Een oude boom

Een oude boom #SweekStars2018kort #nieuw

Een oude boom

Het is inmiddels ruim een jaar geleden, maar soms lijkt het als de dag van gisteren. De dag dat ik na lang wikken en wegen besloot om naar een verzorgingshuis te verhuizen. Op zich lukte het alleen en zelfstandig wonen in mijn eigen huis nog wel. Sommige dingen werden wel zwaarder en lastiger. Mijn man was twee jaar daarvoor overleden. Het was een schat van een man, mijn Joop, we hebben samen een prachtig leven gehad. Natuurlijk of beter gezegd helaas ook moeilijke tijden meegemaakt, zoals de dag dat ons derde kindje vijf dagen na haar geboorte overleed. Ons engeltje, Josje. Daar hebben we veel verdriet van gehad. Maar het leven ging door en gelukkig konden we altijd goed met elkaar praten, ook over dit grote verdriet. Daarna kregen we nog drie prachtige kinderen. We waren zo blij met en trots op ons vijftal! Soms was het moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen, maar met enige creativiteit lukte ons dat uiteindelijk altijd. 

De kinderen kregen verkering, trouwden en gingen één voor één het huis uit, de jongste pas op zijn dertigste. Daarna kwamen er kleinkinderen en zelfs achterkleinkinderen, een prachtig geschenk. De kinderen zijn allemaal, stuk voor stuk, goed terecht gekomen. Het leven lachte ons toe en we genoten volop. Mijn man was fit en gezond, tot die fatale nacht twee jaar geleden. In die nacht heeft hij een grote hersenbloeding gehad. ’s Morgens kreeg ik hem niet wakker en is hij met gillende sirenes naar het ziekenhuis gebracht. Daar stierf hij een paar uur later.

Vanaf die dag woonde ik alleen. Hoewel ik heel verdrietig was en mijn man, mijn maatje, enorm miste en nog mis, probeerde ik zo goed en zo kwaad als dat ging, verder te gaan met mijn leven. Dat lukte redelijk, alleen was het vreselijk stil in huis. De kinderen en kleinkinderen kwamen regelmatig op bezoek. Maar ja…die hebben ook hun werk en gezin. De achterkleinkinderen zitten tegenwoordig allemaal op sport en muziek en op van die clubjes. Mijn dochters en daarna mijn kleindochters waren vooral druk met taxichauffeur spelen. Daarnaast ook nog helpen op school en een baan van 20 uur per week. Dan is het lastig om elke week je moeder of oma te bezoeken.

Mijn jongste zoon kwam elke eerste donderdag van de maand koffie drinken. Als zijn auto met chauffeur de straat in kwam rijden, dan zag ik links en rechts bij de buren tegenover mij het gordijn oplichten. Dat gluren naar de buren…typisch Nederlands volgens mij. De chauffeur van zijn prachtige bolide wachtte altijd keurig een half uurtje in de auto. Ik was en ben supertrots op mijn zoon. Een drukke baan en toch nam hij elke maand de tijd om bij zijn oude moeder een kop koffie te drinken. Ik ben de 80 al ruim gepasseerd, dus ja, dan gaan de mensen je oud noemen.

Het warm eten werd inmiddels bezorgd door Tafeltje Dekje. Het huishouden heb ik nog lang zelf gedaan, maar op een gegeven moment hoorde ik dat mijn toenmalige buurvrouw haar baan was kwijt geraakt als huishoudelijke hulp in de thuiszorg. Met haar trouwens nog 200 anderen. Vanaf die tijd kwam zij mij drie uur per week “helpen” met het zware werk. Mantelzorg en burenhulp is leuk, maar de buurvrouw had ook drie kleine kinderen. Ze kon het geld meer dan goed gebruiken. Ik zorgde er daarom voor dat er elke week een envelop met geld voor haar klaarstond op het aanrecht.

In het jaar na het overlijden van mijn man vroegen de kinderen en de oudere kleinkinderen steevast als ze op bezoek kwamen: ‘Moeder, oma, zou het niet beter en fijner zijn als u naar een verzorgingshuis gaat?’ De eerste keer schrok ik nogal van die vraag. Het ging toch allemaal prima? Ik kon mijzelf nog steeds zelfstandig wassen en aankleden. Zelfs de was deed ik nog zelf. En wat is er nou zo moeilijk aan het smeren van een boterham? Maar ja, nadat om de beurt één van mijn kinderen of kleinkinderen deze vraag stelde, ging ik er toch over nadenken. Het was stil in huis en regelmatig voelde ik mij eenzaam en alleen. Mijn lange haren had ik af laten knippen. Het werd namelijk erg dun en opsteken lukte niet meer goed. Ik droeg steeds vaker instappers,  omdat veters strikken lastiger werd.

