Proloog

De Prijs van Bloed #KoboTalent

Proloog

Kevin Elliot Malone struikelde stomdronken De Rode Chrysant uit. Binnen was het muf en warm geweest, waardoor de winterkou als een mes aanvoelde toen ze langs de vette huid van zijn gezicht streek. Het lawaai van bulderend gelach was als een zachte ruis in zijn oren blijven hangen. Na het verlichte schouwspel van mannen die met walrussnorren vol bierschuim rondom het biljart joelden, hun kalmere kameraden verderop bij het dartbord, voelde de duisternis in de donkere straten van het Pullman district als een bevestiging dat het tijd was om te ontwaken uit de psychedelische droom waar Kevin de afgelopen uren in had rondgedwaald.

Het was de derde avond op rij dat Kevin zijn grenzen had overschreden in zijn favoriete bar. Als zijn jongere broer zijn potentiële alcoholisme zou ontdekken, zou hij woest worden. Hij stak hem immers niet iedere maand vijfduizend dollar toe om drank van te kopen, maar om sober het straatleven voor hem te verkennen. Hij wist niet hoe het er aan toe ging in de slechtste wijken van Chicago en was naïef om te denken dat een man er uren lang rond kon dwalen zonder het comfort van verdovende middelen op te zoeken. Kevin grijnsde bij de gedachte aan de argeloosheid van zijn broertje. De corrupte zakenman zwom in het geld en was nog steeds niet in staat Kevins verslavingen in toom te houden. In plaats daarvan doneerde hij een ruime bijdrage aan  de kas waar zijn broer zijn zondige zuchten uit kon voeden.

Het duistere straatbeeld dansend voor zijn ogen, strompelde Kevin over het slecht onderhouden asfalt. Hij kon zich moeilijk herinneren hoe hij de avond daarvoor zijn krappe flat had bereikt nadat hij de bar achter zich had gelaten. De straten rondom De Rode Chrysant waren donker en verlaten, waardoor het moeilijk was een taxi te vinden om aan te houden. Tussen twee hikken door giechelde Kevin over het feit dat hij al het geld dat hij bij zich had gehad vlak daarvoor had opgemaakt aan drank. Het zou onmogelijk zijn om vervoer naar huis te regelen. Dan maar lopen. Maar welke kant moest hij op? 

Een rinkelend geluid klonk plotseling uit de steeg waar Kevin op dat moment voorbij liep. Hij keek verward opzij, maar zag niets. Een misselijkmakend gevoel overviel hem toen hij een aantal stappen richting de bron van het geluid zette. Hoewel hij vermoedde dat de klank was veroorzaakt door een straatkat, gaf de overweldigende duisternis hem een onstuimig gevoel.

‘Hallo?!’ riep hij richting de donkere steeg. Zijn stem galmde fel na, maar er volgde geen reactie. ‘Laat je zien!’

Met zijn rechterhand greep Kevin naar het mes in zijn binnenzak. Als iemand hem probeerde te besluipen in het donker, zou dat het laatste zijn wat hij ooit had gedaan. Terwijl hij probeerde zich te concentreren op het instabiele beeld voor zijn ogen, stak Kevin het mes dreigend voor zich uit.

‘Ik tel tot drie. Als je je daarvoor niet laat zien, val ik aan!’

De galm van zijn stem daargelaten, bleef het akelig stil in de donkere steeg. Kevin rolde met zijn ogen en traceerde een beweging vijf meter van hem vandaan.

‘Eén!’ riep hij paniekerig en hij stak het mes in de richting van de plek waar een duister figuur zich leek te verschuiven. ‘Twee!’

Met wijd opengesperde ogen staarde Kevin naar de bewegende gedaante. Van de plek waar een silhouet zich langzaam begon af te tekenen in de duisternis, kwam geen geluid. Even legde Kevin zijn tong tussen zijn tanden en overwoog hij de mogelijkheid dat zijn dronkenschap bijdroeg aan een hallucinatie. Nadat hij een grote hoeveelheid lucht naar binnen had gezogen, besloot hij het laatste getal voor zijn aanval af te kondigen.

‘Dr-’

Een felle flits, een knal. De duisternis die als een deken over de steeg had gelegen, was niets bij het zwarte gat waarin Kevin voorgoed verdween.

Deel I: De Prijs van Rijkdom