Kind van de oorlog

Kind van de oorlog

Kind van de oorlog

Afra begroef haar tengere gezicht nog dieper in haar moeders borst. Haar armen stevig om haar heen geklemd terwijl moeder haar heen en weer wiegde en geruststellende woorden toefluisterde. De loze woorden die ze al zo vaak had gehoord.
De angst die haar van binnen verscheurde was na een lange tijd ook van buiten zichtbaar geworden.
Het eens zo vrolijke en gezonde meisje was grauw en graatmager, verlangend naar een warme maaltijd. De wallen onder haar amber kleurige ogen getuigden van de vele slapeloze nachten en haar prachtige glanzende haar was nu niets meer dan een grote pluizenbol.

Ooit had Afra de straten rond gefietst op de brandweer rode fiets die ze van vader had gekregen. Haar vader die ze zo enorm miste. Zijn lieve lach en de spelletjes die ze samen speelden. De verschijning van haar lieve vader sprong als een dans door haar gedachten en zorgden voor een kleine glimlach.

Afra's moeder drukte haar handen tegen de oren van haar jonge dochter. 'Ik hou van je mijn kind', zei ze met trillende stem terwijl het geluid van de kogelregen steeds dichterbij kwam.

Afra was niet meer dan een kind van de oorlog.