1. Emily

Onderstroom

1. Emily

15 juli 2018


1. Emily


Als ik geld zou krijgen voor het aantal toeristen die denken dat ze hun naam moeten spellen, dan zou ik rijk zijn. Heel erg rijk. Maar Coffee, Tea & Beans - ook wel CTB - is geen Starbucks en we weten precies wie welke koffie bestelt.

’Je ruikt naar chloor. Lekker gezwommen?’ Noor zwiert langs me heen en geeft me in het voorbijgaan een zacht tikje tegen mijn billen. ’Nog net zo gespierd als gisteren.’

’Ik verlies ook niet in een nacht al mijn kracht.’ Ik leg met de koekjestang op elk schoteltje een koekje. ’Niet als ik elke dag zwem, Noor.’

Haar lach galmt door het bijna lege café en het stel in de luie stoelen kijkt even verstoord op alsof we ze gewekt hebben in hun eigen wereld. Dan moet je hier niet gaan zitten.

‘Mag ik wat -’ begint een stem, maar ik kap hem af.

‘Een momentje, dan kom ik bij u.’ Ik kijk niet, terwijl ik de koffiekopjes onder de koffiemachine uit haal en ze op het dienblad zet. Als ik me omdraai om de bestelling op te nemen, wil ik mezelf slaan. Waarom heb ik die stem niet herkend? Mijn hart klopt als een bezetene als ik in een paar donkergrijze ogen kijk. Donkergrijze ogen waarvan ik hoopte dat ze op een dag naar me zouden kijken alsof ik de enige was op de hele wereld.

Jack.

Jack Winters.

‘Hoi,’ piep ik. Waarom klink ik zo? Ik kuch en doe een nieuwe poging die gelukkig beter slaagt. ‘Hoi Jack’ Ik weet zelfs nog een glimlachje uit mijn tenen te persen. En dat terwijl er helemaal niets te lachen valt, niet bij deze jongen. Niet bij Jack fucking Winters.

‘Hoi Delilah.’

‘Het is tegenwoordig Emily,’ zeg ik, een beetje ineenkrimpend omdat hij die naam gebruikt. De naam die ik niet meer gebruikt heb sinds die zomer.

‘Emily? Waarom dat?’ Hij knijpt zijn ogen een beetje samen alsof hij denkt dat hij het op mijn gezicht kan zien. ‘Ik vond Delilah altijd zo bijzonder.

Omdat het de naam was die mijn moeder bedacht heeft en ik niet langer aan haar herinnert wil worden. Omdat zij de enige is die die naam nog gebruikt. Toch blijven de woorden in mijn hoofd en ik staar naar het dienblad. ‘Emily is mijn tweede naam, dat past beter.’ En dat is de waarheid. Het is mijn tweede naam en hij past beter.

‘Wil je het meenemen of hier opdrinken?’ Laat hem het alsjeblieft meenemen, dan ben ik van hem af. Ik doe mijn best om niet te denken aan wat er verder allemaal kan gebeuren en waar over na te denken valt, want dat is zinloos.

‘Hier opdrinken.’ Zijn lange vingers liggen op het hout van de toonbank.

Ik ben er van overtuigd dat hij mijn hartslag kan horen, zo snel en wild fladdert het in mijn borstkas. Misschien scheurt mijn CTB-shirt straks wel omdat mijn hart wil ontsnappen. Zelfs na wat hij me aangedaan heeft, wil het naar hem terug. ‘Prima. Ik kom zo je bestelling opnemen.’ Als ik zakelijk doe, kan ik dit overleven. Moet ik doen alsof het me helemaal niets kan schelen. Het kan me niets schelen, echt niets.

‘Je weet wat ik drink.’

Cappuccino met twee scheutjes melk en een snufje vanille-poeder. Ik vervloek mezelf meteen omdat ik dat nog altijd weet. Omdat ik weet wat zijn standaard bestelling was. ‘Sorry,’ glimlach ik. ‘Dat is echt te lang geleden.’

‘Delilah… Emily, kom op.’ Hij leunt naar me toe. Ik kijk niet op, maar zijn lichaamswarmte is vlakbij, de geur van tandpasta kriebelt in mijn neus.

‘Ik weet het echt niet meer.’ God, wat hoopte ik dat ik hem zou vergeten, dat ik elk detail zou vergeten. Dat mijn hoofd ineens aan geheugenverlies zou lijden, aan amnesia.

Hij zucht, duidelijk geïrriteerd omdat ik het niet meer weet - doe of ik het niet meer weet. Ik maak mezelf geen illusies en ik weet dat Jack me doorheeft. Hij is niet gek en weet dat ik lieg, terwijl ik doe of ik niet lieg, doe of het me niet kan schelen. ‘Doe maar een cappuccino,’ zegt hij tenslotte. Zijn voetstappen klinken harder in het café en ineens is het te leeg.

