En toen brak het licht door

Het licht heeft geen schaduw

En toen brak het licht door

Raar. Eigenaardig. Abnormaal. Bizar. Ongebruikelijk. Gek. Merkwaardig of ongewoon, zolang het maar alles is behalve normaal. Zolang het maar geen leven is, waarvan elke minuut bruist van vreugde, vrijheid en eindeloos geluk. Zolang de dagen maar niet zijn opgebouwd uit riskante avonturen en grootse ontdekkingen, geleid door nieuwsgierigheid of wilde dromen en ambities zonder grenzen. Zolang dat leven maar geen leven is en maar enkel een bestaan.

Ontelbare momenten heb ik gespendeerd, kijkend vanaf de zijlijn, hoe doodgewone mensen met volle teugen genieten van hun banaal leventje en elke dag nemen als een geschenk. Ze staan zorgeloos tegenover morgen en laten zich niet afschrikken door de vragen die de toekomst met zich kan meebrengen. Het zijn de mensen, die onverschrokken tegenover het leven staan, die ik benijd. Ze kennen de afwijzing en angst niet, die mij al ontelbare keren hebben overvallen. Ze hebben de zure smaak van complete verslagenheid en ondraaglijk verlies nog niet ervaren. Ze hebben nog nooit geproefd van een dodelijk recept, mijn leven,  bestaande uit eenzaamheid en pure verbittering. Hoe gelukkig de onwetenden zijn.

Mijn leven is net zoals ik: anders.

Al vanaf het prille begin zit ik opgezadeld met mezelf. Ik kon maar niet begrijpen waarom uitgerekend ík de persoon moest zijn die het lijden van mensen kon voelen, als een mug die aangetrokken wordt tot vuur.

Laat me mijzelf verklaren. Mensen maken fouten in het leven en creëren een zwartgeblakerde ziel. Zonden achtervolgen hen en zijn een onvermijdelijke herinnering dat, ondanks ze in het licht staan, ze toch een plaats van pure duisternis met zich meedragen. De schaduw als aanwezigheid van fouten ten tijde van licht. Ik hoor deze fouten mij roepen, als een hulpkreet in het midden van de nacht of als een oorverdovend gekrijs van een ziel die verdrinkt in een oliezwarte zee. De mensen kwellen zichzelf. Zachtjes gaat hun geweten een pijnlijke dood tegemoet. Het schreeuwt naar mij om hen te redden, hen te zuiveren van de fouten en hun leven te verlichten. Eén aanraking, om de geest en ziel weer zuiverlicht te maken en ze te verlossen van hun vretende zonden.

Ik ben Ombra, geboren in eenzaamheid, opgevoed door angst, geschoold in ontelbare zonden en getrouwd met de duisternis. Ombra Oscuro, duistere fee of koningin van de nacht. Mijn hele leven is een gevecht om te overleven met wie ik ben, beter gezegd, wat ik ben…een schaduw.

Een schaduw met de gave om te proeven van mensen hun zonden en pijnlijke momenten. Opgezadeld met de plicht dit moordend deken van hen af te nemen met één enkele aanraking.

 

Maar net wanneer ik dacht dat ik voor eeuwig vastgenageld zat in de sleur van het dagelijkse leven, leek de zon de opeenstapelende donkere nachten weg te jagen...

Deze ochtend werd ik tot hem aangetrokken, maar niet zoals het bij de meeste mensen gebeurt. Het rijzende gevoel van honger dat opborrelt in mijn maag, wanneer mijn lichaam de aanwezigheid van verbitterde mensen aanvoelt, is afwezig. De aantrekking door de hunkering naar de zonden die ze mij kunnen geven is verdwenen in een fractie van een seconde. Neen, ik verlang naar hem omdat, na al deze jaren, ik me eindelijk compleet en volledig voldaan voel.

Een breedgeschouderd, maar elegant silhouet paradeert in de verte. De dromerige waas lost zich op voor mijn ogen, zodat ik de kans kreeg om hetgeen te bewonderen dat mij zo in zijn macht heeft. Blonde haren en blauwe ogen, zo licht dat ze een andere kleur kunnen definiëren. Trots, aplomb, en zelfs een tikkeltje arrogant flaneert hij langs de straat met een gratie van honderd pauwen.  Ik kan het niet enkel van hem aflezen, hij straalt het uit. Hem niet opmerken is onmogelijk. Zijn aanwezigheid is opvallend als een vuurtoren in de nacht. Elke stap brengt me dichter naar hem en mijn hoofd wordt overstroomd door onbeantwoorde vragen. Uit nieuwsgierigheid reikt mijn hand zich naar hem uit, klaar om met één aanraking in zijn hoofd te kijken en zijn leven te lezen. Mijn vingertoppen tintelen uit spanning en ik voel mijn pupillen wijden wanneer de centimeters veranderen in millimeters. Nog een héél klein beetje en-…

“Dat zou ik niet doen als ik jou was.” een geamuseerde stem haalt me uit mijn trance. Verschrokken kijk ik op en ontmoet ik de blik van mijn mysterieuze jongeman.

