Krokettendag

Krokettendag

Krokettendag

Met een glasheldere knak breekt mijn beeld, ik leer dat 

al mijn vrede een raderwerk is vol exclusieve onderdelen. 

Ik schrik ervan, maar blijf toch gefocust op wat komt. 


Ik ben maar een mens, geen specialist. Dit wordt moeilijk.

Gelukkig scheurt deze listige spagaat en ik vertil me naar

een bijzonder fijn zijspoor. Het voert me moeiteloos mee. 


Krachtenvelden regeren daar met binaire waarheid, 

alsof het nog niet indrukwekkend genoeg is val ik in slaap. 

In een zwevende droom krijg ik het voorwerp: een naald. 


Al meteen de volgende dag verlies ik de naald. Waarachtig, 
eromheen vormt zich spontaan een prima hooiberg. Leuk. 
Ik ga liggen in het vers ontstane gras en rust lekker uit. 

Mensen bezoeken mij. Ze vragen naar de goede weg terug. 
Maar ik zeg niets te weten over die kwestie. Ze kussen me. 
Ik lig tot het laat wordt, dan pak ik mijn geest en ga. 

Eindelijk, ik ben er, een bord met brood zegt: ‘Morgen.' 
De reis was comfortabel en zorgeloos genoeg, maar 
de betekenis is een raadsel, ik was hier nooit eerder. 

Er is geen bel of poort, geen gezongen wolkenpad 
dus loop ik in gedachten over een frisse wijde blik. 
Wel een eind lopen. Ik verander van inzicht. Kort. 

Nu zie ik toch echt een muziekstuk. Onmogelijk. 
Ongehoord goed spelen die lui, alle klank is kleur. 
Kleur en vormen en vol en veel en - licht - volume. 

De stijl is duidelijk een gematigde mix van rock, 
hier en daar ook klassieke pop en hippe jazz. 
Haha, het is een gave bende hier: violen, welja! 

Een symfonie gecomponeerd door deejay’s, 
producers, kunstenaars: hier is niet bezuinigd. 
Yo, nu zelfs wat muzikanten, toe maar, wow. 

Na zoveel mooie indrukken heb ik trek gekregen. 
Huisgemaakte kroket of drie sterren, wat zal het zijn. 
Ik kies gebakken bier met versteend traanijs. Posh. 

De smaak is niet slecht maar ietsje buitenissig. 
Ik had misschien beter de kroket kunnen kiezen. 
Morgen dan maar: huisgemaakte krokettendag. 

Nu de honger is gestild, vraag ik me dingen af. 
Jammer, want het ging net zo goed allemaal. 
Het hoort er kennelijk bij, maar hopelijk eenmalig. 

De eerste vraag die langszij komt is: Waar ben je? 
Dat antwoord is gelukkig snel te geven: Morgen. 
Vraag twee lijkt me moeilijk, dus die sla ik over. 

Na de vragen volgt een praktijktoets, gebruikelijk zeker. 
Ik moet op één been het hele Zwanenmeer ronddansen. 
Geen probleem, ik ben atletisch gebouwd en fit vandaag. 

Ik concentreer me, maar laat toch een paar pasjes lopen. 
Zonde, want ik kon het thuis toch echt heel goed. 
Gelukkig sla ik cum laude een modderfiguur. Cijfer: een 8. 

De dag van morgen loopt over in de avond. Logische zaak. 
'Morgen weer een dag,' zei mijn vader altijd opgewekt. 
Ik snap ineens hoe hij dat kon weten. Hij hield ook van kroketten. 

Mensen bezoeken mij weer. Ze klinken bezorgd nu. 
'Morgen weer een dag,' stel ik ze gerust. Ze kussen me. 
Ik lig op mijn hooiberg, dan pak ik mijn geest en ga. 

De zwaartekracht is er nog merk ik, ik zweef niet rond. 
Geen flapperende achtjes met gevederde armen en benen. 
Alles is zo normaal als de roestige spijker van het Melkmeisje. 

De muur is het mooiste in dat schilderij, vond Vermeer zelf ook. 
Ruimte maken om zo de concentratie te vergroten tot de kern. 
Dat brengt me op de kern, wat is de kern? Ay, alweer een vraag. 

Het geheel, laten we dat gewoon als kern nemen. Dan 
zijn we van de lastige vragen af. Er zijn belangrijkere dingen. 
Krokettendag bijvoorbeeld. Jazeker, vandaag is het zover. 

Maar eerst moet ik pillen slikken van een potje. Het potje kijkt. 
De pillen slik ik gewoon door want die vallen door mijn lijf via een 
anti-pillenluik en hebben geen invloed meer op mijn functioneren. 

Ik weet dat zelf wel, maar het potje niet, dat kijkt heel tevreden. 
Ik hoor straks op het toilet driemaal een tikje op het glazuur. 
Weg pillen, via mijn luik in het rioolwater. Zo blijf ik gezond. 

