DEEL 1: EERSTE AANBLIK SS ROTTERDAM, 1961

HET IS GEDAAN [deel 1 en 2 van 6]

DEEL 1: EERSTE AANBLIK SS ROTTERDAM, 1961

De binnenvaartschepen die door het Amsterdam-Rijnkanaal voeren hadden al vroeg een enorme aantrekkingskracht op mij. Mijn ouders en hun families waren geen zeelieden. Mijn moeder was een boerendochter, opgegroeid op de ouderlijke boerderij bij Nieuwersluis, vlakbij het Amsterdam-Rijnkanaal en het riviertje de Angstel. Aan de overkant van de Angstel had mijn grootvader een houtzagerij waar mijn vader is opgegroeid. Als ik als jochie bij mijn grootouders op bezoek ging, moesten we met de pont het kanaal over. Daar zag ik voor het eerst binnenvaartschepen.

Mijn oudere broer had halverwege de jaren vijftig een paar jaar op een coaster gevaren. Met hem heb ik voor het eerst de haven van Amsterdam gezien. We stonden achter het Centraal Station en zagen de ‘Jagersfontein’, die langzaam werd voortgesleept door de boten van Goedkoop. Ik was diep onder de indruk van de bedrijvigheid op het IJ, de enorme zeeschepen en de voor mij nieuwe nautische wereld. Mijn besluit stond vast; later ga ik naar zee. Allereerst voer ik op de Rijn, de Zeeuwse wateren, de Eems, naar België en natuurlijk in het binnenland.

We hadden in Den Briel gelost en voeren leeg naar de Rotterdamse Parkhaven. Voor het eerst zag ik de veel grotere Rotterdamse haven. Geweldig vond ik het. Ik was diep gelukkig, dit was voortaan mijn nieuwe wereld. Aan de overkant van de Maas zag ik de gebouwen van de roemruchte Holland Amerika Lijn.

 

Voor de wal lagen een paar HAL-vrachtschepen en een passagierschip, het ss Rotterdam. In de Blauwe Wimpel waren al artikelen over deze nieuwe aanwinst van de HAL geschreven. Nu zag ik haar voor het eerst met eigen ogen, in 1959 gebouwd, nog geen twee jaar oud. Het gold toen als één van de mooiste passagierschepen.  Volk op de Parkkade gaf, soms opgewonden, trots deskundig commentaar.  Het ss Rotterdam was het eerste schip dat uitgerust was zonder de klassieke HAL-schoorstenen, maar met twee rookkanalen. Veel shiploversvonden dergelijke moderniteiten op zo’n mooi schip maar niks. We hebben zowat een week aan de Parkkade gelegen voor we ‘aan de reis waren’. Ik genoot.

 ’s Avonds ging ik de wal op. Een stukje verder op de Parkkade was een typisch nautisch kroegje, Maaszicht genaamd. Maar iedereen sprak van de Ballentent, vanwege de legendarische gehaktballen. De kroeg hing vol met scheepsfoto’s en scheepsattributen. De ruimte achter de tap werd gedomineerd door een enorm schilderij van het ss Rotterdam bij de Wilhelminakade. De klandizie van de kroeg bestond uit zeelui van de schepen die aan de Parkkade lagen, en haven personeel. Rotterdam begon mij te bevallen.

De zeevaart bleef trekken en ik wilde steeds verder weg, na drie jaar was ik op de binnenvaart uitgekeken. Er wordt wel eens laatdunkend gesproken over de binnenvaartschipperij, maar voor mij was het een uitstekende leerschool.

Op een mooie zomerdag heb ik in Antwerpen ontslag genomen en ben naar huis gegaan om alles te regelen voor een monsterboekje. Helaas ging dit niet zomaar. Ik was negentien jaar en moest schriftelijke toestemming hebben van mijn ouders. In eerste instantie weigerde mijn vader, mijn moeder was verstandiger. Ik kreeg mijn monsterboekje en was zielsgelukkig. Het was 1964. De wereld lag voor me open, ik was van plan voorlopig vrijgezel te blijven.

Mijn eerste schip was de nagelnieuwe coaster Twebro met een laadvermogen van 500 ton. Vrijdagavond kwam ik in Delfzijl aan boord. Twebro lag te glimmen voor de wal en zag er piekfijn uit. De volgende dag was de officiële proefvaart en de overdracht aan de reder op de Eems.

's Morgens reden auto's af en aan met gasten. Uit één van deze auto's, een grote zwarte Chevrolet, stapten een paar dames. ‘Ik geloof dat het dochters van de reder zijn,’ fluisterde de stuurman die vol belangstelling het tafereel gadesloeg.

Eén van deze dames, ze was familie van de reder, trok mijn aandacht. Voor ik het in de gaten had was ik verkocht. Er bloeide iets moois op tussen ons en vijf jaar later zijn we getrouwd. Mijn vrouw heeft vijf jaar kunnen wennen aan een zeeman, ze bleek een ideale zeemansvrouw te zijn. Voor we in het huwelijksbootje stapten, wilde ik wel eerst mijn stuurmanspapieren hebben. Ik had 11.000 gulden bij elkaar gesprokkeld in de drie jaar dat ik matroos was. Daarmee kon ik naar de Hogere Zeevaartschool in Amsterdam. Studiebeurzen van de overheid waren er toen nog niet. Rederijen boden wel studiebeurzen aan maar ik wilde niet gebonden zijn. Ik heb mijn opleiding zelf betaald. Eenmaal geslaagd, was er van mijn spaargeld weinig over.

-wordt vervolgd-