“Wacht, je kan me zien?” De woorden struikelen uit mijn mond en alsnog sta ik hem verbaasd aan te gapen. Mensen horen mij niet op te merken, ik ben verbogen in het zicht en ontsnap aan hun beoordelende blikken.

“Neen, ik sta doodleuk tegen de lucht te babbelen. Natuurlijk kan ik je zien! Maar vergeef me mijn slechte manieren. Ik ben Alabaster, Alabaster Arendt en jij moet Ombra Oscuro zijn, nietwaar?” Een rij parelwitte tanden komen tevoorschijn en formeel steekt Alabaster zijn hand naar voren. Al snel bedenkt hij zich en kruist hij zijn armen achter zijn rug, zijn wangen rood aangelopen uit schaamte. “Mijn excuses, een macht der gewoonte.” Mijn hoofd kan de plotselinge hoeveelheid informatie niet verwerken. Radeloos knipper ik met mijn ogen, in de hoop een duidelijke structuur te vinden in deze chaos. Een wildvreemde kan me zien, weet mijn naam en heeft een eigenaardige fobie voor aanrakingen, meer specifiek mijn aanrakingen. Duizend en één vragen tollen er in mijn hoofd en smeken om gesteld te worden.

“Hoe weet je wie ik ben? Waarom mag ik je niet aanraken? Wie ben je in hemelsnaam?” Ergens in de totale verwarring heeft mijn mond zijn functie weer gevonden en struikelt over het onnoemelijke aantal aan vragen. Alabaster heeft geen spiertje vertrokken en kijkt me nog steeds aan met een vriendelijke blik en een geamuseerd gefonkel in zijn ogen. Zijn ademhaling rustig en straalt hij kalmte en zelfvertrouwen uit.

“Sta me toe om mezelf te verklaren. Ik hou je al een tijdje in te gaten, vandaar dat ik meer over je weet dan ik normaal zou mogen. Nieuwsgierigheid is altijd een van mijn zwaktes geweest en jij, Ombra, bent het bestuderen waard. In tegenstelling tot wat jij denkt, zijn er meerdere personen zoals jij. Mensen geschonken met gaven, waarvan de meesten enkel kunnen dromen. Je bent niet alleen in deze strijd, aan het einde van je angst ligt een hele wereld voor je open. Een plaats waar je je gaven vrij kan laten ademen en waar je aanvaard wordt, door iedereen . Een thuis voor bijzondere kinderen. ” De formele sfeer maakt plaats voor bewondering als Alabaster vol passie praat over deze plaats. Door één vraag te beantwoorden, creëert hij er weer 10 meer. “Wees gerust, jonge adolescenten zijn ook welkom,” voegt hij er nog aan toe met een ondeugende knipoog.

“Ben je ook anders?” verlegen kijk ik naar de grond, wanneer ik mijn stortvloed aan vragen verderzet.

“Jazeker!” Alabaster recht vol trots zijn rug en kleine kuiltjes door zijn brede glimlach vormen zich op zijn wangen. Jaloezie begint aan te wakkeren in mijn buik. Ik benijd hem om zo fier te zijn op zichzelf. “Dit ligt ook aan de oorzaak dat ik jouw aanraking wil vermijden. Mensen hebben zorgen, problemen, kunnen verdwalen in hun eigen keuzes. Ik ben hier om hen te helpen, ik kan hen het juiste pad op leiden en weghouden van de verleidingen die een slechte invloed hebben. Een licht als hulp, want soms kan het verstand nare dingen doen met een mens.” Hij probeert het zo duidelijk mogelijk uit te leggen, want als het hart spreekt uit passie kan het soms verwarrend zijn voor de buitenwereld. Grinnikend gluurt Alabaster naar mij. Mijn wenkbrauwen die zich hebben opgetrokken tot aan mijn haarlijn geven aan dat ik nog steeds geen duidelijke verklaring heb gekregen.  “Kijk, jij neemt de duisternis in je op, ik verjaag die. Ik ben het voorkomen, jij bent het genezen. De gevolgen van jouw aanraking zouden catastrofaal kunnen zijn. Je zou mijn licht en leven kunnen uitdoven of ik zou je bestaan kunnen laten wegsmelten als sneeuw voor de zon. Hoe dan ook, een onherroepelijke ramp zou volgen.” De lucht voelt opeens zwaarder aan dan ervoor en door de plotselinge ernst zet ik meerdere stappen achteruit. De angst voor mezelf borrelt op en ik begin te walgen als ik eraan denk. Alweer word ik geconfronteerd met alles dat ik niet ben en met het kwaad dat ik kan verrichten.  “Begrijp me niet verkeerd Ombra, er is helemaal niks verkeerdt met jou noch mij. Het lot heeft gewoon anders besloten, maar dat betekent niet dat jij minder bijzonder bent, integendeel.” Alabaster herstelt zich snel, voordat ik de kans krijg om weg te rennen. “Laten we een eindje gaan wandelen,” stelt hij voor. “Ik zal proberen de situatie op te helderen en je vragen te beantwoorden.” En voordat ik het wist, knik ik en wandelen we samen naar een nabijgelegen parkje. Het moment dat ik plaatsnam in een rollercoaster en niet eens in de verste verte wist wat me te wachten stond.