Ik kijk op als Noor binnenkomt met het dienblad op haar arm. ‘Alles goed?’ vraagt ze, haar wenkbrauwen in een frons. ‘Je ziet er namelijk uit of je dode tante Geertruida een bezoek heeft gebracht en heeft gezegd dat je de erfgename bent van een piratenschip.’

‘Het gaat prima.’ Mijn stem breekt in het midden. Het gaat helemaal niet prima. Noor loopt achter me langs als ik met het dienblad naar het duo in de stoelen loop. ‘Geniet ervan,’ zeg ik met een hele brede glimlach op mijn gezicht. Eentje die te breed is voor mijn mond.

Ik had een hoop verwacht, maar niet dit.

Geroutineerd maak ik de cappuccino en maak een blad in het schuim van de koffie. Geen hartje zoals ik normaal altijd doe. Niet voor Jack, hij zou er nog dingen van gaan denken.

Jack. Is. Hier.

Jack.

Ik concentreer me op mijn ademhaling, terwijl ik de koffiemachine bedien. Noor leunt naar me toe en een van haar haren kriebelt tegen mijn huid aan. ‘Weet je zeker dat het gaat? Moet ik die koffie even brengen?’ Ze maakt een hoofdgebaar naar Jack die met zijn rug naar ons toe zit.

Ja!

‘Nee, ik kan het zelf wel.’ Met die woorden loop ik naar de hoek en herhaal de woorden die ik zojuist ook uitsprak tegen het stel.

‘D… Emily.’ Hij pakt mijn pols vast en ik ruk me los. ‘Ik kan niet aan Emily wennen, het voelt zo raar.’

Je moest eens weten wat er allemaal vreemd voelt.

‘Waarom doe je zo?’ fluistert hij. ‘Waarom doe je alsof je me niet kent?’ Zijn vingers zijn warm tegen mijn huid en de bekende kriebels in mijn buik doen hun best om me af te leiden. Doen hun best om me te laten denken aan warme adem tegen mijn onderbuik, lippen op plaatsen waar niemand eerder geweest was.

‘Laat me los, Jack.’


De rest van de dag ben ik van slag door de ontmoeting. Noor heeft minstens zes keer gevraagd of alles in orde was en elke keer knikte ik, maar wist ik dat ikhet niet was. Wilde ik dat leid aan geheugenverlies en geen idee heb wat een jongen als Jack kan doen met een hart.

En nu is iedereen naar huis en ruimen wij op voor we ook naar huis gaan. Noor doet een dansje op Dancing Queen, de bezem in haar hand. ‘Em?’

‘Ja?’ zeg ik, mijn aandacht richtend op de koffiemachine die ik vandaag schoon moet maken.

‘Wie was die jongen? Die van vanmorgen.’

Ik schokschouder. ‘Geen idee over wie je het hebt.’

Er klinkt een lach. ‘Je weet precies over wie ik het heb, mens. Die jongen met die intense ogen en die donkere haren. Hij heeft de halve ochtend naar je zitten staren.’

‘Misschien is het een enge stalker.’ Noor is te nieuw om onze geschiedenis te kennen. Ze woont pas een halfjaar in Zuiderzand en de laatste keer dat ik Jack zag was drie jaar geleden. 

Drie jaar geleden toen ik een ander persoon was. Toen ik Delilah was.

‘Een stalker, maar geen enge. Hij was behoorlijk sexy en ik wil hem best in mijn bed hebben.’ Haar hoge lach schalt door het café. Ik rol met mijn ogen, terwijl ik verder ga met schoonmaken.

Dancing Queen loopt af en Noor komt toevallig net op dat moment langs de radio om het nummer op repeat te zetten. ‘Young and sweet, only seventeen,’ gilt ze mee.

Ik grinnik en dan neurie ik een paar tonen. Ik ben nooit een hele grote fan geweest, maar het is grappig om te zien hoe Noor erop reageert. Er is in elk geval iemand die het naar haar zin heeft. Spoiler: ik ben het niet.

‘Kom op, doe mee.’ Ze trekt aan mijn arm en ik laat me naar het midden trekken.

‘Nee, echt niet. Ik wil een beetje op tijd klaar zijn, want ik wil naar huis. Sterker nog: ik moet naar huis, want ik heb vanavond een afspraak om de voortgang in het zwemmen te bespreken.’

Noor trekt haar neus op. ’Saai, hoor. Ik dacht altijd dat topsporters bakken met geld verdienen en dat ze helemaal geen ander werk nodig hebben.’

