1 Nieuws

Verstild water auteur Karin Bijl Mars (compleet boek in delen) #KoboTalent

1 Nieuws

Please tell me why do birds

Sing when you are near me

Sing when you’re close to me

They say that I am a fool

To love you so deeply

Loving you secretley

 

(Saybia; the day after tomorrow)

 

1  16 februari 2017

16.00

Ze trekt de dekens over haar hoofd. Even niets. Alleen het gevoel van dat warme dons over je heen en het geritsel van de veertjes. Ze voelt dat meneer Jansen over het bed wandelt. Ze draait zich om. Nestelt zich wat verder onder de dekens. Hij kruipt vast wel tegen haar aan. Ze heeft geen zin om haar hand boven het warme dekbed uit te steken om te kriebelen. Haar voeten zijn koud en ze zoekt op de tast de warme kruik die ze net gemaakt heeft. Ze is moe. Haar hoofd is vol. De kruik ligt nog iets te ver naar achter, ze moet hengelen met haar voeten voor ze hem heeft.  Als de kruik eindelijk op de goede plek ligt, voelt ze dat meneer Jansen tegen haar rug aan kruipt en zich omkrult. Op het ritme van zijn geruststellende gesnor zakt ze langzaam weg.

 

19.00

Ze schrikt wakker als haar telefoon afgaat. Hij bibbert bijna het nachtkastje af. Ze graait naast zich en hoort het schemerlampje naar beneden stuiteren. Het is haar schoonmoeder. Ze laat zich teleurgesteld op haar rug terug vallen en laat haar schoonmoeder een heel verhaal afsteken voordat ze in breekt met een antwoord.

De andere kant ratelt door. Ze probeert door de monoloog heen te praten maar ze komt er niet doorheen. Pas bij een eerste adempauze kan ze iets zeggen.

‘Ik heb niets meer gehoord, nee. Ja. O. Ok. Ik kom straks wel even een bakkie doen, dan kijk ik ernaar. Ja dat is goed. Nee, ik eet thuis. Dag, Marjan. Tot straks.’

Ze gooit haar telefoon weer terug op het nachtkastje en draait zich om naar de andere kant van het bed waar meneer Jansen rechtop is gaan zitten en haar verontwaardigd aankijkt. Hij rekt zich uit en springt van het bed. Ze duwt zichzelf omhoog en zwaait haar benen uit bed. Ze raakt de weegschaal die onder het bed staat en ze duwt hem geërgerd met haar voet verder onder het bed.

Ze schiet een joggingbroek aan en vind in de kast een oude  trui van Max die ze over haar hoofd trekt. Haar hoofd past niet in 1 keer door de iets te krappe opening van de trui, met grof geweld trekt ze harder en hoort dat er ergens iets knapt. Met haar vingers glijdt ze langs de naden maar vindt niet wat ze zoekt. Ze haalt haar schouders op en zoekt haar gympen in de gangkast waar alles door elkaar ligt. Ze heeft nog steeds niet alles opgeruimd nadat de spullen zijn doorzocht door de politie. Een puinhoop was het toch al. Letterlijk en figuurlijk.

 

Ze hadden meer informatie nodig. Ander materiaal. Kleding. Schoenen. DNA. Toen ze de vraag kreeg of mochten zoeken in het huis had ze haar deur wagenwijd opengezet. Graag. Zoek. Niet dat het tot op heden enig effect heeft gehad.

 

Ze loopt naar beneden en trekt de koelkast open. Ze moet iets eten maar ze heeft geen zin om iets te maken, laat staan om op te eten. Eieren. Dat is wel wat. Maar eigenlijk moet ze ook iets met groente eten. Er ligt een verschrompelde komkommer. Hij is zo oud dat het vocht eruit loopt en ze hem met een twee vingers voorzichtig uit de koelkast hengelt en met een vies gezicht snel buiten in de container gooit.

 

Meneer Jansen loopt intussen rondjes te draaien tussen haar benen door. Ze zucht. Ze is vergeten voer te halen en ze heeft ook geen brokjes meer. Dan moet hij maar snoepjes eten. Ze gooit wat in een bakje waar meneer Jansen een paar hapjes van eet en dan miauwt. Ze bukt en haalt haar vingers door de kattensnoepjes heen maar de truc werkt niet, hij gaat niet eten. Hij geeft kopjes tegen haar rug. Ze gaat rechtop staan en voelt haar rug kraken.

‘Echt, ik ga straks onderweg boodschappen doen, ik beloof het plechtig.’

Meneer Jansen draait zich om en steekt zijn neus door het kattenluikje. Hij blijft half hangen omdat het regent en komt weer in zijn achteruit terug naar binnen. Ze zakt door haar benen heen en aait de rode kater.

