naakt in een onbekend zwembad. Welke man zou dat kunnen weerstaan? Zelfvertrouwen had zij voldoende. Zij wist fysiek aantrekkelijk te zijn.

Maar nu liep hij tussen die gebruinde, goedlachse meiden. Zij hadden hem in zijn uitsloverijen door laten schieten en hun tentakels om hem heen geslagen.

Maar dat betekende nog niet dat zij de strijd om Jim zomaar op zou geven.

Rebecca was niet dronken, nuchterder zelfs dan de rest, maar voldoende van remmingen bevrijd om tijdens de komende zwempartij Jim naar zich toe te trekken en  tot een vrijpartij op de rand van het zwembad te brengen, ten aanschouwen van de tweeling. Het vooruitzicht hierop en de daarin besloten mogelijkheid om daarmee Elba en Alba in  verlegenheid te brengen deden haar goed. Zij voelde zich als een hardloopster die, tactisch achteraan blijvend, tijdens het uitkomen van de laatste bocht ineens een sprint zal gaan inzetten om even later alsnog als eerste over de finishlijn te komen.

Af en toe keek Alba over haar schouder naar Rebecca, alsof zij wilde peilen hoe haar kansen bij Jim werkelijk lagen. Rebecca vermeed haar blik, richtte haar hazelnootkleurige ogen op de huizen die zij passeerden.

Zij kwamen niemand tegen. In geen van de villa’s brandde licht.  

Die tweeling moet wel schatrijke ouders hebben, dacht Rebecca, terwijl zij zag hoe lantaarnlicht schitterde in de diamanten sierraadjes in de oren van de studentes. Minstens een villa zoals in deze wijk. Ongetwijfeld met manege en  tennisbaan. Een garage waar met gemak drie auto’s in pasten. Maar evengoed was het nep. Alles was nep aan die twee, vond Rebecca. De lachjes, de gilletjes, en uiteraard de volstrekt onbeduidende verhalen. Zelfs de kortgeknipte kapsels leken haar onecht. Zij achtte ze geheel voor elkaar inwisselbaar. Rebecca en Jim studeerden kunstgeschiedenis. Een toekomstperspectief had zij in dit opzicht echter nog niet. Zij vroeg zich af wat de tweeling op de universiteit uitvoerde. Waren het wel studentes? Wellicht had Jim ze als introducees meegenomen.  

Jim slaakte een dwaze, volstrekt overbodige kreet, waarna de tweeling hem joelend bijviel. Een hond sloeg aan.  

Rebecca maande ze tot stilte. Zij kwamen niemand tegen. In geen van de villa’s werd licht aangestoken.

Van het feest had Rebecca een fles rum meegenomen en in een plastic tasje opgeborgen. Zij besloot er niet van te drinken, zodat zij haar kansen, om zo meteen bij het zwembad meester over de situatie te worden, niet door dronkenschap te niet zou doen.

Laat die sletjes maar lazarus worden. Ik grijp Jim gewoon bij zijn ballen en trek hem naar me toe, dacht zij met een plots opkomende woestheid, die haar aangenaam verbaasde.  

Zij had hem te lang aan het lijntje gehouden, uit onzekerheid over haar gevoelens voor hem, maar ook uit een zekere plaagzucht, om eens na te gaan hoe gek ze hem krijgen kon. Hij had zich wat al te zeker van zichzelf gedragen, alsof zij zich zomaar door hem zou laten veroveren. En nu was het misschien te laat voor haar.

Was het zijn jongensachtige bravoure, waren het zijn heldere lichtblauwe ogen? Werkelijk knap vond ze hem niet. Voor in de twintig, maar reeds kondigde zich bij hem het begin van een buikje aan. Hij had smalle schouders. Het was een corpsbal, een brallerige jongeman met een houding, waarachter zij een kwetsbare natuur vermoedde.

Sommigen onder ons krijgen ongevraagd alle aandacht. Anderen blijven in de schaduw, wat ze ook doen, dacht Rebecca.

Misschien wil ik hem alleen vanwege zijn contacten of de status die ik als zijn vriendin zou krijgen.  

Jim had zijn armen om de schouders van de tweeling geslagen. Alba en Elba zwaaiden tijdens het lopen overdreven met hun strakke achterwerkjes.

Aangezien Jim dat niet zien kon, moest het wel bedoeld zijn om haar te tergen.
‘Willen jullie nog een slok?’, vroeg Rebecca.

Het trio hield in en draaide zich om. Rebecca viste de fles uit het plastic tasje. Jim nam de rum in ontvangst, draaide de dop eraf en zette de fles aan zijn mond.

Rebecca keek naar zijn op en neer bewegende strottenhoofd en dacht: het is een kind, met zijn doorzichtige bravoure. Drank liep in straaltjes uit mondhoeken over zijn hals. Hij verspilde meer dan hij doorslikte.

De protesterende tweeling trok hem de rum uit handen. Alba nam slechts een enkele slok. Elba dronk te gulzig en verslikte zich. Rebecca ontnam haar de nu bijna lege fles en borg hem weer in het tasje op.

De wandeling werd voortgezet, met een na hoestende Elba ditmaal achteraan.
Rebecca, haar pas versnellend, drong Alba, die iets aan haar kleding verschikte  voorzichtig opzij, nam Jim bij de arm, draaide haar gezicht schuin opwaarts zijn richting uit en zoende hem vol op zijn mond. De verbazing in zijn ogen maakte plaats voor geamuseerde wellust.  

‘Is het nog ver?’, vroeg Alba.

‘Nee, nog een straatje en dan zijn we er’, beweerde Jim. ‘Welkom in de domeinen der rijken en welgestelden. En kijk eens een beetje vrolijker, jullie allen! Amare et sapere vix deo conceditur !’ (Zelfs de goden kunnen niet tegelijkertijd verliefd en wijs zijn!)

Erg goddelijk voel ik me momenteel niet echt, dacht Rebecca. Wijs nog minder en over verliefdheid wil ik niet eens meer nadenken, als dat al mogelijk is.

Jim leek zijn nieuwe positie als ongemakkelijk te ervaren. Enkele keren loerde hij achterom naar de tweeling, zonder echter oogcontact te krijgen. De zusjes keken enigszins verveeld.   

‘Weet je zeker dat er niemand thuis is?’ vroeg Rebecca. Zij had een verende pas ingezet, als om haar althans voorlopige overwinning te vieren en de tweeling achter zich te houden. Het rossige, licht krullende haar danste om haar schouders.   

Jim zuchtte. ‘Dat heb ik toch al verteld? Mijn oom en tante zitten voorlopig in het buitenland.’

Elba had haar tweelingzusje een arm gegeven.

De straat liep uit op een kruispunt. Rechts hieraan gelegen stond een door metalen hekwerk en kreupelhout omgeven villa. Zij passeerden op weg ernaar toe een terrein met een kantoorpand. Aan de andere zijde van de villa, rechts om de hoek,  lagen onder buitenverlichting oranje tennisbanen die zich aan twee zijden langs de betreffende kavel heen uitstrekten.

Jim liet Rebecca los. Hij wees op het hekwerk waarmee de lange achtertuin van de straat werd afgescheiden.  

Het was doodstil op straat. Vleermuisjes schoten in hoekige vlucht onder de straatlantaarns door.

‘We zijn er’, verklaarde Jim.  

2