Dat dacht ik ook. Ik dacht ook dat ze niet uit de gratie vallen als er iets gebeurt, maar wat had ik het mis. Ik zeg het allemaal niet tegen Noor en haal alleen mijn schouders op alsof ik ook geen idee heb waarom het in dit geval wel zo is. Ik heb geen zin om er over uit te wijden en dat doe ik dan ook niet. ‘Niet altijd,’ zeg ik alleen en doe mijn best om mijn gezicht strak te houden, ook al kost het me moeite. Het liefste wil ik huilen zoals ik al die keren gehuild heb, maar ik houd me in. Waarschijnlijk jaag ik het kind de stuipen op het lijf en ik wil niet bekend staan als die collega.

Delilah was het meisje met de dromen.

Emily is het meisje zonder toekomst.


Chris kijkt me over zijn brilletje heen aan. ‘Het gaat niet goed en dat weet je zelf ook.’

Ik knik. Alsof ik dat niet weet. Alsof ik niet de persoon ben die vanmorgen na de training met haar vuisten tegen de bakstenen stond te rammen, net zo lang tot mijn knokkels rauw en bloederig waren. Het leek wel op rauw, net geslacht vlees. Chris was degene die mijn handen beetgreep en die me zei te stoppen. ‘Ja,’ fluister ik nu. ‘Ja, dat weet ik.’

Hij kijkt even naar zijn papieren en er verschijnt een denkrimpel op zijn voorhoofd. Ik zou willen weten wat de man denkt, want hij is zo ondoorgrondelijk. Ik kan nooit van zijn gezicht aflezen wat hij denkt of waar hij naartoe wil. De man is een fucking bankkluis als het gaat om gezichtsuitdrukkingen. Ik ben daarentegen een open boek en iedereen weet altijd meteen wat ik voel.

‘Je persoonlijke record/PR lijkt verder weg dan ooit.’ Hij kijkt weer op. ‘Ik zal eerlijk zijn, Em. Als je zo blijft zwemmen, krijg je nooit je plek terug in het team. Dan moet je blij zijn als je bij de plaatselijke zwemvereniging een plekje krijgt.’

Ik slik. Ik hoopte dat al mijn werk, al die avonden fysiotherapie, al die ochtend- en avondtrainingen nu wel hun vruchten zouden hebben afgeworpen. Dat het gebrek aan slaap in elk geval voor een goed doel was. Dat elke ochtend om zes uur in het zwembad staan voor iets was. Iets meer dan pure teleurstelling. ‘Ik kan beter mijn best doen,’ zeg ik gauw.

Chris vervlecht zijn vingers met elkaar en ik kijk ernaar. Chris Hansen, voormalig topsporter. De man die heel wat gouden medailles gehaald heeft op de Olympische Spelen. De man die mijn voorbeeld is, al sinds ik als vierjarige besloot dat ik wilde zwemmen. Ik wilde geen ballerina worden of ruiter. Nee, zwemmen zou het worden. Mijn vader bleek Chris te kennen en hij koppelde ons aan elkaar toen ik twaalf werd. Het was mijn verjaardagscadeau voor mij. Mijn laatste cadeau. ‘Ik moet eerlijk tegen je zijn, Emily. Ik denk dat je best doen geen zin heeft en dat je ervoor moet kiezen om het te laten gaan.’

Ik slik nog een keer en schud mijn hoofd. Nee, nee. Ik kan mijn droom niet laten gaan. Het is een stukje van mezelf en het is onmogelijk om te negeren. ‘Dat gaat niet.’ Ik knijp hard in mijn mok en er gutst een beetje gloeiendhete thee over de rand, maar ik merk de pijn niet eens op. ‘Ik moet zwemmen. Het is een drang die in me zit en die eruit moet. Ik wil het niet opgeven. Het was wat mijn vader trots maakte.’

‘Emily. Em.’ Hij steekt een van zijn handen, formaat kolenschop, uit. ‘Wat ik probeer te zeggen is dat het misschien geen zin heeft. Hoe lang ben je al bezig met fysiotherapeuten? Hoe lang ben je al bezig om op je oude niveau te komen?’ Ik geef geen antwoord, omdat ik vecht tegen mijn tranen. Niet dat het uitmaakt, want Chris kent elk detail. Weet alles wat er te weten valt. ‘Drie jaar. Je bent al drie jaar bezig en je bent niet eens in de buurt.’

‘Maar ik wil het.’ Ik weet dat ik nu klink als een verwende peuter, maar ik kan het niet helpen. Tel er een trillend lipje bij op en het plaatje is compleet.

‘Soms is willen niet genoeg, lieve kind. Ik denk dat je er over na moet gaan denken om een nieuwe droom te vinden.’

15 september 2015