Zorgenkindje

Zorgenkindje

Zorgenkindje

‘Gaat u zitten.’ Maestro Sapientone knikt in de richting van het houten bankje voor zijn lessenaar.  Met gepaste eerbied stapt het echtpaar het schoollokaaltje binnen.

‘Ik val maar met de deur in huis, we hebben maar tien minuten.’ De meester legt zijn ganzenveer terzijde. ‘We maken ons ernstig zorgen over uw zoon. Hij is nu bijna negen, maar gedraagt zich als een kind dat jaren jonger is. Zijn ontwikkeling loopt helaas ver achter. ‘ Sapientone richt zich vooral tot de vader, die met zijn hoed in de hand is blijven staan. ‘Zijn tekeningen zijn onbegrijpelijke krabbels. Schrijven doet hij in spiegelschrift. Wij vermoeden dat hij een beelddenker is; mogelijk is er ook sprake van dyslexie.  En hij is erg in zichzelf gekeerd. Autisme, denken wij. ‘

Twee paar oren klapperen. Ontredderd door zoveel termen die nog niet eens bestaan.

 

In huis is het stil. De vader bladert door het schetsboek, waarin zijn zoon kennelijk net nog heeft zitten tekenen. ‘Hoezo onbegrijpelijk?’ bromt hij.  ‘Kijk dan, dit lijkt warempel dat meisje wel hier verderop uit de straat, hoe heet ze... Mona. ‘

‘Ja, niet slecht, ik zie best wel gelijkenis.’ De moeder kijkt op van de tekening.  ‘Waar zou hij uithangen?’ Ze opent de tuindeur. ‘Leonardooo!’

‘Hie-ier,’ klinkt het vanaf het heuveltje achterin de tuin. Vrolijk zwaait de jongen met zijn vrije hand. Met de andere zwiept hij zijn zelfgebouwde zweefvliegtuig de lucht in. Met een sierlijke boog belandt het voor zijn moeders voeten.

De ouders kijken elkaar even aan. Die komt er wel.