aan boord van het ss Rotterdam

aan boord van het ss Rotterdam

aan boord van het ss Rotterdam

aan boord van het ss Rotterdam

 

ik betreed het stoomschip via de loopplank

het voelt als het begin van een avontuur

nee, ik ga niet varen, verken alleen het schip

de stem van de gids dreunt in mijn oren

zoals vroeger het geluid van de turbines

feitjes, verhalen en getallen rijgen zich aaneen

 

ik verken de boeg, de brug, het stuurhuis

in mijn hoofd verschijnen beelden van gezinnen

die met hun hutkoffers in het trappenhuis zeulen

opgewonden in afwachting van hun lange reis

om mogelijk nooit meer weerom te komen

ze worden uitgezwaaid, er wordt afscheid genomen

 

de gids noemt het aantal zeemijlen en hoe vaak

de wereld rondgevaren is, hoeveel havens eens bezocht

ik stel me voor hoe banketten werden geserveerd

en hoe rokken ruisten van dames met parelkettingen

als ze in de salons dansten op de klanken van het orkest

terwijl benedendeks de motoren krachtig stampten

 

de bemanning liep af en aan om passagiers te gerieven

terwijl in de hete machinekamers zweetdruppels

werden gewist met een oude vuile doek

zevenentwintig jaar zwierf ze over de wereld

kwam niet meer in Rotterdam en verloor zelfs

even de naam die haar verbond met de thuisbasis

 

zo was het schip als een Grand Dame op tournee

tot ze op het laatst van dok naar dok werd gesleept

en ze de aanwezigheid van reizigers moest ontberen

nu ontvangt ze weer gasten op de plaats waar ze ooit begon

om te slapen of iets te eten, ik draag geen parelketting

 toch reisde ik even in het verleden nu zestig jaar geleden