Boodschappen doen

Boodschappen doen

Boodschappen doen

Gisteren had hij ook bij de kapstok gestaan en naar zijn jas gereikt. Toen was hij thuis gebleven. Hij had de boodschappen ook niet echt nodig gehad. 

Maar toen hij later op de dag uitlopers van vier centimeter van zijn aardappelen sneed, de laatste vissticks opbakte en ontdekte dat hij zelfs geen blik doperwten meer had staan, wist hij dat hij toch echt naar de supermarkt moest. 

Vandaag trok hij dus wel zijn jas aan.
Hij nam een ademteug en stapte de deur uit. Zijn hartslag versnelde en het zweet brak hem uit. 

Zijn lichaam was in paraatheid en had iedere vorm van gezond verstand volledig buiten spel gezet. Ineengedoken overbrugde hij de honderd meter naar de supermarkt.

Eenmaal onder de overkapping moest hij stilstaan om zijn ademhaling onder controle te krijgen. Zijn borstkas stond op knappen. Hij hijgde zo erg dat de zuurstof niet werd opgenomen. Het zweet droop van zijn voorhoofd. 

Hij kon dit niet...
Maar hij was er toch bijna?
Nee!

Het doen van boodschappen was nu onmogelijk!
Hoezeer zijn verstand hem ook van iets anders probeerde te overtuigen, hij kon het simpelweg niet. 

Hij haaste zich terug naar zijn veilige huis. Als hij het zich goed herinnerde, stond er nog een pak rijst. Dat was voor vandaag wel voldoende. 

Morgen zou hij zeker boodschappen doen.