‘Echt waardeloos is het meneer Jansen, het is niks, het wordt niks en voorlopig zal het ook niks worden. ‘

 

Nadat ze twee eieren heeft geklutst en gebakken en een half broodje naar binnen heeft proberen te werken, stopt ze er mee. Het smaakt als cement. Ze giet een half pak frisdrank naar binnen om het eten weg te krijgen,  proeft dat er ineens iets mee komt wat niet mee moet komen en spuugt het weer uit. Ze zet de kraan aan om het weg te spoelen, draait haar hoofd weg om te voorkomen dat ze ziet wat er in zat maar moet uiteindelijk haar vingers gebruiken om uit het putje een groene drab te halen die niet weg wil spoelen. Ze rilt. Ze trekt doelloos het ene na het andere kastje open zonder dat ze weet wat ze zoekt, denkt na en trekt dan alsnog een plastic tas uit het kastje en pakt haar autosleutels.

 

20.30

In de keuken bij Marjan is het een nog grotere puinhoop dan in haar eigen keuken. Aangekoekte pannen staan overal. Stapels met borden die bijna vanzelf weglopen van het vuil dat weer tot leven is gekomen staan in de gootsteen te wachten tot iemand besluit er werk van  te maken. Dit was al zo voor Max verdween en het is alleen maar erger geworden. Ze roept richting woonkamer of ze thee moet zetten. Geen reactie.

 

In de ravage tussen de borden, grote vuile pannen en zelfs een complete lade met nog wat restanten bestek erin die op het aanrecht staat, ziet ze de theepot staan. Ze haalt het deksel eraf om hem om te spoelen. Ze hapt naar lucht. Vies. Een bedompte vieze lucht komt haar tegemoet. Dit is wel heel bruin. Ze ruikt aan de theepot. Wat een vreemde geur. Ze drinken allebei graag bijzondere kruidenthee maar dit is dan wel een hele bijzondere die ze niet kent. Ze gooit er een laag afwasmiddel in en zet hem in de week. Onderin een kastje vindt ze nog een schone theedoek en een schoonmaakdoekje. Hier is een fles schoonmaakmiddel leeggelopen. Alles plakt. Het ruikt wel fris maar daar is dan ook alles mee gezegd. Dat straks. Eerst dit.

 

Resoluut stapelt ze eerst alles op de grond bij elkaar en begint met het aanrecht schoon te maken. Uit de kamer komt wat geluid, ze hoort dat Marjan iets zegt maar hoort niet wat. Ze loopt met de theedoek in haar handen naar de deur naar de kamer en duwt deze open met haar voet.

‘Ik wil graag thee lieverd, wat fijn dat je er nu bent en dat vast voor me wil zetten. Ik ben zo moe. ‘

Haar schoonmoeder slaat theatraal haar ogen naar boven en legt haar hand op haar voorhoofd.

‘Het gaat helemaal niet goed met me, ik voel me zo slecht. Ik heb de huisarts maar weer gebeld voor nieuwe medicijnen. Ik heb de hele middag op bed gelegen.’

Ze trekt haar fleecedekentje nog wat verder over zich heen en nestelt zich in haar stoel.

Sanne knikt even dat ze het gehoord heeft maar trekt haar wenkbrauwen omhoog. Hypochonder. Ze gromt inwendig en antwoord dat ze blij is dat ze wel goed eet maar de cynische ondertoon ontgaat haar schoonmoeder. Marjan praat ondertussen gewoon door, niet gestoord door de deur die is dichtgevallen. Flarden van wat ze zegt, komt binnen bij Sanne maar ze heeft geen zin om te reageren. Na een paar minuten voelt ze zich toch schuldig. Ze zet een schoen tussen de deur zodat ze door kan gaan met afwassen en kan antwoorden als Marjan echt een antwoord wil. De stapel die nu op het aanrecht staat slinkt langzaam. Als ze bij het derde teiltje sop is aangekomen en ze wacht tot er voldoende water in staat om verder te kunnen gaan verstaat ze zowaar een hele zin.

‘Kind, wat moet ik toch zonder jou. Al die berichten die binnenkomen over of voor Max en ik weet niet wat ik er mee moet doen. ‘  Sanne droogt af en loopt naar de deur. Alsof Marjan het doodnormaal vindt dat er iemand vanuit de keuken permanent staat te kijken naar de stoel komt er een hand boven de bank uit. Sanne ziet de hand wijzend naar een plek.

‘De belangrijkste post ligt op de plank, wil je daar even naar kijken? Ik heb nog wat kaarten gehad van mensen die mee leven maar die heb ik in de map gedaan, mocht je dat willen zien. En o ja, er is iets binnengekomen van zijn werk, ja, dat is ook wat hoor.  Die zullen toch ook eens moeten beslissen wat ze gaan doen met zijn functie. Ze kunnen niet eeuwig zijn plek vrijhouden. Ik denk dat het daar over gaat. Wil jij even kijken? Ik heb zo’n hoofdpijn, ik kan me er niet toe zetten. Ik blijf het zo dom vinden dat hij zich niet ingeschreven op jouw adres, nu blijf ik natuurlijk al dit soort dingen binnen krijgen, maar ja, dat is niet anders.’