'Morgen,' zegt het bord weer. Je hoeft niet alles te herhalen hoor. 
Ik weet niet waarom, maar sommigen denken dat ik niks snap. 
Als ik nou oud was, maar dan nog, er zijn ook slimme oudjes. 

Ik bestel een huisgemaakte kroket. Het water loopt me in de mond. 
Wat? Vandaag niet? Op? Wie heeft hier de zaken niet op orde zeg? 
Morgen is er weer een dag? Dat zijn mijn teksten, ja, en van mijn pa! 

Mijn vader had dit niet laten passeren. Dan eten we maar een 
uurtje later, maar hij had die kroketten per direct zelf gemaakt. 
Morgen is er weer een dag, ze durven wel zeg, wat een fraudeurs. 

Met grote tegenzin eet ik dan maar drie sterren, maar als teken 
van verzet laat ik de derde ster liggen. Dat zal ze leren. 
Gelukkig blijf ik nooit lang boos. Ik heb wel iets beters te doen. 

Een pak schudt mijn hand. Waar komt die vandaan. 
Ik hoop dat het niet door de krokettenaffaire komt. 'U bent hier nu twee 
dagen,' zegt het pak. Hm, hij komt met betrouwbare informatie. 

Het hele pak lijkt trouwens betrouwbaar. Witte jassen zijn zeker 
onbetrouwbaar. Die schrijven een factuur van 450 euro en dat 
na een evaluatie van 5 minuten. 'Alles gaat goed met u.' Kassa. 

Blauwe en groene jassen daar moet je helemaal bij uitkijken. 
Die halen je uit elkaar en zetten de boel weer verkeerd terug. 
Ik heb dat helaas een paar keer persoonlijk meegemaakt. 

Alles hadden ze fout gedaan en het heeft me jaren gekost. 
Daar heb ik ook die potjes leren kennen. Mijn anti-pillenluik 
heb ik toen off the grid, ergens net over de grens, laten plaatsen. 

Maar goed, het pak zit er nog. Ik schud ja en knik nee waar nodig. 
Het gaat over de vragen van gisteren en de goede praktijktoets. 
'Morgen is er weer een dag,' zegt het pak. Het is een samenzwering! 

De mensen zijn er. Ze huilen vandaag, ik weet niet waarom. 
Zelf voel ik me niet verdrietig, ik ben geen huilebalk. Ze kussen me. 
Mijn hooiberg heeft een fijne kuil, ik neem mijn geest en ga. 

Het pak is er alweer. Hij vraagt of ik iets wil, maakt niet uit wat. 
Ik zeg toe erover te zullen nadenken als ik tijd kan vrijmaken. 
Maar dan schiet me toch iets te binnen: 'Een spijkertje graag.' 

'Voor de concentratie op het geheel wat de kern is,' leg ik uit. 
Het pak snapt er niets van. Geen kunstkenner dus, tegenvaller. 
Ik vertel over Vermeer en de muur. Ik ben een geduldige leraar. 

Het pak zegt dat scherpe voorwerpen helaas niet worden verstrekt. 
Welja, geen kroketten gisteren en nu ook geen spijkers. Armoedig. 
Het is dat de hooiberg en de muziek perfect zijn, want anders. 

Ja, wat want anders? Oh, een vraag, daar heb je het gedonder al. 
Meestal een slecht teken en nu dus ook. Liever geen vragen meer. 
Ik word er nerveus van omdat er veel te veel antwoorden zijn. 

Nu ben ik dus zenuwachtig en is het ook weer etenstijd geworden. 
Een ongeluk komt nooit alleen, ik durf gewoon niet eens te kijken. 
Oh, maar wat ruik ik, er - zijn - kroketten?! Ik geloof het haast niet. 

Oh man, oh man, lekker lekker. Ik bestel een dubbele portie. 
Eerst wil dat bord me geen dubbele portie geven, maar ik 
herinner hem er fijntjes aan dat hij gister mijn tekst heeft gejat. 

Het bord ziet er trouwens bleekjes uit. Een griepje misschien. 
Als hij die virussen maar bij zich houdt tijdens het bereiden 
van mijn kroketten. Dat kan ik er echt niet bij hebben allemaal. 

'Vooruit dan maar,' zegt het bord, alsof ik ook nog dankbaar moet zijn.
Sommigen willen ook niks leren, daar moeten we ons bij neerleggen. 
Voor mij staat dus nu: een dubbele portie huisgemaakte kroket. Yes!
 
De geur: een kalme frituurlucht met niet te nieuw vet. Zonnebloem? 
Nee, olijf. De kleur: goudbruin rondom. Te lang op dezelfde kant en 
zelfs de allermooiste kroket wordt oneetbaar. Meningen verschillen. 

Omzichtig tik ik met mijn mes op de buitenkant. Tok, tok, hoor ik. 
Dit geluid verteld heel veel over de binnenkant én de buitenkant. 
Te 'toek': de kroket is vet. Te 'tak': hard gebakken. Tok, tok is goed. 

