Proloog

Vallend blad

Proloog

‘Dat is niet leuk. Je zou je verstoppen.’ Ze kijkt naar haar zusje, die op de grond zit voor het schilderij met de ondergaande zon.
‘Hu?’ verdwaasd draait Sofia zich om. ‘Die lucht. Het lijkt roze, maar hoe langer je ernaar kijkt, hoe meer kleuren je er in ziet. Rood, wit en ook blauw.’
‘Laat ook maar!’ Ze smijt de deur van de eetkamer dicht en rent de trap op. ‘Vasco, waar zit je?’


Ze opent de deur naar de logeerkamer van haar ouders. Hij piept. Ze schuifelt naar binnen. Het ruikt er naar vanille van de zijdebloemen, die haar moeder heeft geplukt en in een vaasje heeft gezet. Ze bukt over het ledikant en trekt met één ruk het sprei omhoog. Geen Vasco onder het bed. Ze loopt naar de mahoniehouten kast en legt haar oor tegen één van de deuren. Niets. Hier is hij niet.
In de blauwe kamer dan misschien. Ze opent de deur op een kier en gluurt naar binnen. Nee, oom Luca en tante Camilla zijn er niet. Iedereen zit buiten op het terras. Ze kan naar binnen gaan. Op de make-up tafel staat de parfumverstuiver van tante Camilla. Ze kan de verleiding niet weerstaan en knijpt in het rode ballonnetje. ‘Hatsjoe,’ midden in haar gezicht.


Hum.., eerst even onder het bed kijken. Niets. Dit is oom Luca’s kant van het bed. Dat ziet ze, omdat op het nachtkastje aan de overkant een boek ligt met een afbeelding van een man en vrouw te paard. De man heeft een blouse aan met opbollende mouwen en donkere lokken die achter hem aan wapperen. Hij houdt de vrouw met één arm tegen zich aangeklemd en met de andere hand heeft hij de teugels vast. Niet interessant. Ze tuurt naar het strak opgemaakte bed. Zou het er liggen? Daar onder zijn hoofdkussen? Vasco zegt, dat hij er altijd mee slaapt. Voorzichtig laat ze haar hand onder het kussen glijden. Ze tast het hoofdeinde af op zoek naar het koele staal. Nee. Het laken eronder is leeg. Hij heeft het natuurlijk bij zich gestoken. Jammer. Behoedzaam strijkt ze de bolling, die ze in het kussen heeft veroorzaakt, weer glad.


Goed, waar zit ie? Deze kamer heeft een eigen badkamer. Ze opent de deur en blijft op de drempel staan. Het douchegordijn is dicht. Vanuit het bad klinkt het gepiep van iemand die te hoog ademhaalt. Ha, ha, ze heeft hem. Op haar tenen sluipt ze naar binnen en blijft voor het douchegordijn staan. Het piepen stopt. In gedachten telt ze tot zestig. Dan trekt ze het gordijn open en richt haar wijsvinger als een pistool: ‘Pang!’
Een geproest klinkt. Vasco zit gehurkt in de douchebak met zijn handen voor zijn gezicht. Hij kijkt haar tussen zijn vingers door aan.
‘Dood!’ Ze trekt zijn handen voor zijn gezicht weg. Zijn kop is helemaal rood. ‘In het echt was je er geweest hè.’ Ze blaast de rook voor de loop weg.
Vasco komt overeind en begint te lachen als hij haar serieuze gezicht ziet.
Ze bijt geërgerd op haar lip.
‘Eten!’ roept haar oma vanuit de hal.
Vasco duwt haar aan de kant en stuift de kamer uit. ‘We komen!’

De luiken zijn open en er is niets anders te zien dan de zwarte vormen van de bomen en de donkerblauwe lucht. Met zijn drieën zitten ze in hun pyjama op de bank. Grootvader heeft gezegd dat ze daar moeten blijven, totdat hij hen komt halen. De wollen deken kriebelt aan haar benen. In de hal klinkt het gesmoorde huilen van haar moeder. De andere volwassenen praten op gedempte toon. De bel gaat. Het is de stem van de dokter. Vasco kruipt onder de deken. Sofia staart wezenloos voor zich uit. Ze pakt hun handen beet. Die van Vasco voelt klam en Sofia’s hand is koud. Ze herhaalt de woorden in haar hoofd: ‘Hij is gevallen, hij is gewoon gevallen.’

Koffie