Op een mooie zonnige dag nam mijn dochter mij onverwachts mee naar het verzorgingshuis in het dorp. Gewoon om een keer rond te kijken. Toevallig stond er een kamer leeg, dus we konden alles rustig en uitgebreid bekijken. Later vertelde mijn dochter eerlijk dat ze mij al twee jaar geleden had ingeschreven. ‘s Avonds stond mijn zoon opeens op de stoep en volgde er een klein familieberaad.

Het leek mijn kinderen en kleinkinderen beter dat ik zou verhuizen naar het verzorgingshuis. Alle zorg was daar voorhanden, mocht dat nodig zijn. Nadat we hier een poosje over hadden gesproken, beloofde ik dat ik er goed over na zou denken. Ik sliep de twee daaropvolgende nachten heel slecht. Uiteindelijk nam ik het moeilijke en volgens mijn dochter dappere besluit, om het huis waar ik sinds mijn trouwdag had gewoond, te verlaten. Het huis waar mijn zes kinderen waren geboren en waar ons engeltje en mijn man waren overleden.

De dag van de verhuizing werd een bijzondere dag. Mijn zoon nam mij mee op toertocht, onder andere naar mijn geboortehuis en naar de plek waar mijn man en ik onze trouwfoto’s maakten. Zelfs het restaurant, waar wij na de bruiloft met onze ouders en familie aten, was er nog. Mijn zoon trakteerde mij op een heerlijke high-tea. Ik genoot enorm van deze dag. Het was heel fijn om de plekjes van vroeger te zien, waardoor mooie herinneringen weer terugkwamen. Op de terugweg reden we direkt door naar het verzorgingstehuis. Ik kreeg een prachtige kamer, die helemaal was ingericht door de rest van mijn kinderen, terwijl wij op toertocht waren. Eigenlijk waren het twee kamers: een woonkamer en een slaapkamer. De meeste van mijn vertrouwde spulletjes waren meeverhuisd. Niet alles, dat paste simpelweg niet.

De eerste weken had ik het moeilijk. Het verzorgingshuis staat in een ander dorp dan waar ik het grootste deel van mijn leven heb gewoond, dus ik kende er niemand. Maar…er werden leuke dingen georganiseerd. Binnen een paar weken zat ik elke morgen aan de koffie met een vast groepje dames. Soms schoven er ook enkele heren aan. Gewoon, gezellig. Verder niet hoor! Ik deed zelfs een paar keer mee met de wekelijkse Bingo. Hi-la-risch. Echt. Als je ziet hoe fanatiek en over-geconcentreerd medebewoners dan worden, ik wist niet wat ik zag. En die prijzen: vorige week won mevrouw Van Vleuten een barbecue-pakket. Het zag er heerlijk uit, alleen mogen we geen openvuur op het balkon of in de mini-tuintjes. Laat staan in onze huiskamer. Gelukkig was haar kleinzoon bereid om het pakket direct op te halen, in ruil voor een bos bloemen voor zijn oma.

Langzaam maar zeker voelde ik mij hier steeds meer op mijn gemak en werd mijn nieuwe huisje ook echt een thuis. Elke zondag kwam er iemand van de kinderen, klein- en achterkleinkinderen langs. Of ik werd opgehaald door één van hen en bracht daar de rest van de dag door.

Maar sinds vrijdag is alles anders. Ik ben blij dat ik jullie nog kon vertellen over mijn mooie dagen hier. Ik ben nu zo verdrietig en ook een beetje in de war. Ik weet niet wat ik moet doen en soms kan ik alleen maar huilen. Gisteren ben ik niet eens mijn bed uitgekomen. Wat heeft het voor zin? Vanmorgen ben ik wèl opgestaan, maar eigenlijk bleef ik liever in bed. Ik heb deze week al twee keer het gas aan laten staan, terwijl er nog een pannetje melk op stond. Ik drink mijn koffie namelijk lekker ouderwets. Ik maak ’s morgens een kan sterke koffie. Daar schenk ik een paar keer per dag een bakkie uit en doe er dan warme melk bij. Mijn dochters mopperen daar over, omdat ze dan 's middags oude koffie krijgen. Nou, zo oud is die koffie niet. Ik ben niet anders gewend, mijn moeder deed het al op die manier.
Wat wilde ik nou vertellen? Kijk, dat heb ik ook steeds. Oh ja. Het gas stond nog aan. Ik zag het net op tijd, voordat de rookmelder afging. Anders had het hele huis in rep en roer geweest. Nu heb ik alleen dat pannetje moeten weggooien, omdat de bodem zwart was. Ik heb het niet aan de kinderen verteld, anders laten ze vast het gas afsluiten. Gelukkig had ik drie van dat soort pannetjes, dus ik kan nog gewoon mijn eigen vertrouwde koffie maken.

