DEEL 3: HURRICANE OF CYCLOON, WINDKRACHT 13-14 BEAUFORT

HET IS GEDAAN [deel 3 en 4 van 6]

DEEL 3: HURRICANE OF CYCLOON, WINDKRACHT 13-14 BEAUFORT

Na een voorspoedige reis, onderbroken door het bunkeren van brandstof in de Braziliaanse haven Recife, kwamen we in december in Lourenco Marques aan.

Ongeveer de helft van het vee werd hier gelost, de andere helft ging naar Nacala in het noorden van Mozambique. Tussen deze twee havens kregen we te maken met een cycloon. We hadden hem al in de gaten want de barometer hing te vloeken aan de wand. Op de radio hoorden de veeartsen dat er een wervelstorm in de buurt zat. Inmiddels verscheen aan de hemel de zo kenmerkende bewolking als er een cycloon nabij is, radiërende cirrus en altocumulus. Wij probeerden de storm te ontwijken, uiteindelijk kregen we de volle laag. De Cubaanse veearts en zijn assistent waren angstig, als Cubanen wisten zij als geen ander wat dit betekende. Zij waren zeeziek en kwamen hun kooi niet uit. Op het hoogtepunt van de storm ging ik in overleg met de ouwe (kapitein) de ruimen in om te kijken hoe de koeien het maakten. Aan dek zekerde ik me met een lifelineen liep voorzichtig naar de deur van de stallen. Het was geen zware cycloon, windkracht 13-14 Beaufort. Het overweldigende gebulder en gegrom was massief, intens en angstaanjagend. Enorme hoeveelheden regen joegen vermengd met buiswater horizontaal over het schip. Het zicht was nagenoeg nihil. Het schip stampte en slingerde tegelijk met enorme halen tot 45 graden naar bakboord en stuurboord. Grauwe en bulderende monsters besprongen ons voortdurend. De koeien probeerden op hun poten te blijven staan. Dat lukte niet, ze lagen na een enorme haal van het schip ondersteboven. Sommigen probeerden met wisselend succes weer op te staan. De meesten bleven liggen en schoven heen en weer op het stro. Een aantal had ontvelde knieën en ellebogen.

Op het koeiendekhuis was hooi en stro gestouwd, beschermd door een stalen constructie waarop een dak was gemonteerd van stalen golfplaten, vastgezet met zware houten balken. Plotseling kwam er op het voorschip een scheurtje in een golfplaat en toen ging het heel snel. De hele voorkant werd door de windkracht vakkundig gesloopt. Stukken golfplaat en hout vlogen als projectielen naar achteren, tegen de opbouw en soms met een enorme knal tegen de brug net onder de ramen. Steeds als zo'n projectiel naar achteren schoot, dook de wacht op de brug in elkaar, in de verwachting dat de stukken golfplaat dwars door de ramen zouden vliegen. Het ging goed. De voorkant van het teakhouten stuurhuis lekte als een zeef. Het was een ouderwets solide gebouwd stuurhuis, maar de wind perste de regen door de naden. Wachtlopen deden we met laarzen aan. Het lekwater liep de trappen af, de accommodatie in. De vloerbedekking in de hutten, die in St. George was vernieuwd vanwege de brand, begon los te laten en dreef heen en weer.

Na anderhalve dag klaarde het op en nam de wind snel af. We vervolgden onze reis. Door de bewolking konden we geen zon of sterretje schieten en hadden geen idee waar we precies zaten. Een later genomen zonsbestek leerde ons dat we behoorlijk waren afgedreven. Op Kerstavond gingen we in de baai van Nacala voor anker. Wij zouden direct met het lossen beginnen, maar de havenautoriteiten hadden medelijden met ons. Zij lieten ons op Kerstavond met rust zodat we een beetje op verhaal konden komen. Eerste Kerstdag losten we. Alle koeien hadden het overleefd, een wonder. Ze waren enorm gestrest, waardoor het lossen langer duurde dan normaal. Aan de wal bekeken we het schip. De golfplaten boven het koeiendek waren grotendeels verdwenen. Door de enorme kracht van wind en water waren op het voorschip de luchtkokers aan de voorkant kaal geranseld tot op het glanzende staal.

De Normand Express was een bejaarde dame en had tal van eigenaren gehad, ieder met zijn eigen maatschappijkleuren. Het voorschip leek wel een abstract schilderij. Al die verschillende lagen verf waren gedeeltelijk verdwenen.

’s Avonds, toen alle koeien gezond en wel gelost waren, kregen we orders om via het Suezkanaal op te stomen naar Cork in Ierland. We vertrokken direct.

Na een voorspoedige reis kwamen we in Cork aan. Onze aflossers stonden al klaar. De volgende dag gingen de kapitein en ik met verlof. Het was een gedenkwaardige reis met hindernissen.

-wordt vervolgd-


DEEL 4: COMMUNICATIE MET THUIS