Nu deze fase is doorstaan leg ik mijn mes neer. Fase twee: 
Nooit snijden. Happen of breken, snijden is voor amateurs. 
Ik pak mijn kroket, maar twijfel nog over happen of breken. 

Je kan niet te lang nadenken, de temperatuur tijdens consumptie 
is van groot belang. Niemand lust een lauwe kroket. Ik kies. 
Ik breek. Een kostbaar moment van verrukking, de perfecte 'krak'. 

Breken is riskant, je moet geen honger hebben. Als je breekt 
en je 'krak' is niet goed, lust je de kroket misschien niet meer. 
Bij happen eet een mens gewoon door, zelfs met een slechte 'krak'. 

Het voordeel van breken is dat je zonder te proeven al kan kijken. 
Happers kunnen ook kijken maar proeven ondertussen. Zonde. 
Brekers genieten langer en duurzamer van hun goede kroket. 

Ik kijk naar mijn kroket en zie een niet te dikke korst met binnenin 
de vulling. Deze is okergeel, maar...nu volgt een visuele analyse. 
Draadjesvlees rund, fijngesneden selderij, geglaceerde ui, ragout. 

Nu niet langer geaarzeld. Ineens een goede hap en doorpakken. 
Alles komt meedogenloos bij elkaar in een alles overheersende crunch. 
Ik sluit mijn ogen en leef even in een andere dimensie, nog een hap. 

Een dubbele portie. Ik kan niet meer opstaan daarna, een topdag. 
Ik ben blij dat ik nu niet om het Zwanenmeer hoef te dansen. 
Ik zou na een paar meter gekleed en al in het meer lazeren. 

Terwijl ik op mijn hooiberg lig uit te rusten, komen de mensen. 
Ze kloppen op mijn arm en zeggen dat het goed gaat komen. 
Volgens mij is het al goed, maar ja, ik pak mijn geest en ga.


De volgende dag voel ik een vreemde mentale sfeer. 

Er hangt iets in de lucht, maar niets zichtbaars. Ongrijpbaar. 

Gevoelsindrukken daar ben ik best goed in, al zeg ik het zelf. 


Als ik beneden kom is het bord er niet. Geen morgen vandaag. 

Ik mis het niet, maar helemaal gerust ben ik er ook niet op. 

Je went snel aan alles, ook aan nutteloze onzin van het bord. 


Ik schrik me gek als het pak ineens achter me staat en iets zegt. 

‘Weet u hier iets van, heeft u iets gezien?’ vraagt hij. 

Ik hou niet van vragen. Maar dat wist hij zeker nog niet. 


Het blijkt dat het bord gisteravond dood is aangetroffen. 

Het pak vertelt dat er straks een uniform komt met vragen. 

Ik neem mij voor om voortaan wedervragen te stellen. 


‘Waar is hij aan overleden?’ Kijk dat bedoel ik dus. Prima. 

‘Vergiftiging,’ zegt het pak. Achter hem duikt het potje op. 

Tijd voor de pillen. Als ik slik fluistert ze: ‘Vergiftiging…’ 


Dan verteld het pak dat, na het eten van een restje ster, het bord 

in elkaar gezakt is. Kijk, daar is het uniform al met meer uitleg. 

De autopsie heeft geen vergiftiging uitgewezen, maar - 


Interne bloedingen als gevolg van het inslikken van een 

scherp voorwerp: een naald. Hoogstwaarschijnlijk verdwaald 

in een restje ster waar het bord gisteren van heeft gegeten. 


Het uniform praat met iedereen. Ik schud ja en knik nee waar nodig. 

Dan zegt het pak indringend: ‘Misschien snapt u nu waarom ik 

u geen spijker kon geven?’ Hij spreekt erg nadrukkelijk vind ik. 


Ik snap er helemaal niets van, maar knik en schud maar door. 

‘Overigens,’ zegt het pak, ‘U gaat vandaag naar huis. We kunnen 

u helaas niet langer houden. Onvoldoende medische grond.’ 


Ja, ik hoor het echt goed. Naar huis. Waar dat ook moge zijn, 

het klinkt prettig en gezellig. Ik ben goed met gevoelsindrukken. 

‘Ik zal de muziek erg missen,’ zeg ik zo vriendelijk mogelijk. 


Ik vind het erg voor het pak: het bord dood, alleen het giftige potje 

over en nu ook nog onvoldoende medische grond. Mooie muziek 

en een fijne hooiberg is toch niet alles. Morgen is niet wat het was. 


De mensen zijn er. Ze nemen me mee en lachen ongemakkelijk. 

‘Kan ik de hooiberg meekrijgen?’ vraag ik voorzichtig, maar nee. 

Ik pak mijn geest en vertrek. Op naar de volgende morgen: huis. 

Ik hoop dat huis kroketten heeft.


(Marc ‘de snater’ Lezwyn)