Ze hoort haar schoonmoeder door bazelen en besluit nog even niet te reageren. Ze loopt weer terug naar de keuken en zet de kopjes en borden in de kast. Ze gaat zo kijken naar de post. Max was een jaar geleden al bij haar ingetrokken en had zich niet over laten schrijven van zijn oude adres bij zijn moeder. Vergeten. Net als zijn rekeningen. Ze hadden samen een rekening geopend waar ze allebei geld op stortten en die stond op het adres en naamstelling van Sanne. Het was nooit een probleem en eigenlijk nu nog steeds niet. Behalve dan met alle post. Officiële brieven van de overheid of in dit geval van Max’ zijn werk of de politie komen dus nu nog steeds op het adres van haar schoonmoeder. Niet zo heel handig, aan de andere kant moeten ze nu wel af en toe overleggen. Ze veegt haar handen af aan de handdoek. Inmiddels heeft ze het keukenblad redelijk leeg en nu moet ze alleen de grond met de laatste dingen leeghalen en het kastje doen.

 

Ze zet de fluitketel op voor thee en ruimt de schone vaat op in de kastje. Als ze de pannen heeft weggewerkt kijkt ze tevreden naar haar werk. De keuken lijkt weer een beetje zoals ie hoort te zijn. enigszins wit zoals ie oorspronkelijk bedoelt was. Tijd voor thee. Mooi wit wordt ie nooit meer, wel zonder vieze luchtjes. Tien minuten later zit ze eindelijk met een theepot vol kruidenthee en een half rolletje Maria biscuitjes aan de kleine tafel vol met post.

 

Er zitten rare vlekken op het tafelkleed. Ze ruikt er aan en trekt een vies gezicht. De franjes die er aan zijn horen ecru te zijn maar die zijn bijna bruin. Er zitten gaten in van een tijdperk die verraden dat er ooit gerookt is. Als een ketter. Max heeft wel eens verteld dat zijn moeder vroeger de ene met de andere sigaret aan stak. Alles wat ooit wit was, was permanent bruin. Nu wordt er niet meer gerookt maar schoon is het nog steeds niet. Dit tafelkleed is ook weer zo’n voorbeeld. Hij is waarschijnlijk zo zwaar, dat krijg je niet in de wasmachine. Marjan ziet haar gezicht en kijkt verontwaardigt.

Ze legt haar hand op haar hart als een teken hoe ziek ze is geweest. Ze kijkt Sanne aan en verontschuldigt zich dat ze zo beroerd was. Sanne knikt alleen maar. Natuurlijk.

 

Haar maag knort nu behoorlijk, veel heeft ze uiteindelijk niet gegeten. Al knabbelend aan een biscuitje trekt ze de enveloppen die demonstratief op een stapel voor haar klaar liggen een voor een open. Ze herkent het logo op een van de enveloppen. De brief is inderdaad van Max’ werk, ze willen overleggen. Er moet een afspraak gemaakt worden. Ze kijkt op naar Marjan.

‘Je zult wel mee moeten, want jij ben zijn officiële contactpersoon.’

Marjan reageert niet, het blijft stil in de kamer.

‘En zijn erfgenaam’. Sanne kijkt onder haar wimpers door hoe Marjan reageert.

Die pakt het kopje thee. Een verstikte snik verlaat haar keel.

‘Hou op. Stil.’ Ze wappert met haar andere hand alsof ze een vervelende vlieg weg wappert.

 

Na drie maanden hopen, afvragen, leven in een soort mistige cocon en niet weten wat er in vredesnaam gebeurd zou kunnen zijn blijft het lastig om een gesprek over Max te voeren.

Max verdween op  11 november 2016. Na die datum is er geen spoor meer van hem gevonden. Hoe het mogelijk is, dat iemand gewoon zomaar kan verdwijnen, is haar een raadsel. Niets is er van hem gevonden, geen spoor, geen auto, geen telefoon. Niets.

 

Sanne staat op,  drinkt haar theekopje leeg en stopt de post in haar tas.

‘Vind je het goed dat ik bel of mail naar zijn werk en de rest van de post thuis bekijk?

Als er iets bijzonders tussen zit, kom ik in de lucht.’

Marjan duwt zichzelf moeizaam om hoog en gaat staan. Ze maakt zich lang, legt haar handen onder in haar rug alsof ze wil laten zien dat ze ook daar heel veel last heeft en geeft Sanne daarna een knuffel die ze gelaten over zich heen laat komen. Max had ook zo’n hekel aan dat theatrale gedoe dat zijn moeder altijd al heeft laten zien en zijn verdwijning heeft het er niet beter op gemaakt.

Nu heeft ze echt een reden om te klagen, maar dat maakt haar er niet aardiger op. Ze slaat met een beetje tegenzin toch haar armen om haar schoonmoeder heen en aait haar even over haar rug. Marjan pakt haar even bij haar ribben.

‘Je eet niet. Je moet beter voor je zelf zorgen. Je wordt broodmager. Ik mag dan een achterlijk zeikwijf zijn, jij moet eten. ‘

Sanne schiet in de lach ondanks haar irritatie. Ze knikt.

‘Je hebt gelijk. Van beiden. ‘ Nog voordat Marjan iets kan zeggen drukt ze een kus op de rimpelige wang van Marjan en vertrekt naar huis.

2 Zorgverzekering