Wat ik dus wilde vertellen: welke dag is het vandaag? Ik geloof maandag of nee, dinsdag. Ach, wat maakt het uit. Oh ja, het is dinsdag. Gisteren was de bingo, dacht ik. Ik weet het niet precies meer, want naar de bingo ga ik ook niet meer. Ik kom mijn kamer helemaal niet meer af.
In ieder geval stond de directeur van het verzorgingshuis een paar dagen geleden plotseling voor de deur. Of hij even binnen mocht komen. Natuurlijk. Wilt u koffie?’ vroeg ik hem beleefd. 
'Nee dank u.’, antwoordde de directeur, ‘Ik wil het graag kort houden en ik zeg het maar gelijk: ik heb een vervelend bericht voor u. U kunt beter even gaan zitten. 

Ik kreeg een naar gevoel vanbinnen en dacht gelijk aan mijn kinderen, klein- en achterkleinkinderen. Er zou toch niet iets ergs met hen gebeurd zijn? Ik ben daarom toch maar gaan zitten, mijn benen trilden en ze werden steeds slapper.
‘Mevrouw De l’Arbre, vervolgde de directeur zijn verhaal, u moet verhuizen.’
‘Verhuizen? Ik? Hoe dat zo opeens?’ Ik begreep er helemaal niets van en kon het niet goed bevatten. 
‘Oh wacht…mevrouw De Vries van kamer 427 is gisteren overleden. Moet ik soms naar haar kamer, omdat de rest van de vleugel vrijwel helemaal leeg staat?’
‘Nee, sorry mevrouw De l'Arbre. U moet weer zelfstandig gaan wonen. Ons verzorgingshuis sluit binnenkort zoals u weet. Bijna alle verzorgingshuizen verdwijnen op den duur.’
Vol ongeloof keek ik hem aan. Verhuizen? Waar naartoe? Mijn oude huisje was inmiddels verkocht en helemaal verbouwd. Daar woonde nu een jong stel in met twee kinderen.
‘Het spijt mij echt mevrouw De l'Arbre. U bent nog fit genoeg en doet vrijwel alles zelf. U kunt niet naar een verpleeghuis, daar bent u te goed voor. Doordat er geen nieuwe bewoners meer bij komen, zijn wij genoodzaakt deze vleugel te sluiten. Daarom moet u verhuizen. We zullen zorgen dat u huishoudelijke hulp krijgt en misschien dat uw kinderen een maaltijdservice kunnen regelen. Maar dat bespreekt een van de zusters met u en uw kinderen.’
De directeur stond net zo plotseling op als dat hij gekomen was en schudde mij de hand.
‘Ik kom er wel uit hoor, blijft u maar lekker zitten!’
Ik was te verbouwereerd en te geschrokken om verder nog iets te zeggen of te vragen. Vanaf dat moment veranderde alles. Ikzelf veranderde het meest.

***************************************************************************************************************************************************************

In de weken daarna werd mevrouw L’Arbre steeds onrustiger. Ze begon te dwalen door het verzorgingshuis en vroeg iedereen naar het nieuwe adres van haar kamer. Haar eigen kamer, die altijd spik en span was, werd steeds rommeliger. Elke dag kwam één van de kinderen. Die troffen haar vaak huilend aan, ze was zo verdrietig en ook erg in de war. Ze vergat zichzelf te wassen en joeg de verzorgenden haar kamer uit, die mochten haar niet helpen. Haar kamer rook niet zo fris meer en haar dochters vonden op allerlei plekken ondergoed en natte lakens. Mevrouw De l’Arbre schaamde zich zo, maar vaak wist ze niet eens meer dat ze dat deed. Soms zat ze uren naast de foto van haar man en praatte, meestal onverstaanbaar, tegen hem. Regelmatig vroeg ze aan haar kinderen: ’Waar moet ik heen? Ik wil naar Joop, hij weet waar we wonen.’ Of ‘Neem mij alsjeblieft mee naar huis. Ze willen mij hier niet meer.’ Haar kinderen hadden het er erg moeilijk mee. Zo kenden zij hun moeder niet, het was allemaal zo verdrietig.

Enkele weken na de komst van de directeur werd mevrouw De l’Arbre opgenomen op de afdeling Geriatrie van het nabij gelegen verpleeghuis. Ze kreeg daar een kleine kamer, waar alleen plek was voor een bed en een kastje met foto’s van vroeger. Vanaf de eerste dag kwam ze haar bed niet meer uit. Vlak naast het verpleeghuis stond een oude boom.